Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Archief Landelijke dag 23-09-2006 Ds. J.R. Visser te Dronten - De klaroenstoot van Gods Woord

Ds. J.R. Visser te Dronten - De klaroenstoot van Gods Woord

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

DE KLAROENSTOOT VAN GODS WOORD
De duidelijkheid van Gods Woord geproblematiseerd

Broeders en zusters

Wij leven in een tijd waar zekerheid en grote verhalen hun tijd hebben gehad. Zekerheid en een groot verhaal worden argwanend bekeken. Worden ook vaak als bedreigend ervaren. Als iets zeker is, als een groot verhaal waar is moet je je daarin namelijk schikken en komt je eigen waarheid volgens wat jij voelt, denkt en wilt onder druk te staan. Dat geeft geen fijn gevoel.
Dit zijn kenmerken van wat genoemd wordt het postmoderne levensgevoel. De geest van de tijd heeft altijd invloed op mensen. Dat gebeurt bewust maar ook heel vaak onbewust. We ademen de geest van de tijd in. We leven erin. Bij de geest van onze tijd hoort ook de gedachte dat als je een tekst leest de betekenis van deze tekst voor een groot deel door de lezer bepaald wordt. Wij moeten daarom in onze tijd heel veel aandacht hebben voor de lezer. Hij voegt betekenis aan de tekst toe en dat maakt het dan heel moeilijk om te zeggen: dit is wat er staat en als we dat op de Bijbel toepassen: Zo zegt de HERE.
Volgens velen in onze tijd is het eigenlijk heel moeilijk om met zekerheid te zeggen wat de HERE in de Bijbel zegt, dat het  altijd  gaat om de interpretatie van de lezer.  De vragen, de geest die in onze tijd rondwaart, bereikt ook mensen die  door de geslachten heen leven bij de belijdenis dat Gods Woord duidelijk is. Dat is geen nieuwe constatering van mij. In 2001 schreef prof C. Graafland: “De laatste tijd gaat men, ook in orthodox-gereformeerde kring, nog verder. Niet alleen als Bijbellezers moeten we ervan uitgaan dat we de Schrift slechts kunnen verstaan via onze interpretatie. Maar men gaat ook steeds duidelijker stellen, dat wat de Bijbel zelf aan ons doorgeeft aan openbaring van God niet de openbaring zelf is, rechtstreeks dus, maar ook (maar) interpretatie van de openbaring is. Ja, eigenlijk is de Bijbel niet anders dan een voortgaande interpretatie van de openbaring. Dus: interpretatie van interpretatie en zo gaat het de hele Bijbel door.”
Ook onder ons is vanuit de druk van de tijd er veel aandacht voor deze vragen. Veel aandacht die ook voor veel onzekerheid zorgt. Die ook voor spanningen zorgt. Het is o.a. daarom dat vanuit Kampen in het komende seizoen een cursus hermeneutiek aan predikanten in onze kerken aangeboden wordt. In de uitnodiging voor die cursus wordt dan o.a. geschreven: “Het thema ‘hermeneutiek’ is niet voor niets gekozen. Want juist rond de uitleg en het
gebruiken van de bijbel komt veel van de beweging die zich vandaag voordoet samen. En ook
afgezien daarvan vormt het werken met de bijbel in de praktijk van het leven van de gemeente
het centrale speerpunt van het werk van een voorganger. Bovendien treden juist rond dit veld
van aandacht de genoemde spanningen op. Daarom hebben predikanten zeker vandaag
‘hermeneutisch besef’ nodig en moeten zij ook inzicht ontwikkelen in de kansen en risico’s
die zich op het terrein van de hermeneutiek aandienen. De pilot wil daartoe stimuleren en
daarmee een begin maken.”
Je ziet bij het gesprek over het Schriftverstaan heel duidelijk dat allerlei filosofische gedachten de agenda van dit gesprek beheersen en het is opvallend dat de Bijbel, Gods eigen Woord, daarbij veel minder een plaats krijgt. Er is daarbij een neiging om de Bijbel tot een soort ideeënboek te maken. Een boek waarin we enkele belangrijke gedachten vinden, we vinden daarin een kern die we niet mogen opgeven. Dan worden ook de verhalen dragers van ideeën maar de concreetheid van de Bijbelse geschiedsbeschrijving komt dan onder druk te staan. Ik wil in het vervolg daarvan voorbeelden geven en ook laten zien.

Adam onze eerste voorouder?

Ik noem eerst een voorbeeld dat in onze kerken nog niet zo ter sprake is gekomen maar dat in het Nederlands Dagblad en andere media wel veel aandacht gekregen heb. Het Nederlands Dagblad heeft prof Dekker en dr Ouweneel ook ruimte gegeven om hun standpunten uitgebreid naar voren te brengen.  Ook in gesprekken met gemeenteleden merk je dat het een rol speelt en mensen zich aangesproken voelen door mensen als prof Dekker en dr Ouweneel. Die er voor pleiten dat er ruimte is om te geloven dat Adam en Eva niet noodwendig de voorouders van alle mensen zijn. We zouden elkaar vrij moeten laten om te geloven dat wat we in Genesis 1-3 beschreven wordt echt zo gebeurd is of dat de HERE met wat daar staat alleen wil laten zien dat Hij de Schepper van alles is en Hij een goede schepping gemaakt heeft. De verantwoording voor de conclusies die hier volgen zijn in een bijlage bij deze lezing opgenomen.  
Op grond van wat we in Genesis 1-5 en op andere plaatsen in de Bijbel over Adam en Eva lezen, is het niet mogelijk om elkaar deze ruimte te geven. Ik geef nu de conclusies na bestudering van die gedeelten in Gods Woord waar op Adam en Eva of op Adam alleen gewezen wordt. Vanwege de tijd kan ik dat onderzoek nu niet weergeven maar bij de gedrukte versie van deze lezing is dat als bijlage opgenomen.  

Enkele conclusies

Ik kom nu met enkele conclusies zonder om op een of andere manier naar volledigheid te streven.

