Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Archief Bevoegdheden classis bij onder zorgstelling Br. H. Nijman sr. - Reactie op brs. Velthuis, Van Egmond en Menninga

Br. H. Nijman sr. - Reactie op brs. Velthuis, Van Egmond en Menninga

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Klik hier voor het originele word document.

1 Het opschorten van de credenties door de Matrixgemeente.

 

Br. Velthuis schrijft over de opschorting van de credenties: een ‘zeer ernstige zaak, lichtvaardig, voorbarig en waarschijnlijk ondoordacht, triest, zonde wellicht’. Op pag. 58 schrijft hij: ‘Een kerk kan de credenties opschorten als daar dringende redenen voor zijn’. Volgens hem waren die er blijkbaar niet, als ik de zware kritiek in aanmerking neem.
Waarom heeft de Matrixgemeente de credenties dan opgeschort?

Het was voor de kerkenraad van de Matrix niet een ondoordacht en lichtvaardig besluit.
Het was bedoeld om een tijd van bezinning te creëren. Waarom werd ons die éne maand van bezinning niet gegund? Waar is het pastorale aspect van het kerkverband in deze situatie?
Het was een weloverwogen besluit om onbezonnen besluiten van beide partijen te voorkomen. De druk vanuit het kerkverband was onverantwoord hoog.
Men werkte vanuit het kerkverband al aan de schorsing. Om dat te voorkomen besloot de kerkenraad op dinsdagavond 29 april 2008 de credenties voor één maand op te schorten.
(Zie ook het tijdpad op onze site om enigszins inzicht te krijgen van de zeer explosieve situatie en de onverantwoorde druk vanuit het kerkverband)

Dinsdag 29 april 2008:
“ Op dit moment delen wij
u mee, dat wij voorlopig voor de tijd van één maand, onze credenties opschorten. Dat wil zeggen: wat er op de meerdere vergaderingen wordt besloten en uitgesproken geen bindende kracht heeft. (of beter gezegd; alleen na actief besluit van onze kerkenraad bindende kracht heeft.)Als er een credentiebrief is ingeleverd, moet immers naar art. 31 van de kerkorde elke uitspraak als bindend worden aanvaard.
Voor alle duidelijkheid; dit voorlopig opschorten van de credenties is geen breken met het kerkverband. Wij vragen u of u allen, in verootmoediging aan de Here, alles in het werk wilt stellen om het vertrouwen weer te herstellen, om een kerkelijke breuk te voorkomen.

Dat was de dringende reden. Hoe dringend blijkt uit de gebeurtenissen op de volgende, hoog explosieve dagen, waarin de breuk werkelijkheid werd. Zie ook het tijdpad!

Woensdag 30 april 2008:
De vier ouderlingen te weten de broeders R.de Boer, E.H.Lamberink, J.Odding en G.Tempelman ontvangen een schorsingsbrief van de gezamenlijke kerkenraden van de Gereformeerde Kerk Bergentheim/Bruchterveld e.o. en de Gereformeerde Kerk Emmen e.
o.

Zelfs de kerkenraad van Emmen is blijkbaar bevoegd om met de ontrouwe minderheid van BB e.o.de meerderheid van de kerkenraad te BB e.o. te schorsen. Zo werd de KO naar eigen behoefte aangepast. Deze visie op het ambt is meer rooms dan gereformeerd.

Wat was er op tegen om in zo’n explosieve situatie een bezinningsperiode, een ‘staakt het vuren’ in te lassen. Het ging toch om het welzijn van kerk en kerkverband?!
Het kerkverband heeft er geen enkele nadelige gevolgen van ondervonden.
Wanneer ook het kerkverband op dat moment eens ‘tot tien had geteld’, had die éne maand bezinning veel ellende kunnen voorkomen.
De zware kritiek in deze brochure is niet terecht.
Het opschorten van de credenties door de Matrixgemeente verdient eerder een positieve waardering, omdat onze kerkenraad daarmee het welzijn van de gemeente, maar ook van het kerkverband voor ogen had en een kerkelijke breuk wilde voorkomen.

