Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Archief Ruimte in de DGK? Br. D.J. Bolt - Ruimte in de DGK? - Een antwoord aan br. A. van Egmond

Br. D.J. Bolt - Ruimte in de DGK? - Een antwoord aan br. A. van Egmond

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Klik hier voor het beter leesbare originele document.

Ruimte in de DGK?
Een antwoord aan br. A. van Egmond

D.J. Bolt

07-02-11

 

Op mijn tweetal artikelen Ruimte in de DGK? op één in waarheid zijn twee reacties gekomen. Br. A. van Egmond, lid van DGK Berkel en Rodenrijs/Bergschenhoek, schreef een uitgebreid artikel dat geplaatst is op de website werkenaaneenheid.nl. Daarnaast verscheen in De Bazuin, het officiële kerkblad van DGK een artikel met de titel Rechte voren trekken dat voor een belangrijk deel ook de inhoud van mijn schrijven raakt. Verder is in onderlinge gesprekken deze zaak aan de orde geweest en uitvoerig besproken.

De zaak is belangrijk genoeg. Want waar gaat het om? Het gaat om een antwoord op de vraag, oorspronkelijk door de gereformeerde kerk (dolerend) van Dalfsen gesteld:

 

"Wij respecteren de keus die toen door broeders en zusters gemaakt is. Maar als u van ons vraagt dat wij over 2003/2004 dezelfde overtuiging moeten hebben als u, dan vraagt u van ons teveel.
Wij zijn van oordeel dat
er ruimte moet zijn voor broeders en zusters die van mening zijn dat de Vrijmaking van 2003/2004 te vroeg was en die zich afvragen of zij wel het werk van Christus was. Is deze ruimte aanwezig voor ons?"

 

De (voorlopige) conclusie in mijn tweede artikel n.a.v. de besluiten van de DGK-synode van Emmen was, dat het antwoord luidt: Nee, die ruimte in de DGK is er niet. Maar het kan zijn dat ik me vergis en op een verkeerde manier die besluiten interpreteer. Temeer omdat in persoonlijke gesprekken ik ook andere geluiden hoor.

 

De reacties van de broeders Bruinius en Van Egmond kunnen wellicht helpen om beter zicht te krijgen op het precieze standpunt van DGK. Op het artikel van br. Bruinius heb ik geantwoord in een artikel Ruimte in de DGK? 3 op één in waarheid, rubriek Uit de kerken.

Hieronder wil ik graag br. Van Egmond antwoorden. Daarbij moet ik mijn verontschuldigingen aanbieden dat mijn reactie zó lang op zich heeft laten wachten. Door allerlei verwikkelingen in het persoonlijke en kerkelijke leven ben ik er helaas niet eerder aan toegekomen.

Mijn oprechte excuses.

 

Voor mijn antwoord volg ik het schrijven van br. Van Egmond op de voet en voeg mijn opmerkingen en kritiek in blauw daartussen.

 

------------------------------------------------------------------------------------------

 

Bleiswijk, 4 december 2010

Inleiding

Broeder Bolt heeft in twee artikelen gereageerd op de besluiten en de brief van DGK n.a.v. gevoerde gesprekken met de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk (dolerend) te Dalfsen. In zijn tweede artikel gaat Bolt o.a. in op het feit dat in de besluiten van DGK ook gerefereerd wordt aan een onderdeel van de besluiten van de generale synode van Hoogeveen 1969. Het is volgens Bolt nl. opmerkelijk en veelzeggend dat de DGK-synode deze link maakt.

In deze reactie wil ik graag ingaan op diverse opmerkingen die Bolt maakt. Allereerst dit; ik ben lid geweest van de Commissie Kerkelijke Eenheid van de DGK-synode die gesprekken heeft gevoerd met de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk (dolerend) te Dalfsen. Uit dien hoofde lijkt het mij niet gepast dat ik nu persoonlijk inga op de brief van de DGK-synode en de door de kerkenraad van Dalfsen gestelde vraag.

 

Ik zou dat maar geen probleem vinden. Als u als medeopsteller van het synodebesluit en de brief daar nog meer helderheid over kan geven lijkt mij dat een goede zaak. Overigens, misschien mag ik hier een ondeugende opmerking maken, u kunt toch blijkbaar de verleiding niet weerstaan en betrekt later in uw schrijven de genoemde zaken wel!

 

Wel kan ik ingaan op wat Bolt eerder zelf heeft geschreven over de Vrijmaking van 2003. En vervolgens de verbanden aangeven met diverse door Bolt gemaakte opmerkingen. Dit heeft als voordeel dat de zaak wat duidelijker wordt omdat Bolt m.b.t. de Vrijmaking van 2003 uitspraken heeft gedaan die verder gaan dan de door de kerkenraad van Dalfsen gestelde vraag.

Bolt schreef nl. op de website Eeninwaarheid van 16 september 2010 in reactie op een artikel

van broeder H. Ooosterhuis over de Vrijmaking van 2003:

 

Ik ben (nog steeds) van mening dat inderdaad de vrijmaking van 2003 te vroeg is

georganiseerd. De kerkelijke weg was nog steeds niet tot het einde toe gelopen. Het is niet

irreëel te veronderstellen dat door de te vroege afscheiding de strijd voor kerkherstel binnen

de GKv ernstig is verzwakt. Door de vrijmaking van 2003 is een gezamenlijk optrekken van

veel verontruste predikanten bemoeilijkt. Het werd lastiger broeders en zusters te bereiken in

gesprek en met voorlichting. Kortom, de strijd die de Here gebood is naar mijn overtuiging te

vroeg gestaakt door velen die met '2003' zijn meegegaan.”

 

Drie dingen wil ik uit dit citaat naar voren brengen als de mening van Bolt over de

Vrijmaking van 2003:

 

1. De vrijmaking van 2003 is te vroeg georganiseerd;

2. Te vroege afscheiding;

3. De strijd die de Here gebood is te vroeg gestaakt.

 

Hiermee zegt Bolt dus, iets anders kan ik er niet van maken, dat de Vrijmaking van 2003 van

Godswege niet had gemogen. Hij schrijft immers zelf dat de strijd die de Here gebood te

vroeg is gestaakt. In het licht van Psalm 78 : 9 is dit een ernstige zaak. Daar staat nl.:

“Efraïms zonen, weltoegeruste boogschutters, keerden om ten dage van de strijd.”

De strijd staken waar de HERE die gebiedt, en dat was ook zo met Efraïms zonen, is desertie.

Wie wegloopt van het strijdtoneel waar de HERE gebiedt te strijden is een deserteur.

Kortom; Bolt is van mening dat velen die met ‘2003’ zijn meegegaan ingingen tegen het

bevel van de HERE. Dat mag nooit want dat is zonde.

Ik kom hier nog op terug.

 

1. De mening van dr. W.G. de Vries

 

In zijn tweede artikel haalt Bolt met instemming gedeelten aan uit een cahier van dr. W.G. de

Vries, ‘de Vrijmaking in het vuur’, uitgave door de stichting Woord en Wereld in 1990.

Aangezien Bolt De Vries noemt: “een van onze grote voorgangers die we eren om hun

werk”, zal hij het mij niet kwalijk nemen dat ik in deze reactie ook ruim zal citeren uit een

ander cahier van deze De Vries, nl. ‘Welke kerk ging stuk?’, eveneens uitgegeven door de

stichting Woord en Wereld.

 

Hier is bij u een misverstand. Als ik het heb over 'onze grote voorganger' dan bedoel ik daar natuurlijk mee prof.dr. K. Schilder. Van hem citeer ik dan ook het een en ander. Graag had ik daarop van u commentaar gehad. Nu focust u op citaten van dr. De Vries. OK, dat is ook niet slecht en ik wil daar dan graag op reageren. Maar het ging me om de 'gouden' woorden van Schilder.

 

Dit cahier kwam uit in 1993 en was een reactie op een in 1992 verschenen boek van

Nederlands Gereformeerde zijde over de breuk in de jaren ’60 van de vorige eeuw en getiteld:

‘Een kerk ging stuk’.

 

Nu voert Bolt in het slot van zijn tweede artikel De Vries op als getuige voor het feit dat als

van DGK-zijde wordt gesteld dat de Vrijmaking van 2003 een werk van de Here is en DGK

dit niet ter vrije discussie wil stellen, DGK daarmee het risico loopt dat zij verwordt tot een

sekte. (Tussen haakjes; Bolt noemt hier niet specifiek DGK maar ‘Christus’ kerk’ maar het

slaat wel op DGK)

 

Nee, het is een algemenere stellingname: voor Christus' kerk is de eenheid gelegen in de Schrift en de belijdenis. Daarbij leeft ze samen volgens een gereformeerde kerkregering. Elke andere voorwaarde die dwingend voor eenwording wordt opgelegd doet m.i. de kerk verworden tot een secte. Zo'n voorwaarde kan zijn een eigen gemaakte regel (lidmaatschap van een bepaald partij b.v.) of waardering van een bepaald feit in de geschiedenis van de kerk. Om het even heel praktisch te duiden: ik kan met een van oorsprong hervormde broeder in dezelfde kerkbank zitten terwijl hij het niet eens kan zijn met de Afscheiding van oktober 1834 als werk van Christus. Bijvoorbeeld omdat hij er van overtuigd is dat ds. H. de Cock zich toen (nog) niet had moeten afscheiden. Het wordt een ander verhaal als deze broeder de oorzaak van de Cocks stap niet onderkent en tolerantie vraagt voor de valse leer die in de kerken toen werd verkondigd. Dán is het gezamenlijk fundament in geding.

