De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) zijn geen valse kerk, maar dreigen wel steeds meer het gereformeerde karakter te verliezen, vindt de vrijgemaakte predikant dr. H. J. C. C. J. Wilschut. Hij schreef een indringend brochureboekje over de toestand van zijn kerk, maar verwerpt afscheiding radicaal.

In zijn boekje ”Afscheiding? Over oproepen om zich van de GKV af te scheiden” (uitg. Van Berkum Graphic) geeft hij „een bijdrage aan een bezinning in de GKV”, aldus de ondertitel. De vrijgemaakte predikant in Bovensmilde schreef de brochure naar aanleiding van de oproepen binnen de GKV om zich af te scheiden. Hij werpt de vraag op wat de kerk moet doen met dwaalleer. Waar ligt de grens? Volgens artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is er pas sprake van een valse kerk als over heel de linie Gods Woord is verlaten en het totale bederf aanwezig is.

Dat is volgens dr. Wilschut binnen de GKV niet het geval en daarmee vervalt ook de Bijbelse grond voor afscheiding.

Er is ook geen sprake van uitwerping, aldus dr. Wilschut. „Je kunt ook niet zeggen dat je door te blijven meedoet aan goddeloze activiteiten. De roeping om de eenheid van de kerk te bewaren weegt zwaar. Onnodige en eigenwillige kerkscheuring is zonde voor God. Het is nu onze taak om te streven naar verbetering. De huidige oproepen tot afscheiding zijn te typeren als eigentijdse varianten van dopers radicalisme en perfectionisme. Het streven naar een volmaakte kerk leidt tot eindeloze verdeeldheid.”

Dr. Wilschut begint zijn brochure positief. Er is binnen de GKV heel wat draagvlak voor „indringende Bijbels-gereformeerde prediking.” Ook de generale synode heeft duidelijk de intentie om met de besluitvorming binnen gereformeerde kaders te blijven. Binnen de kerken is „veel positieve energie” te vinden en veel kansen om de jeugd te bereiken.

Tegelijkertijd is er echter sprake van een flinke identiteitscrisis binnen de GKV. Die komt vooral aan de oppervlakte in de kerkdiensten, de liturgie, de prediking en de catechese. „De Heidelbergse Catechismus komt nog wel in beeld, maar is niet meer beeldbepalend.”

De houding tegenover de gereformeerde leer is aan het „kantelen”, wat zich uit in discussies over de Schrift, het christelijk handelen (onkritisch tegenover ongehuwd samenleven, homoseksuele praktijk), een minachtend spreken over de kerkorde in termen van „regeltjes.” „Neem het voorbeeld van de toenadering tot de Nederlands Gereformeerde Kerken. De synode stelt zich nog voorzichtig op. Maar voor menigeen gaat het –ook blijkens publicaties in de pers– om een gelopen race en worden de NGK aanvaard als gereformeerde kerk, ondanks de vrijere binding aan de belijdenis en de vrouw in het ambt.”

De vrijgemaakte predikant ziet binnen de GKV openheid voor modern theologisch denken. Hij constateert vooral een onkritische omarming van het evangelicale en charismatische denken, wat blijkt uit een gebrek aan heiligheidsbesef tijdens de eredienst („veel opleuken, veel kabaal, zonder besef: de Here is in ons midden als de heilige God”). Het onderlinge vertrouwen neemt af. Conclusie: „Waar de geestelijke samenhang en het onderlinge vertrouwen ontbreken, raakt de kerkelijke samenleving uitgehold en wordt ze tot een lege huls. De eenheid met elkaar staat onder spanning, binnen plaatselijke gemeenten en tussen de kerken onderling.”

Het kernprobleem is dat de GKV ernstig seculariseren, aldus de predikant. „We staan midden in onze tijd en maatschappij. Dat is ook niet te vermijden. Maar we staan er vaak zo ónkritisch in.” De GKV kenmerken zich volgens hem door een prediking die de mens en zijn (religieuze) behoeften centraal stelt, in plaats van God, Zijn beloften en geboden.

De cruciale vraag is hoe het tij gekeerd kan worden. Dr. Wilschut: „Niets is zo dodelijk als verschillen neutraliseren en vervolgens doodzwijgen. Die luxe kunnen de GKV zich mijns inziens ook niet meer permitteren. Ik vermoed dat de oproepen tot afscheiding getalsmatig weinig schade zullen opleveren. Laat niemand echter het ondergrondse ongenoegen onderschatten. Ook al zijn velen murw geworden en laten ze niet meer van zich horen.”

