Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Archief Bevoegdheden classis bij onder zorgstelling Brs. A. van Egmond en L. Menninga: 2e reactie op brochure br. A. Velthuis

Brs. A. van Egmond en L. Menninga: 2e reactie op brochure br. A. Velthuis

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Klik hier voor het beter leesbare (met opmaak) originele artikel in pdf format.

1
Tweede reactie op verschillende artikelen van broeder A(rjen) Velthuis uit zijn
brochure ‘Radicaal Gereformeerd of Gereformeerd Radicalisme’, die inmiddels in zijn
geheel op de website van Werkenaaneenheid is gepubliceerd.
Ook deze reactie is op persoonlijke titel opgesteld door A. van Egmond en L. Menninga,
beiden lid van De Gereformeerde Kerk te Berkel en Rodenrijs/Bergschenhoek.
Bleiswijk/Zoetermeer, 29 november 2010
Inleiding
De brochure van Velthuis is inmiddels in zijn geheel gepubliceerd op de website
Werkenaaneenheid.
Op een aantal daar genoemde en beoordeelde onderwerpen willen wij in dit tweede artikel
nader ingaan. In onze eerste reactie schreven we: “Oordelen over zaken waar ook wij een te
onvolledig inzicht in hebben is onwijs en leidt slechts tot vertekening van de situatie zoals de
brochure van Velthuis ook laat zien”.
Uit een reactie die ons bereikte maakten we op dat men zich afvroeg of wij ons hier zelf wel
aan hebben gehouden.
Om te verduidelijken wat wij met deze uitspraak bedoelden het volgende:
Op een aantal zaken die Velthuis aanroert in zijn brochure kunnen wij nader ingaan omdat we
daar nauw bij betrokken zijn geweest. In ieder geval heel wat nauwer dan Velthuis. Maar
Velthuis roert ook zaken aan in zijn brochure, bv. de kwestie Bergentheim/Bruchterveld,
waarvan wij menen dat deze zaak zich teveel buiten ons gezichtsveld heeft afgespeeld.
(misschien weten we meer dan Velthuis, maar toch..) en als plaatselijk bestempeld moet
worden. Wij zullen daar inhoudelijk dan ook niet op ingaan omdat het onze overtuiging is dat
er zonder een volledig inzicht in deze kwestie een beoordeling daarvan, en zeker een
publieke, niet op zijn plaats is en slechts leidt tot een vertekening van de situatie. Hierbij
willen we wijzen op soortgelijke uitspraken van ds.W.G.de Vries ook over zo’n plaatselijke
zaak in de zestiger jaren rond ds.van der Ziel, te vinden in zijn boekje “De vrijmaking in het
vuur” pagina 41 m.b.t. het schrijven van de christelijk gereformeerde predikant J.H. Velema
over de kerkenraad van dominee Van der Ziel:
“Ik wees toen op wat Petrus zegt over ‘een bemoeial’ (1Petrus 4: 15) en op het woord van
Spreuken 26: 17, dat iemand die zich met eens anders doen bemoeit gelijk is aan een die een
hond bij de oren vat”. Daar komen brokken van. Ook anderen waarschuwden tegen deze
bemoeizucht en allerlei kwade suggesties, die de kerken in discrediet brachten.
En op pag. 57 schrijft dr. De Vries n.a.v. een stuk van dominee Visee in het blad Opbouw met
betrekking tot de kwestie rond dominee Van der Ziel: “Indertijd schreef ik (De Vries)
daarover: de zaak ds. Van der Ziel is een plaatselijke kwestie. En we mogen het aan al die
bemoeials wel vragen: Wie heeft u tot een rechter over Groningen-Zuid gesteld? Wie kan óóit
een billijk oordeel vellen zonder hoor en wederhoor te hebben toegepast, zonder de stukken
gelezen te hebben? (….) Er is maar één aspect aan deze kwestie, dat wel alle kerken aangaat,
nl. de vraag of de kerkorde al dan niet geschonden is op de schorsings-weg. Want dit accoord
van gemeenschap hebben wij allen hoog te houden. Daarom ben ik persoonlijk dankbaar, dat
de synode aan art. 79 van de K.O. recht heeft gedaan, want die vraag gaat ons allen aan.
Maar verder geldt: laat men plaatselijke kwesties als deze, die bepaald zijn ook door allerlei
plaatselijke factoren, niet gaan beoordelen. Het kàn niet. Het màg niet.
Tot zover deze zaak.
2
Ook werd opgemerkt dat de standpunten van Velthuis en ons met betrekking tot het spreken
over een gemeente zonder ambtsdragers en hoe daarmee om te gaan niet ver uit elkaar liggen.
Het volgende hierover:
Wij zijn in onze eerste reactie op Velthuis ingegaan op zijn verwijt dat DGK vergaande
conclusies zou verbinden aan de term gemeente-in-wording e.d. . Een ons inziens geheel
onnodig verwijt en ook helemaal geen grondoorzaak van de problemen. Als nu uit ons artikel
blijkt dat de standpunten van Velthuis en ons op dit punt dicht bij elkaar liggen dan bevestigt
dit alleen maar dat het verwijt van Velthuis niet juist is. Tenzij men natuurlijk de mening is
toegedaan dat wij met ons standpunt binnen DGK een eenzame positie innemen….. Tot op
heden hebben dergelijke reacties ons echter nog niet bereikt.
Het tweede waar wij op in zijn gegaan is de beschuldiging van Velthuis dat de meerdere
vergaderingen binnen DGK zich feitelijk hiërarchisch hebben opgesteld ten opzichte van de
plaatselijke kerken. En ook beweerde hij dat deze meerdere vergaderingen op onjuiste
gronden geen instemming hadden verleend met het instellen van de ambten in Zwijndrecht.
Naar het oordeel van Velthuis was het nl. zo dat net zo als Titus op Kreta moest doen, ook de
classis Zuid-West gewoon haar instemming had moeten geven.
Daartegenover hebben wij opgemerkt dat Velthuis, die zegt zijn beoordeling alleen te gronden
op de openbare stukken en publicaties, selectief te werk is gegaan omdat in het geheel van de
overwegingen, gronden en besluiten van GS Mariënberg 2005 ook andere dingen naar voren
komen, die hij niet noemde.
Kort samengevat komt het hier op neer: Is een classis die voorlopig haar instemming nog niet
geeft aan de instelling van de ambten in een gemeente die verscheurd is, omdat die classis o.a.
eerst wil werken aan het herstel van de vrede binnen die gemeente, hiërarchisch optreden te
verwijten?
Wij voor ons zijn van oordeel dat een dergelijke beschuldiging, juist gezien het geheel van de
overwegingen, gronden en besluiten van GS Mariënberg 2005, uit de lucht gegrepen is en
daarom een onnodig lichtvaardig oordelen is.
Doel van dit artikel
Wij zullen in dit artikel lang niet alles bespreken wat Velthuis verder nog allemaal opsomt
over wat er (zogenaamd) fout gaat binnen DGK. We zullen slechts een aantal zaken
aanstippen om te laten zien hoe Velthuis door een gebrek aan voldoende kennis wel veel
poneert en suggereert, weliswaar vaak vragenderwijs maar de bedoeling daarvan is wel
duidelijk, maar weinig bewijst.