 

Volgens Bolt handelt DGK hierin heel anders dan De Vries. (Ik had het dus wel over prof. Schilder!). Nu is het uiteraard de vraag of Bolt hiermee recht doet aan De Vries. Daar kunnen we vervolgens over twisten maar beter lijkt het mij om De Vries zelf aan het woord te laten. En dat kan ook want hij heeft in zijn cahier ‘Welke kerk ging stuk?’ over het ‘ter vrije discussie stellen’ van de Vrijmaking van 1944 zich verantwoord.

We zullen allereerst citeren wat hij in zijn ‘slotsom’ op pagina 63 schrijft als hij ingaat op wat

de Nederlands Gereformeerde auteurs van het boek ‘Een kerk ging stuk’ aan het slot van hun

boek schreven:

“In het slot van dit boek lezen we dat de auteurs dromen van een kerk, waarin de

opvattingen die in dit boek verdedigd worden ter vrije discussie staan, uiteraard onder

de norm. Een kerk, waarin de benoeming van de Vrijmaking vrij is en waarin

samenwerken met evangelicals en mensen uit de ‘nadere reformatie’ mogelijk is (228).

Naar onze overtuiging is deze droom bedrog. De vrijblijvendheid die in dit boek

wordt voorgestaan onderwerpt zich niet aan de onderwijzing en tucht van de kerk en

buigt de hals niet onder het juk van Jezus Christus en dient niet de opbouw van de

broeders, zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis daarvan spreekt in artikel 28.”

 

Ik heb in dit citaat twee (gedeelten van) zinnen vetgedrukt waaruit opgemaakt kan worden dat

De Vries van mening is, in tegenstelling tot wat Bolt laat voorkomen, dat het benoemen van

de Vrijmaking (van 1944) niet vrij hoort te zijn. De Vries noemt deze droom zelfs bedrog.

 

U gaat me hier iets te vlug.

Hoe ziet dr. De Vries de kerk? Hij zegt daarvan: "De katholieke kerk die de schrijvers van dit boek voor ogen hebben zal de trouw aan Schrift, confessie en kerkorde niet kunnen missen. Maar deze ontbreekt nu juist in de Nederlands Gereformeerde Kerken".

Precies, daar gaat het om! Daar ging het ook om in de Vrijmaking. Dat was niet maar een professorenruzie of kwam voort uit persoonlijke tegenstellingen, hoezeer die wellicht ook een rol hebben gespeeld. Maar het ging om fundamentele zaken op het niveau van Schrift, confessie en kerkorde. En als kerkleden in dat opzicht "de benoeming van de Vrijmaking vrij willen laten" dan gaat het dus niet om het precieze tijdstip van de vrijmaking maar om de tolerantie van allerlei dwaling. Noem ze maar op: de veronderstelde wedergeboorte, de pluriformiteit van de kerk, misbruik van tucht, etc. Zo mag je niet, als er een verenigde gereformeerde kerk uit ex-GKvers zou ontstaan, de benoeming van 2003 vrijlaten, in die zin dat de dwalingen van de GKv wel tolerabel zouden zijn.

 

Dat is m.i. de lijn die De Vries volgt in zijn boekje. Hij haalt daarbij ook prof. Schilder(!) aan die in 1950 sprak van het 'gezeur van nieuwe bindingen'. "Bij alle verschil van inzicht was trouw aan Schrift en belijdenis voldoende om kerklid te kunnen en te mogen zijn. Wanneer er schorsingen of afzettingen werden verricht, gebeurde dit nooit of ten nimmer wegens verschil van inzicht, maar altijd wegens onkerkelijk en revolutionair optreden". (pag 18 uit Welke kerk ging stuk?")

 

Dat is me uit het hart gegrepen. Zo mogen wíj elkaar de toegang tot de kerk niet blokkeren om verschil van inzicht, ook niet met betrekking tot het tijdstip van de vrijmaking in 2003.

 

De vraag die dan opkomt is natuurlijk waarom De Vries dit zo stelt en waarover het nu

precies gaat. Daarvoor gaan we nader inzoomen op zijn cahier.

2. De door de schrijvers van de zgn. Open Brief bekritiseerde uitspraak van ds. P. Lok.

 

Dr. De Vries schrijft in zijn cahier m.b.t. de vraag of de Vrijmaking van 1944 genoemd mag

worden ‘een werk van de Here’ op pagina 31 over een uitspraak die ds. P. Lok eens heeft

gedaan. Hij doet dit onder het veelzeggende kopje ‘De zaak van Jezus Christus’. Ik citeer

(waarbij ik de woorden die De Vries cursief liet afdrukken, vet afdruk:

“Daarom wil ik ook ingaan op de door ds. Van der Kwast geciteerde en door de Open

brief zeer bestreden uitspraak van ds. P. Lok: ‘Wil de zaak van Jezus Christus nog een

toekomst hebben in ons land, dan zullen degenen, die bij deze zaak betrokken zijn,

elkander voor alles te vinden hebben in de benoeming en waardering van wat er in

1944 in Nederland is geschied binnen de Gereformeerde Kerken’.

Over deze zinsnede is ‘ach en wee’ geroepen. Maar ze ligt wel in het verlengde van

wat K. Schilder schreef: ‘De Vrijmaking is Gods genade over zijn kerk. Wie in

Nederland een zinnig woord over de kerk wil spreken, kan 1944 niet negeren. Dat is

Gods genade, èn de kerkelijke eden, ambten en bedieningen, serieus nemen. ‘Kerkelijk

gesproken is voor ons gelóóf – voor niets anders – de historie van de kerk….bepaald

door Gods werk in de vrijmaking en wederkeer, anno Domini 1944’.

Schilder ziet de Vrijmaking dan ook in groots perspectief: ‘Als ik denk aan wat 1834

in betrekking tot heel het brede volksleven heeft gewrocht in de vorige eeuw, dan

word ik stil onder 1944, en verbaas me over hen, die het jaartal negeren zo vaak zij

spreken over ‘de kerk’ na twee bevrijdingen. Wij zijn de kerk; laat ons nu toezien en

beven (Verzamelde werken, De Kerk deel 3, blz. 214).

Laat de Open Brief dit een ideologie noemen en een gevaarlijk Vrijmakingsgeloof, wie

de ontwikkelingen in Nederland van de laatste halve eeuw in ogenschouw neemt, zal

dit moeten toestemmen.”

 

Van belang in verband met wat Bolt schrijft is met name de uitspraak van ds. Lok en wel dit

gedeelte ‘dat allen die bij de zaak van Jezus Christus betrokken zijn elkander voor alles

hebben te vinden in de benoeming en waardering van wat er in 1944 is geschied binnen

de Gereformeerde Kerken’.

We zien dat De Vries met instemming deze uitspraak van ds. Lok aanhaalt en deze ziet liggen

in het verlengde van wat K. Schilder heeft geschreven. Blijkbaar eveneens met instemming

citeert De Vries ook de verbazing van Schilder over hen die het jaartal 1944 negeren.

 

Nee, ook ik negeer niets. Het ging in de Afscheiding, de Vrijmaking van 1944 en de Vrijmaking van 2003 om wezenlijke dingen. Niet om broedertwisten maar om de leer van de kerk. Dat wil ik ook oprecht verklaren t.a.v. 2003. Degenen die dat ontkennen missen inzicht in de strijd waarom het ging en gaat. Maar dat betekent niet dat het tijdstip, het jaartal, verheven mag worden tot een onderdeel van onze belijdenis. Dat leidt tot een sekte naar mijn overtuiging.

 

De uitspraak van ds. Lok is te vinden in het gedenkboek van de Vrijmaking in 1946 in Berkel

en Rodenrijs, onder de titel ‘Terug in de woestijn’, uitgegeven in 1966 door de kerkenraad

van Berkel en Rodenrijs.

Om de uitspraak van ds. Lok in zijn context te lezen zal ik een ruim citaat uit dit gedenkboek

geven.

3. Uitspraak van ds. Lok in zijn verband.

In het ‘ter inleiding’ van het gedenkboek schrijft ds. Lok het volgende:

“In dit gedenkboek is neergelegd het verhaal van ‘des HEEREN roemrijke daden’.

Niet in de wóórden van Psalm 78, waarin verteld wordt wat de HEERE gedaan heeft

aan zijn volk, van Egypte af tot David toe, maar wèl naar de stijl van deze Psalm. Er is

niet aan te ontkomen, dat mènsennamen vermeld worden alsmede mensendaden.

Daaraan kon de dichter Asaf evenmin ontkomen. Toch weigert ons verhaal te zijn een

verhaal van mensennamen en mensendaden. Indien dàt het geval was, zou dit boek bij

voorbaat reeds zijn veroordeeld. Aan de jeugd der kerk, het ‘volgende geslacht’ wil

verteld zijn wat God gedaan heeft aan zijn kerk, in de bewogen jaren die voorafgingen

aan de vrijmaking der kerk en in de dagen van kerkelijke crisis. Door de dingen zó te

4

zeggen, hebben wij reeds in de ondertitel van dit boek onze positie bepaald ten

aanzien van de Vrijmaking als een werk des HEEREN. Wij zijn ons ervan bewust, dat

dèze waardering niet door ieder wordt gedeeld; dat de geloofskeus die gedaan is

binnen de Gereformeerde Kerken, niet los is te maken van dit geloofsvooroordeel; dat

we uit elkander zijn gegaan op de vraag, wàt de vrijmaking is – een werk des

HEEREN, òf niet. We hebben het evenwel voor de zaak van Jezus Christus over, om

met dit ons geloofsvooroordeel eenzaam te staan in Nederland, niet begrepen te

worden door degenen, met wie wij eertijds aan één tafel zaten, en zelfs weerstanden te

ontmoeten bij sommigen met wie wij ook heden aan één tafel zitten. Wil de zaak van

Jezus Christus nog een toekomst hebben in ons land, dan zullen degenen, die bij deze

zaak betrokken zijn, elkander voor alles te vinden hebben in de benoeming en

waardering van wat er in 1944 in Nederland is geschied binnen de Gereformeerde

Kerken. Daarom was het ons een zaak van diepe vreugde, deze vrijmaking opnieuw te

mogen erkennen en belijden als een werk des HEEREN en daarom wille we daarvan

ook getuigenis afleggen tegenover iedereen die ons rekenschap vraagt.”