Tot zover mijn reactie op de kritiek aan het adres van de Matrixgemeente.

 

De zaak waarmee ik veel meer moeite heb, is de opvatting over art. 38 en 39 KO en de verkeerde consequenties die daaruit zijn en nog worden getrokken.
Hier wordt de aloude Gereformeerde visie op de regering der kerk, de ambtsleer, verlaten en een hiërarchische visie geleerd, geaccepteerd en gepraktiseerd, die onaanvaardbaar is. .
Die ernstige dwaling heeft de moeiten in DGK veroorzaakt.
Daarom is het van het grootste belang om bij alle pogingen om te komen tot herstel van de geschonden verhoudingen, eerst die artikelen eens grondig onder de loep te nemen.

Op pag. 8 schrijft br.Velthuis: “Nadrukkelijk spreekt art. 39 KO over ‘plaatsen’. Maar daar mogen geen verkeerde conclusies uit getrokken worden. Alsof er in deze plaatsen ook geen gemeente kan zijn omdat de ambten er nog niet zijn ingesteld. Het is goed om te onderscheiden dat ‘plaatsen’ op 2 manieren ingevuld kan worden”.

Op pag. 56 schrijft hij: “Ook is wel eens gesteld dat de classis de broeders en zusters aldaar niet kon dwingen zich onder de genabuurde kerk te stellen maar dat zij dit vrijwillig dienden te doen. Echter hier wordt een probleem gecreëerd die er niet is. In art. 39 KO is niet bepaald dat de classis plaatsen zonder kerkenraad zal vragen zich onder een genabuurde kerkenraad te stellen. Bepaald is dat de classis plaatsen zonder kerkenraad stelt onder de zorg van de genabuurde kerkenraad. De classis handelt hier actief en daartoe is zij bevoegd want in haar zijn immers de afgevaardigden van de kerken aanwezig. (In dit geval ook nog eens de afgevaardigden uit Zwijndrecht zelf, die warempel zelf vroegen om toepassing van art. 39 KO.)”
(Zwijndrecht heeft gevraagd om consulentenhulp. Zorg in de vorm van opzicht en tucht heeft ze vanaf het begin beslist afgewezen. Zie de info van Zwijndrecht. H.N.sr.).

Op pag. 68: “De meerdere vergadering is niet een vergadering van ambtsdragers maar van kerken”.

Het is mij niet echt duidelijk wat br. Velthuis hier eigenlijk bedoeld.
Hebben ambtsdragers nu wel of niet ambtelijke bevoegdheid buiten hun eigen gemeente?
Met andere woorden: Hadden afgevaardigden op de classis of de ambtsdragers van de genabuurde kerk nu wel of niet de ambtelijke bevoegdheid om de gemeente van Zwijndrecht, ongevraagd en tegen haar uitdrukkelijke wil, onder opzicht en tucht te plaatsen op grond van art. 39 KO?
Wanneer ze die ambtelijke bevoegdheid wel hadden, wat moet ik dan met art. 3 van de KO?
“Niemand mag een van deze ambten vervullen zonder wettig geroepen te zijn”
?
Kan hij aantonen dat deze ambtsdragers ook geroepen zijn om in een andere gemeente, die hen niet tot het ambt riep, regeermacht, dat betekent opzicht en tucht, uit te oefenen?
We zullen bij het bestuderen van art. 38 en 39 tot de ontdekking komen dat dat met het Gereformeerde Kerkrecht niet mogelijk is.

 

De betekenis van artikel 38 en 39 KO naar aanleiding van de besluiten van de meerdere vergaderingen inzake de kwestie Zwijndrecht.

 

===============================

 

Art. 38: Slechts met instemming van de classis kunnen in een plaats voor het eerst of opnieuw de ambten worden ingesteld.

