Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Leren van de geschiedenis

Leren van de geschiedenis

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 2
LaagsteHoogste 
Inhoudsopgave
Leren van de geschiedenis
Wat is belangrijk?
Zelfverloochening, subjectivisme en de bijbel kent maar 1 kerk
Dynamisch spreken over de kerk
Achterblijvers na de vereniging
Alle pagina's

Hieronder komen literatuurverwijzingen en overige opvallende zaken uit de geschiedenis van de gereformeerde kerken.

1. H.J.J. Feenstra e.a. '1892 Wat, wie en wat nu?' 1992
2. Dr. J.J.C. Dee K. Schilder oecumenicus 1995
3. C.G. Bos Kerkelijke eenheid: geen illusie! 1985

Hebben de kerken der Afscheiding in haar 'crisis der jeugd', toen heel deze reformatorische beweging in ruzie leek onder te gaan, de lasten van dit individualisme, van deze conventikel-mentaliteit niet loodzwaar gevoeld? De hervormd-genootschappelijke 'hoogkerkelijkheid' werd met haar tolerantie voor de dwaling door de mannen van de Afscheiding volkomen terecht teruggewezen. Maar wie kon in die eerste turbulente jaren in de woekering van de 'laagkerkelijkheid', nog het reformatorische spoor vinden? (1. p. 40)

Uit de aard der zaak was de horizon van de meeste van deze mensen heel beperkt. Ook wie aan de Afgescheidenen wel-gezind is zoals Groen, kan zich de klacht van bekrompenheid wel voorstellen. En 45 jaar later, in 1881, klaagt Herman Bavinck tegenover een studievriend uit Leiden over enghartigheid en bekrompenheid - "en het ergste is dat dat nog voor vroomheid geldt". In onderlinge twisten uitte die bekrompenheid zich en de twisten werden er uitzichtloos door en gaven aan die enghartigheid nog weer nieuw voedsel. (1. p. 29)

Gispen (van de Afgescheidenen) was diep overtuigd van het goed recht der Afscheiding. Maar hij was alles behalve een bekrompen partijganger. Hij leefde naar wat hij zelf in 1885 schreef: "een vaste overtuiging en een ruim hart" sluiten elkaar niet uit. (1. p. 26)

De mannen van de Doleantie hadden de bestaande Afscheiding van de Hervormde Kerk OF doodgezwegen OF veroordeeld. Kuyper had de Afscheiding prematuur genoemd, een "te vroeg gegrepen vrucht". Eigenlijk wilden de dolerenden van geen afscheiding weten. Zij volgden welbewust een andere weg. Afsnijding was het parool. Een doorsnijden van de band uitsluitend met de hi√ęrarchische besturen. En zij stichtten dolerende kerken ook daar, waar reeds lang afgescheiden kerken bestonden. (1. p. 8)

Lindeboom en de zijnen (van de afscheiding - 1834) betoogden, dat het de rechte eenheid alleen maar zou dienen, wanner de broeders van de Doleantie zich voegden bij de kerk der Afscheiding. DAAR had de Here immers zijn volk vergaderd? Ieder was geroepen zich daarbij te voegen. Ieder ! Ook als men uit een heel ander cultureel, sociaal of wetenschappelijk milieu kwam.
Maar in plaats van zich te voegen bij -, gingen de Dolerenden metterdaad zo ver in hun pretentie, dat zij zelfs daar 'de reformatie der kerk' 'ter hand namen', waar reeds een christelijke gereformeerde kerk was. Dat mocht dan volgens het beginsel van de Doleantie zijn, het was niet anders, zo was de grief van de Christelijke Gereformeerde broeders, dan het stichten van een tegenkerk en daarom een wezenlijke belemmering op de weg naar de eenheid.
Wie had het gelijk aan zijn zijde? Daar is nu, na honderd jaar, nog een lange discussie over te houden!
(1. p. 38)

 


 