Ook is ons inmiddels duidelijk geworden bij het doornemen van de hele brochure dat Velthuis
een zogenaamde ‘kokervisie’ heeft. Hiermee bedoelen we dat hij vanuit een vooringenomen
standpunt allerlei zaken belicht binnen DGK en aan de hand van dat vooringenomen
standpunt deze zaken beoordeelt. Een ‘kokervisie’ houdt dan in dat niet meer
onbevooroordeeld deze zaken besproken worden maar vanuit een bepaalde visie die Velthuis
zich vooraf eigen heeft gemaakt. Daardoor is hij niet meer in staat om de zaken op zijn eigen
merites te beoordelen. We hopen dat hier en daar te laten zien.
De ‘kokervisie’ bij Velthuis zien wij bij de volgende conclusies zijnerzijds:
- Dat men binnen DGK een kerk zonder ambtsdragers niet als gemeente van Christus
wil zien, vanaf pagina 7.
- Binnen DGK is een bron van moeite de kerkelijke snelweg, door Velthuis getypeerd
als ‘snelrecht’, vanaf pagina 40.
3
- Dat men binnen DGK meerdere vergaderingen lijkt te beschouwen als ambtelijke
vergaderingen, o.a. pagina 67. Velthuis schrijft nog wel diverse keren ‘lijkt’ maar in
zijn beoordeling van allerlei zaken binnen DGK is dit ‘lijkt’ eerder geworden tot een
‘zo is het’.
De zaken die we willen aanstippen geven we een ‘kopje’ waarbij telkens aangegeven wordt
op welke pagina(s) van de brochure we ingaan.
1. Pagina 25; Kerkgrenzen
Broeder Velthuis vervolgt zijn kritiek op DGK met een verhandeling over de kerkgrenzen
kwestie rond Zwolle, waarvan hij meent dat DGK onrecht heeft gedaan aan haar kerkleden.
Het betrof hier een zaak die diverse malen op de classisvergaderingen is behandeld en later
via een appelschrift op de tafel van de generale synode van Zwolle 2007 is beland.
Velthuis betoogt dat het niet geldig verklaren door de classis van de ‘regel uit 1892’ voor de
huidige situatie onjuist was en daardoor gemeenteleden onrecht is aangedaan. Hij tekent
tenslotte de gemeenteleden die dit betrof zodanig dat het bijna terecht gevonden moet worden
dat de kerk te Zwolle mee daardoor gescheurd werd: “Is het een wonder dat juist ook deze
gemeente scheurde? Als je als broeder of zuster je eigenlijk al jaren niet meer welkom voelt?
Als je vast hebt gesteld dat je bij wijze van een door de classis verleende ‘gunst’ of
‘uitzondering’ aan de avondmaalstafel mag aanschuiven?” .
Velthuis meent dat de oorspronkelijke uitspraak van de classis wel terecht was, waarin zij
meenden te kunnen beluisteren dat hun dat recht verleend werd. Maar volgens hem zijn de
volgende classisvergaderingen slingerend hun weg gegaan.
Velthuis meent ook dat een eenmaal genomen besluit slechts opnieuw bekeken mag worden
als er reden is om aan te nemen dat deze tegen Schrift en Belijdenis ingaat.
Allereerst is de suggestie dat het besluit van de classis telkenmale veranderd is onjuist. Wel is
het zo dat het oorspronkelijke besluit onduidelijk bleek in de uitwerking ten opzichte van
bepaalde gevallen. Daarom is dat besluit verschillende malen verduidelijkt.
Verder is het maar de vraag of de betreffende broeders en zusters terecht verongelijkt waren
zoals Velthuis beweert.
Is hier bij Velthuis toch ook niet sprake van pogen je gelijk te halen buiten alle geëigende
kanalen om? Zou het niet eerlijker zijn geweest om uit te leggen om welke gevallen dit
precies ging, wat de achtergrond was van die halsstarrigheid om het vermeende recht te
krijgen om in de gemeente van Zwolle te blijven met voorbijzien van de kleine broederschap
in Hasselt?
Maar ook de redenering van Velthuis kan ons niet overtuigen.
Hij betoogt dat: “Kern van het betoog is dat door herziening van kerkgrenzen aan broeders en
zusters die reeds tot het avondmaal zijn toegelaten niet het recht ontnomen kan worden om lid
te blijven van zijn vroegere kerk. Dr. Bouwman onderbouwt dit recht door ook te verwijzen
naar de situatie van de Vereniging in 1892.”
Echter dit is helemaal niet de kern van het betoog van Bouwman. Integendeel dit aspect van
rechten van individuele broeders en zusters komt helemaal niet naar voren. Het gaat
Bouwman erom dat door allerlei wijzigingen de kerkgrenzen in de tijd aanpassing behoeven.
En dat in dat verband rekening gehouden moet worden met afstanden tot de kerk,
beschikbaarheid van gaven in de zin van predikanten en ouderlingen, en dat de gemeente op
een goede manier bearbeidt kan worden. Het staat ook in het hoofdstuk over ‘de instelling van
4
de ambten’. Dat Velthuis de boven aangehaalde zin onderstreept weergeeft zet de lezer op het
verkeerde been.
Wat wel van belang is blijkt uit een aantal uitdrukkingen in dat hoofdstuk van Bouwman:
- Dat de kerk in de naburige plaats zoo mogelijk tot instituëering kome;
- Dat het welzijn der kerk ten goede komt;
- Hoe grooter en uitgebreider eene kerk is, hoe grooter ook het gevaar is, dat er veel
verwaarloosd wordt.
De gezonde grondregel van 1892 die Bouwman aanhaalt, haalt hij dan ook niet aan om
daarmee te beweren dat ieder kerklid het recht heeft om zich niets aan te trekken van te
bepalen kerkgrenzen. In dat geval zouden de kerkgrenzen in die periode welhaast grotelijks
geperforeerd zijn geweest. Wel wil hij zeggen dat het een gezonde grondregel is om rekening
te houden met allerlei zaken die het welzijn van kerken en van kerkleden bevorderen. Door
hier uit deze aanhaling te concluderen dat er gesproken kan worden van grondrechten gaat
vele stappen te ver.
Dat de situatie betreffende dat door Velthuis genoemde recht heel anders lag in 1892 dan
heden ten dage volgt duidelijk uit de voorbespreking op die synode van 1892 die geleid heeft
tot deze ‘gezonde grondregel’.
In de discussie tussen de diverse Provinciën blijkt dat men graag wil dat er rekening gehouden
wordt met afstanden (tot de kerk) en communicatie-middelen (Provincie Drenthe, en
Overijssel), en dat ieder kerklid lid mag blijven van de kerkgemeenschap (let wel:
afgescheiden of dolerend) waar hij voor de Vereniging lid van was (Gelderland, Utrecht en
Noord-Brabant). Dit kan ook begrijpelijk zijn omdat de beide kerk-bloedgroepen zeer
verschillend waren in ‘ligging’. Er bestond veel onwennigheid tussen de beide kerkgroepen
en de vereniging was niet zozeer opgekomen vanuit de kerkleden als wel gestuurd door de
kerkelijke vergaderingen. Er is in de historie ook nog lang gesproken over A- en B-kerken.