Een belangrijke vraag is: Mag de classis zich bemoeien met de interne problemen van die gemeente. Dat was vooral in Zwijndrecht een vraag. We hebben dan direct te maken met de regering der kerk, waaronder opzicht en tucht.
Die zaak hebben de kerken niet afgedragen aan de classis.
De classis heeft toe te zien dat de instelling van de ambten geschiedt naar de kerkelijke orde. De artikelen die daar over handelen, moeten in acht genomen worden.
De regeermacht van de kerk heeft Christus aan Zijn gemeente geschonken. Niet aan de classis. In de zaak Zwijndrecht eigende de classis Zuid-West zich echter die regeermacht toe, toen de gemeente te Zwijndrecht de classis verzocht om hulp en instemming bij de instelling van de ambten naar artikel 38 KO.
De classis ging in comité omdat zij meende dat er over personen gesproken moest worden en over de vraag of er geschikte broeders waren die voldeden aan de Schriftuurlijke eisen.
(Zie het artikel van dr. van Gurp: ‘De ambten volgens de Heilige Schrift’ in ‘de Bazuin’ van 8 september 2010).
In DGK wordt geleerd en gepraktiseerd: Wanneer er geen gezagsdragers zijn omdat er nog geen kerkenraad is, heeft de classis dat gezag. (Een artikel van dr. van Gurp over ‘Orde en vrede in de gemeente van Christus (3) in ‘de Bazuin’ van 10 oktober 2007.) :
In een klein stukje tekst wordt zo maar even in een paar zinnen afstand genomen van de Gereformeerde visie op de instelling van de ambten: ‘de gemeente verkiest en de Here roept’ Echter de Roomse visie: ‘het ambt brengt het ambt voort’, wordt zonder problemen omhelsd.
Laten we dat gedeelte eens nader bestuderen: (het citaat is cursief weergegeven)

1 “Uit de Schrift is duidelijk dat er in elke gemeente ouderlingen moeten worden aangesteld, zoals dat gedaan werd door Paulus en Barnabas.
Daar kunnen we wel mee instemmen. Waar het mogelijk is moeten de ambten zo spoedig mogelijk ingesteld worden naar art. 38 KO. Dat belijden we ook in de NGB art. 30 en 31.

2 En als Paulus aan Titus opdraagt om in elke plaats ouderlingen aan te stellen gebruikt hij daarvoor een woord waaruit blijkt dat Titus moet doen wat nog ontbreekt, wat nog onafgedaan is.
Ook hier kunnen we wel mee instemmen. Het is een gevolg van de eerste regel hier boven.

3 Daaruit blijkt dat een gemeente in wording nog geen kerk is zolang er nog geen ambtsdragers zijn bevestigd.
Hier begint de schoen te wringen. Dat zou dan ook betekenen dat deze gemeenten in wording op Kreta geen Goddelijke rechten bezaten om de ambten in te stellen. Het tegendeel blijkt, want Titus moest de ambten wel instellen in die gemeenten naar art. 38 KO. Zij worden niet naar art. 39 van de KO onder opzicht en tucht van een naburige kerk gesteld.
Naar de gereformeerde kerkorde wil de Here Zijn dienaren roepen door middel van een wettige verkiezing van Zijn gemeente. NGB art. 30 en 31, art. 3 KO

Dr.van Gurp laat de instelling van de ambten afhangen van het aanwezig zijn van het ambt en het aanstellen door het ambt, geworteld in de gedachte: ‘het ambt brengt het ambt voort’.
De taak van de gemeente is niet duidelijk meer in beeld.
En op dat ongereformeerde standpunt bouwt hij zijn visie op de instelling van de ambten dan verder op in punt 4 hieronder.

 