 

Prof. J. Kamphuis heeft dit gedenkboek besproken in 1966 in het blad de Reformatie onder de

titel ‘Twee publicaties op zijn tijd’. Aan het slot van deze boekbespreking schreef hij:

"Vóór alles echter doet het ondergetekende goed, dat ds. Lok in het Ten geleide precies

afbakent, waarop het aankomt: 'Wil de zaak van Jezus Christus nog een toekomst hebben in

ons land, dan zullen degenen, die bij die zaak betrokken zijn, elkander vóór alles hebben te

vinden in de benoeming en waardering van dat wat er in 1944 in Nederland is geschied

binnen de Gereformeerde Kerken.”

En, zo schreef hij verder, “was het ons een zaak van diepe vreugde, deze vrijmaking opnieuw

te mogen erkennen en belijden als een werk des HEEREN.

En daarom was óns de lectuur van dit boek 'een zaak van diepe vreugde'!"

 

Wat opvalt in het citaat van ds. Lok is dat hij tot tweemaal toe spreekt van een

‘geloofsvooroordeel’. En dit tegenover hen die de vrijmaking van 1944 niet zagen als een

‘werk des HEEREN’. Blijkbaar staat dus bij het beoordelen van de kerkgeschiedenis dit

geloofsvooroordeel tegenover een ander oordeel. En dat oordeel is dan dat niet gesproken kan

worden, niet bij de vrijmaking van 1944 en ook nu niet bij die van 2003, over het ‘werk des

HEEREN’.

Ten aanzien van 2003 is Bolt hier duidelijk over. De vraag is te stellen hoe hij dan aankijkt

tegen de Vrijmaking van 1944. Want ook daarvan stelt ds. Lok, evenals Bolt m.b.t. 2003, dat

er sprake is geweest van mensennamen en mensenhandelen. Maar dat verhindert Lok niet om

te spreken over het ‘werk des HEEREN’ in de vrijmaking van 1944.

 

In het volgende zal ik nader ingaan op de punten die Bolt hierover aan de orde stelt m.b.t. de

Vrijmaking van 2003.

 

De manier waarop ds. P. Lok een en ander heeft verwoord heeft veel misverstand en discussie opgeleverd. Ik weet het uit eigen ervaring. Laat mij proberen toe te lichten hoe ik zijn woorden positief heb uitgelegd.

 

Waar ging het om in de Vrijmaking? Onder andere over:

 

- Dwalingen

- Afwijking van de belijdenis

- Onzuivere bediening van doop

- Misbruik van de tucht

 

Ik lees dan ds. Loks uitspraak zó dat we als kerken alléén toekomst hebben als deze zaken aan de orde komen en worden uitgepraat. Als afwijkingen van Schrift en belijdenis, en het onrecht worden weggedaan. Zo niet: geen toekomst. De kerkgeschiedenis van de synodale kerken heeft dat bevestigd. Honderdduizenden hebben deze kerken verlaten. Steeds meer kerkgebouwen worden afgestoten omdat de erediensten niet meer worden bezocht.

Er hoeft geen misverstand over te bestaan dat ik nog geheel achter de Vrijmaking van 1944 sta. Dat zie ik ook als een werk van de Here die zijn kinderen heeft verlost van een dodelijke dwang om tegen de Schrift en de belijdenis in te gaan. Omdat men Gode meer gehoorzaam moest zijn dan mensen.

De vraag die u zal moeten beantwoorden is: Waar is hier de vergelijking met 2003? Waar was op dat moment het niet meer mogelijk dat een predikant het zuivere Woord bracht? Kan hij één enkele schorsing of afzetting aanwijzen zoals die bij elke reformatie, afscheiding, doleantie of vrijmaking 1944 plaatsvonden?

 

Zeker, het ging de 'nieuwe vrijgemaakten' niet om niets. Hun grote bezwaren tegen veel zaken in de vrijgemaakte kerken deel ik van harte. Ieder die mijn publicaties heeft gelezen kan de grote overeenkomst zien met bezwaren die door de toenmalige LWVKO en Reformanda zijn gepubliceerd. De bezwaren zijn alleen maar ernstiger geworden door een voorthollende deformatie.

En er zijn er nog veel meer bijgekomen. Ja, ook na 2003 een essentiële, namelijk misbruik van de tucht. Daarbij denken we aan GKv Kampen-Noord waar de ambtdragers en predikant buiten de kerk zijn gezet, trouwe ambtsdragers die 'gewoon', orthodoxe gereformeerd waren. Zij werden  in het door vrijzinnigheid aangetaste Kamper GKv-bolwerk niet meer getolereerd ondanks alle vrome woorden.

Maar dat kreeg wel pas zijn beslag na 2003.

4. Vrijmaking en handelen van mensen.

Bolt schrijft in zijn tweede artikel m.b.t. het handelen van mensen bij de Vrijmaking van 2003

het volgende:

“Het lijkt er sterk op dat hier toch wel gebonden wordt: zó moet je de vrijmaking van

2003 zien, dat vraagt de Here van je en anders wordt zijn eer tekort gedaan en komt

zijn toorn over je.

Eerlijk gezegd huiver ik hiervoor terug. Is hier niet teveel het kerkelijk handelen

synoniem geworden met het werk van God? Is daar wel voldoende besef dat ons

handelen vol met zonde en tekortkoming is? En dat ons gehoorzaam handelen altijd

beperkt is, ook in 'tijden en gelegenheden'? Er zit toch ook altijd een menselijk

(af)wegen van heel de kerkelijke situatie in om de moeilijke vraag te beantwoorden:

wat vraagt de Here nu: de strijd nog voortzetten, of afscheid nemen? Daar kan voor

het aangezicht van de Here toch wel eens een verschillend antwoord op worden

gegeven? Zonder dat het ene als goddelijk en het andere als satanisch wordt

veroordeeld?

De DGK zou een tegenvraag kunnen stellen: Valt de Here er dan dus niet voor te

danken dat er toen een open oog gekomen is voor de afval in de vrijgemaakte kerken?

Dat heeft Hij toch gedaan?

Het antwoord daarop is ronduit bevestigend. Zeker heeft de Here ons bewaard bij het

Woord. En daar mag en moet Hij ook voor gedankt worden. Maar tegelijk moeten ook

ootmoedig onze zonden beleden worden: ons onvermogen vaak om zaken op een

goede en christelijke manier aan de orde te stellen, het gemakkelijk afschrijven van

elkaar bij verschillend inzicht, het heftige zelotische ongeduld 'dat er nu maar eens

wat moet gebeuren'. In plaats van eerlijk en rustig met elkaar worstelen om verder te

komen bij het licht van de Schrift en onder de leiding van de Heilige Geest, in

bewogenheid en erbarmen met misleide schapen. Hebben we wel voldoende

diepgaand met elkaar doorgesproken dat het moment van "Entscheidung" was

aangebroken? Hebben we gewacht op de Hére of zélf het tijd geacht om te

handelen?

Dat zijn indringende vragen die onrustig kunnen maken. Zeker als broeders en zusters

die oprecht de Here willen dienen verschillende antwoorden geven op de vraag hoe

een specifiek kerkelijk handelen in een bepaald tijdsgewricht moet worden beoordeeld.

Ze kunnen hen onzeker maken die tot nu toe met hart en ziel als "geloofsovertuiging"

hebben aangehangen dat 2003 Gods werk is. Maar die onrust is er ook bij hen die

overwegen zich aan te sluiten bij de DGK en daar een binding vrezen van hun geweten

die uitgaat boven het Woord.

Zou dan van ieder moeten worden gevraagd, de Afscheiding, de Doleantie, de

Vereniging, de Vrijmaking van 1944, de Vrijmaking van 2003, het ontstaan van de

GKN voluit als werk van de Here moeten worden erkend? Zouden we ons daarvoor

sterk moeten maken en net zolang praten tot we daar onze eenheid in vinden?

Óf zouden we de Here uitbundig gaan danken dat de broederschap en eenheid die

verloren was, weer gevonden werd?! Soms misschien via heel kromme,

kleinmenselijke wegen. Maar toch een eenheid die we vinden rond de Schrift en de

gereformeerde belijdenis en kerkregering? En zou daarbij niet heel veel overgelaten

moeten worden aan hen die verantwoordelijkheid dragen voor concreet kerkelijke

handelen in het verleden?

Natuurlijk is daar wel een grens. Daar waar kerken samengaan zullen wederzijdse

schorsingen en afzettingen wel aan de orde moeten komen en uit de wereld geholpen.

Naar mijn overtuiging is dit de enige weg. Elke andere voorwaarde aan eenheid in

Christus' kerk maakt dat zij tot een sekte verwordt. Dan binden we haar leden aan

daden van zondige mensen hoe zij ook in het geloof en onder het aanroepen van Gods

naam hebben genomen.”