De Heilige Geest laat in de Bijbel na Genesis 1-5 zien dat ook deze hoofdstukken als geschiedenisbeschrijving gelezen moeten worden. We hebben hier niet met filosofische verhalen of leermodellen te maken maar met betrouwbare beschrijving van historische gebeurtenissen. Het laat ons zien dat als in de Bijbel iets als beschrijving van feiten, van de geschiedenis gepresenteerd wordt wij het ook als geschiedenis moeten lezen en erkennen. De HERE zelf staat borg voor de betrouwbaarheid van de beschrijving in de geschiedenis. Het gaat in Genesis 1-11 niet over mythen, oergeschiedenis of sagen die niet de werkelijke gebeurtenissen weergeven. Ook hier geeft de HERE ons de waarheid die in overeenstemming met de feiten is.
Als je Adam en Eva niet als de eerste mensen erkent van wie de hele mensheid afstamt, moet je erkennen dat je anders spreekt en denkt dan wat de Geest ons in de Bijbel vertelt. Dan moet je erkennen dat je Gods Woord bekritiseert of daar ruimte voor laat. 
Als iemand leert dat het niet nodig is om Adam en Eva als de eerste mensen waarvan de hele mensheid afstamt te erkennen, zaait hij twijfel ten aanzien van Christus en Zijn opstanding. Wanneer Adam niet historisch is, bestaat er geen rede om Christus wel voor historisch te houden. Dan kan ook Christus deel van een filosofisch verhaal zijn. Als dat zo is, geldt met grote kracht wat Paulus in 1 Kor 15 schrijft: “Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zij wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.” (19) Hier zijn vooral Rom 5 en 1 Kor 15 van groot belang.
3.           Als je Adam niet als de eerste mens en ons aller voorvader erkent, kan je ook over God, zonde en andere zaken niet meer zo denken zoals de Heilige Geest ons dit in de Bijbel leert.   
Heilshistorisch  zie je bij Adam en Christus dezelfde structuur. Allebei zijn er voor velen. Zie Rom 5 en 1 Kor 15:22;45-49. Deze structuur tussen Adam en Christus wordt doorbroken als een van twee geen historische persoon is.
Wanneer Adam niet meer als de eerste mens, die goed geschapen is, erkent wordt verandert je zicht op de zonde. Als geleerd wordt dat Adam een  illustratie is van wat er in alle mensen leeft betekent dit dat de zonde vanaf het begin bij het leven van de mens behoort heeft. Dat zou betekenen dat de dood bij Gods goede schepping zou horen. 
Het gevolg van het vorige punt is dan dat schepping en zondeval niet meer als historische gebeurtenissen van elkaar onderscheiden kunnen worden. De historiciteit, de werkelijkheid van een tijdperk van zondeloosheid en volle vrede op aarde wordt dan geloochend. Dan was Gods goede schepping niet echt goed, zelfs niet beter dan de huidige situatie.
De ernst van de zonde wordt niet meer in volle ernst gezien. De mens zou nog nooit Gods wil volledig hebben kunnen doen. Het gevolg hiervan is dat Christus voorbeeld meer benadrukt wordt dan dat Hij de schuld en de zonden van de gelovigen tot in de hel gedragen heeft. Het gaat dan meer om de ontwikkeling van de mens die een goed voorbeeld nodig heeft dan dat de mens als totaal verdorven mens die in zonde ontvangen en geboren is verlost moet worden.

Uiteindelijke conclusie

Wie niet gelooft dat Adam en Eva de eerste mensen zijn waaruit de hele mensheid voortgekomen is, is ermee bezig om de hele leer van Gods Woord te verwringen. Je bent dan bezig om een eigen evangelie te maken en in je eigen evangelie te geloven. Het is noodzakelijk om te geloven wat we over Adam en Eva in Gen 1-5 en in de rest van de Bijbel lezen. Eerbied voor de HERE en Zijn Woord vraagt dat van ons en van ieder mens. De kerk van Christus mag niet toelaten dat dit in de kerk betwijfeld of ontkend wordt.  
Laten we in diepe eerbied voor de HERE Hem geloven op Zijn Woord. Laten we strijden tegen deze vormen van Schriftkritiek en bouwen aan echte gereformeerde theologie ten bate van Christus kerk. Ten bate van Gods volk.

De Bijbel geeft zelf aan hoe ze uitgelegd moet worden.

Een van de opvallende zaken bij de nieuwe belangstelling voor het Schriftverstaan is dat nieuwe inzichten of  mogelijkheden vaak niet op grond van wat de HERE in de Bijbel zegt komen. Er wordt of vanuit de wetenschap of vanuit inzichten in de filosofie geredeneerd maar heel weinig vanuit wat de HERE in de Bijbel zelf over het verstaan van de Bijbel zegt. Langzaam maar zeker dreigt de belijdenis dat de Bijbel haar eigen uitlegster is te verdwijnen. Binnen de theologie wordt dan ook ruimte gevraagd voor het experiment en ook voor het spel want dat hoort bij de wetenschap. Als we op die weg gaan zullen we al meer het zicht op de Bijbel als Gods Woord waarbij dat Woord de norm voor eigen uitleg is al meer verdwijnen. Dan gaan we al meer open staat voor menselijke uitleggingen waarbij wij als mensen zelf bepalen wat wij als uitleg wensen. Dat gevaar is er altijd al en ook daarom heeft de Heilige Geest in 2 Petrus 1 laten opschrijven: “Dit moet u vooral weten, dat geen profetie van de Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.” Vs 20,21
Het Oude Testament spreekt op dezelfde manier over Gods Woord. Denk alleen maar aan Psalm 12: “de woorden van de HERE zijn zuivere woorden, gedegen zilver, in een smeltover in de aarde, zevenvoudig gelouterd.” Vs 7. Dit wordt hier juist gezegd tegenover de onbetrouwbaarheid van de woorden en verhalen van mensen.
We moeten er voor uitkijken dat we niet zelf  theorieën gaan maken waardoor we op door onszelf bedachte manier de  Bijbel gaan lezen. Dat is ook het gevaar als we over vertelconventie gaan spreken.   Daarover nu iets in het tweede deel van mijn verhaal.


2. Vertelconventies

Juist als het gaat om de vragen over het verstaan van de Schrift heeft dr E.A. de Boer enkele jaren geleden in Zuid-Afrika de ontwikkelingen in de kerken in Nederland o.a. met deze woorden omschreven: “Wij willen juist volledig recht doen aan de Bijbel als Gods enige Woord en staan op de basis van de belijdenis. Als we ons geloofsuitgangspunt combineren met een open houding ten opzichte van bredere ontwikkelingen in de theologie, komen er vragen op, bijvoorbeeld over de aard van het Schriftgezag. Dat de Schrift volkomen gezag heeft, staat vast. Maar de tekst van de Schrift kan vragen oproepen. Dit heeft tot publicaties over hermeneutiek geleid. Een vraag is bijvoorbeeld: in hoeverre vind je in historische Bijbelboeken een enigszins ander type geschiedsbeschrijving dan een precies feitenrelaas? Een konkreet voorbeeld: als Rachab in Jozua 2 aangehaald wordt, is het dan precies zo gezegd? Of legt de verteller woorden in haar mond die lijken op het lied van Mozes in Exodus 15? De discussie over de hermeneutiek is op dit moment nog algemeen en wordt niet op een of andere gevoelige zaak geconcentreerd. Het leidt tot grotere aandacht voor het geheel van de Bijbel.”

Wij zouden in het lezen van de historische gedeelten van de Bijbel rekening moeten houden met vertelconventies die er toen misschien waren en anders zijn dan wij het gewend zijn.
Ik wil nu ingaan op het voorbeeld dat dr de Boer toen noemde en dat we terugvinden in wat drs de Bruijne in Woord op Schrift geschreven heeft. Hierbij speelt dan ook een rol dat we  in het lezen van de historische gedeelten van de Bijbel ook rekening moeten houden met vertelconventies die er toen misschien waren en anders zijn dan wij het gewend zijn.
Als je nu eens op het  voorbeeld let dat hierboven gegeven is, is het dan mogelijk om volledig recht te doen aan de Bijbel als Gods betrouwbare Woord en er ook ruimte voor te laten dat Rachab de woorden van Jozua 2:9-11 niet uitgesproken heeft maar dat de schrijver van Jozua die woorden Rachab in de mond gelegd heeft?
Laten we daar eens rustig naar kijken.

Wat lezen in Jozua 2?