4 Vandaar dat in de kerkorde wordt bepaald dat zo’n gemeente in wording onder het opzicht van de kerkenraad van een naburige gemeente moet worden gesteld in de vorm van een wijkgemeente. (artikel 39)”.
Vandaar stelt dr. van Gurp dan. Dat betekent om die reden dat een kerk zonder ambtsdragers geen kerk is, daarom wordt in de kerkorde bepaald dat zo’n gemeente onder opzicht en tucht moet worden gesteld van een naburige kerkenraad.
Art. 39 luidt niet: Plaatsen waar nog geen kerkenraad is, maar: ‘Plaatsen waar nog geen kerkenraad kan zijn, zal de classis onder de zorg van een naburig kerkenraad stellen’.
In de kerkorde wordt bepaald dat in een gemeente waar nog geen ambtsdragers zijn, maar waar het wel kan, de ambten zo spoedig mogelijk moeten worden ingesteld naar art. 38 KO.
Waar nog geen ambtsdragers kunnen zijn is art. 39 aan de orde.
Dr. van Gurp wil die gemeenten in beide gevallen onder opzicht en tucht stellen van de genabuurde kerkenraad naar art. 39. Misschien komt art. 38 later nog aan de orde
Zo leert ‘de Bazuin’ het.
Dat is in strijd met Schrift en belijdenis omdat Christus de regering van Zijn kerk aan Zijn gemeente heeft toebedeeld en die gemeente heeft het alleenrecht om haar eigen ambtsdragers te verkiezen onder Gods voorzienig bestuur. Dat doen we onder leiding en met instemming van de classis naar art. 38 KO. En waar nog geen kerkenraad kan zijn, zal die gemeente haar Goddelijke rechten eerst moeten overdragen aan de genabuurde kerk. Dan pas heeft de genabuurde kerk de bevoegdheid van opzicht en tucht over die gemeente.
Zo leert de Heilige Schrift het.

‘Calvijn merkt tegenover hen, die met Rome uit Paulus’ woorden willen afleiden, dat Titus zelf, zonder medewerking der gemeente, de ouderlingen aanstelde, op: “Het schijnt wel , alsof Paulus hier een groote macht aan Titus toekent, wanneer hij hem gelast, aan het hoofd van elke gemeente ouderlingen aan te stellen. Dit toch zou een bijna koninklijke macht zijn. Bovendien zou daarmeede aan de gemeente haar recht, om haar eigen ambtsdragers te kiezen, ontnomen worden. En dat zou een schending wezen van geheel de heilige inrichting der kerk .Het antwoord op deze bedenking is niet moeilijk. Paulus geeft hier aan Titus niet de macht om naar eigen goedvinden opzieners aan de gemeente op te dringen, maar beveelt hem alleen, als leider bij de verkiezing voor te gaan zoals noodzakelijk is’.(Vet van mij H.N.sr) (Dr.H.Bouwman Kerkrecht deel I, paragraaf 31, pagina 374, 375).

Het beoordelen of iemand geschikt is voor het ambt en of de gemeente hem wil roepen tot het ambt, is niet aan de classis gegeven, maar aan de gemeente van Zwijndrecht. Elke gemeente heeft het recht haar eigen ambtsdragers te verkiezen. Daarom hoefde de classis helemaal niet in comité te vergaderen om te kunnen oordelen of br. NN wel geschikt was voor het ambt. De Here beslist dat! Hij roept tot het ambt. Niet door middel van de aanstelling door ambtsdragers van de classis, maar door middel van de wettige verkiezing van Zijn gemeente.
De classis moest toezien of de kerkordelijke afspraken werden nagekomen. Meer is haar niet opgedragen door de kerken. Tot het uitoefenen van opzicht en tucht is zij niet geroepen.
Het zal duidelijk zijn wanneer er voorwaarden gesteld worden door de classis, dat die niet gericht moeten zijn op het zendingsveld, waar dr. Bouwman over spreekt in zijn Kerkrecht deel II, vanaf pag. 107, maar dat we ook rekening moeten houden met onze situatie vandaag. We hebben ons allemaal om dezelfde reden vrijgemaakt. Het is ook niet zoals in een zendingssituatie waar de zendende kerk toeziet op de instelling van de ambten in een nieuwe gemeente op het zendingsveld ergens in de bush, waar mensen amper lezen of schrijven kunnen en ook geen enkel besef hebben van kerkrecht.
Echter, de gemeente van Zwijndrecht weet net zo goed hoe de ambten moeten worden ingesteld als de gemeente van Berkel en Zwolle. Dat wil niet zeggen dat art. 38 dan maar niet toegepast hoeft te worden, maar de classis moet rekening houden met de situatie van hier en nu, en zich beperken tot de kerkordelijke afspraken.
De vergelijking tussen een nieuwe zendingsgemeente en een voortgezette kerk, die al bijna 400 jaar de DKO handhaaft en nu opnieuw de ambten wenst in te stellen, is irreëel.
In zendingssituaties zal veel meer leiding en onderwijzing nodig zijn dan in onze situaties .