In dat licht volgt dan ook de uitspraak:
„De Synode spreke de wenschelijkheid uit — zonder daarmede de roeping der Kerken
om op alle plaatsen de gemeente Gods tot openbaring te brengen, te willen verkleinen
— dat de geloovigen van dicht bij elkaar liggende plaatsen tot ééne Kerk zoo kunnen
worden vereenigd, dat zij onder één Kerkeraad staan, en alle voorrechten en plichten
der lidmaten bezitten; zij handhave evenwel tevens het besluit der Leeuwarder Synode,
dat den wederzijdschen gemeenteleden vrijheid geeft om na de vereeniging te blijven,
waar zij vóór de vereeniging behoorden.” (Acta Christelijk Gereformeerde synode van
1892, artikel 44).
De hedendaagse situatie is dat er kerkleden zijn die tot voor kort lid waren van hetzelfde
kerkverband van Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), soms zelfs van dezelfde kerkelijke
gemeente, maar waarvan een deel zich in 2003 vrijmaakte en zich kerkelijk groepeerde
rond DGK Zwolle e.o., terwijl een ander deel korte tijd later zich vrijmaakte en zich
institueerde in hun eigen woonplaats Hasselt met instemming van de kerkenraad van
Zwolle.
De eerst-vrijgemaakten weigerden zich bij deze broeders te voegen en hun (kleine)
gemeente te versterken. Met als resultaat dat sommige broeders en zusters zondags de
zusterkerk voorbijreden om naar een verderaf gelegen (grotere) gemeente te reizen. Soms
zelfs broeders en zusters die in Hasselt woonden en toch hun eigen broeders en zusters
daar vergadert voorbij reden. Broeders en zusters uit hetzelfde huis! Het dan toepassen
van de gezonde grondregel zoals Velthuis dat voorstelt is de wereld op zijn kop zetten.
5
Daardoor zou het welzijn van de gemeenten NIET bevorderd worden en zou opening
gegeven worden aan on-broederlijkheid, aan gebrek aan liefde.
Op de manier van Velthuis zou met een schijn van recht de bedoeling van de regels uit
1892 tegengewerkt worden.
Dat er in de beoordelingen van verschillende classisvergaderingen zich variaties hebben
voorgedaan geeft slechts aan dat er verschillend gedacht is over hoe omgegaan moet
worden met hen die bewust of onbewust in liefdeloosheid of ik-gerichtheid leefden. Ook
kinderen van God zijn niet onfeilbaar in hun beoordeling van toepasbaarheid van vroegere
besluiten of regels. Tegelijk toont het de worsteling om op een goede manier om te gaan
met de bezwaren van sommige gemeenteleden. Maar hoe dit ook zij, we houden elkaar
aan besluiten die genomen zijn of wijzigen die besluiten als daar een goede reden voor is
en we vermanen de gemeenteleden om elkaar broederlijk lief te hebben en daarom
kerkelijk gemeenschap op de plaats waar je woont met elkaar te oefenen.
2. Pagina 38; Kerkelijke weg.
Velthuis schrijft: “Drie (personen) vormen een college, d.i. gezelschap; drie kunnen een
uitspraak doen, zijn bevoegd. Dat is gebruikelijk. Ook in het kerkrecht wereldwijd.” Dit
gegeven betrekt Velthuis ook op de vorming van een synode want hij schrijft vervolgens: “en
dus ook 3 classes als minimum voor een synode. Nadrukkelijk wordt hier 3 als absoluut het
minimum gesteld.”
Daarna wordt door Velthuis uitvoerig betoogd dat het vormen van een synode eigenlijk alleen
maar kan door drie classes met daaraan gekoppeld de vraag waarom dit zo niet wordt
toegepast binnen DGK. Daarbij verwart hij drie personen als minimum die een uitspraak
kunnen doen met drie ‘colleges’. En dat is toch echt een misvatting.
Nu is in de Acta van GS Mariënberg 2005 een rapport opgenomen van de commissie
aanpassing kerkorde, pagina 191. In de instructie van deze commissie stond opgenomen dat
zij gebruik diende te maken van de bestaande kerkorde van de (toentertijd) Australische
zusterkerken, de FRCA. Velthuis had dus kunnen weten dat de Australische zusterkerken in
beeld waren bij DGK waar het gaat om de kerkorde. Nu is het bijzondere dat ook bij de
FRCA er geen particuliere synode is omdat er slechts twee classes zijn. Deze twee classes
vormen samen de generale synode. DGK heeft dus niet iets nieuws uitgevonden maar om zich
heen gekeken, wereldwijd, en gezien dat er ook in Australië een kleine kerkengroep was die
in vergelijkbare omstandigheden verkeerde. En nog meer bijzonder is dat deze kerkengroep
uit 14 plaatselijke kerken bestaat en toch nog maar twee classes kent die samen een synode
vormen!
Met andere woorden; waarom zoveel geschreven over het vormen van een synode door twee
classes als dat elders in de wereld al veel langer toegepast wordt?
3. Pagina 40; Kerkelijke snelweg.
Velthuis schrijft op pagina 41 dat de grond onder het verhogen van de vergaderfrequentie van
generale synodes naar 2 jaar verontrustend is. Deze grond luidt als volgt: “het is belangrijk,
m.b.t. art. 46, eerste alinea, om zo snel als mogelijk is, te vergaderen en recht te kunnen
spreken bij appelprocedures; hierbij moet bedacht worden dat door het uitvallen van een
particuliere synode een rechtsprekende instantie vervalt.”
Velthuis plaatst dit alles in het kader van een zogenaamd snelrecht binnen DGK en een fors
ingekorte en beknotte kerkelijke weg. Wat hierover te zeggen?
6
Allereerst dit; ieder kerklid heeft het recht om zaken die z.i. veranderd zouden moeten worden
met betrekking tot de kerkorde via de kerkelijke weg aan de orde te stellen. Ook Velthuis had
ten tijde dat hij lid was van DGK Zwolle die mogelijkheid. Voor zover wij weten heeft hij,
noch iemand anders, ooit via de kerkelijke weg aan de orde gesteld dat het beter zou zijn als
de generale synode niet om de 2 jaar maar om de 3 jaar zou gaan vergaderen. Wij vinden het
onbegrijpelijk dat iemand daar nu zo’n ophef over maakt terwijl dit gewoon dingen zijn die je
via de kerkelijke weg op een open en eerlijke manier met elkaar had kunnen bespreken.
Tamelijk verontrustend vinden wij op onze beurt de lading die Velthuis nu aan zo’n
onderwerp verbindt. Met termen als ‘snelrecht’, ‘bekorting en beknotting van de kerkelijke
weg’ e.d.. Het lijkt ons toe dat Velthuis op zijn beurt zich toch echt moet afvragen waarom hij
op deze manier over DGK schrijft. Welk doel hij daarmee denkt te kunnen dienen. Bij ons
heeft het in ieder geval alleen maar bevreemding opgewekt en zijn we gesterkt in de
overtuiging dat hij een verkokerde visie heeft op het een en ander.