Afscheiding of Doleantie werk van de Here?
Als we afzien van mensen, dan moest ons voorgeslacht toch zijn (Gods) werk in 1834 eerbiedigen? Niet in een romantische nostalgie en ook niet in het canoniek verklaren van een religieuze, een 'afgescheiden' sub-cultuur in Nederland, maar binnen het grote vergezicht van het komende koninkrijk van Hem, die een groot en eeuwig werk bezig was te voltrekken. Natuurlijk hadden de mensen toen ook hun eigen koppigheid en hun gelijkhebberij in kleinburgerlijkheid. Maar daarmee is het laatste en het diepste niet gezegd. Het werk Gods kon je toch niet in de waagschaal stellen om maar de éénheid te verkrijgen?
Maar was diezelfde Here met zijn Geest dan niet duidelijk werkzaam, toen de kerken van Reitsum in Friesland en van Kootwijk en Voorthuizen op de Veluwe de weg van de vrijmaking in 1886 vonden en toen er in Amsterdam eindelijk een kerkeraad kwam die weer verstond, wat tucht in de kerk van Christus is en wat het concreet inhoudt tegenover de machtsaanmatiging van kerkelijke besturen te belijden, dat Christus en Hij alleen koning is en dat zijn Woord verlossende wet voor de gemeente is? Ook hier mocht toch niets, terwille van het resultaat in de waagschaal worden gesteld?
(1. p. 46)

Discussies in openbaarheid
Daarbij moeten we niet vergeten, dat de discussies met betrekking tot de vereniging zich voor een heel groot deel in volle openbaarheid afspeelden in de kerkelijke vergaderingen en in de pers. Dat is in de ontwikkeling van de 19e eeuw zonder meer een heel belangrijk positief gegeven. (1. p. 46)

19e eeuw als voorbeeld voor ons
De vragen hebben alle het stempel van de vorige (19e) eeuw. Wanneer de gereformeerde belijdenis het hart niet heeft, kan men zich vandaag van die vragen gemakkelijk afmaken. Er blijft voor de moeite van de consci√ęntie niet meer dan een meewarig glimlachje over. Maar wie het werk van Hoger Hand heeft onderkend in 1834 en ook in 1886 √®n in heel de geloofsworsteling van de vorige eeuw - met de worsteling om de kerk en haar √©√©nheid in het centrum daarvan - die zal niet kunnen ontkennen, dat de vragen en de moeiten van de broeders van een eeuw geleden grote actualiteit houden.
In hun vragen zijn de broeders ons nabij en in vele opzichten ten voorbeeld. Daarom is het antwoord, dat zij vonden, ons nog altijd ter overweging gegeven. (1. p. 49)

Impasse opgelost
Dat het (eenheid 1892) nog jaren heeft geduurd, daarvan moet de hoofdreden ongetwijfeld bij de dolerende broeders worden gezocht met als centrale figuur A. Kuyper. Enerzijds was hun verwijt naar de kant van de christelijke gereformeerden, dat zij stelden: all√©√©n de Christelijke Gereformeerde Kerk is de wettige openbaring van het lichaam van Christus (we herkennen dat verwijt toch, ook voor onze dagen?). Anderzijds hebben Kuyper c.s. getracht de broeders van de Afscheiding z√≥ ver te brengen, dat ze uiteindelijk positie kozen binnen het kader van het 'dolerende' denken en doen. (...) nl. in de pretentie dat in de kerken van de Doleantie de historische continu√Įteit was te zien van de gereformeerde kerken in Nederland, die in 1816 onder het juk waren gekomen. (1. p. 50)

Toen scheen er een impasse te zijn ontstaan zonder perspectief. Maar juist toen werd de weg tot elkaar geopend. De mannen van de Doleantie zagen af van hun pogen de christelijke gereformeerde broeders in hun richting te dwingen. Ze concentreerden zich na de mislukking van de concept-acte in de synode van Leeuwarden van de Nederduitsche Gereformeerde Kerken op de belijdenis van de 3 formulieren van eenheid en op de gereformeerde kerkregering, zoals die gestalte had gekregen in de kerkorde die vanouds was aanvaard door de gereformeerde kerken in Nederland.
De synode blijft oog houden voor het "onmiskenbare verschil" tussen '1834' en '1886', maar zij herhaalt met praktisch dezelfde woorden, dat zij bereid is " met het oog op en krachtens de eenheid in Belijdenis en Kerkregeering" te pogen om tot Vereniging te komen en kerkelijk samen te leven.
Eenvoudiger kon het niet! maar deze eenvoud bleek het kenmerk van het ware te zijn.
Men wijst niet alleen de enig-mogelijke grondslag aan. Men zegt ook: deze eenheid is er en daarom zullen we elkaar zoeken en zó kunnen we onder Gods zegen elkaar ondanks alle verschil in beoordeling van '1834' en van '1886' bereiken.
Hoe dankbaar men bleef voor '1834', de Afscheiding werd niet tot een vierde formulier van eenheid verheven. Het zou ook tegen haar eigen aard en bedoeling in geweest zijn. (1. p. 50,51)