 

We lezen in deze citaten, waarvan ik enkele gedeelten vet heb gezet, dat Bolt terugschrikt

voor het benoemen van de vrijmaking van 2003 als ‘werk van de Here’. Hij schrikt daarvoor

terug omdat bij die vrijmaking van 2003 zondige mensen bezig zijn geweest met zondige

handelingen. En wie zal dat ontkennen? In ieder geval niet de DGK-synode want die schreef

aan de kerkenraad van Dalfsen: Door de dienst van in zichzelf door en door zondige

mensen heeft Hij in Zijn grote genade aan Nederland een trouwe kerk gegeven en ons

bewaard bij Zijn Woord en Kerk. Deze door de Here gewerkte Reformatie is het

bestaansrecht van De Gereformeerde Kerken.”

 

Even precies. Ik schrik niet van die zondige mensen. Dat er zondige mensen bezig zijn geweest, zal geen gereformeerd mens bij welke kerkreformatie ook maar durven te ontkennen. Daar zit het ook niet op vast. Maar mijn punt was hier de vraag of er ook niet sprake kan zijn van zondig handelen. Dat je dat ook concreet mag aanwijzen: dit was niet verstandig, dat niet wijs, dit niet vriendelijk, dat niet geduldig. Daar is ook de beoordeling van het tijdstip waarop opgeroepen werd om te breken met de GKv niet van uitgezonderd. U blijkt zelf een heel betoog nodig te hebben om te 'bewijzen' dat het in 2003 'moest' (zie het synodebesluit). Dus zaken wegen. Maar bij mij, en vele andere sloeg bij eerlijke weging de wijzer wel naar de andere kant uit.

Naar mijn overtuiging mag je zeggen, dat u dwalingen en afval in de GKv hebt gezien en die hebt verworpen: de Geest van de Here heeft het u duidelijk gemaakt. En tegelijk, naar mijn overtuiging, hebt u te vroeg de consequentie getrokken te breken met de GKv. Daardoor is er in mijn ogen veel schade is aangericht in de strijd binnen deze kerkgemeenschap.

 

Maar er is nog wel iets meer over te zeggen.

Want dat zondige handelen van mensen typeert Bolt als: “ons onvermogen vaak om zaken op

een goede en christelijke manier aan de orde te stellen, het gemakkelijk afschrijven van

elkaar bij verschillend inzicht, het heftige zelotische ongeduld 'dat er nu maar eens wat moet

gebeuren'. In plaats van eerlijk en rustig met elkaar worstelen om verder te komen bij het

licht van de Schrift en onder de leiding van de Heilige Geest, in bewogenheid en erbarmen

met misleide schapen.”

 

Deze typeringen m.b.t. wat voorafging aan de Vrijmaking van 2003 liegen er dus niet om. Hij

stelt immers tegenover elkaar ‘onvermogen om op een christelijke manier te spreken’,

‘gemakkelijk afschrijven van elkaar’ en ‘heftige zelotische ongeduld’ tegenover het eerlijk en

rustig met elkaar worstelen om verder te komen bij het licht van de Schrift en onder de leiding

van de Heilige Geest.

De manier waarop Bolt publiek deze dingen aan de orde stelt is m.i. niet fraai omdat hij een

algemeen beeld oproept van af te keuren handelingen van mensen die betrokken waren bij de

Vrijmaking van 2003. Maar de vraag is dan wat zijn onderbouwing is van het een en ander?

Wat weet hij bv. van de (geestelijke) worstelingen van velen die betrokken zijn geweest bij de

Vrijmaking van 2003? Wat weet hij van de manier waarop de gesprekken zijn gevoerd in

diverse gemeenten en met diverse kerkenraden? Wat weet hij van degenen die zich met vreze

en beven hebben vrijgemaakt omdat zij de Here gehoorzaam wilden zijn? Het lijkt mij dat

Bolt daar weinig of niets van weet. Mij heeft hij daar in ieder geval niet naar gevraagd. Hij

suggereert slechts. We zullen deze suggesties verder maar laten voor rekening van Bolt.

 

Jammer, br. Van Egmond, u schiet er naast. Want u ziet over het hoofd dat ik schreef ons onvermogen. In de (dis)kwalificaties betrek ik ook mijzelf. Ik weet maar al te goed hoe gemakkelijk een (ook christen)mens geneigd is tot reactionair gedrag. Het blijft een zware taak om in kerkelijke moeiten met elkaar op een christelijke wijze om te gaan. Daar ben ik mezelf ook van bewust en probeer om eigen hart en tong in toom te houden. En dat valt niet altijd mee.

Ik heb de laatste tijd heel veel documenten gelezen over de afsplitsingen van de DGK, de 'wegroeping' in Dalfsen; verslagen over samensprekingen, artikelen op websites van ex-vrijgemaakten, emailtjes. Ik kan er niet anders uit concluderen dat het moeilijk is de goede toon te treffen. Misschien mag ik u vragen uw eigen eerste reactie op de brochure van br. Velthuis nog eens kritisch te lezen op dit punt? Kunt u zich voorstellen dat die niet echt hartelijk en uitnodigend overkomt?

En laat me er gelijk aan toevoegen dat ik ook zo'n houding steeds meer ga missen bij het voorlopig kerkverband, de GKN. M.n. dáár had ik een liefdevolle, uitnodigende houding verwacht in een kerkelijk verwarde situatie waarin nog niet alles is gestold in kerkelijke procedures. Het feit b.v. dat in de gemeente De Vaste Rots te Assen ds. Heres kennelijk van de preekbeurtenlijst heeft afgevoerd doet me nog steeds pijn.

 

We kunnen wel vaststellen dat het punt in geding niet is dat in de Vrijmaking van 1944 en die

van 2003 zondige mensen zijn bezig geweest. Dat wordt ook van DGK-zijde erkent. Nee, het

punt in geding is de vraag naar de rechtmatigheid van de Vrijmaking van 2003. Was deze

Vrijmaking Schriftuurlijk en confessioneel bepaald of niet? Want alleen dan kan er gesproken

worden van ‘een werk van de Here’. Daarop zegt Bolt luid en duidelijk ‘Nee’. Deze

Vrijmaking is te vroeg georganiseerd en de strijd die de Here gebood is te vroeg gestaakt door

hen die met deze Vrijmaking mee zijn gegaan.

 

Laten we even precies onderscheiden. U noemt uw vrijmaking 'Schriftuurlijk en confessioneel bepaald'. Ik stem dat volmondig toe: Het ging om de Schrift en om de confessie, hierboven gaf ik het al aan. In dat opzicht ga ik met u mee. Maar ik ga niet met u mee als u zegt, dat tijdstip, toen in 2003, dat tijdstip is naar de Schrift en confessie het juiste moment geweest. Daar zijn we het dus duidelijk over oneens.

 

Bolt stelt hiermee dus zelf het bestaansrecht van DGK ter discussie. Daar hebben wij hem niet

om gevraagd. Dat doet hij zelf.

 

Nee, ik stel niet het bestaansrecht van de DGK ter discussie. Want dat bestaanrecht zal beoordeeld moeten worden op haar existentie nú. Ook als er verschil van mening blijft over het moment van afscheiding, toch kan er geconstateerd worden dat DGK in alles kerken van het Woord (willen) zijn en daarom kerken van Christus mogen heten.
Overigens, de eigenlijke vraag is, ik herhaal het nog maar een keer, of er ruimte in de DGK is om zó over 2003 te denken als ik heb aangegeven. Daar moet een eenduidig en eenvoudig antwoord op worden gegeven. Uzelf dient er mee klaar te komen dat er mogelijk in uw midden broeders en zusters een volwaardige plaats vragen zonder dat zij de gebeurtenissen van 2003 als een werk van de Here zien, zoals u dat doet.

 

In dit verband is het opmerkelijk dat Bolt schrijft: “Hebben we gewacht op de Hére of zélf

het tijd geacht om te handelen?”

 

Wat hier als een vraag door Bolt wordt geponeerd is nl. gezien zijn eerdere opmerkingen over

de Vrijmaking van 2003 voor hem zelf in ieder geval geen vraag. Want als, volgens hem, de

Here gebiedt om te strijden en je maakt je toch vrij van synodebesluiten die ingaan tegen

Gods Woord dan heb je niet gewacht op de Here.

De vraag die dan gesteld kan worden is wat dan dat ‘wachten op de Here’ betekent. Blijkbaar

betekent dit voor Bolt dat je, weliswaar onder protest, blijft zitten waar je zit ook als er door

generale synodes besluiten genomen zijn en gehandhaafd worden die je in strijd acht met

Gods Woord. Je blijft zitten waar je zit totdat…….?

Door Bolt wordt zo de daad van Vrijmaking, en dat geldt niet alleen voor 2003 uiteraard maar

ook voor hem persoonlijk anno Domini 2010, losgekoppeld van de concrete gehoorzaamheid

aan de Here. Een bekend verschijnsel in de kerkgeschiedenis.

Ik wil dit toelichten m.b.t. de Vrijmaking van 1944 en het handelen van bezwaarden die toen

achterbleven.

 

Het is een belangrijk punt dat u hier aansnijdt. Wanneer is dan het goede moment van vrijmaking of afscheiding gekomen? Ook in de Vrijmaking van 1944 lag dat niet zo eenvoudig. Misschien kan een aanhaling m.b.t. prof.dr. S. Greijdanus' toespraak op de 'vrijmakingsvergadering' van 11 augustus 1944 dat duidelijk maken:

 

"Wat moest er nu gebeuren? Dienaangaande kon Greijdanus niet precies uitstippelen wat zo zijn ideeën waren, omdat het voor hem zelfs niet eens precies helder was. Maar iets kon hij toch wel zeggen.