Na bovenstaande opmerkingen moeten we constateren dat de classis Zuid-West geen steekhoudende gronden aangevoerd heeft om de hulp en instemming bij de instelling van de ambten te weigeren. Om het met de woorden van prof. Dr. S.Greijdanus te zeggen: We horen in de besluiten van de meerdere vergaderingen niet de stem van den Goeden Herder.
(Schriftbeginselen van kerkrecht inzake meerdere vergaderingen, uitgeverij Boersma Enschede pag. 42)

Grond 1: Art. 39 en 83 maar ook art. 3, 36,38 van de KO, H.C vraag en antwoord 85 en art. 30 en 31 van de NGB zijn niet nagekomen.

Grond 2: De interne problemen gingen de classis niet aan en al zou de classis de bevoegdheid wel hebben om dat te beoordelen, dan nog moeten we zeggen dat de instelling van de ambten juist dringend nodig was om die problemen met die ambten op te lossen.

Grond 3: Een bezwaarschrift wat niet is behandeld op een mindere vergadering, mag op een meerdere vergadering niet als grond voor een besluit dienen.

Grond 4: De classis was niet bevoegd of wettig geroepen om zich de regeermacht van de gemeente te Zwijndrecht toe te eigenen. Zie art. 3 KO. Het was een vergrijp aan de Goddelijke rechten, betreffende de regering der kerk die Christus aan Zijn gemeente te Zwijndrecht had geschonken. De hiërarchie stelde zich hier als middelares tussen God en Zijn gemeente.

De classis had geen gronden om de instemming te weigeren. Daarom had zij haar instemming moeten verlenen. Art. 39 was niet aan de orde.

Wat was er dan mis gegaan wanneer de classis haar instemming naar art. 38 KO wél verleend had? Wanneer de gemeente van Zwijndrecht de problemen dan niet kon oplossen kon ze altijd nog naar art. 30 KO de hulp van de classis inroepen. Zelfs wanneer het dan niet lukte, kon alsnog het onder de zorg stellen naar art. 39 uitgevoerd worden.
De rechten van de plaatselijke kerk waren op die manier gerespecteerd.
De genabuurde kerk was minder belast dan bij toepassing van art. 39.
De KO was correct nagekomen, waardoor de scheuringen waren voorkomen.
Het is voor mij onbegrijpelijk waarom de classis koos voor toepassing van art. 39 KO, terwijl het zo duidelijk was dat toepassing van art. 38 KO verreweg de voorkeur verdiende m.b.t. het welzijn en de opbouw van de gemeente te Zwijndrecht, maar ook voor het kerkverband.
De handelingen van de meerdere vergaderingen in de zaak Zwijndrecht hebben de reformatie veel kwaad gedaan.
Van de blijdschap en de dankbaarheid voor de eigen ambten als geschenk van de Here in Berkel en Zwolle zien we helaas geen vruchten en doorwerking bij de behandeling van het verzoek van Zwijndrecht om instemming met de instelling van de ambten.

Art. 39: Plaatsen waar nog geen kerkenraad kan zijn, zal de classis onder de zorg van een naburige kerkeraad stellen.

Met plaatsen wordt een afgebakend gebied, een ressort b.v. Zuid-Holland bedoeld.
Dat ressort of geografisch gebied b.v. Zuid-Holland wordt onder de zorg van een genabuurde kerk b.v. Berkel-Rodenrijs/Bergschenhoek gesteld, ongeacht of daar gelovigen wonen!
Het is een grensregeling voor de kerk van Berkel-Rodenrijs/Bergschenhoek.
Wanneer binnen die grens zorg nodig is, is de kerk van Berkel door de classis aangewezen en verantwoordelijk voor die zorg.
Het onder de zorg stellen van ‘plaatsen’ is een kerkordelijke bevoegdheid, afgedragen door de kerken. Ik zou ze ‘de horizontale rechten en plichten’ willen noemen.
Het onder opzicht en tucht stellen van gelovigen of een gemeente is een ambtelijke bevoegdheid, een roeping door de Here. Dat zijn de verticale rechten en plichten.