We lezen daar hoe Jozua 2 verkenners naar Jericho stuurt. Deze twee komen in de de stad en ze moeten zich verstoppen. De koning van Jericho heeft namelijk gehoord dat ze in de stad zijn. De hoer Rachab die op de muur woont helpt hen. Als de soldaten van de koning dan komen vertelt Rachab een verhaal om hen te misleiden.  Als dat gebeurd is zegt Rachab o.a. het volgende: “Ik weet dat de HERE u het land gegeven heeft en dat de schrik voor u op ons gevallen is en dat alle inwoners van het land voor u sidderen. Want wij hebben gehoord, dat de HERE de wateren van de Schelfzee voor uw ogen heeft doen opdrogen, toen u uittrok uit Egypte, en wat u gedaan hebt aan de beide koningen van de Amorieten, Sichon en Og, die u met de ban geslagen hebt. Toen wij dat hoorden, versmolt ons hart en vanwege u bleef bij niemand meer enige moed over, want de HERE, uw God, is een God in de hemel boven en op de aarde beneden.”
Als je wat Rachab hier zegt vergelijkt met wat al in eerder in het Oude Testament geschreven is, zie je grote overeenkomsten. De grootste overeenkomst zien we in het lied van Mozes in Exodus 15. Als je Exodus 15:14-16 leest, zie je opmerkelijke overeenkomst met wat Rachab in Jozua 2 zegt. Mozes zingt dan een lied naar aanleiding van het gaan door de Jordaan van het volk Israel. Dan zegt hij: “Volkeren hoorden het, zij sidderden; beving greep de bewoners van Filistea aan. Toen verschrikten Edoms stamhoofden, huivering greep Moabs machtigen aan; alle bewoners van Kanaan sidderden. Ontzetting en schrik overviel hen door uw geweldige arm verstarden zij als een steen, terwijl uw volk, HERE, doortrok. Uw volk, dat U U hebt verworven, doortrok.”
Zowel de HERE als Mozes zeggen later dat Israel naar Kanaan moet optrekken en dat de schrik voor hen over al de volken in Kanaan zal komen. Zie Deut 2:25; 11:25.
We zien duidelijke overeenkomsten tussen wat Rachab zegt en wat Mozes en de HERE eerder gezegd hebben. Wat betekent dat?

Overeenkomsten en verschillen

Het is dus zo dat als je leest wat Rachab zegt er duidelijke overeenkomsten zijn met wat de HERE gezegd heeft. Toch is het ook meteen al duidelijk dat we op geen enkele manier met een letterlijke aanhaling van een van de eerder genoemde teksten hier te maken hebben. Rachab heeft het over de koningen van Sihon en Og en van hen lezen we niets in Ex 15. Dat is ook logisch want toen moesten die koningen nog verslagen worden. Het is bij rustig lezen al duidelijk dat het hier niet om een letterlijk citaat kan gaan.

Het strijdt met het historisch karakter van Jozua 2

Wanneer je de Bijbel als het enige Woord van God aanvaardt, betekent dat ook dat we de verschillende delen van de Bijbel zo aanvaarden zoals de HERE die in Zijn Woord presenteert. Niets in Jozua 2 wijst erop dat het hier niet gaat om de beschrijving van feiten die toen en daar zo gebeurd zijn. We staan hier voor dezelfde vraag als de vraag of het boek Jona historisch bedoelt is. Gaat het in het boek Jona om waargebeurde feiten? In 2003 gaf prof J. van Bruggen daarop het volgende antwoord: “Natuurlijk mag je de vraag stellen of het boek Jona historisch bedoeld is. Het antwoord is dan klink en klaar: ja. Het gaat over Nineve, over schepen, daar komen aardrijkskundige namen in voor. Bovendien zegt de Here Jezus over zichzelf: “Meer als Jona is hier. Ik denk niet dat Hij ooit zou gezegd hebben: meer als Roodkapje is hier. En waarom zouden we het gedeelte over de vis als symbolisch moeten aanduiden? Moet God eerst aan mij verantwoording afleggen over hoe Hij het gedaan heeft voordat ik het ga geloven? Dat is een houding die niet bij gereformeerde mensen past.”
We moeten de tekst van Gods Woord in alles eerbiedigen. In Jozua 2 wat de Geest als een duidelijk historisch gedeelte presenteert lezen we: “Voordat zij echter gingen slapen, klom zij tot hen op het dak, en zeide tot de mannen:” (Joz 2:8,9) We doen geen recht aan de woorden: “en zei tegen de mannen”  als we die nu niet meer als weergave van feiten zien. Als betrouwbare weergave van wat Rachab inhoudelijk gezegd heeft. Als je zegt dat we er rekening mee moeten houden dat Rachab dit niet gezegd heeft maar de verteller dat in Rachabs mond gelegd heeft, komt dat niet voort uit wat de HERE zelf in Zijn Woord zegt. Dat komt dan voort uit menselijke theorieën over geschiedsbeschrijving en dat zijn ook niet anders dan theorieën. Dit is geen goede manier om grotere aandacht voor het geheel van de Bijbel te krijgen. Dat zou in strijd zijn met echte en goede ontwikkeling van de gereformeerde theologie.
Prof C. van Gelderen bracht dit bij zijn aantreden als professor aan de Vrije Universiteit op 12 Sept 1904 zo onder woorden: “Wat door de Heilige Schrift als historisch wordt aangeboden moet door de archeologie als historisch worden aanvaard , - aan die onverbiddelijke eis van het principium theologiae hebben we vast te houden ook al worden er in de naam der wetenschap ook duizend bezwaren tegen geopperd.”

Jozua 2:9-11 en het geheel van de Bijbel

Als een verteller voor het verhaal en voor de boodschap die hij met dit verhaal naar voren zou willen brengen woorden in Rachabs mond gelegd heeft, worden deze woorden zoveel armer! Dan verdwijnt een belangrijk element van wat de Heilige Geest in de woorden van Rachab naar voren brengt.
Een belangrijk element is hier dat de Heilige Geest ons hier laat zien dat wat de HERE in Exodus 15 gezegd heeft ook echt gebeurd is. Dat wordt hier bevestigd door een vrouw over wie die schrik gekomen is en die dat ook bij de anderen om haar heen gezien heeft. De HERE zorgt ervoor dat door de verspieders Zijn volk dat hoort en er ook door bemoedigd wordt nu ze op het punt staan het land te gaan veroveren. Ze horen uit de mond van een bewoonster van het land zelf dat de HERE al voor hen aan het werk is volgens wat Hij gezegd heeft.
Als het een menselijke verteller is die de woorden van Exodus 15 in de mond van Rachab gelegd heeft, is dat alleen een herhaling van woorden en geen vervulling en bevestiging van wat de HERE beloofd heeft. Dan verliezen deze woorden hun zin in de concrete omstandigheden waarin ze uitgesproken zijn. Dan gaat het niet meer om Gods daad in de concrete omstandigheden maar worden deze woorden iets dat niet gezegd is en worden ze alleen een stuk geloofsleer. Iets dat een bepaalde gedachte of een stuk van de leer uitdraagt. Dat is duidelijk in strijd met hoe de Schrift zichzelf in Jozua 2 presenteert en daarom ook in strijd met de aard van het Schriftgezag.