In de eerste plaats was het altijd zijn wens geweest, toen hij zag waarop het zou uitlopen, dat wij er van onze kant kant niet zouden uitgáán, maar dat wij uitgewórpen zouden worden. En zo dacht hij nog steeds." (Vrijmaking - Wederkeer, pag. 79)

 

Deze eminente hoogleraar worstelde met de vraag: hoe verder? Zelfs nadat hij was geschorst als emeritus-hoogleraar en als emerituspredikant, en zijn collega prof. Schilder afgezet als hoogleraar en als emeritus-predikant. En zo dus 'uitgeworpen' waren!

 

5. Revisionisten

 

Na de Vrijmaking van 1944 bleven er veel bezwaarden achter in de synodale kerken. Zij

werden door hen die zich vrijgemaakt hadden ook wel revisionisten genoemd. Deze

revisionisten waren van oordeel dat men niet zomaar de eenheid mocht verbreken maar dat

men in revisie moest (blijven) gaan tegen verkeerde synode-besluiten. Zij waren ook van

oordeel dat de genomen besluiten tegen Gods Woord ingingen maar zij zagen nog een weg

om te gaan. Eerst moesten de kerken nog meer gewaarschuwd worden.

 

Deze revisionisten, hoewel er enig begrip was voor hun standpunt want misschien hadden zij

persoonlijk inderdaad nog niet genoeg gedaan, werden van vrijgemaakte zijde wel bestreden.

Bestreden omdat twee synodes duidelijke uitspraken hadden gedaan.

Deze revisionisten werden daarom gewezen op artikel 31 van de kerkorde. Daar staat immers

dat men besluiten van kerkelijke vergaderingen die bij meerderheid van stemmen zijn

genomen als bindend zal aanvaarden tenzij ze in strijd zijn met het Woord van God of de

kerkorde. Dit tenzij is een recht en tevens een plicht. De plicht nl. om nooit, ook niet

gedurende een bepaalde tijd, besluiten als bindend te aanvaarden die tegen het uitgedrukte

Woord van God of de kerkorde ingaan.

Volgens gereformeerd kerkrecht treedt er als een generale synode bv. een besluit neemt dat

ingaat tegen het Woord van God, een interim-situatie in waarbij gedurende dat interim

broeders van hetzelfde huis tegenover elkaar staan.

Gedurende de tijd tussen twee synoden in zijn er dan broeders die een besluit als bindend

aanvaarden en broeders die datzelfde besluit niet als bindend aanvaarden, ook niet gedogen,

en er ook geen ogenblik uitvoering aan mogen geven.

Dat mag en dat moet ook omdat de gemeenschap van de kerk niet zomaar verbroken mag

worden. De Schriftuurlijke eis tot broederliefde mag niet vanwege één verkeerd besluit direct

genegeerd worden.

Daarom zullen de broeders die van overtuiging zijn dat een besluit ingaat tegen het Woord

van God gedurende die interim-situatie ook al het mogelijke (moeten) doen om zo’n besluit

gewijzigd te krijgen. En als dat gedaan is en gebleken is dat de kerken een zodanig besluit niet

wijzigen dan zullen zij zich moeten vrijmaken van zo’n besluit en van die kerken die zo’n

besluit voor hun rekening nemen. Omdat uit de weigering om zo’n besluit te wijzigen

duidelijk wordt dat de kerken hun gereformeerde karakter kwijt zijn. De kenmerken van de

ware kerk worden immers in artikel 29 van de NGB zo samengevat: “Kortom, dat men zich

richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus

Christus erkent als het enige Hoofd.”

 

Kern van de zaak is dus dat besluiten die tegen het Woord van God ingaan nooit, ook geen

ogenblik, als bindend aanvaard mogen worden maar juist verworpen moeten worden.

(Graag verwijs ik voor deze gereformeerde gedachtegang naar de twee bijlagen die aan het

slot van dit artikel zijn opgenomen. Eén van prof. K. Schilder en één van prof. S. Greijdanus.

Deze zijn ook gepubliceerd in De Bazuin van 24 november 2010 onder de rubriek ‘Kerkelijk

leven’.)

Tegen de revisionisten werd daarom ingebracht dat zij hun plicht verzaakten m.b.t. artikel 31

van de kerkorde. De concrete gehoorzaamheid aan het gebod van de Here, vastgelegd in

artikel 29 van de NGB, werd ingeruild voor de menselijke vondst om met de daad besluiten

die ingingen tegen het Woord van God gedurende kortere of langere tijd, de tijd namelijk

nadat ook een tweede synode de bezwaren aan de kant schoof, te gedogen.

 

En dat is nu precies wat Bolt en DGK tot op heden gescheiden houdt. Bolt gedoogt, in strijd

met artikel 31 van de kerkorde, al vele jaren dat binnen de Gereformeerde kerken Vrijgemaakt

besluiten die tegen het Woord van God ingaan gehandhaafd blijven.

 

Ik vind het onjuist en ook wel pijnlijk dat u dit zo stelt. Dat kunt u toch niet echt menen? Want 'gedogen' is toch dat je verkeerde dingen ziet gebeuren en doen en die stilzwijgend tolereert? Ik hoef niet aan te tonen dat van dat laatste geen enkele sprake is geweest, al de afgelopen jaren. En niet alleen in publicaties maar ook in de kerkelijke weg, tot op de synode van 2008 heb ik mijn bezwaren met de koers van de GKv kenbaar gemaakt. We hebben vele voorlichtingsavonden georganiseerd waarop diverse sprekers vanuit de Schrift aantoonden waarin besluiten van de GKv de toets van de Schrift en de belijdenis niet konden doorstaan en opgeroepen deze te verwerpen. In onze woonplaats gaan we niet meer aan het Avondmaal omdat dat open staat voor niet-gereformeerde gasten. We roepen onze kerkenraad op verschillende synodebesluiten van Zwolle-Zuid niet te ratificeren maar te verwerpen.

Niks tolerantie en gedogen dus. De strijd gaat nog steeds voort.

 

En daarmee komt hij in strijd met de concrete gehoorzaamheid die de Here ook van hem

vraagt. Want ook voor hem geldt wat aan het slot van bovengenoemd artikel van prof.

Greijdanus staat: “Een ieder draagt zijne eigene verantwoordelijkheid, en kan die niet

afwentelen op anderen. En ieder moet zelf beoordelen en beslissen, nu, bij wat niet is naar

Gods Woord, om dat te verwerpen en daarmee te breken, zonder met het verkeerde voort te

gaan in gemeenschap met anderen. Geen synode, geen kerkverband kan hier tot uw

verontschuldiging strekken. Heden zoo gij Zijne stem hoort, verhardt uw hart niet, Psalm 95:

7-8.”

Inderdaad, nooit mag een mens tegen de Schrift ingaan. Ook niet een moment. Tussen haakjes, je zegt zoiets wel met vreze en beven. Want hoezeer ben ik me er van bewust dat ik zo vaak wél zondig, en niet altijd één moment. Hoe is het nodig ook in ootmoed onze levensweg te gaan en het van Christus' genade te verwachten.

"Heden zo Gij zijn stem hoort, verhardt uw hart niet". Ik buig daarvoor. Maar de discussie met DGK is: wat zegt die Stem? U hebt naar uw oprechte overtuiging die Stem horen zeggen: maak u vrij, institueer een gemeente in Berkel en Rodenrijs en sticht een eigen kerkverband. Ik meende een andere Stem te horen: Zet de strijd nog voort om het behoud van de vrijgemaakte kerken en luister tot Ik het moment aangeef.

U acht de beslissing tot vrijmaking in 2003, die door géén van de predikanten in actieve dienst werd gesteund(!), als Gods geopenbaarde wil. Ik kan u dat niet nazeggen. En zie dat, als het tóch een eis van uw kerkverband is, als religieuze dwang die uitgaat boven het fundament waarop we samen verder zouden moeten.

 

‘Wachten op de Here’ klinkt dan wel alleszins vroom maar is het in wezen niet. Want de Here

verwacht van ons, eist van ons, gehoorzaamheid aan Zijn geopenbaarde wil. Heel concreet.

Naar Zijn maatstaven. Heden zoo gij Zijne stem hoort!

 

Daarom is vóór de Vrijmaking van 2003 breedvoerig en kerkbreed vanuit Schrift en belijdenis

beargumenteerd en aangewezen, o.a. in de brochure ‘Laten wij ons bekeren, een Oproep tot

reformatie’, welke besluiten ingingen tegen het Woord van God. En aangewezen werd de

brede deformatie van de kerk en het diepe verval. Ook in de besluiten m.b.t. de vraag van

Dalfsen is dit nogmaals uiteengezet. Concreet werd gewezen op ‘het twistgeding’ dat er was

tussen de HERE en Zijn volk op het gebied van Woordverlating.

En pas toen de ‘Oproep tot bekering’ kerkbreed werd afgewezen maakten broeders en zusters

zich naar artikel 28 van de NGB en artikel 31 van de kerkorde vrij van de synodebesluiten die

ingingen tegen het Woord van God. Omdat ze wisten dat van hen werd gevraagd concrete

gehoorzaamheid aan het Woord van God. Geen heftige zelotische ijver, hoewel ik uiteraard

niet voor iedereen persoonlijk kan spreken, dreef hen, maar de Schriftuurlijke ijver om de

Here gehoorzaam te zijn en te blijven. Het is ook alleen in die weg dat ootmoedig beleden kan

worden dat onder Gods genade het Schriftuurlijk en confessioneel bestaansrecht van De

Gereformeerde Kerken vaststaat.