Want is het nu, nuchter beschouwd, zo’n verontrustende grond als gesteld wordt om als
generale synode om de 2 jaar bijeen te komen om zo snel mogelijk te vergaderen en recht te
kunnen spreken bij appelprocedures omdat de particuliere synode is weggevallen?
Het lijkt ons juist een goede zaak want bij appelprocedures staan partijen, broeders en/of
zusters binnen de gemeenschap van de kerk van Christus!, tegenover elkaar. Waarom dan
geen haast gemaakt met het aanbrengen van vrede waar die door wat voor oorzaak dan ook
weg is? Het lijkt ons juist een heel Schriftuurlijk gegeven. En als een zaak vroeger eenmaal
op een classis was afgedaan dan had men de mogelijkheid om die vrede binnen een jaar te
zoeken bij de particuliere synode omdat deze synode jaarlijks vergaderde. Omdat die nu is
uitgevallen hebben we een generale synode die om de twee jaar vergadert. Daarmee wordt in
veel gevallen de mogelijkheid om tegen een uitspraak van de classis in appel te gaan nota
bene al opgerekt ten opzichte van de oude situatie met particuliere synode!
Dat er daardoor minder tijd is om in revisie te gaan bij een volgende synode hangt daarmee
samen. Het is dus geven en nemen wat dit betreft. Nou en, zijn we geneigd om te zeggen. Zo
is dat nu eenmaal in een klein kerkverband. En als een meerderheid binnen DGK dat alsnog
anders wil dan is er alle ruimte om dat via de kerkelijke weg aan de orde te stellen.
4. Pagina 42; Eenstemmigheid op die weg.
Velthuis schrijft hier m.b.t. GS Zwolle 2007 dat regelmatig bleek dat synodeleden zich niet
positief konden uitspreken over de behandeling van revisieverzoeken in de zaak Zwijndrecht.
Hij schrijft verderop nog dat de gevoelens in de kerken en kennelijk ook op deze synode
behoorlijk ver uiteen lagen. Beter was het volgens hem geweest om nog geen besluiten te
nemen maar eerst verder door te spreken.
Vervolgens schrijft hij, op pagina 43; “Waarom wordt dit niet toegepast in DGK? Juist waar
het gaat over de zaak Zwijndrecht blijkt, voor wie goed leest, er fors verschil te zijn geweest
over wat het begrip ‘kerk’ inhoudt met of zonder ambtsdragers, wat onder zorgstelling naar
art. 39 KO betekent, wat eigenlijk de bevoegdheid is van de ene kerk t.o.v. de andere kerk
(art. 83 KO) en wat eigenlijk de gronden zijn voor het instellen van de ambten (art. 38 KO).”
Velthuis suggereert hiermee dat tijdens GS Zwolle 2007 specifiek de onderwerpen met
betrekking tot art. 38, 39 en 83 aan de orde waren. Maar zijn suggestie is er naast. Want die
onderwerpen waren door GS Mariënberg 2005 behandeld. (De besluitvorming was daar
trouwens met algemene stemmen!)
Het ging tijdens GS Zwolle 2007 om de behandeling van verschillende revisieverzoeken met
betrekking tot de gedane uitspraken van GS Mariënberg 2005. En de door Velthuis
7
opgesomde artikelen van de Acta waarin tegenstemmen voorkomen betreffen niet eens
allemaal zaken aangaande Zwijndrecht!
Over het al dan niet behandelen van deze revisieverzoeken bleek er verschil van mening te
bestaan tussen de synodeleden. En ja, dan kan het gebeuren dat na bespreking een aantal
synodeleden voor en een aantal synodeleden tegen stemt. Daarvoor hebben we nu juist artikel
31 van de kerkorde waar staat: “De uitspraak die bij meerderheid van stemmen gedaan is, zal
als bindend worden aanvaard, tenzij bewezen wordt dat zij in strijd is met het Woord van God
of met de kerkorde.”
Nu zal het niet meevallen, dunkt ons, om te bewijzen dat het niet-ontvankelijk verklaren van
revisieverzoeken in strijd is met het Woord van God of de kerkorde. Dus waarom zo’n ophef
gemaakt over het feit dat er meerderheidsbesluiten genomen zijn door GS Zwolle 2007?
Het lijkt er een beetje op alsof Velthuis wil betogen dat dit niet zou moeten of zou kunnen.
In dit verband willen we graag verwijzen naar GS Rotterdam-Delfshaven 1964-1965 waar een
voor de kerken zeer belangrijk besluit werd genomen met een stemmenverhouding van 14
tegen 13. Het kleinst mogelijke verschil!
In het boekje van dr. W.G. de Vries ‘De vrijmaking in het vuur’ wordt beschreven hoe tijdens
deze synode 12 leden bij de opening van een vervolgzitting zich geschokt toonden over het
feit dat een besluit met de kleinst mogelijke meerderheid werd genomen. Volgens deze 12
was nagelaten te pogen om alsnog tot overeenstemming te komen. Vanwege het feit dat de 12
spraken van een schadelijke weg ging de synode de volgende dag over tot zelfbeproeving.
Deze zelfbeproeving leidde ertoe dat de synode uitsprak dat zij niet overtuigd was dat van een
schadelijke weg gesproken moest worden. Meer hierover is te lezen in het genoemde boekje
van De Vries op de pagina’s 49 en 50.
De les die hieruit getrokken kan worden is dat een besluit dat bij meerderheid van stemmen
genomen is op zich niet ter discussie hoeft te worden gesteld. En al helemaal niet door een
broeder die helemaal niet aanwezig is geweest tijdens de besprekingen die aan de besluiten
vooraf zijn gegaan. De opmerkingen die Velthuis aan het slot van zijn paragraaf 8.4 meent te
moeten maken met betrekking tot de hantering van art. 31 KO zijn in dit kader niet anders dan
suggestief te noemen.
We schromen niet om dit te schrijven omdat door Velthuis de indruk gewekt wordt dat er
besluiten doorheen gejaagd zijn zonder voldoende bespreking. Een kwalijke suggestie omdat,
voor zover wij weten, nooit een afgevaardigde naar GS Zwolle 2007 heeft aangegeven dat de
betreffende zaken niet voldoende waren doorgesproken voordat er tot besluitvorming werd
over gegaan. In artikel 28 van de Acta van GS Zwolle 2007 staat zelfs het volgende
beschreven:
“Tenslotte wordt besproken of de huidige preses van de synode, die ook preses was van GS
Mariënberg 2005 tijdens de bespreking van revisieverzoeken de vergadering zal leiden dan
wel vervangen zal moeten worden. Bij een eerste stemming blijkt dat een aantal
afgevaardigden zich onthouden van stemming omdat de zaak voor hen nog niet duidelijk is.
De vergadering besluit na bespreking daarom deze stemming ongeldig te verklaren en de
preses geeft eerst meer ruimte voor verdere bespreking alvorens tot herstemming over te
gaan.”