3. David en Goliath

Het ruimte vragen voor een uitleg  die losgemaakt wordt van hoe de Bijbel zich presenteert, zie je bijvoorbeeld in wat Koert van Bekkum, nu adjunct hoofdredacteur van het ND, enkele jaren geleden over geschiedenis van David en Goliath schreef.
We zien onder ons een bepaalde invloed van de Amerikaanse Oud-Testamenticus VP Long. Zowel in Woord op Schrift als in een artikel van Koert van Bekkum zien we dat Long in het gedachtenproces over het Schriftverstaan als een belangrijke theoloog gezien wordt. Wat zijn heel kort gezegd de gedachten van deze VP Long als het gaat om het omgaan met geschiedenis in de Bijbel?
Hij meent dat je trapsgewijs naar een tekst moet kijken. Je moet in de volgende volgorde je vragen stellen:
Wat is de boodschap van deze geschiedenis. Wat is de eigenlijke bewering die de schrijver hier wil doen? Hij ziet het verhaal in de Bijbel als een kunstwerk dat zijn eigen boodschap wil uitdragen.
Pas als de boodschap vastgesteld is, komt de vraag hoe je als lezer over de bewering die in de tekst gedaan wordt denkt. Klopt wat hier geschreven wordt met wat we in andere wetenschappen bijvoorbeeld de archeologie gevonden hebben.
Een groot voordeel van deze benadering zou zijn dat er ruimte is om te gaan kijken of  de beschrijving van de geschiedenis toen niet volgens andere regels gebeurde als in onze tijd. Dit past Koert van Bekkum dan toe op de geschiedenis van David en Goliath.
Dan schrijft van Bekkum over deze geschiedenis het volgende: “Een voorbeeld daarvan is de exegetische problematiek rond het gevecht tussen David en Goliath in 1 Sam 17. De vermelding in 2 Samuel 21:19 van het feit dat Davids held Elhanan Goliath ombracht heeft tal van pennen in beweging gebracht. Goliath kan immers maar een keer zijn gedood. Daarnaast wekt het gegeven dat saul in het verhaal zegt David niet te kennen verwondering. David is immers al eerder bij Saul aan het hof geweest. Vaak heeft dit tot de – Bijbelkritische – conclusie geleid dat 1 Sam 17 een verzonnen verhaal is dat David ten onrechte ophemelt. Vanuit de waarneming dat overwinningen van generaals of helden in het Oude Nabije Oosten vaker aan de (latere) koning worden toegeschreven, ontstaat echter een andere mogelijkheid. Zou dit ook hier het geval kunnen zijn? Het verhaal is dan niet letterlijk zo gebeurd, maar wordt wel in geestelijke en historische zin exemplarisch voor Davids strijd met de Filistijnen.   Deze ongelijke strijd staat immers tegen de achtergrond van de grote tegenstelling tussen de besnedenen en onbesnedenen en kan alleen worden gewonnen, omdat God David helpt. Hij is immers de man naar Gods hart die niet accepteert dat Zijn naam gelasterd wordt. Natuurlijk moet nader onderzoek uitwijzen of deze oplossing exegetisch houdbaar is. Maar binnen het model van Long is dit – ook voor een gereformeerde theoloog – een te overwegen optie, omdat ze het mogelijk maakt de integriteit van het verhaal niet aan te tasten en de historische claim ervan te respecteren.”
De vraag is of wat hier gezegd wordt voor een gereformeerde theoloog een te overwegen optie is? Als je de Schrift in zijn algemeen laat spreken en ook als je let op 1 Sam 17 is dit voor een gereformeerde theoloog geen optie. Waarom niet? Ik geef een aantal redenen zonder om volledig te zijn.
Algemene redenen:
Er is geen enkele aanwijzing uit de Schrift dat we zo met verhalen in de Bijbel mogen omgaan. De HERE zelf legt in de Bijbel juist nadruk op het getuigenis karakter van Zijn Woord. Dat betekent dat wat zich als historisch presenteert ook volledig betrouwbaar is ook in de feiten die meegedeeld worden. In de Bijbel is een betrouwbare getuige iemand die de feiten weergeeft! Kijk o.a. Lev 5:11
Dat wat als historisch in de Bijbel naar voren komt is volledig betrouwbaar, is anders dan de geschiedschrijving zoals we dat uit die tijd bij andere volken vinden. Die betrouwbaarheid vindt de Heilige Geest als schrijver van de Bijbel zo belangrijk dat Hij Petrus tegen ons laat zeggen: “Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de en de komst van onze Here Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit   …… en wij achten het profetische Woord daarom des te vaster, en u doet wel, er acht op te geven als een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten.” 
Wij beperken de betekenis van Gods daden in de geschiedenis als we zonder een aanwijzing uit Gods Woord bepalen of een bepaald gedeelte een fabel of een gelijkenis is. We beperken de betekenis van Gods daden volgens eigen inzicht als we de geschiedenis die verteld wordt zo gaan opvatten dat het die boodschap of dat leerpunt aan ons wil verduidelijken. Juist in de geschiedenis, in de daden van God laat Hij zich in zo’n rijkdom zien en zien we zoveel van Hem dat het niet zo is dat mensen de geschiedenis zo geselecteerd hebben of zelf gemanipuleerd hebben om een bepaalde boodschap van of over God uit te dragen. Je mag de boodschap en de betrouwbaarheid van de geschiedenis die verteld wordt niet van elkaar losmaken. De geschiedenis is vol van Gods majesteit en dat is vaak veel meer dan de boodschap die wij er op een bepaald moment uithalen. Ook van de geschiedenisbeschrijving geldt wat we in Psalm 12 lezen:  “De woorden van de HERE zijn zuivere woorden, gedegen zilver, in een smeltoven in de aarde zevenvoudig gelouterd.” Vs 7
De Schrift is haar eigen uitlegster en wij hebben niet allerlei opties nodig die de Schrift zelf ons niet aanreikt om Gods Woord, het getuigenis van Christus te kunnen verstaan. Daarom belijden wij dat Gods Woord duidelijk is. Die duidelijkheid komt vanuit allerlei hermeneutische theorieën onder druk te staan. Onder druk te staan vanuit wat wij als boodschap zien in plaats dat we de HERE ook in de historische stof uit laten praten en wat de Geest beschrijft boven al het andere te plaatsen. Ook als het om de geschiedenis gaat en feiten in de geschiedenis gaat geldt wat wij in art 7 van de NGB belijden: “Men mag geen geschriften van mensen, hoe heilig de schrijvers ook geweest zijn, op een lijn stellen met de goddelijke Schriften, ook de gewoonte niet met Gods waarheid – want de waarheid gaat boven alles”.