Het blijkt dat het heel goed mogelijk is dat er in Zuid-Holland, dat onder de zorg van Berkel gesteld is, een gemeente zonder ambtsdragers b.v. Zwijndrecht ontstaat door reformatie.
Die gemeente, Zwijndrecht, is dan niet tegelijk of automatisch met het onder de zorg stellen van die plaats (het ressort Zuid-Holland) onder opzicht en tucht van Berkel-Rodenrijs / Bergschenhoek gesteld. Dat is naar het Gereformeerde Kerkrecht ook niet mogelijk.
De regering der kerk is immers het onvervreemdbaar bezit van de plaatselijke kerk te Zwijndrecht. Zij heeft het recht om haar eigen ambtsdragers te verkiezen.
Berkel is tot die ambtelijke bevoegdheid niet geroepen.
Art. 39 KO is niet de ‘lastbrief’, het mandaat voor Berkel om opzicht en tucht uit te oefenen in Zwijndrecht, zoals DGK leren en praktiseren. Voor die bevoegdheid is meer nodig dan art. 39 KO, n.l de wettige roeping door de Here. (H.C vr. en antw. 85, NGB art. 30, art. 3 KO.)

De gemeente van Zwijndrecht begeerde, als voortzetting van de gereformeerde kerk te Zwijndrecht, de instelling van de ambten. ‘Het begeren om de ambten in te stellen is naar de Schrift’, overwoog de GSM. Terecht, want wanneer Christus die begeerte wekt, wil Hij ook ambtsdragers schenken aan Zijn gemeente. Daarom verzocht de gemeente van Zwijndrecht de classis om hulp en instemming bij de instelling van de ambten naar art. 38 KO.
De classis plaatste zich echter tussen Christus en Zijn gemeente en weigerde de hulp en de instemming op ondeugdelijke gronden. Zij blokkeerde de wettige verkiezing van de gemeente te Zwijndrecht, waardoor de Here juist Zijn dienaren wilde roepen.
De classis stelde, zonder dat zij daartoe door de Here geroepen was, de gemeente te Zwijndrecht ongevraagd en zelfs tegen haar wil onder opzicht en tucht van de genabuurde kerkenraad te Berkel-Rodenrijs/Bergschenhoek.
Daarmee vergreep zij zich aan de Goddelijke rechten, die Christus aan Zijn gemeente te Zwijndrecht had gegeven. Niet aan de classis!
Daarvan zegt Dr. S. Greijdanus, a.w. pag. 18:
“Ten opzichte van elkaar zijn de plaatselijke kerken vrij en heeft dit verband geen andere rechten dan de kerken vrijwillig bij het aangaan van dat verbond over en weer geven of op zich nemen. En zodra dat verband of kerken in dit verband of meerdere vergaderingen van dat verband verder gaan dan de bij dat verband gegeven of verkregen rechten, matigen zij zich aan wat niet het hare is, handelen zij revolutionair tegen de kerken en tegen God en is er bij haar in dezen niets dan menschelijke arrogantie en zelfverheffing”