Hier wordt dus aangegeven dat een stemming zelfs ongeldig werd verklaard omdat uit de
stemming bleek dat de zaak voor een aantal afgevaardigden nog niet duidelijk was. Een
overtuigender bewijs dat er tijdens GS Zwolle 2007 serieus is gewerkt om tot
overeenstemming te komen lijkt ons toch haast niet mogelijk!
5. Pagina 45; Kerkelijke weg opgebroken
8
Velthuis concludeert hier dat binnen DGK de kerkelijke weg opgebroken is t.a.v. het indienen
van revisieverzoeken bij een appelzaak waarbij de revisie gericht is op de gevolgde
rechtsgang bij het behandelen van een appel. Een recht dat ieder kerklid en iedere kerkenraad
in principe heeft. Niet het recht dus om revisieverzoeken in te dienen met betrekking tot de
inhoud van het besluit in een appel in een zgn. particuliere zaak maar het recht om te toetsen
of in de gevolgde rechtsgang gehandeld is naar Gods Woord en de kerkorde.
Velthuis grondt zich hiervoor o.a. op de door GS Zwolle 2007 voorlopig vastgestelde regeling
voor revisieverzoeken. Na bestudering van deze regeling lijkt ons de klacht van Velthuis
terecht en zal deze regeling als het even kan aangepast moeten worden. Zoals die nu
geformuleerd is lijkt het er inderdaad op dat kerkleden en kerken geen recht meer hebben om
m.b.t. tot de gevolgde rechtsgang bij appelzaken revisieverzoeken in te dienen..
Velthuis had overigens de mogelijkheid om in de kerkelijke weg deze regeling al aangepast te
krijgen want het was een voorlopig vastgestelde regeling. We weten niet of hij dit geprobeerd
heeft. In ieder geval is tijdens de GS Emmen 2009 geen voorstel tot wijzing gekomen.
Een andere vraag is of de GS Zwolle 2007 bewust de kerkelijke weg heeft opgebroken met de
voorlopig vastgestelde regeling. Eerlijk gezegd denken wij van niet maar lijkt er sprake te zijn
van een onbedoelde omissie. Dit leiden wij af uit het feit dat het juist de GS Zwolle 2007 is
geweest die twee revisieverzoeken van een kerkenraad m.b.t. een appelzaak wél ontvankelijk
heeft verklaard omdat ze betrekking hadden op de gevolgde rechtsgang. Te wijzen valt op de
volgende artikelen uit de Acta van GS Zwolle 2007:
Artikel 88, Besluit 1, Grond 1;
Artikel 90, Besluit m.b.t. ontvankelijkheid;
In ieder geval beloven wij hierbij alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat de
regeling voor het indienen van revisieverzoeken helder en eenduidig wordt. Waarbij niemand
beknot wordt in de rechten die hij of zij naar gereformeerd kerkrecht heeft.
6. Pagina 49; Zwijndrecht, Scheurkerk?
Bij dit onderdeel schrijft Velthuis diverse malen dat de gemeente van Zwijndrecht zelf
verzocht heeft om naar art. 39 KO onder de zorg van de naburige kerkenraad geplaatst te
worden. Een misvatting want daar heeft de gemeente van Zwijndrecht niet om gevraagd. Dit
is door de classis Zuid-West besloten nadat gebleken was tijdens de eerste classisvergadering
dat de gemeente van Zwijndrecht geen verzoek had ingediend om de ambten in te stellen.
Deze misvatting loopt door heel dit onderdeel heen en is aanleiding voor allerlei onjuiste
veronderstellingen van Velthuis. (De vraag is ook te stellen waar Velthuis dit op baseert
omdat wij het nergens in de door hem genoemde artikelen en Acta zijn tegen gekomen)
Velthuis schrijft ook uitvoerig over het feit dat geconstateerd is door de classis Zuid-West dat
de gemeente van Zwijndrecht zich zelf buiten het kerkverband geplaatst heeft. Dit zou
volgens Velthuis niet de waarheid zijn. Hij weet dan ook precies te vertellen hoe het zit. Ja zo
goed zelfs dat hij in zijn samenvatting, op pagina 55, weet te melden dat de classis broeders
en zusters heeft geëxcommuniceerd met terzijde schuiving van de aangewezen kerkenraad.
Wat Velthuis echter niet verdisconteerd in heel zijn schrijven, vanwege zijn mogelijk
onvolledige kennis van zaken, is de houding die door de meerderheid van de gemeente te
Zwijndrecht werd ingenomen jegens de classis nadat zij onder de zorg was geplaatst van de
naburige kerkenraad.
9
Voor de classis betekende die zorg dat Zwijndrecht kwam te vallen onder de ambtelijke
verantwoordelijkheid van de naburige kerkenraad. Dit hield voor de classiskerken o.a. in dat
de naburige kerkenraad tijdens de komende classisvergaderingen ook de gemeente van
Zwijndrecht zou vertegenwoordigen en dat de gemeente van Zwijndrecht dus niet voor de
komende classisvergadering een aparte uitnodiging hoefde te krijgen. Toen de gemeente van
Zwijndrecht hiervan hoorde, we moeten hierbij wel denken aan de meerderheid binnen de
gemeente, werd er door het voorlopig bestuur een brief d.d. 9 maart 2005 verstuurd aan de
classis. Daarin werd meegedeeld dat als de gemeente van Zwijndrecht niet in de gelegenheid
werd gesteld om haar credentiebrief op de classis in te leveren een classisbesluit pas
rechtsgevolg voor deze gemeente had indien op een gemeentevergadering van deze gemeente
dit besluit door een actief besluit van de gemeentevergadering werd overgenomen.
Nu betekent deelnemen aan het kerkverband dat besluiten van de meerdere vergaderingen als
bindend worden aanvaardt tenzij……, art. 31 KO.
Dit behoort tot het hart van een gereformeerd kerkverband.
Van een gemeente die onder de zorg van de naburige kerkenraad is gesteld en vervolgens
besluit dat zij besluiten van meerdere vergaderingen pas als bindend aanvaardt als zij zelf in
een gemeentevergadering daartoe een besluit neemt kan dan moeilijk gezegd worden dat die
tot het kerkverband behoort. Velthuis zou zich met dit in het achterhoofd eerder moeten
verwonderen over het geduld dat de classis Zuid-West heeft opgebracht ook toen haar al
eerder werd verzocht om te constateren dat Zwijndrecht buiten het kerkverband stond.
De classis heeft nl. deze stellige uitspraak juist niet willen doen om Zwijndrecht alle kans te
geven om zich nog te beroepen op GS Mariënberg 2005.
Velthuis is ook van mening dat als een classis een gemeente zonder ambtsdragers stelt onder
de zorg van een naburige kerkenraad dit ambtelijke verantwoordelijkheid betekent en dat los
van wat die gemeente daarvan vindt, zij toch daadwerkelijk staat onder het opzicht en tucht
van die kerkenraad en deel uitmaakt van het kerkverband.
We hebben eerlijk gezegd onze ogen uitgewreven toen we dit lazen omdat Velthuis elders te
kennen geeft dat hij de brochure van prof. S. Greijdanus ‘Schriftbeginselen van Kerkrecht
inzake meerdere vergaderingen’ kent.