Argumenten vanuit 1 Sam 17

De Heilige Geest presenteert wat we in dit hoofdstuk lezen helemaal als historisch. Ook in het geheel van 1 Sam 17 is er geen enkele rede om dit hoofdstuk te zien als een verhaal dat een boodschap over David moet geven zonder dat David dit werkelijk gedaan heeft zoals het er staat.
Het is duidelijk dat over dit hoofdstuk veel meer te zeggen valt dan dat David besefte dat hij in de strijd tegen de onbesnedenen alleen met God hulp kon overwinnen. Laat ik een prachtig element uit deze geschiedenis noemen dat verloren gaat als wij vaststellen dat de boodschap van de tekst is dat David met Gods hulp de onbesnedenen overwint en daarmee uit. Het gaat er hier ook in de concrete geschiedenis om dat Goliath de machtige reus de HERE actief uitdaagt en bespot. Dat de HERE heel concreet voor de ogen van Zijn volk laat zien dat Hij de levende God is. Dat Hij als de Levende ook Zijn volk als Zijn oogappel beschermt.
We horen Goliat in vers 10 zeggen: “Ik tart heden de slagorden van Israel: geeft mij een man, dat wij samen strijden.”  Het is dan David die in de kracht van Gods Geest laat horen hoe ernstig de situatie is als hij in vers 26 zegt: “Wie toch is deze onbesneden Filistijn, dat hij de slagorden van de levende God tart?”
Het gaat hier dus maar niet om een oorlog tussen twee volken. David spreekt in deze geschiedenis met de woorden de levende God ook de concrete grote angst onder het volk van God toen  aan! Zie ook vers 24. Het volk dat in dienst staat van de levende God staat tegen een volk dat op zijn afgoden die niets zijn vertrouwt. 
Het gaat er hier ook heel concreet over dat de HERE niet door een niet zo gebeurd verhaal maar in de concrete geschiedenis de nog maar kort geleden gezalfde David voorbereid op Zijn taak als koning. Hem naar voren laat treden in de kracht van de Geest en ook bemoedigt voor de weg die Hij nog moet gaan.  
Bestaat er nu echt een probleem als je er aan denkt dat we in de Bijbel lezen dat David Goliat verslaat en dat we ook lezen dat Elhanan Goliat verslaat. Is dit werkelijk zo’n moeilijk probleem? Als we gewoon in vertrouwen op Gods eigen Woord rustig lezen wat er staat is het eigenlijk te gek voor woorden om hier van een serieus probleem te spreken. Wat is namelijk het geval?
We lezen in 1 Sam 17 dat David  Goliat doodt terwijl Saul koning is. Saul blijft nog een hele tijd koning. We lezen ook dat in een concrete geschiedenis de priester Achimelek er aan herinnert dat David Goliat toen gedood heeft. Kijk 1 Sam 21:9.
Wanneer lezen we nu van Elhanan die Goliat verslaat? In 2 Sam 21:19. We lezen in 2 Sam 21 over Davids strijd tegen de Filistijnen toen hij koning was. Dat is dus vele jaren later. Als David al een hele tijd koning is en er weer een strijd met de Filistijnen is, lezen we: “Opnieuw was er strijd met de Filistijnen te Gob; en Elhanan, de zoon van Bethelehemiet Jaare-Oregim, versloeg de Gatiet Goliat, die een speer had met een schacht als een weversboom.” Vs 19.
Het gaat hier dus om een andere Filistijn uit Gat die ook de naam Goliat draagt. Daaraan is natuurlijk niets vreemds. Ook onder ons is het heel gewoon dat mensen dezelfde naam dragen en in verschillende tijden vooral als mensen uit dezelfde plaats komen door familiebanden dezelfde naam dragen. Gezonde exegese laat zien dat het hier om een andere Goliat gaat en dat toen een van Davids helden deze man verslagen heeft.

Ik ga afsluiten. Er zou nog veel te zeggen zijn maar toch denk ik dat de gegeven voorbeelden genoeg duidelijk maken dat er een sterke aandrang is om de duidelijkheid van de Schrift onder druk te zetten. Om vooral theorieën van buiten de Bijbel te gebruiken om de Bijbel anders te gaan lezen dan Gods Woord zich presenteert. Die druk is er ook in de Gereformeerde Kerken. Het is belangrijk dat we in de kerken dat nieuwe lezen van de Bijbel niet als een optie accepteren. Dat we niet toelaten dat op die manier het lezen van Gods duidelijke Woord geproblematiseerd wordt en zo het zicht op Christus en Zijn rijke Woord al meer in de mist komt te staan. 
Het is zo belangrijk om niet aan die druk toe te geven. Dat is onze roeping. Dat kan alleen vanuit een levende band met Christus, een levende band met de levende God. Dat kan alleen als de Heilige Geest ons leert om vanuit kinderlijk vertrouwen de HERE te vertrouwen op Zijn Woord ook in de manier waarop wij de Bijbel lezen. Om Gods Woord ook haar eigen uitlegster te laten zijn en de wijsheid van dat Woord tot ons te nemen en eigen vooroordelen daarbij al meer aan de kant te leren zetten. Als we zo intensief met Gods Woord bezig zijn in de kerken hebben we geen hermeneutische achterstand al roept de wereld, ook de kerkelijke en theologische wereld dat we achterlopen. We lopen dan niet achter maar gaan het spoor van Christus. Het spoor waarop je door de Geest alleen in staat bent om Gods Woord als de hoogste wijsheid, als echt evangelie aan te nemen. Zo wil Christus het zien, laten we daaraan werken in de kerken. Dan blijven we het duidelijke geluid van Gods stem, van Zijn woorden als een heldere klaroenstoot horen.  Dan is er zegen van onze Redder en God  Jezus Christus te verwachten.

Ik dank u voor uw aandacht.     




Bijlage

ADAM EN EVA ONZE EERSTE VOOROUDERS?
Kan het niet anders?

Inleiding

De jaren dat ik in Zuid-Afrika predikant en docent was, was in het theologische en kerkelijke debat een van de belangrijke punten de plaats en betekenis van Genesis 1-3. Hierbij speelde ook het bestaan van Adam en Eva als onze voorouders een grote rol. Vooral in de voetnoten en in bepaalde voorbeelden zul je dat terugvinden.
Het is opvallend dat naar aanleiding van het gesprek over Intelligent Design ook in de kring van mensen die zich Bijbelgetrouw of orthodox  noemen in Nederland het gesprek over het bestaan van Adam en Eva opnieuw gevoerd wordt. Het is duidelijk dat er beweging in standpunten is. Het is niet meer zo dat voor ieder die Bijbelgetrouw wil zijn het vast staat of vast moet staan dat Adam en Eva als de voorouders van alle mensen als historische personen bestaan hebben. Een heel duidelijk voorbeeld daarvan is wat Cees Dekker en Willem J. Ouweneel in het Nederlands Dagblad van 22 april 2006 schreven. In het artikel: “Het gaat om de verhouding tussen schepping en evolutie” schreven zij o.a.:
“Dat er evolutie plaatsvindt in de levende natuur is ook buiten elke twijfel. De vraag is hoe veelomvattend deze is. Hier gaan de meningen uiteen. Een van ons (C.D.), ziet in de biologische gegevens duidelijke aanwijzingen voor een historisch evolutionaire lijn van eencelligen tot de mens; de ander (W.J.O.) voelt meer voor een ontwikkeling van een polyfyletische (meerdere oervormen) oorsprong van levensvormen, die op een bepaald moment door God geschapen zijn. ….. Het is hier genoeg te constateren dat er ook orthodox-gelovige christenen zijn die – in overeenstemming met 99 procent van de wetenschappelijke gemeenschap – een evolutionair ontwikkelende geschiedenis ontwaren in het patroon van de biologie. …… Als – en dat geloven wij – God de Schepper dezelfde is als de heilige Geest die de Bijbel inspireerde, dan moeten de gegevens uit de Bijbel en de natuur bij elkaar passen. De vragen die we kunnen stellen hebben vaak betrekking op de interpretatie van de bijbelteksten. Was Adam (letterlijk “mens”) een historische persoon of staat hij model voor ieder van ons?  …… Theoloog dr Gijsbert van de Brink heeft hierover geschreven in het recente boek En God beschikte een worm waarin negentien wetenschappers op serieuze wijze nadenken over de vraag hoe evolutie en christelijk scheppingsgeloof zich verhouden. ….. Hij betoogt dat het verwerpen van een historische Adam vergaande consequenties heeft voor ons begrip van zonde en de betekenis van het werk van Christus. Van den Brink concludeert dat een evolutionaire geschiedenis van de wereld denkbaar is, maar dat het ontstaan van de mens een speciale schepping door God heeft vereist.
Er bestaan ook andere visies. Zo komen ook evangelische christenen soms tot de conclusie dat het Genesisverhaal van het paradijs een beeldverhaal is, dat niet bedoeld is om ons te informeren over de historische details (Zie bijvoorbeeld D. Falk, Coming tot Peace with Science, IVP 2004; K.B. Miller, Perspectives on an Evolution Creation, Eerdmans 2003). ….. Er bestaan dus verschillende opinies, ook onder christenen die zichzelf beschouwen als orthodoxe gelovigen. Wij willen ervoor pleiten elkaar ruimte te geven. Niet als een pleidooi voor vrijblijvendheid, maar omdat Jezus ons heeft opgedragen een te zijn, in liefde met elkaar om te gaan en elkaar de ruimte te laten (in de geest van Rom 14:13-18 en 15:5)”