 

Ik begrijp in dit verband niet dat Bolt het refereren van de DGK-synode aan de generale

synode van Hoogeveen 1969 opmerkelijk en veelzeggend en ook onterecht vindt. Want het

was juist die synode die nader in is gegaan op het bestaansrecht van de Gereformeerde

Kerken. Bolt doet deze verwijzing naar Hoogeveen wel snel af als niet ‘to the point’ en

contraproductief vanwege de heel andere situatie, maar dat is nog maar de vraag. Want het

gaat in wezen om dezelfde zaak nl. het bestaansrecht van de Gereformeerde Kerken in de

jaren zestig van de vorige eeuw en het bestaansrecht van DGK anno Domini 2010.

Het lijkt me daarom goed om eens nader te bezien waaraan de DGK-synode nu precies

refereerde.

6. Generale synode van Hoogeveen 1969

 

De DGK-synode refereerde aan de generale synode van Hoogeveen en wel in het bijzonder

art. 249 IIC, oordeel a.3. We lezen daar:

“dat de O.B. door het confessioneel spreken over de vrijmaking der Kerk in 1944 e.v.j.

(als boven vermeld) te veroordelen als een beschouwing, die religieus gevaarlijk is en

voert tot ontbinding van onze kerken, het schriftuurlijk en confessioneel bestaansrecht

naar art. 28 N.G.B. der gereformeerde kerken aantast en haar vrijmaking als het werk

van de Here Christus naar Zondag 21 H.C. verloochent.”

 

Tussen haakjes staat in dit citaat: (als boven vermeld). Dit verwijst naar het confessioneel

spreken over de vrijmaking der kerk in 1944 zoals dit in de Open Brief was opgenomen (en

veroordeeld) en onder ‘constaterende a’ is opgenomen in de Acta van Hoogeveen. In de Open

Brief stond namelijk m.b.t. tot het zgn. ‘Vrijmakingsgeloof’:

,,een geloof dat in en na de vrijmaking diep wortel heeft geschoten in het hart van vele

vrijgemaakten: n.l. dat onze Heere Jezus Christus door de Vrijmaking van 1944 en de

volgende jaren een nieuw werk van kerkreformatie heeft ten uitvoer gelegd. Midden in

onzuivere ontwikkelingen van het gereformeerde leven heeft Hij door de Vrijmaking

genadig ingegrepen en Zijn volk opnieuw in vrijheid gesteld" (par. 4).

,,De vrijmaking vond plaats overeenkomstig art. 28 N.G.B. Het zou geweest zijn een

zich voegen bij de ene ware kerk, die onze geloofsbelijdenis conform de Schriften kent.

Deze ware kerk wordt in deze landen vergaderd op de aloude grondslag van de

gereformeerde kerken n.l. Gods Woord en de drie formulieren van enigheid, terwijl

haar kerkelijk samenleven alhier wordt geregeld door de Dordtse kerkenordening.

De vrijmaking, die tegen confessionele insluipsels en kerkrechtelijke misgrepen en

verschuivingen het historisch gereformeerd karakter van de kerk alhier handhaafde,

bewaarde ons zo bij Gods ene kerk op aarde. Zo werd het tot een confessionele

aangelegenheid herleid, dat de bedding van Christus' kerkvergaderende activiteiten

via de vrijgemaakte kerken loopt"(par. 5)

 

De generale synode van Hoogeveen overwoog dat dit schrijven in de Open Brief over het

zogenaamde ‘Vrijmakingsgeloof’ veelszins correct was. Dit staat te lezen in ‘Overwegende 2,

daar staat:

dat wat de O.B. als ,,vrijmakingsgeloof" benoemt en omschrijft sub const. a veelszins

weergeeft, wat de meeste vergaderingen onzer kerken hebben uitgesproken en de g.s.

van Groningen 1946 in haar ,,Getuigenis" en die van Assen 1961 in haar ,,Open

Brief" breder hebben aangewezen uit de Schriften en de Belijdenis aangaande de

vrijmaking der Kerken in 1944 e.v.j. met name dat deze vrijmaking is geschied naar

art. 28 N.G.B., conform de H. Schrift.

 

Keren we nu terug naar het eerder genoemde oordeel a.3. dan zien we dat de generale synode

van Hoogeveen van oordeel is dat de Open Brief door het confessioneel spreken over de

vrijmaking der Kerk in 1944 te veroordelen als een beschouwing die religieus gevaarlijk is en

voert tot ontbinding van onze kerken, het schriftuurlijk en confessioneel bestaansrecht naar

10

art. 28 N.G.B. der gereformeerde kerken aantast en haar vrijmaking als het werk van de Here

Christus naar Zondag 21 H.C. verloochent.

 

En daarmee zitten we in het hart van de kwestie die Bolt heeft aangesneden.

Want DGK zeggen: Het is onze geloofsovertuiging en ons geloofsvooroordeel dat de

Vrijmaking van 2003 ondanks het handelen van zondige mensenkinderen toch het werk van

de Here is geweest, want onze Vrijmaking was Schriftuurlijk en confessioneel bepaald.

Geschiedt naar art. 28 N.G.B. en artikel 31 K.O. en conform de Heilige Schrift. Daarvan heeft

DGK uitgebreid verantwoording afgelegd in de besluiten aangaande de vraag van de

kerkenraad van Dalfsen.

 

Terwijl Bolt daartegenover als zijn oordeel (wat misschien ook wel een geloofsvooroordeel

is) stelt: De Vrijmaking van 2003 is te vroeg georganiseerd en de strijd die de Here gebood is

te vroeg gestaakt.

 

Daarmee stelt Bolt dus, net als de Open Brief, het bestaansrecht van De Gereformeerde

Kerken ter discussie. Want waar de Here gebiedt tot de strijd mag niemand in eigenwilligheid

weglopen. Dan scheur je de kerk, het lichaam van Christus. Schendt je de tempel van God, en

wie de tempel van God schendt, God zal hem schenden, 1 Kor. 3: 17.

 

Ten diepste is dus de vraag: Was de Vrijmaking van 2003 een genadig werk van de Here

waarvoor we in heel ons leven Hem dankbaar moeten zijn òf was het onverantwoorde

kerkscheuring.

Ik weet dat Bolt ervan houdt om de zaken scherp te stellen dus hij zal het mij niet kwalijk

nemen dat ik dat op mijn beurt ook doe.

Maar als dit ten diepste juist is dan is toch ook het refereren van de DGK-synode aan de

generale synode van Hoogeveen terecht? Want ook toen werd door het gestelde in de Open

Brief het bestaansrecht van de Gereformeerde Kerken betwist.

 

Het is zo jammer dat u niet ingaat op wat ik hierover eerder gezegd heb. Kern van wat ik betoogde is dat de situatie van, zeg maar, de Open Brief, in het geheel niet vergelijkbaar is met de situatie waarin u (DGK) en ik (verontrusten) t.o.v. elkaar verkeren. Laat me proberen het nog eens toe te lichten.

In de zestiger jaren wilde een invloedrijke en actieve oppositiegroep in de kerken de vrijgemaakte kerken weer terugbrengen in het 'synodale kamp'. Dáárom ging de strijd. In dát kader is ook de uitspraak van ds. Lok te plaatsen dat de erkenning van de vrijmaking nodig was omdat bij vereniging van kerken je niet voorbij mag gaan aan vastgepinde valse leer bekrachtigd door onrechtmatige schorsen en afzettingen.
Echter dat is nu helemaal niet het geval. Er kloppen nu verontrusten op de deur van DGK. Zij weten zich één met hen in de afwijzing van tal van verkeerde ontwikkelingen in de GKv. Zij willen weten hoe het zit met het karakter van de kerken nu. Zijn het voluit gereformeerde confessionele kerken, die trouw zijn aan de Schrift en de belijdenis? Waar ook een eerlijke kerkelijke samenleving gevonden wordt? Waar vragen zijn over het feit dat in zo'n korte tijd er zoveel scheuringen zijn geweest. Maar er is geen enkele bedoeling DGK terug te willen bewegen naar de GKv. Integendeel.
Daarom: dan gaat het toch helemaal niet aan in deze situatie hen met de 'Open Brief querulanten' te vergelijken?

 

Daarbij moet mij nog het volgende van het hart; de Open Brief schrijvers waren in hun

spreken heel wat milder over de vrijmaking van 1944 dan Bolt over de Vrijmaking van 2003.

In de Open Brief schreven ze nl. o.a.: “U zult verstaan, dat wij evenmin dit vrijmakingsgeloof

delen. Niet, dat wij geen goed vertrouwen op onze Heer Jezus Christus hebben met betrekking

tot de daad der vrijmaking die wij in 1944 stelden in gehoorzaamheid aan Zijn geboden. Wij

erkennen ook, dat deze gehoorzaamheid door de Heilige Geest is gewerkt, Die ons de

ongerechtigheid van het kerkelijk handelen van toen deed zien en kracht gaf om ermee te

breken.”

 

Het lijkt me dat u mij geen recht doet door u sterk te maken door Open Brief schrijvers tegen mij op te stellen. Het is misschien raadzaam om de Acta van Amersfoort-West nog eens voor het voetlicht te halen of, eenvoudiger, door de eerder aangehaalde brochure Welke kerk ging stuk van dr. De Vries in zijn geheel te lezen. Dan kan de conclusie niet anders zijn dan dat het stukje dat u citeert betrekking heeft op een totaal andere situatie.