We laten enkele citaten uit deze brochure volgen waarbij we vet laten drukken wat voor deze
kwestie belangrijk is:
“De Heere gaf slechts plaatselijk georganiseerde of ambtelijk ingerichte, d.i. met enkel
plaatselijke ambten of ambtsdragers voorziene, kerken, die onderling ten aanzien van
elkander, onafhankelijk en zelfstandig zijn, zoodat de eene van zichzelve niets te zeggen heeft
over de andere, en de ambtsdragers van de eene slechts daar ambtsbevoegdheid hebben, en
niet zonder meer, zonder verkiezing, roeping, medewerking eener andere kerk, ook in deze
andere.”
“En daarom is een dienaar des Woords, een ouderling, een diaken ook slechts dienaar des
Woords, ouderling, diaken, dus ambtsdrager, in die bepaalde plaatselijke kerk, waarin hij tot
dat ambt geroepen en aangesteld werd. Slechts wanneer ook eenige andere kerk hem in
haar op deze of gene wijze tot haar ambtsdrager roept en verzoekt als zoodanig te
functionneeren, gelijk door het kerkverband met dienaren des Woords geschiedt, heeft die
ambtsdrager recht en bevoegdheid in die andere kerk, krachtens die roeping of
overeenkomst, maar niet uit de roeping of ambtspositie in de kerk, wier eigenlijke
ambtsdrager hij is. Ofschoon alle ware plaatselijke kerken eene geestelijke eenheid vormen,
en openbaringen zijn van het ééne lichaam van Christus, heeft toch geene enkele plaatselijke
kerk zonder meer en als uit eigen bestaan of wezen ook maar eenig recht van ingrijpen in
10
eene kerk op eene andere plaats. Zij heeft ten aanzien van die andere kerk geenerlei
zeggenschap, bevoegdheid van bevelen, ordenen, regelen. Zij kan zulk eene macht slechts
verkrijgen, doordat en voorzoover die andere kerk deze aan haar verleent of toestaat.”
“De eene plaatselijke kerk heeft, ofschoon openbaring van het ééne lichaam des Heeren, de
ééne kerk over de gansche aarde en door alle tijden, geen de minste machtsbevoegdheid over
de kerk op eene andere plaats. Een kerkeraad is slechts kerkeraad van een bepaalde kerk op
die of die bepaalde plaats, en niet van eene andere kerk op eene andere plaats. Een
ambtsdrager, ouderling, diaken, is alleen maar ambtsdrager, ouderling, diaken, van de kerk
ter plaatse, waarin hij verkozen en aangesteld werd. Een dienaar des Woords is enkel dienaar
des Woords in de plaatselijke kerk, die hem beriep en wier dienaar des Woords hij is.
Hij heeft geen recht, elders ambtswerk, in prediking of sacramentsbediening, te verrichten,
tenzij hij door de kerk te dier plaatse vooraf daartoe geroepen of gemachtigd zij.”
Deze citaten laten dus zien dat een kerkenraad slechts daar ambtelijk werk kan en mag
verrichten waar men zich ook daadwerkelijk stelt onder zijn opzicht en tucht. Een classis kan
wel een naburige kerkenraad de zorg geven over een gemeente zonder ambtsdragers maar als
zo’n gemeente dit niet erkent als opzicht en tucht dan staan die betreffende gemeenteleden
eenvoudigweg niet onder opzicht en tucht van de naburige kerkenraad. Dat lijkt ons toch het
abc van het gereformeerd kerkrecht.
Velthuis schrijft ook enkele malen dat de classis Zuid-West consequent schrijft over broeders
en zusters in Zwijndrecht hetgeen volgens hem tekort doet aan het kerkvergaderend werk van
Christus te Zwijndrecht.
De vraag is te stellen hoe Velthuis weet dat de classis Zuid-West consequent zo geschreven
heeft.
Deze vraag klemt temeer omdat het voorlopig bestuur te Zwijndrecht zelf schreef in een brief
d.d. 19 augustus 2005 aan de classis Zuid-West, dat vóór de brief van 10 juni 2005 van de
classis Zuid-West aan Zwijndrecht, de classis in brieven de gemeente te Zwijndrecht aansprak
als ‘De Gereformeerde Kerk van Zwijndrecht’.
We constateren hier dat Velthuis wel stellige uitspraken doet maar dat die elke grond missen.
We constateren tevens dat wat wij in ons eerste artikel al aangegeven hebben, een te snelle
conclusie van Velthuis met betrekking tot de verkeerde/eenzijdige kerkvisie binnen DGK,
hem parten speelt. Naar wij inmiddels hebben geconstateerd vanwege zijn verkokerde visie.
Ter aanvulling op wat wij eerder schreven over deze te snelle conclusie van Velthuis willen
we ook nog meedelen dat iedereen, inclusief de minderheid in Zwijndrecht en de classis Zuid-
West, van mening was dat er in Zwijndrecht naar zijn wezen een kerk van Christus aanwezig
was.
7. Pagina 59; Herstel van Eenheid
Vanaf deze pagina gaat Velthuis een rookgordijn leggen. Hij doet dit als volgt; hij schrijft dat
geen van de door hem besproken zaken kerkscheidend zijn, pagina 60. Er zijn volgens hem
geen leerzaken in het geding. En van onjuiste visies is volgens hem niets terug te vinden in de
acta’s van DGK. Vervolgens komt hij tot de uitspraak dat de scheiding in DGK daarom geen
reformatie is geweest maar scheurmakerij.
Dan zou je denken dat daarmee het oordeel is geveld over hen die zich hebben afgescheurd
van DGK en dat de oproep zal klinken om zich hiervan te bekeren. Maar nee, Velthuis gaat
tussen de partijen in staan, of beter gezegd; boven de partijen staan en schrijft: “Wie zich op
11
punten van ondergeschikt belang afscheidt van de kerk is een scheurmaker. Maar andersom
geldt dit ook. Een kerk die op ondergeschikte punten of op verkeerde gronden/wijze anderen
uitwerpt of ambtsdragers schorst/afzet maakt zich ook schuldig aan scheurmakerij. Zo’n kerk
vervalt dan tot het kwaad van een secte en wordt schismatiek.”
En vervolgens schrijft hij, op pagina 61: “Over de oorzaak en de bron van de scheuring(en)
dient een landelijke bezinning op gang gebracht te worden.”
Conclusie; alle besluiten binnen DGK, van kerkenraden en meerdere vergaderingen m.b.t. de
gemeenten in Zwijndrecht, Bergentheim/Bruchterveld en Zwolle moeten alsnog onderzocht
gaan worden want het zou zomaar kunnen zijn dat er op verkeerde gronden/wijze anderen zijn
uitgeworpen of ambtsdragers geschorst/afgezet zijn. Hier worden dus wettig genomen
besluiten door kerkelijke vergaderingen publiek ter discussie gesteld.