Dr. Wilschut constateert verwarring onder kerkleden. „Die leidt tot onderlinge vervreemding. Er bestaat soms tussen gemeenten nauwelijks een werkelijk verband meer. Je kunt bij ons enkele kilometers verderop in een gemeente komen en dan het gevoel hebben op een volstrekt andere kerkelijke planeet te zijn. Er mag voor mij best reliëf zijn, als er maar geestelijke homogeniteit is. Nu krijgen we als predikanten ons eigen publiek.”

De GKV zijn geen valse kerk. Ook wil Wilschut niet zeggen dat ze geen gereformeerde kerk zijn, „maar gaan we op de ingeslagen weg verder, dan komt het zelfstandige bestaansrecht op het spel te staan. De optie om nieuwe zogenaamd ware kerken te stichten past echter niet. De weg van afscheiding die sommigen onder ons nu gaan is uitzichtloos en getuigt van een clubdenken. Mocht het tij niet keren, dan wordt het de vraag waar we onderdak kunnen krijgen binnen de gereformeerde gezindte. Maar daar ben ik nog lang niet aan toe. Ik zoek het gesprek. Laten de kerken kleur bekennen en zich uitspreken”

De predikant, die in 2000 promoveerde op de hervormde theoloog dr. J. G. Woelderink, is erg bezorgd over de oprukkende invloed van de evangelischen. „De rector van de Theologische Universiteit Kampen, prof. M. te Velde, sprak kortgeleden in deze krant over de combinatie „evangelisch-gereformeerd.” Voor mij is dat een vierkante cirkel. Evangelischen denken structureel remonstrants. Het sluit naadloos aan bij de postmoderne emotiecultuur met haar optimistische mensbeeld. Preken over de zonde noemen sommigen in onze kerken achterhaald. De zonde hebben we al gehad, heet het dan, het gaat nu om de heiliging. Iemand vertelde me dat hij de preken over Zondag 2 tot en met 4 van de Heidelbergse Catechismus niet meer kon meemaken. Al dat sombere gedoe, kom op, blijdschap, maar ik noem het pret.”

Dr. Wilschut vreest dat bezorgde kerkleden zich vaak niet serieus genomen voelen. „Mensen schrijven aan kerkenraden en meerdere vergaderingen, maar stoten meer dan eens hun neus. Met als gevolg dat velen murw zijn geworden. De reden voor mijn publicatie is dat ik mijn verantwoordelijkheid wil nemen. De GKV zijn mij lief. In die kerken mocht ik de Heere leren kennen, mocht ik mijn opleiding en mijn ambt ontvangen. Daarom wil ik aan de bel trekken. Natuurlijk moeten kerkenraden niet over mijn boekje gaan praten. Particuliere geschriften horen niet op een kerkenraad thuis. Maar laten kerkenraden ervoor zorgen dat de intentie aan de orde komt. Als ik ernaast zit, zeg dat dan. De diagnose is niet een zaak van een enkeling, maar van een team.”

Dr. Wilschut is niet tegen verandering of vernieuwing. Die horen bij een levende kerk. „Maar is alle verandering een verbetering? Ik ben geen voorstander van enghartigheid. Ik heb de laatste jaren meer oog gekregen voor de inbreng van de Nadere Reformatie, zonder dat het mijn theologisch klimaat is geworden. Maar je ontdekt wel de breedheid van de gereformeerde traditie. Ik wil ook niet weglopen voor de nieuwe vragen van de Schrift, maar we hebben toch als Gereformeerde Kerken met overtuiging gekozen tegen de opvatting van Geelkerken over de sprekende slang? De klaarblijkelijkheid van de Schrift is nu in het geding. We hebben het subjectivisme van Abraham Kuyper verworpen, maar zijn openheid voor de cultuur geradicaliseerd.”

Dr. Wilschut wil zich geen „bezwaard” of „verontrust” predikant noemen. „Ik wil gewoon gereformeerd predikant zijn en weiger me door zorg alleen te typeren. Voor de linkse kant ben ik te rechts en voor de rechtse kant ben ik te links. Ik ben gereformeerd in mijn kerkverband begonnen en zo wil ik eindigen. Maar ik ben tot de conclusie gekomen dat tijdens de wedstrijd de regels ingrijpend zijn gewijzigd en dat een deel zich niet meer aan de spelregels houdt.”