Er staat ‘plaatsen’ in art. 39. Wanneer we daar gemeenten van maken komen we in ernstige aanvaring met Schrift, belijdenis en KO. Het leidt zelfs tot een hiërarchische leer over het ambt en over het kerk-zijn.
Dan stelt de hiërarchie zich als middelares tussen Christus en Zijn gemeente.
Zij trekt de regie over de instelling van de ambten naar zich toe.
Zij beslist nu of de ambten ingesteld zullen worden of niet, zonder dat de gemeente van Zwijndrecht daar ook maar iets over in te brengen heeft.
Br. van Egmond en br. Menninga maken bezwaar tegen de ‘vreemde opmerking’ van br. Velthuis ‘dat de ambten niet een gunst van het kerkverband zijn’.
Zij reageren daarop met: ‘alsof dat hier ook maar op enige manier in discussie zou zijn’.’
Maar broeders van Egmond en Menninga, wanneer de classis beslist, zonder ook maar enige inspraak van de gemeente te Zwijndrecht, of de ambten zullen worden ingesteld, dan zitten we toch midden in die discussie? Ook al ontkent u dat heel beslist.
Dat is nu juist de discussie die het kerkverband koste wat kost wil vermijden.
Daarom worden bezwaarschriften onontvankelijk verklaard.
Daarom blijft de zaak Zwijndrecht angstvallig hermetisch gesloten.
Ook in een artikel van br. C.A.Teunis in ‘de Bazuin’ van 03-02-10 over “De kerk in de praktijk, vandaag. (2) komen we ongereformeerde opvattingen over het ambt tegen. Volgens br. Teunis schenkt Christus niet rechtstreeks de ambten aan Zijn gemeente door middel van een wettige verkiezing van die gemeente. Nee, het ambt brengt het ambt voort. In een gemeente waar nog geen ambtsdragers zijn, heeft de classis het Goddelijke recht om ambtsdragers naar eigen goedvinden aan te stellen. Wie zich daar tegen verzet is een bemoeial en wordt uitgeworpen! Zie ook wat eerder op pag. 4 over het onderwijs van Calvijn geschreven is. Deze visie riekt naar wat Rome leert over de ambten:
“Van een recht der gemeente, om tot het ambt te roepen, wil de Roomshe kerk niets weten, gelijk zij uitdrukkelijk verklaard heeft op het Concilie van Trente:

“Indien iemand beweert, dat de ambten , door de bisschoppen
(of door de ouderlingen. van de classis H.Nsr) verleend, zonder toestemming of roeping door het volk geen waarde hebben, die zij vervloekt”. (Zie dr. H.Bouwman in Kerkrecht deel I, pag. 378)

En dat is nu de ‘verkeerde visie’ in DGK, br van Egmond en br. Menninga.
Dan waarborgt de classis de vrijheid van de plaatselijke kerken niet meer.
Dan zijn de Goddelijke rechten van de plaatselijke kerk niet meer veilig in DGK.
Dat was het geval in de zaak Zwijndrecht.
De classis handelde zonder “lastbrief”, zonder daartoe door de Here geroepen te zijn.
Dat is het gevolg van het eigenzinnig veranderen van plaatsen in gemeenten.
We lezen in de brochure: “Nadrukkelijk spreekt art. 39 KO over ‘plaatsen’. Maar daar mogen geen verkeerde conclusies uit getrokken worden”.
Nee, geen verkeerde conclusies trekken, maar als we gewoon laten staan wat er staat, ‘plaatsen’, gebeurt dat ook niet! Wel als we plaatsen vertalen met gemeenten.
Wanneer het de bedoeling zou zijn, dat we plaatsen moeten vertalen met gemeenten waarom staat er dan zo nadrukkelijk ‘plaatsen’ ?
Waarom heeft de GS van Groningen-Zuid 1978 een verzoek om art. 39 KO te laten beginnen met: leden woonachtig in’ plaatsen….enz…. afgewezen?

Br. van Egmond en br. Menninga, maar ook br. Velthuis (op pag. 56 van zijn brochure), beweren dat met plaatsen kerkelijke gemeenten zonder ambtsdragers worden bedoeld, die door de classis onder opzicht en tucht gesteld moeten worden van de genabuurde kerk.
Als dat waar is, wie heeft de classis dan geroepen om zich de Goddelijke rechten van de regering der kerk, die Christus aan Zijn gemeente te Zwijndrecht geschonken heeft, toe te eigenen? Waar is dan de ‘lastbrief’ van de classis? En waar is dan het overtuigend bewijs dat haar roeping van de Here komt? In art. 3 van de KO hebben we toch afgesproken:
“Niemand mag een van deze ambten vervullen zonder wettig geroepen te zijn” ?