Verderop in de brochure wordt nader uitgewerkt door Velthuis hoe die landelijke bezinning
op gang moet worden gebracht. We lezen op pagina 72 dat hij de oproep doet aan kerkleden,
kerkenraden en classes binnen DGKom verzoeken in te dienen om bijvoorbeeld commissies
of deputaatschappen te benoemen die onderzoek doen naar de eigen besluitvorming; die
besprekingen gaan voeren met hen waarmee de eenheid verbroken is.
We zien dus dat Velthuis allen binnen DGK oproept om wettig genomen besluiten alsnog te
gaan onderzoeken. En blijkbaar moet dit gebeuren op grond van zijn brochure.
Eerlijk gezegd vinden wij het teleurstellend dat een broeder van buiten DGK (naar wij
aannemen te goeder trouw) binnen DGK alsnog op deze manier twijfel en achterdocht
probeert te zaaien omtrent wettig genomen besluiten door kerkelijke vergaderingen. Nee niet
omdat wij betrokken zijn bij een aantal van deze besluiten maar omdat Velthuis dit doet op
grond van onvolledige informatie en onvoldoende dossierkennis. Wat hij doet is eigenlijk het
ondermijnen van heel de kerkelijke rechtspraak en kerkelijke rechtsgang naar artikel 31 van
de kerkorde binnen DGK. Naar onze overtuiging is dat het resultaat van al zijn
bespiegelingen. Met de beste bedoelingen, begrijp ons niet verkeerd. Maar beste bedoelingen
op zich zeggen nog helemaal niets.
Teleurstellend vinden wij het ook omdat Velthuis zelf nauw betrokken is geweest bij één van
de scheuringen, nl. de scheuring in de gemeente van Zwolle. Blijkbaar vallen ook de
schorsingen en afzettingen door de kerkenraad van Zwolle met het instemmend oordeel van
de naburige kerkenraad onder de nog te onderzoeken besluiten.
De vraag dient dan toch gesteld te worden op grond waarvan allerlei kerkleden, kerkenraden
en classes gerechtigd zouden zijn om een oproep te doen om dit soort besluiten te laten
onderzoeken door een commissie of deputaatschap. Hiervoor geldt toch heel eenvoudig wat
staat in 1 Petrus 4: 15: “Laat dus niemand uwer moeten lijden als moordenaar, of dief, of
boosdoener, of als een bemoeial.”
We voegen hier nog het volgende aan toe; Volgens Velthuis zijn er geen kerkscheidende
zaken in geding. De vijf voorlopig geschorste ambtsdragers die de gemeente van Zwolle
metterdaad scheurden stelden echter in hun brief van 12 december 2009 dat de kenmerken van
de kerk in geding waren. Concreet verwezen zij daarbij naar de vermeende dwaalleer binnen
DGK Zwolle inzake de kerk en de ambten en het zgn. misbruik van de kerkelijke tucht.
Met andere woorden; als Velthuis stelt op pagina 60: Wanneer we de kerkelijke kaart van
Nederland bestuderen, ja die kerken bestuderen die met elkaar werkelijk trouw willen zijn aan
Schrift en belijdenis dan dwingt ons dat tot schaamte”, dan zal de kerkenraad van de
Vijverhoeve zeggen dat dit toch niet gezegd kan worden van DGK Zwolle. Want zij
12
beschuldigden de kerkenraad van DGK Zwolle ervan dat deze niet werkelijk trouw wil zijn
aan Schrift en belijdenis.
Er zijn dus wel degelijk kerkscheidende zaken in geding ondanks de bezwering van Velthuis
dat dit niet zo is. En dat wordt niet alleen gezegd van de zijde van de kerkenraad van de
Vijverhoeve maar ook van DGK-zijde, zie hiervoor ons volgende punt.
8. Pagina 66; Niet kunnen en mogen spreken?
Velthuis gaat hier o.a. in op het feit dat GS Emmen 2009 van DGK in een brief aan Kampen
Ichthus had geschreven: “In deze situatie kunnen en mogen wij geen opdracht verstrekken om
een gesprek aan te gaan met het voorlopig kerkverband want dan zouden we voorbijgaan aan
de oordelen van mindere vergaderingen ten opzichte van ambtsdragers binnen uw
kerkverband. Eerder past hier een oproep tot bekering en het inslaan van de weg terug.”
Velthuis vermoedt dat DGK hier vast lijkt te zitten in een eigen (onbewust) gesponnen web.
En dat web bestaat dan uit een verkeerde visie op de aard en het gezag van kerkelijke
vergaderingen.
Na een verhandeling over wat de kerkenraad van de Vijverhoevegemeente hier allemaal over
heeft geschreven komt Velthuis dan tot het volgende:
“Omdat binnen DGK de (wellicht onbewuste?) opvatting lijkt te heersen dat meerdere
vergaderingen ambtelijke vergaderingen zijn, is het inderdaad onmogelijk om vanuit die
vergaderingen te spreken met “wettig geschorste ambtsdragers” in de GKN. Voor deze
onmogelijkheid is dus geen goede grond. Dat zou een gesprek met elke (vermeende)
schismatieke kerk op voorhand blokkeren! Want als afgevaardigden van DGK kunnen zij
rustig spreken met afgevaardigden uit de GKN. In alle ernst wordt de vraag gesteld of
hiermee DGK zichzelf niet in de weg staat om te komen tot (herstel) van eenheid. Er lijkt
sprake van een gelijkschakeling van de aard van een kerkenraadsvergadering en die van een
synodevergadering.”
Velthuis vermoedt dus de (wellicht onbewuste) verkeerde opvatting binnen DGK dat
meerdere vergaderingen ambtelijke vergaderingen zijn. Als die verkeerde opvatting er niet
zou zijn dan zou er dus samen gesproken kunnen worden.
Nu zijn wij ook leden van DGK. En bij ons is nooit de gedachte opgekomen dat meerdere
vergaderingen ambtelijke vergaderingen zouden zijn. Tijdens de opening van het
vergaderingseizoen in DGK Mariënberg in september 2008 is door één van ons in een
inleiding over het kerkrecht hierover het volgende gezegd:
“Een concreet voorbeeld hierbij is de uitoefening van de kerkelijke tucht. Zodra meerdere
vergaderingen zich het recht toe-eigenen om ambtsdragers van plaatselijke kerken te
schorsen of af te zetten dan treden zij buiten hun bevoegdheid en in de bevoegdheid van een
kerkenraad ter plaatse. Dit is immers niet afgesproken omdat de Schrift ons leert dat alleen
ambtsdragers in een plaatselijke kerk daartoe gerechtigd zijn. En op meerdere
vergaderingen komen geen ambtsdragers bijeen in hun ambt van ouderling of predikant
maar zij zijn daar als afgevaardigden namens de kerken.”
Meerdere vergaderingen zijn dus geen ambtelijke vergaderingen. Maar is dat daarom reden
waarom, zoals Velthuis stelt, er wel gesproken kan worden met geschorste en afgezette
ambtsdragers? Of zou er nog een andere goede reden kunnen zijn waarom dat niet zou
kunnen?
Naar onze overtuiging wel. En het feit dat Velthuis zelfs niet op zoek gaat naar een andere
reden daarvoor laat opnieuw zien dat hij een verkokerde visie heeft.