Als er confessionele eenheid wordt gekonstateerd, moet de kerkelijke eenheid metterdaad volgen. (1. p.59)

Hoe komt de eenheid wel en wanneer niet?
Hoe komt die eenheid er? Hoe wordt die broederliefde geboren? Petrus geeft dat duidelijk aan: door gehoorzaamheid aan de waarheid. Die gehoorzaamheid aan de waarheid reinigt tot broederliefde. Gehoorzaamheid aan de waarheid reinigt tot kerkelijke eenheid.
Komt het niet tot de éne broederliefde, dan gaat er daarvóór blijkbaar iets fout in het reinigingsproces, dat in die broederliefde, in kerkelijke eenheid, moet uitmonden.
Dan zijn de zondige tegenkrachten nog zo sterk dat de gehoorzaamheid aan de waarheid er niet of onvoldoende uitkomt.
Onderkennen wij de macht van de zonde hier? (1. p. 60)

Dezelfde waarheid erkennen maar niet komen tot kerkelijke eenheid?
Want het kan niet, het mag niet, het is uitgesloten: dat we dezelfde waarheid kennen, aangrijpen en belijden, maar niet samen gehoorzaam zijn. Niet komen tot kerkelijke eenheid, tot de broederliefde van de broeders die samenwonen.
Wel dezelfde waarheid erkennen, maar niet samen één zijn in de kerk, dat is ten diepste een motie van wantrouwen naar de waarheid toe.
Naar God toe! (1. p. 61)


Zelfverloochening noodzaak
Het reinigingsproces dat naar de kerkelijke eenheid leidt, kan behoorlijk snijden in eigen vlees. In eigen cultuur, in eigen verworvenheden. Je voelt je zo lekker thuis in je eigen kerk. Je weet hoe de dingen daar gaan. Er zijn de vertrouwde gezichten. Je voelt elkaar aan. Je kent er de sfeer, je beheerst de taal, het eigen jargon. Ons kent ons. Je voelt je er happy bij.
Wat haal je op je hals als je opeens één kerk wordt met die andere kerkengroep? Don't worry, be happy! Het oude vertrouwde ben je dan wel opeens kwijt.
Zul je je dan nog wel thuis voelen?
Ik wijs maar weer op de Schrift. Als we niet de wijheid van God ter harte nemen, wordt het nooit wat. Als we niet in deze spiegel kritish naar onszelf kijken, lukt het nooit met de kerkelijke eenheid.
Fil 2:1-4 lijkt me hier van direct belang. (1. p. 62)

Subjectivisme ondergraaft de kerkelijke eenheid
Ook subjectivisme ondergraaft de kerkelijke eenheid.
Je hebt genoeg aan jezelf en aan je eigen vroomheid. Als het tussen jou en de Here maar goed is. En de kerk is toeleveringsvoorziening voor jouw godsdienstig welbevinden.
In die genadewinkel haal jij je geestelijk voedsel. De kerk is er voor de gelovigen en hun persoonlijk geloofsleven. Wat de Here geeft wordt via de kerk als doorgeefluik aangepakt als persoonlijk relatiegeschenk.
Als het zo staat, komt de kerk op het tweede plan. Eerst kom ik met mijn geloof en geloofsbeleving. Daarna de kerk. Dan is de drang tot kerkelijke eenheid minder dringend. Er wordt immers voorzien in je geestelijke behoeften.
In de kerk waar je je thuis voelt.
Wat wil je dan nog meer?
Waarom dan een hoop trammelant overhoop halen?
(1. p. 63, 64)

√Č√ČN KERK: norm EN opdracht!
De christelijke gereformeerde dogmaticus dr. J. van Genderen zegt in de voornamelijk door hem geschreven Beknopte Gereformeerde Dogmatiek (Kampen, 1992) op bladzijde 643 het volgende:
"Wij gaan in de leer van de kerk echter niet uit van wat wij om ons heen zien, al mogen wij daar onze ogen niet voor sluiten. Wij vragen steeds weer, wat wij in het geloof van de kerk kunnen zeggen.
Het eerste is dan niet, dat zij één behoort te zijn, maar dat zij één is. Het is aan de kerk eigen om één te zijn.
(...)
Men kan dit een geestelijke eenheid noemen, als men er maar niet mee bedoelt, dat de eenheid niet zichtbaar is. De eenheid van de kerk moet zelfs voor ieder zichtbaar zijn." (1. p. 64)