In dit artikel komen meer dingen naar voren dan het bestaan van Adam en Eva als onze voorouders. In deze bijdrage wil ik me hierop concentreren. Hierbij stel ik dan de vraag of Gods eigen Woord ons de ruimte op dit punt geeft waarvoor  Dekker en Ouweneel pleiten. Het gaat er bij deze vraag ook meteen over of  de schepping en ook de zondeval zo plaatsgevonden heeft als het in Genesis 1-3 beschreven is. 
Zowel in Nederland als in Zuid-Afrika hebben  gereformeerde kerken over de historiciteit van schepping en zondeval uitspreken gedaan. We denken als het om ons land gaat aan de uitspraken van de synode van Assen 1926 in verband met dr JG Geelkerken.
Ook in Zuid-Afrika zijn er in de vorige eeuw uitspraken gedaan die veel overeenkomst met de uitspraken van Assen 1926 vertonen. De Nederduits Gereformeerde Kerk in de Vrijstaat heeft jarenlang van predikanten die in gemeenten in de Vrijstaat kwamen de ondertekening van een formulier geeist waarin o.a. beloofd werd dat ze het scheppingsverhaal en het verhaal van de zondeval letterlijk en historisch opvatten. Ook in Zuid-Afrika wordt er nu heel anders gesproken. 
Juist als je ziet dat mensen heel anders zijn gaan denken en ruimte voor andere meningen vragen, dringt de vraag wat de Heilige Geest in de Bijbel zegt. Is het volgens Gods eigen Woord echt nodig om Adam en Eva als de eerste mensen te zien waarvan wij allemaal afstammen?   
Ik ga niet vanuit de leer hier naar kijken maar vanuit de Bijbel zelf. Wat leert de Geest ons hierover in de Bijbel. Ik wil dan juist er naar kijken of en wat de rest van de Bijbel ons op dit punt leert over het lezen van Genesis 1-5. . Daarom vraag ik nu aandacht voor volgende delen van Gods Woord:     

1 Kronieken 1:1
Job 31:33
Hosea 6:7
Lukas 3:38
Romeinen 5:14
1 Korintiërs 15:22,45
2 Korintiërs 11:3
1 Timoteus 2:13,14
Judas 14


1 Kronieke 1:1

Het boek Kronieken begint met een geslachtsregister. Het begint met Adam. De vraag is nu of dit geslachtsregister historische bedoeld is of niet. Is het bedoeld om echte historische mensen bij de naam te noemen. 
Drie dingen laten zien dat dit geslachtsregister zeker historisch bedoeld is. Die drie zijn:
Als je de eerste vier verzen van 1 Kronieken 1 leest en je vergelijkt daarmee de eerste verzen van Genesis 5 lees je dezelfde namen. Ook in dezelfde volgorde. De schrijver van Kronieken gaat ervan uit dat zijn lezers en de mensen die het horen voorlezen Genesis 5 en ook de verhalen die daarmee samenhangen, kennen.                                          
Het zijn vooral de laatste drie namen in 1 Kron 1:4 die laten zien dat de schrijver van Kronieken bekendheid met Genesis veronderstelt. De namen die we vanaf vers 1 lezen zijn steeds de namen van een vader en een zoon. Dit patroon wordt zonder aankondiging in vers 4 doorbroken. We lezen na Noach namelijk de namen van Sem, Cham en Jafet. Sem,  Cham en Jafet staan niet in de verhouding van vader en zoon tot elkaar. Zij zijn broers van elkaar. De Kroniekenschrijver noemt dat niet omdat de lezers van zijn boek de verhalen kennen die bij deze mensen horen. Kronieken gaat van de historiciteit van Genesis uit.
De schrijver van Kronieken wijst in zijn geslachtsregister op een bepaald deel van de mensen. Het gaat hem nu niet om de mensheid in zijn geheel. Het gaat hier om het zaad van de vrouw. Hij laat de geslachtslijn zien die van Adam naar Noach loopt. Het is de lijn van Gods volk, van de kerk die de HERE in die periode van de geschiedenis vergaderd heeft. De kerk van Christus is vanaf de eerste mens aanwijsbaar. Het gaat om historische persoenen. 
De Heilige Geest noemt hier namen. Dat is een belangrijke waarneming. Dat is zo belangrijk omdat het woord adam in het Hebreeuws ook een aanduiding voor de mensheid of voor mensen in het algemeen kan zijn. Het woord adam kan dus ook een collectief  begrip zijn. Het woord adam is in Gen 1:26 dan ook terecht met mensen vertaald.
Ook om een andere reden is het belangrijk om te zien dat we in 1 Kronieken 1 de naam Adam  lezen. Als je Genesis 1-4:1 leest, lees je steeds over de mens. Dan wordt steeds het lidwoord voor het woord adam gebruikt. We lezen dat in: Gen 2:7,15,16,18, 19,20,21,22,23; 3:9,12,17,20,21,22,24; 4:1.
De verandering komt in Genesis 4:25. In dat vers wordt voor ha adam, de mens dan de naam Adam gebruikt. Dat maakt duidelijk dat de mens.  Dit maakt duidelijk dat het hier niet om een groep of groepen gaat die als de eerste mensen aangeduid kunnen worden. De eerste mens is de persoon die de naam Adam  gekregen heeft. De eerste mens is dezelfde als de mens die met de naam Adam aangesproken werd. Het gaat in dit geslachtregister duidelijk om concrete historische personen. De eerste die in dit geslachtregister genoemd wordt: Adam  is daarop geen uitzondering. 
We zien hier al dat we in Gods Woord niet het beeld krijgen dat op een bepaald moment in de geschiedenis uit een of andere oervorm op verschillende plaatsen mensen zijn ontstaan. 