 

Waar Bolt schrijft over de vrijmaking van 2003 als een staken van de strijd die de Here

gebood, schrijft de Open Brief over de Vrijmaking van 1944 in ieder geval nog dat dit een

gehoorzaamheid was die door de Heilige Geest werd gewerkt.

Laten we vervolgens zien hoe De Vries het betwisten van het bestaansrecht van de

Gereformeerde Kerken beoordeelde.

 

7. De Vries over het bestaansrecht van de Gereformeerde Kerken

 

De Vries gaat op bladzijde 28 in op het verzet van ds. Van der Kwast tegen de gedachte dat de

Vrijmaking van 1944 reformatie van de kerk zou zijn. Ik citeer:

11

“Nu verzet ds. Van der Kwast zich tegen de gedachte dat Vrijmaking reformatie van

de kerk zou zijn. We citeren: “Er was in de loop der jaren een beschouwing over de

Vrijmaking ontwikkeld, waarin werd gesteld dat de kerk in de jaren 1944/’45 uit het

diensthuis van synodale heerschappij-voering was geleid door Christus, die een nieuw

werk van kerkreformatie begon. De Vrijmaking was dan ook geen kerkscheuring, nee,

het was een zich naar art. 28 van de NGB voegen en bewaard blijven bij de éne ware

kerk

We willen vragen of ds. Van der Kwast dan van mening is dat de Vrijmaking wél een

kerkscheuring was. We denken aan de brochure die dr. J. Ridderbos in 1944 schreef

onder de titel ‘Kerkscheuring’. Daarin werden de Vrijgemaakten van kerkscheuring

beticht. Dat werd verontwaardigd door hen tegengesproken. Daarmee zouden ze

zichzelf toch fundamenteel veroordeeld hebben? Wanneer hun daad van Vrijmaking

niet door Schrift en belijdenis gelegitimeerd kan worden, zouden ze kerkelijk geen

been hebben om op te staan.

Kerkscheuring? Calvijn heeft eens geschreven ten aanzien van de beschuldiging van

rooms-katholieke zijde dat hij de kerk gescheurd zou hebben: “Het allergrootste

misdrijf echter, waarvan men ons beschuldigt is, dat wij het aangedurfd hebben, de

bruid van Christus te verscheuren. Als dat waar was, zoudt gij en de ganse wereld ons

terecht voor verloren houden”.

 

We zien in dit citaat dat De Vries de Vrijmaking van 1944 gelegitimeerd achtte op grond van

Schrift en belijdenis. Als deze Vrijmaking daardoor niet gelegitimeerd was dan zouden de

vrijgemaakten kerkelijk zelfs geen been hebben om op te staan. Geen bestaansrecht hebben.

Dan zou met recht gesteld kunnen worden dat hun daad van Vrijmaking metterdaad

‘kerkscheuring’ is geweest.

 

Hierboven is het al aangegeven: De vrijmaking is er gekomen nadat de broeders gedwongen werden valse leer te aanvaarden. Na schorsing en afzetting van hoogleraren en soms volledige kerkenraden door een losgeslagen synode. Dat typeert het begin van de Vrijmaking van 1944. Dat moet ook in alle eerlijkheid vergeleken worden met de situatie van 2003.

 

En dat is nu net wat Bolt in feite zegt over de Vrijmaking van 2003. Deze was volgens hem te

vroeg en de strijd werd gestaakt waar de Here gebood om verder te strijden.

Met andere woorden; de Vrijmaking van 2003 wordt niet gelegitimeerd door Schrift en

belijdenis en is dus kerkscheuring geweest. Nu hebben wij Bolt dit laatste nog nergens zien

schrijven of beweren. Maar het is wel de enige conclusie die getrokken kan worden uit zijn

eigen woorden.

 

Ik ga hier niet herhalen wat ik hierboven heb gezegd.

 

En dan wordt het inderdaad de vraag ‘hoe nu samen verder’. Daar geeft Bolt antwoord op in

zijn tweede artikel. Een mijn inziens onthutsend antwoord.

8. De weg die Bolt wijst om samen op te trekken

 

Bolt schrijft met betrekking tot het samen optrekken het volgende:

 

Soms wordt van DGK-zijde aangevoerd dat het zo toch wel moeilijk wordt het 10-

jarig bestaan in 2013 te vieren. Dat is ook zo. Tenminste, als het kerkelijk handelen op

dit jaartal centraal moet staan. Dan zullen een aantal broeders en zusters dat zó niet

mee kunnen vieren.

Maar als de vurig begeerde eenheid er zou komen met al die gereformeerden die bij

elkaar horen dan gaat het feest toch om díe eenheid die Christus bewerkte? Ja, via

heel verschillende wegen, en of die allemaal geheel verantwoord waren daar zijn we

nog niet over uitgesproken,”

 

Bolt stelt hier eigenlijk dat de ontstaansgeschiedenis van al die gereformeerden die bij elkaar

horen er uiteindelijk niet toe doet. Het gaat volgens hem om díe eenheid die Christus

bewerkte. Via heel verschillende wegen en of die allemaal geheel verantwoord waren daar

zijn we volgens Bolt nog niet over uitgesproken.

 

Ik vind dit een te snelle conclusie: "er niet toe doet". Ja, ik sta niet achter de vrijmaking van 2003. Dat zou ook vreemd zijn want ik ben er bewust niet mee meegegaan.
Doet het er daarom niet toe hoe het in 2003 is gegaan? Jazeker wel. Dáárom zegt Dalfsen en vele verontrusten: wij kunnen om des gewetenswil ons niet conformeren aan uw standpunt over 2003 en vragen u of er daarvoor ruimte is in uw kerken.
En ook zeker, de geschiedenis van voorgaande reformaties doet er wel toe. Graag zal ik met een volgende herdenking van de Vrijmaking van 1944 meedoen, als ik het mag beleven. En dan ook de Here danken dat hij toen zijn volk heeft verlost van kerkelijke dwaling en tirannie.

Maar als het gaat om een nieuwe eenheid in Christus, die verantwoord is naar de Schrift en de belijdenis dan hoort daar niet de eis van erkenning van 2003 bij. Dat kunnen we ook leren van de Vereniging van 1892. Hoe hebben m.n. de Afgescheidenen geworsteld met het feit dat hun, zeg maar rustig, geloofsovertuiging t.a.v. het principe van de Separatie (Afscheiding) niet door de Dolerenden werd gedeeld. Dat is een strijd geweest tot op de bodem van de harten van de broeders. Toch zijn ze één geworden!

Daarbij hebben de Afgescheidens broeders niet hun geloofsovertuiging ingeleverd. Nee, dat hebben ze nadrukkelijk in het zgn. Beding aangegeven. En ze hebben de overtuiging van de Dolerende voor hun verantwoordelijkheid gelaten. En zo hebben ze samen het feest van de eenwording mogen ontvangen op de basis van de Schrift en belijdenis.

Zo kunnen er ook nú blijde herdenkingen plaatsvinden. Verlost van de tirannie van Schriftkritiek en belijdenisverzaking en zo weer geplaatst in de ruimte van het Woord.

Dat ons dat samen gegeven mocht worden!

 

Nu is Bolt, zoals we gezien hebben, wel tamelijk uitgesproken over de Vrijmaking van 2003.

Deze valt voor hem onder de categorie ‘niet verantwoord’.

Maar dat is blijkbaar helemaal geen probleem voor hem want het gaat toch maar om die vurig

begeerde eenheid.

Maar mij gaat die opmerking van Calvijn, onder het vorige punt, niet uit het hoofd. En wel

deze opmerking: “Het allergrootste misdrijf echter, waarvan men ons beschuldigt is, dat wij

het aangedurfd hebben, de bruid van Christus te verscheuren. Als dat waar was, zoudt gij en

de ganse wereld ons terecht voor verloren houden”.

Calvijn zegt dus; als je hebt gedaan aan kerkscheuring, de bruid van Christus verscheuren,

dan ben je verloren.

Huiveringwekkend maar waar, want het is geheel en al naar de Schrift, zie het eerder

aangehaalde 1 Kor. 3 : 17, “Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de

tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig.”

 

Zeker, met dit laatste stem ik ook volledig in. Dáárom is het ook nog steeds een zaak die verontrusten in de GKv zo intensief bezig houdt: roept de Here nu, mag je nu, móet je nu breken met de ongerechtigheid in de GKv en zo opnieuw in vrijheid te kunnen ademhalen? Dat moet zeer zorgvuldig worden overwogen voordat het tot een 'Entscheiding' komt. Laat ik u, br. Van Egmond, verzekeren dat het ons dagelijks bezighoudt.

Daarbij komt nog wel een ander punt. Want de vraag wie scheurt de kerk is niet heel simpel te beantwoorden met 'de plaats van vergaderen op zondag'. Gereformeerden hebben altijd verworpen dat als zij apart gingen vergaderen omwille van het bewaren van het Woord, niet zij de kerk scheurden maar degenen die dwalingen invoerden, in bescherming namen en broeders uitwierpen die geen dwaling konden en wilden aanvaarden. Voor hen die zó verantwoordelijk zijn voor de scheur in Christus' kerk ziet het er (zonder bekering) inderdaad slecht uit in de laatste oordeelsdag.