De eenheid in de Geest behoort uit te komen in het zich voegen bij en samenkomen in de kerk. Dan zegt Van Genderen: "Wat wel een belemmering is voor het streven naar kerkelijke eenheid, is de mening, dat het bij een geestelijke eenheid van de gelovigen blijven kan. (....) Maar een geestelijke eenheid moet niet slechts in persoonlijke contacten en in bijeenkomsten van gelijkgezinden zichtbaar worden. Zij moet juiste in het kerkelijk leven gestalte krijgen. Het gaat er om dat de wereld erkent, dat de Vader Christus gezonden heeft (Joh. 17:23). Het is zoals Schilder het eens onder woorden bracht: 'Geestelijke eenheid gaat wel voorop, maar moet dan ook dringen tot institutaire'. De verscheidenheid die er in de kerken is, is niet met de bijbelse eenheid in strijd, maar de kerkelijke verdeeldheid wel."
Dat is de Schrift naspreken. En zulk spreken opent perspectief. We moeten niet vanuit de feiten (de verdeeldheid) naar de norm kijken en de haalbaarheid van de norm ter discussie stellen vanwege de weerbarstige feiten, maar vanuit de beschamende feiten de verwezenlijking van de norm ernstig zoeken.
Dit norm is: één kerk.
De bijbel kent maar één kerk.
Dat bepaalt ons denken en doen.
Dat moet brengen tot berouw en bekering. (1. p. 65)

Kerkelijke verdeeldheid is Christus neerhalen
Leven in kerkelijke verdeeldheid, niet samen aan één tafel het heil vieren, wel ieder voor zich kerk van Christus willen zijn, dat is: Christus in driehoeksverhoudingen willen verwikkelen. Laat deze wat provocerende uitspraak als hartekreet mogen overkomen: kerkelijke verdeeldheid is een ernstig kwaad, het is Christus neerhalen. (1. p. 66)

 


Menselijke criteria niet doorslaggevend t.a.v. Christus' kerkvergaderend werk.
Fundamenteel voor zijn opvattingen over Christus' kerkvergaderend werk is het artikel 'De vergelijkende methode. Het funeste woordje 'nog'. Schilder bespreekt daar de vergelijkende methode, die kerken waardeert naar wat er 'nog' aan goeds te vinden is en die heel gemakkelijk aan allerlei instituten de naam kerk geeft. ij veroordeelt deze aanpak. 'Weg met de vergelijkende methode. Zij zou haar recht hebben, als het alleen aankwam op de werkzaamheid der gelovigen. Maar de actie der elkaar zoekende gelovigen is maar één kant van de penning. De 'coetus' staat niet los van de 'congregatio', dat wil zeggen van Christus 'soevereine, allen bevelende daad van vergaderen.' Schilder wil de kenmerken van de kerk 'niet isoleren van de levende, presente, actuele, uit de hemel tot de aarde komende, dagelijks zich vernieuwende dynamische daad van de verhoogde Christus.' Belangrijk kenmerk van de kerk is voor hem het bewaren van de eenheid van de kerk. Dat is de daad, het recht en de plicht van de gelovigen; daardoor heet de kerk ook coetus. Maar dit kenmerk mag geen ogenblik worden losgemaakt van de levende daad van Christus, die door zijn Geest in het heden zijn kerk vergader. Drie zaken worden dan van het grootste belang, aldus Schilder. In de eerste plaats mogen de kerk-instituten niet beoordeeld worden naar het vergelijkende 'nog'-principe, omdat dan een empirisch gegeven grootheid tot uitgangspunt van redenering wordt gemaakt. 'Dit mag niet; want alleen de levende werkzaamheid van de Christus is het uitgangspunt. Want op die levende werkzaamheid van Hem komt het aan' In de tweede plaats dringt de vraag zich op, waarheen de levende Christus trekt, waarheen Hij voorop gaat, waarheen Hij gevolgd moet worden Met andere woorden: in welk kerk-instituut vergadert Christus in deze concrete historische situatie zijn kerk? In de derde plaats kan men dan niet meer vrij-uit de naam kerk-instituut geven aan alles, wat zich als zodanig aandient,. Want de stroom van Christus' vergaderingswerk kan niet gaan door de door elke kerk gegraven bedding. Een ieder staat voor de vraag, zo zegt Schilder, waar de wettige historische lijn van Christus' werk in het vergaderen van zijn kerk loopt. (2. p. 126)