Ambtsdragers uit de classiskerken hebben geen ambtelijke bevoegdheid buiten hun eigen gemeente die hen tot het ambt riep. Zij zijn voor de gemeente van Zwijndrecht gewone kerkleden van een andere gemeente, omdat Zwijndrecht hen niet tot het ambt geroepen heeft.
Waarom zouden die, voor de gemeente van Zwijndrecht, gewone kerkleden van een andere gemeente, meer recht op de regeermacht in de gemeente van Zwijndrecht hebben dan de eigen kerkleden, die staan in het ambt aller gelovigen??

Zo’n gedachte is toch absurd?!

Hebben wij in de Gereformeerde Kerken een algemeen ambt zoals in de Roomse kerk?

Bouwman II pag. 21: “De meerdere vergaderingen hebben dus niet een zelfstandige, eigen kerkelijke macht. Alle kerkelijke macht, door Christus aan zijne kerk gegeven, schuilt in de plaatselijke kerk. De sleutelen des hemelrijks, door Christus aan de apostelen gegeven, en in hen aan de gemeente, werden, toen de Apostelen terugtraden, uitgeoefend door de ambtsdragers, die onder hunne leiding in de plaatselijke gemeente werden gekozen. Deze kerkelijke macht bestaat in drie dingen: de macht om het Woord en de Sacramenten te bedienen, de macht om kerkelijke ambtsdragers te kiezen (vet van mij H.N.sr) en de macht om de kerkelijke tucht te oefenen. Een andere macht is er in het kerkelijke leven niet. En deze kerkelijke macht komt niet toe aan de meerdere vergadering, maar aan de ambtsdragers der plaatselijke kerk”.
(En waar nog geen kerkenraad is, heeft de gemeente, het ambt aller gelovigen, die macht.
Zie vraag en antwoord 85 van de HC. En K.Schilder in “de Kerk”, pag. 267. H.N sr.)
Dr.S.Greijdanus a.w. pag. 28: “Nu schonk Hij, behalve apostelen en profeten en evangelisten, enkel plaatselijke ambtsdragers, wier ambtsbevoegdheid en ambtswerk zich niet verder uitstrekt dan tot het gebied der plaatselijke kerk, die hen tot de bediening van het ambt riep en daarin aanstelde” (vet van mij H.N sr).

Had de classis de ambtelijke bevoegdheid om zich te bemoeien met de regering van de kerk, met de interne problemen in de gemeente? Mocht de classis oordelen over geschikte personen voor het ambt in die gemeente in verband met de instelling van de ambten in Zwijndreht?
Had de classis de ambtelijke bevoegdheid om de gemeente van Zwijndrecht ongevraagd en tegen haar uitdrukkelijke wil onder opzicht en tucht te stellen van de genabuurde kerk, naar art. 39 KO?
NEEN, die bevoegdheid had ze niet.
Zij kan die ambtelijke bevoegdheid uitsluitend verkrijgen wanneer de gemeente van Zwijndrecht haar daartoe roept door een wettige verkiezing onder Gods voorzienig bestuur. Dan pas, en niet eerder, heeft de kerkenraad van Berkel-Rodenrijs/Bergschenhoek het overtuigend bewijs dat de roeping, om de gemeente van Zwijndrecht onder opzicht en tucht te stellen, van de Here komt.

(H.C. vr. en antw. 85, NGB art. 30 en 31, KO art. 3).

Br. Velthuis, van Egmond en Menninga, uw antwoord op die vraag is:
JA, die bevoegdheid had de classis wél.
Kunt u dat ook vanuit Schrift, belijdenis en de gereformeerde kerkorde aantonen?
Uw reactie stel ik zeer op prijs. Wanneer ik dwaal met mijn opmerkingen, laat me dan a.u.b. ‘de stem van de Goede Herder’ horen.

Met vriendelijke broedergroet,

H.Nijman sr.

 

Laatst aangepast op donderdag 25 november 2010 11:27  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]