13
Een generale synode die namelijk gesprekken wil laten voeren met het oog op kerkelijke
eenheid zal dat alleen doen als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de kerken
waarmee gesproken zal gaan worden willen staan op hetzelfde fundament van Schrift en
belijdenis. De opdracht om gesprekken te voeren namens de synode werd immers verstrekt
aan de Commissie Kerkelijke Eenheid!
Terecht schreef de generale synode o.i. dan ook dat ze met de GKN als zodanig geen
gesprekken kon aangaan omdat ze dan zou voorbijgaan aan de oordelen van de mindere
vergaderingen ten opzichte van ambtdragers binnen dat kerkverband. Binnen het kerkverband
van GKN bevinden zich immers kerken met ambtsdragers die door mindere vergaderingen
binnen DGK op wettige wijze geschorst en afgezet zijn. En een schorsing en afzetting houdt
in dat de betreffende ambtsdragers (en degenen die hen volgen op hun dwaalweg) volgens die
mindere vergaderingen niet staan op hetzelfde fundament van Schrift en belijdenis.
Een generale synode die daarom werkelijk ernst wil maken met de uitspraken van mindere
vergaderingen zal dan niet net doen alsof die mindere vergaderingen geen schorsingen en
afzettingen hebben uitgesproken. En zal, indien de kerkelijke weg niet gevolgd wordt door die
geschorste en afgezette ambtsdragers, het aan de mindere vergaderingen overlaten hoe verder
gehandeld moet worden t.o.v. deze kerken.
We willen bovenstaande als volgt concreet maken m.b.t. de Vijverhoevegemeente:
De kerkenraad van de Vijverhoeve heeft inmiddels een brochure uitgebracht waarin hij van
zijn kant belicht het ontstaan van de breuk binnen DGK Zwolle in december 2009. In deze
brochure komen wij een vorm van kerkrecht tegen waarvan wij hopen dat die binnen DGK
nooit voet aan de grond krijgt. In ieder geval zullen wij dat nooit accepteren.
We bedoelen deze vorm van kerkrecht dat je bij een (vermeend) verkeerd besluit van een
mindere vergadering direct het recht hebt om de gemeente te scheuren. Dat is immers wat de
vijf ambtdragers van de Vijverhoeve deden toen zij door de kerkenraad van Zwolle voorlopig
geschorst werden vanwege woordbreuk en scheurmakerij. Zonder ook maar het oordeel van
de naburige kerkenraad hierover af te wachten scheurden zij de gemeente in Zwolle
daadwerkelijk door de dag na de uitgesproken voorlopige schorsing de gemeenteleden weg te
roepen achter de huns inziens ontrouwe kerkenraadsleden vandaan en eigen diensten te
beleggen.
In hun brochure verantwoorden zij zich nu hiervoor, vanaf pagina 75, en blijkt dat dit niet een
ondoordachte daad is geweest maar dat zij menen daarmee volledig in hun recht te staan.
Dominee R. van der Wolf, deel uitmakend van de GKN, schreef in zijn artikel ‘De Bazuin,
het kerkrecht en de confessie’ dat wat hem betreft de brochure van de Vijverhoeve een “heel
indrukwekkende verantwoording” is als het gaat om de rechtsgang binnen DGK.
En de kerkenraad van Kampen-Noord (Ichthus), eveneens deel uitmakend van de GKN,
schreef, in een briefwisseling met de GS Emmen 2009, in zijn brief van 23 juli 2009: “Ook
ten aanzien van de gemeente te Zwolle (Vijverhoeve) is de verantwoording van uw
kerkenraad daar richting de gemeente bekend.”
Bovenstaande houdt in dat én dominee Van der Wolf én de kerkenraad van Kampen-Noord
(Ichthus) op de hoogte zijn van de gang van zaken in Zwolle in december 2009. Blijkbaar
stemmen zij geheel in met deze vorm van kerkrecht, dat bij een (vermeend) verkeerd besluit
van een mindere vergadering je direct daden mag doen die tegenovergesteld zijn aan het
genomen besluit.
In ieder geval is hiermee voor ons duidelijk geworden dat een gesprek met de GKN met het
oog op kerkelijke eenheid alleen al hierom onmogelijk moet worden geacht. Omdat deze
14
vorm van kerkrecht funest is voor gereformeerde kerken. Bekering van ingeslagen wegen en
erkenning dat het daadwerkelijk scheuren van de gemeente van Zwolle zonde voor de HERE
is geweest zal dan naar onze overtuiging eerst uitgesproken moeten worden.
9. Slot
Broeder Velthuis heeft met zijn brochure een aanzet willen geven tot (herstel van) kerkelijke
eenheid d.m.v. een waarachtig gesprek. We hebben eerder al aangegeven dat wij zijn eerste
artikelen niet hebben kunnen zien als een aanzet tot een waarachtig gesprek.
Het lezen van de rest van zijn brochure heeft ons in deze gedachte bevestigd. Veel, heel veel
zogenaamde misstanden binnen DGK stelt Velthuis publiekelijk aan de orde in zijn brochure.
Maar er is ook heel veel wat naar onze mening suggestief is en geen recht doet aan De
Gereformeerde Kerken die ons lief zijn. We hebben dit trachten aan te tonen. We menen ook
dat wij daartoe het recht hebben omdat Velthuis zelf de publiciteit gezocht heeft.
Hoe nu verder?
Wat betreft De Gereformeerde Kerken weten wij het wel. Zij hebben in ieder geval van harte
en op kerkelijke wijze gezocht naar eenheid met hen die zeggen te willen staan op hetzelfde
fundament van Schrift en belijdenis. We laten het in vertrouwen over aan de HERE of Hij in
zijn genade die eenheid ook wil bewerken. In de wetenschap dat waar de Waarheid van Gods
Woord wordt vastgehouden de Eenheid een vast gegeven is. Dat mogen wij dagelijks ervaren
binnen de broederschap waarin de HERE ons een plaats heeft gegeven en in de onderlinge
band met de zusterkerken. Ook dat laatste willen wij aan het slot van deze reactie
uitdrukkelijk kenbaar maken. Want de suggestie wordt wel eens gewekt alsof men binnen De
Gereformeerde Kerken niet veilig is vanwege zogenaamde radicalisering binnen de
kerkregering en vermeend extremisme.
Daartegenover willen wij onomwonden stellen dat men liegt als men zulke dingen ons
toedicht. Nee, wij en onze broeders en zusters zijn niet vrij van zonden en tekortkomingen,
net zomin als u, geachte lezer. Maar wij en onze broeders en zusters, daar zijn we hartelijk
van overtuigd, willen niet anders dan voor en met de HERE leven. Dicht bij Zijn Woord en in
diepe afhankelijkheid van onze Here Jezus Christus. Geve Hij in zijn grote genade dat allen
die hetzelfde willen zullen vergaderd worden tot die ene Kudde die Christus bezig is te
vergaderen. Tot lof en prijs van onze trouwe God en Vader in de hemel.

Laatst aangepast op vrijdag 21 januari 2011 10:52  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]