Deze gedachten sluiten nauw aan bij hetgeen Schilder uitvoerig aan de orde stelt in de brochure 'Ons aller Moeder' Anno Domini 1935. Een 'roepstem' beantwoord. Herhaaldelijk wijst hij er op, dat men in zijn bepaling van het kerkbegrip niet bij het gegeven instituut, in dit geval bij de gegevenheid van het hervormde kerkinstituut, kan blijven staan. Men kan van een bestaand instituut - hoe dat er ook uitziet, wat daar ook gebeurt - niet zeggen: dit instituut is de kerk, deze kerk is 'onze moeder'. De kerk is nooit een grootheid buiten de gelovigen om, een gegeven vaststaand insitituut, een moeder-kerk. de kerk als moeder, zo stelt Schilder, is de uit de hemel geregeerde gemeenschap der kinderen zelf. Daarom mag de moeder-naam aan geen enkele kerk-van-beneden worden gegeven, maar alleen aan Christus' heerschappij in de hemel, vanwaar Hij zijn kerk vergadert. Christus beveelt dat de zijnen zich zullen laten bouwen op het fundament van apostelen en profeten, dat wil zeggen op de door dezen gegeven leer en kerkinrichting. 'Waar dat gebeurt, daar kunnen de aldus vergaderden (coetus, in vrijheid, en congregatio, in onderwerping aan Hem) zeggen: onze 'moeder' is boven; zie, hoe de hemelse hi√ęrarchie niet van een aards adres, een beneden-Jeruzalem, doch van haar eigen 'Ort' uit, van de hemel uit, ons 'baart', bijeenvergadert, voedt, en onderhoudt. Wie aan een 'gegeven', een aards-gemonteerd instituut de naam van metropool geeft, die niet ontleend is aan de¬† metropolis coelestis',¬† aan de 'hi√ęrarchia coelestis',¬† die is opstandig onder de hemelkoning, bouwer naar eigen maaksel; die wil het moederschap niet 'noemen' laten uit 'de Vader', die als Man-en-Maker alleen recht heeft tot 'benoeming' van het moederschap der kerk. Indringend klinkt hier de oproep mee te komen met de kerk-vergaderende Christus en om niet in ongehoorzaamheid te blijven staan bij het gegeven instituut. (2. p. 127)

Geen fixatie van een kerk-formatie
Dit dynamische kerkbegrip van Schilder heeft er toe geleid, dat hij geen enkele kerk, ook de Gereformeerde Kerken in Nederland niet, met de enig ware kerk heeft vereenzelvigd, alsof buiten haar geen zaligheid zou zijn. Schilder, die zo scherp het kerkelijk indifferentisme en de gevaren van de pluriformiteitstheorie√ęn en van het institutionalisme heeft onderkend, is in zijn kerkleer nergens in het kerkisme terecht gekomen. (2. p. 132)

Zijn dynamisch spreken over de kerk heeft hem juist niet doen stilstaan bij vaste kerkinstituten, maar heeft hem oog gegeven voor het feit, dat Christus elke dag zijn kerk aan het vergaderen is en dat geen enkele kerk, geen enkele instituutsvorm ooit af is. Zo komt hij tot de uitspraak: 'Elke fixatie van een kerk-formatie, zonder dat gevraagd wordt naar het actuele medearbeiderschap met de kerkvergaderende Christus is derhalve ongehoorzaamheid.' Voor Schilder is het kerk-instituut een beweeglijk iets, waardoor het zoeken van kerkelijke eenheid, de wil van het vergaderen van de gelovigen tot één lichaam, het oecumenisch willen, een zaak van de eerste rang wordt. (2. p. 132)

Nog sterker komt (tegelijkertijd!) het dynamisch spreken over de kerk door K. Schilder naar voren als hij schrijft over het erkennen van elkaars bestaansrecht als afzonderlijk kerkelijk instituut (K. Schilder uit De Reformatie van 4 augustus 1933):