Job 31:33

We lezen in deze tekst evenals in Psalm 82:7 en Hosea 6:7 de woorden ke adam. Je kunt deze woorden op twee manieren vertalen:
zoals Adam
zoals mensen
Het verband, de context waarin de tekst staat is dan beslissend.
Ik geef nu drie bekende vertalingen van Job 31:33,34 weer:
Statenvertaling: “Zoo ik, gelijk Adam, mijne overtredingen bedekt heb, door eigenliefde mijne misdaad verbergende! Zeker, ik kon wel een groote menigte geweldiglijk onderdrukt hebben, maar de verachtste der huisgezinnen zou mij afgeschrikt hebben; zoodat ik gezwegen zou hebben en ter deure niet uitgegaan zijn.”
NBG 51: “indien ik als Adam mijn overtreding bedekt heb, door mijn schuld in mijn boezem te verbergen, omdat ik voor de grote menigte vreesde, en de verachting der geslachten mij verschrikte, zodat ik zweeg en de deur niet uitging!”
NBV: “Heb ik als anderen  mijn overtredingen verhuld en mijn zonden weggeborgen in mijn binnenste, omdat ik in angst en beven voor de menigte verkeerde en de verachting van anderen mij angst aanjoeg, zodat ik mij stilhield en geen stap naar buiten deed?”
Je ziet in deze vertalingen het verschil. De Statenvertaling en de NBG kiezen voor zoals Adam  en de achtergrond van de vertaling van de NBV is zoals mensen. Laten we wat beter naar deze tekst kijken.
Job maakt in dit hoofdstuk voor het laatst duidelijk dat al de ellende die over zijn leven gekomen is niet het gevolg van een of andere grote persoonlijke zonde in zijn leven is. Hij zegt dat met grote nadruk omdat de drie vrienden die naar hem toegekomen zijn en die tot nu toe gesproken hebben dat steeds weer zeggen. Dat is hun grote beschuldiging. Volgens hen kan het niet anders.
Een van de dingen waarmee Job op dit punt zijn onschuld wil laten zien is dat hij zich niet uit de samenleving teruggetrokken heeft. Hij heeft zich niet in zijn huis teruggetrokken om zo zijn eigen zondige leven aan de mensen te onttrekken. Hij heeft zonder dat zijn geweten hem aanklaagt onder de mensen geleefd en met hen in het openbaar gesproken.  De kern van wat Job hier zegt is dat hij geen zonde heeft om voor anderen te verbergen. Het  voorbeeld van een mens die zijn zonde wou verbergen was Adam. Wanneer Adam na het eten van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad hoort dat de HERE naar hen toekomt, lezen we in Gen 3:8: “Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen.”
Het gaat in Job 31:33,34 om het verbergen van een zonde door jezelf  te verstoppen. Dat is precies wat Adam deed. Het meest waarschijnlijke is dat Job hier naar Adam wijst en naar wat hij gedaan heeft. Job heeft niets te verbergen. De vertaling die gebouwd is op zoals mensen is hier ook niet erg zinvol. Want Job is ook zelf een mens. Wil je er dan toch nog iets zinvols van maken moet je wel zoals de NBV met als anderen vertalen terwijl dat er toch echt niet staat!   Wanneer Job iets verbergt kan hij dat alleen op de  manier van een mens doen! Mens of mensen staat hier niet tegenover God, dieren, engelen of andere schepselen. Dat zou je wel verwachten als je met zoals mensen zou moeten vertalen. De vertaling zoals Adam  verdiend hier de voorkeur. Is het meest passend en logisch in het verband.   



Hosea 6:7

Ook in deze tekst krijg je met de moeilijkheid te maken dat er twee vertalingen van het woord adam  mogelijk zijn. Ook hier lezen we de woorden ke adam. Het is mogelijk te vertalen: “Maar zij hebben als Adam  het verbond overtreden”. Het is ook mogelijk om te vertalen met: “Maar zij hebben zoals mensen het verbond overtreden”.
In de NGB vertaling luidt dit vers zo: “Maar zij hebben als Adam het verbond overtreden; daar hebben zij Mij trouweloos bejegend.”
Als je de NBV leest, zie je daar een heel andere vertaling. We lezen daar: “Maar zij hebben het verbond met mij geschonden, zoals eens in de stad Adam: daar waren ze mij al ontrouw.”  Deze vertaling is gegrond op de verandering van de Hebreeuwse tekst waarvoor de handschriften geen enkele aanleiding geven!
De vertaling zoals mensen is taalkundig mogelijk maar is in het verband op geen enkele manier zinvol. Het slaat nergens op om te zeggen dat de Israelieten die mensen zijn zoals mensen  overtreden hebben. De enige zinvolle vertaling is dat ze zoals of als Adam  overtreden hebben. Vanuit deze vertaling kunnen en moeten bepaalde moeilijke punten in deze tekst opgelost worden.
Wat zijn de moeilijke punten waar we het nu over hebben?
Dat zijn de volgende twee:

Het woord sam.

In de vertaling is dit woord met daar weergegeven.
Het is juist het woord sam dat veel exegeten in de 20e eeuw hoofdbrekens gekost heeft. Dat woord was dan de reden om zonder tekstgetuigenis toch zelf de tekst van Hosea 6:7 te veranderen. Dan ging de verandering van de tekst in de richting dat Adam een of andere plaats zou zijn. Om dit te bereiken moet je dan wel ke  in be veranderen. Als je dat doet krijg je een soort vertaling als in de NBV nu. 
De vraag is nu wat het woord daar in onze tekst betekent als er geen aanduiding van een of andere plaats in deze tekst gevonden wordt.  Is het dan wel mogelijk om aan het woord daar  een zinvolle betekenis in dit verband te geven?
Dat is toch goed mogelijk als we in onze tekst aan Adam als de eerste mens denken. Wie vanuit de Bijbel aan Adam denkt, denkt ook aan de tuin van Eden, het paradijs. Het paradijs was de plaats op aarde waar Gods Zijn kinderen  een woonplaats had gegeven. Wanneer Hosea leeft en profeteert woont Gods volk, wonen Zijn kinderen in Kanaan. Dat is het land dat de HERE aan Zijn volk beloofd heeft. Het land dat van melk en honing druipt zolang  Israel de HERE in liefde volgt. Het land Kanaan zal zolang Israel de HERE in liefde gehoorzaamt aan het paradijs herinneren. De HERE gaf in het paradijs overvloed en zal dat Zijn volk in Kanaan ook geven zolang zij daar in liefde met en voor Hem leven.  
Zowel Adam als Israel hebben van God een prachtige en goede omgeving gekregen om in te leven. Adam heeft daar het verbond overtreden, is daar in opstand tegen God gekomen.
De omstandigheden van Israel zijn niet identiek met die van Adam. De Israëlieten leefden toen na de zondeval en waren zondige mensen. Zij hadden met de gevolgen van de zondeval te maken. Toch zal het land Kanaan hen overvloedig, paradijselijk verzorgen als ze de HERE blijven gehoorzamen. Ondanks de prachtige omstandigheden is Israel ook daar tegen God in opstand gekomen. Het woord daar wijst  in Hosea 6:7 op het land waar Israel trouweloos tegenover God geleefd heeft. Het land waarin God Zijn volk een plaats op deze aarde gegeven heeft, hebben daar geen enkele aanleiding toe gegeven.
Het woord daar heeft in onze tekst en in het hele verband een zinvolle betekenis. We zijn op geen enkele manier gedwongen om de Hebreeuwse tekst te wijzigen. 