 

Nu ken ik maar één manier om te ontkomen aan het geschonden te worden door God vanwege

het schenden van Zijn tempel en dat is radicale bekering. Erkenning van schuld en een

schuilen bij het bloed van Jezus Christus. Zoals in 1 Johannes 1: 9 staat: “Indien wij onze

zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te

reinigen van alle ongerechtigheden”, vergelijk ook Spreuken 28: 13: “Wie zijn overtredingen

bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.”

 

Kostbare woorden, de kern van het Evangelie, de Blijde Boodschap. We hebben een God vol

van genade voor zondaren die hun zonden, ook hun kerkzonden, belijden. Maar dan moeten

ze wel beleden en niet bedekt worden. Zeker in onze situatie want het zijn dan niet de zonden

‘der vaderen’ maar die van onszelf, DGK-leden.

 

In dit verband wil ik graag u een tegenvraag stellen. Want als u dit zó scherp neerzet, dan begrijp ik niet hoe ik van DGK-zijde tot in publieke bijeenkomsten hoor dat de DGK helemaal geen schuldbelijdenis vraagt van hen die zich nu pas bij haar aanmelden. Hoe kan dat? Want als in 2003 de Here gebood je los te maken van de GKv dan is het toch zonde van al diegenen die het 'jarenlang het erbij hebben laten zitten', beter: de Here maar hebben laten roepen zonder te luisteren? Dan moet u toch ook consequent zijn en wél schuldbelijdenis vragen?

Maar laten we elkaar toch niet zo in deze consequenties drijven! Hier mag toch ook eens beleden worden (zoals onze voorvaderen deden bij de Vereniging) dat ons kennen en inzicht beperkt is.

 

Daarom is uiteindelijk de vraag die anno Domini 2010 aan Bolt gesteld moet worden deze: Is

de Vrijmaking van 2003, waarvan DGK-leden als hun geloofsvooroordeel belijden dat dit

ondanks het werk van mensen toch een genadig werk van de Here is geweest, in het licht van

Schrift, belijdenis en kerkorde verantwoord geweest; JA òf NEE?

 

Deze vraag is duidelijk en herhaald beantwoord in het voorgaande.

 

Indien JA; laat ons dan zo spoedig mogelijk samen optrekken.

Indien NEE; dan mag u niet eens samen met ons optrekken. Opdat u geen deel hebt aan onze

kerkzonden.

 

Wij hebben een vraag aan u: Is er bij u de ruimte dat broeders en zusters de Vrijmaking van 2003 te vroeg en op te smalle basis te vinden? Die moet u beantwoorden. Dat is de vraag die Dalfsen aan u stelde. Dáár moet ú klaar mee komen. Als ook met de Ja/Nee vraag hierboven die u eigenlijk aan uzelf stelt.

 

Zet ik hiermee de zaak op onverantwoorde wijze op scherp? Misschien wel voor hen die

liever de kerkzaken maar wat in het vage laten. Ik ben er echter van overtuigd dat de DGK synode een uitnemender weg heeft gewezen aan de kerkenraad van Dalfsen. Dit deed ze door

te stellen:

“Tegelijkertijd zien wij in uw Vrijmaking het dynamische kerkvergaderend werk van

de Here doorgang vinden. En wij zijn met u de Here daarvoor diep dankbaar. Het is

deze dankbaarheid die voor u en voor ons nieuwe verplichtingen met zich meebrengt.

En wel allereerst de verplichting om de eenheid in de waarheid met elkaar ook vorm

te geven door samen op te gaan trekken in de waarachtige dienst aan de Here. Voor

deze waarachtige eenheid heeft Jezus Christus hartstochtelijk zijn Vader gebeden,

Johannes 17:11b, 20, 21.

13

Wij zijn dan ook stellig van mening dat deze eenheid in de waarheid mogelijk is. Want

als we er echt van overtuigd zijn, van weerszijden, dat de Here een goed werk bij u en

bij ons is begonnen, dan zullen we elkaar ook weten te vinden in de dankbare vreugde

voor Zijn werk bij u en bij ons.

Dan pinnen we elkaar niet vast op de datum waarop de een en de ander zich heeft

vrijgemaakt, of beter, werd vrijgemaakt, maar dan vinden we elkaar in de diepe

verwondering dat de Here ons samen heeft bewaard bij Zijn Woord en Kerk. En gaan

we samen verder, als broeders en zusters in de Here, wetende dat daar, waar broeders

ook tezamen wonen, de Here Zijn zegen gebiedt, leven tot in eeuwigheid, Psalm 133.”

 

We zien hier immers dat niets anders gevraagd wordt dan van weerszijden ermee in te

stemmen dat de Here een goed werk in Dalfsen en bij DGK is begonnen.

En inderdaad, dan pin je elkaar niet vast op een bepaalde datum waarop de één en de ander

zich vrijmaakte.

 

Ja, hierin wil ik graag met umeegaan maar naar mijn overtuiging passen deze inhoudrijke zinnen niet bij uw eerder betoog. En ook niet bij het verhaal hieronder waar eigenlijk alsnog de gevraagde ruimte niet lijkt te worden gegund en uw opvatting alsnog moet worden aanvaard, hoe mooi het ook in zinnen is verpakt.

 

Want dan is er de diepe dankbaarheid bij de eerst-vrijgemaakten voor het

werk van de Here bij hen die zich later vrijmaakten. Maar dan zullen zij die zich later

vrijmaakten en de eenheid begeren met die eerst-vrijgemaakten toch niet zeggen; uw eerdere

vrijmaking was niet het genadige werk van de Here maar een staken van de strijd die de Here

gebood?

Want als ze dat zouden zeggen zouden ze niet de eenheid moeten begeren maar op moeten

roepen tot bekering van zondige daden in het verleden.

Het is mijn stellige overtuiging dat eenheid in het kerkelijke op de manier die de DGK-synode

heeft laten zien verantwoord is voor de Here. Laten we daarom wars zijn van grote woorden

over het tijdstip van Vrijmaking.

 

Maar, br. Van Egmond, wie spreekt nu grote woorden over tijdstippen? Het zijn toch juist verontrusten die 'uw' kerkdeur niet willen passeren maar er op kloppen en vragen: geef ons de ruimte om geen grote woorden over 2003 te hoeven spreken als b.v. "machtig werk van de Here"?

 

Hebben de jaren tussen 2003 en 2010 ook voor broeder Bolt niet overduidelijk gemaakt dat de ingeslagen koers van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt niet te stuiten is? De vraag stellen is mijns inziens haar beantwoorden!

 

Ja, u hebt gelijk: er is geen verontruste, inclusief verontruste predikanten en theologen die deze voortgaande afval niet (h)erkent. Tegelijk zou ik u willen voorhouden dat dat niet een doorslaggevend argument voor 2003 is. In de eerste plaats natuurlijk niet omdat het terugredeneren is. Toen, in 2003 kon nog niet worden voorzien dat het zó'n vaart zou lopen, dat nu zelfs (een) predikant(en) in strijd met de belijdenis de doop aan kinderen van zijn exclusieve karakter wil(len) ontdoen! Het illustreert eens te meer dat op de weg die afvoert van het Woord ook geen stilstand is.

De strijd die gevoerd werd en wordt in de GKv door 'profetisch spreken' maakt de geesten steeds meer openbaar. Zo leert de Schrift dat toch ook? Dat zie je wanneer profeten en apostelen spraken in de kerk van hun dagen. Het Woord is immers een tweesnijdend scherp zwaard dat zijn gevolgen heeft: bekering óf verharding. Zo mag je m.i. stellen dat de voortgaande strijd steeds meer duidelijk maakt waarom het gaat. Je ziet ook de werking van Openb. 22:11.

En verder, als uw manier van redeneren in deze situatie legaal is, zou er dan ook niet de vraag moeten worden gesteld: in hoeverre heeft de vrijmaking van 2003 de geestelijke strijd binnen de GKv ernstig verzwakt? Zou u dan ook niet in uw eigen kader gevraagd moeten worden na te denken over 'schuld' en 'zonde'?

Echter ik zou willen oppassen voor al te gemakkelijke en snelle conclusies uit de (recente) geschiedenis van de kerk hoeveel daaruit ook valt te leren en kan leiden tot (zelf)onderzoek.

 

Tenslotte.

Als het tot vereniging komt van broeders en zusters die bij elkaar horen, dan kunnen ze feestvieren ondanks verschil van inzicht over tijdstippen waarop vrijmakingen en afscheidingen plaatsvonden. Want wij vinden elkaar in Christus. Wij loven en prijzen Hem omdat Hij hen weer samenbracht. Wij brengen de Here dank dat wij niet meegesleurd werden in postmoderne Schriftkritiek en (geestelijke) secularisatie.

Dat heeft niets te maken met pragmatisch redeneren. Nee, we zijn het niet overal over eens. Maar we erkennen christelijk-nuchter dat we in dit leven elkaar niet volledig zullen kunnen overtuigen. Terwijl we toch elkaar in de eenheid van het ware geloof hebben gevonden als broeders van hetzelfde huis.

 

Laat het bovenstaande gezien worden als een eerlijke poging tot de stap daar naar toe.

Als de Here het geven wil.

 

Noot:

 

Ik ga op dit moment niet in op uw Bijlage 1. Deze bijlage gaat over Beginsel, recht en betekenis van de Afscheiding, een rede van prof.dr. K. Schilder. Het is zeer belangwekkend deze bijlage te verwerken in onze overwegingen m.b.t. vrijmakingen en afscheidingen in onze dagen.

Ik hoop daar DV een ander moment gelegenheid voor te hebben.

Laatst aangepast op zaterdag 12 februari 2011 13:06  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]