Naar mijn mening is de erkenning van elkanders ‚Äėbestaansrecht‚Äô als ‚Äė(afzonderlijk) kerkelijk instituut‚Äô het grote struikelblok voor de eenheidspogingen. Want als we het r√®cht hebben naast elkaar te blijven, d√†n laat ik persoonlijk liever alles wat is, kalm voortbestaan; het leven is dan voorlopig w√®l zo rustig. Maar ik geloof niet, dat Christus ons het r√®cht geeft de zaak blauw blauw te laten. Ik geloof, dat Hij verbinden wil, wat samenwonen kan in √©√©n belijdenis. En daarom moeten wij het bestaansrecht der Chr. Geref. kerk ontkennen; en kunnen ook haar leden, als zij ernst maken met het grond-axioma, zoeven genoemd, niet anders doen, dan het bestaansrecht van ons instituut ontkennen (zoals de √®chte chr. gereformeerden ook altijd gedaan h√®bben, in tegenstelling met latere ‚ÄėWekker‚Äô-artikelen, die het aantal ‚Äėware kerken‚Äô begonnen aan te lengen, en dus een neo-chr. geref. opvatting vertoonden). Over de wijze, h√≥√© wij dan samenkomen kunnen met deze wederzijdse opvatting ten aanzien van elkaar, schreef ik reeds. Zodra men inziet, dat samenwonen eis is, is het een kwestie van gehoorzaamheid, eraan te voldoen. Een persoonlijke mening, of zelfs een voormalige kerkelijke uitspraak over de onwettigheid van eens anders kerkbestaan, is de facto buiten werking gesteld, zodra de nieuwe groepering feit is. En om een meningsverschil mag men elkaar in Gods huis niet voorbijlopen; de kerk is geen gemeenschap van logica, of van zuivere ‚ÄėDeutung‚Äô van kerkgeschiedenis(sen).

En - Bron: K. Schilder, De Reformatie, 19 februari 1932:

De wil, om de kerk over heel de wereld te vergaderen, is in de kerk primair. Als iemand door mijn |14| schuld buiten de kerk blijft, ben ik schuldig en is zijn bloed op mijn hoofd. Ditzelfde geldt van de eenheid der geloovigen. Er zijn er die zeggen, we kunnen bijv. beter niet met de Chr. Gereformeerden vereenigen, want het zijn lastige menschen. Toch moèten we bij elkaar roepen.


Achterblijvers na de Vereniging
Van Lingen en Wisse dienden een bezwaarschrift tegen de Vereniging in, met twee kernbezwaren: (1) De kerkenraden hebben nooit een verzoek ontvangen om de leden bijeen te roepen om na te gaan of men kan instemmen met de opgestelde voorwaarden. (2) Geen instemming met dolerende visie op het verbond (doop en wedergeboorte). De synode wees het bezwaarschrift af. Er was een voortvarendheid die samenhing met de vaste wil om te verenigen. Het Stichtse Wekkertje werd gebruikt om kerkenraden op te roepen tot een samenkomst. De eerste gemeenten die besloten niet mee te gaan met de Vereniging waren Noordeloos, Twello en Zierikzee. Op de eerste synode in 1893 waren er 8 gemeenten. De Theologische School kwam in 1894 in Den Haag, vanaf 1919 in Apeldoorn. De crisis der jeugd werd spoedig overwonnen. In 1896 waren er al 29 gemeenten, in 1900 ruim 60. Soms ging het om bevindelijk ingestelde gemeenten, maar veel vaker om groepen gemeenteleden die het in de Gereformeerde Kerken in Nederland niet konden vinden (vanwege de kuyperiaanse opvatting van doop, gemeentebeschouwing en prediking). Vaak was ook het samenvoegen van de Gereformeerde Kerk A met de Gereformeerde Kerk B de aanleiding tot het niet meegaan met de hereniging.

Stuifmeelkerkje met twee vleugels
De Christelijke Gereformeerde Kerk werd wel genoemd ‚Äėhet stuifmeelkerkje met twee vleugels‚Äô. Her en der schoten er gemeenten uit de grond. De ene vleugel werd gevormd door spijtoptanten uit de Gereformeerde Kerken in Nederland, de andere vleugel ademde meer de spiritualiteit van de Kruisgemeenten. In 1947 vond een naamswijziging plaats: het zou voortaan Christelijke Gereformeerde Kerken zijn (meervoud dus).

 

Laatst aangepast op woensdag 21 augustus 2013 13:51  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‚ÄėOri√ęntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het ori√ęnterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]