Het woord verbond wordt in Genesis 1-3 niet genoemd.

Het is zo dat we het woord berit, verbond  nergens in Genesis 1-3 lezen. Als een bepaald woord of begrip op een bepaalde plaats niet genoemd wordt, betekent dat nog niet dat de zaak niet aanwezig is. Het gaat niet om hetzelfde woord maar om de inhoud van de zaak. 
Het woord verbond wijst op een bijzondere verbondenheid tussen twee partijen. Het gaat in Hosea 6:7 om de bijzondere verhouding tussen God en Zijn volk. Een verhouding die ook in bepalingen vastgelegd is. We vinden die bepalingen van de bijzondere verhouding tussen de HERE en Zijn volk al bij Abraham.  Een belangrijk teken daarvan is de besnijdenis. Zie Genesis 17.  Bij een verbond hoort een belofte maar ook altijd een straf als de bepalingen in het verbond dat gesloten is niet nagekomen worden. We lezen dat ten aanzien van de besnijdenis duidelijk in Genesis 17:14: “”En de onbesnedene, de man namelijk, die het vlees van zijn voorhuid niet laat besnijden, die mens zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten: hij heeft mijn verbond verbroken.”
We vinden bijzondere bepalingen van het verbond tussen de HERE en Israel in de wetten die de HERE bij de Sinai aan Zijn volk gegeven heeft. Hiervan zijn de tien geboden de grondwet. Wij lezen ook in Genesis 1-3 hoe de HERE de mens in een bijzondere verhouding tot Hem plaatst. De mens is Gods beeld op aarde. Dat is een gaven en een opdracht.  Die bijzondere verhouding tussen God en mens waarbij ook een straf hoort als de mens zich niet aan de bepalingen houdt lezen we ook in Genesis 2:15-17: “En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren. En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof mag u vrij eten, maar van de boom van kennis van goed en kwaad, daarvan zult u niet eten, want ten dage, dat u daarvan eet, zult u voorzeker sterven.”
Onze conclusie moet zijn dat al komt het woord verbond in Genesis 1-3 niet voor de inhoud van het verbond en dus het verbond zelf zeker aanwezig is. Het niet voorkomen van het woord verbond is dus geen geldig bezwaar tegen de vertaling zoals Adam in Hosea 6:7.


Lucas 3:38

Het volgende geslachtsregister waarin de naam van Adam genoemd wordt is Lucas 3. Wij krijgen daar het geslachtregister van de Here Jezus. Daarin gaan we terug tot Adam die dan de zoon van God genoemd wordt.
Een belangrijke vraag hierbij is hoe de Joden toen een geslachtsregister gezien hebben. Moest zo’n geslachtsregister betrouwbaar zijn of was daarin ook plaats voor mythe, sage en fantasie?
Het belang van een geslachtsregister was toen voor de Joden heel groot. Het moest met de meeste accuraatheid verzorgd worden. Flavius Josefus, een bekende Joodse geschiedschrijver uit die tijd, vertelt ons dat de Joden toen de namen van hun kinderen naar Jeruzalem gestuurd hebben om dan in officiële boeken opgenomen te worden.   Hij vertelt ook dat hij vanuit die officiële boeken zijn stamboom kan weergeven. Geslachtsregister zijn toen als historisch betrouwbare documenten benaderd en samengesteld. In zo’n geslachtsregister dat de Heilige Geest zelfs in Gods Woord heeft laten opnemen is de naam van Adam opgenomen.
Jezus Christus die de Zoon van God is, moest als de tweede Adam het werk doen dat de eerste Adam die als Gods kind geschapen was niet gedaan heeft. Hij moest lijden en het werk van de eerste Adam doen om de nieuwe mensheid voor eeuwig te redden. Zo concreet en historisch zoals de Here Jezus was, zo concreet en historisch was Adam er als de eerste mens. 

Romeine 5:14

Het hele gedeelte van vers 12-21 is voor ons onderwerp belangrijk. Ik maak nu eerst een opmerking over vers 14 alleen. We lezen daar: “Toch heerste de dood in de tijd van Adam tot Mozes over alle mensen, ook al begingen ze met hun zonden niet dezelfde overtreding als Adam.” Het is duidelijk dat Paulus hier over een bepaalde periode in de geschiedenis spreekt. Hij wijst op de persoon bij wie deze periode begint en de persoon waarmee deze periode eindigt. Deze tijdsaanduiding zou zinloos zijn als Adam alleen maar een naam zou zijn uit een onhistorisch, filosofisch verhaal. Het is heel vreemd om een verzonnen persoon met een historische persoon, Mozes te verbinden. De bedoeling van deze woorden maakt duidelijk dat ook Adam hier als een historische persoon aangeduid wordt
Nu nog een enkele opmerking over de rest van dit gedeelte.
Adam en Christus worden in de verzen 12-21 steeds weer met elkaar vergeleken. Tussen beiden bestaat juist in het vaak tegenover elkaar staan een belangrijke overeenkomst. Paulus wijst op deze overeenkomst in het woord een of ene.
De ene mens Adam staat tegenover de ene mens Jezus Christus. Adam is de eerste mens. Hij is de mens die gezondigd heeft. Hij is het verbondshoofd, de vertegenwoordiger van alle mensen. In hem heeft elk mens gezondigd en is sterfelijk geworden. 
Christus is de Verlosser van zondige mensen, van die nakomelingen van Adam die met hun schuld en zonden naar Christus vluchten. Wie door het geloof bij Christus hoort, hoort bij de nieuwe verloste mensheid.
De grote overeenkomst tussen Adam en Christus is de positie die ze in de geschiedenis van het heil innemen. Zij hebben in hun positie dat gedaan wat beslissend is voor het eeuwig lot van de mensen die aan hen verbonden zijn.  
Ieder mens is in en door Adam zondig en staat schuldig voor God. De gelovigen zijn in en door Christus van hun schuld en zonden gered. Een ander belangrijke zaak is dat Adam hier niet aangewezen wordt als iemand die illustreert  hoe ieder mens was en is. Hij is niet het voorbeeld van ieder mens. Nee, hij wordt genoemd als de persoon die door zijn misdaad (15,17,18), door zijn ongehoorzaamheid (19) de andere mensen tot zondige, sterfelijke mensen gemaakt heeft. Adams daad van overtreding is de oorzaak van elke zonde in deze wereld. Bij zijn daad ligt het begin van wat in ieder mens vanaf het begin van zijn leven doorwerkt. Zoals Adam de oorzaak van een totaal zondige mensheid is, zo is Christus de oorzaak, de bewerker van de nieuwe mensheid die uit de verloren mensheid gered wordt.
Zoals Christus een historische persoon is, zo is Adam dit ook. Anders zou het niet mogelijk zijn dat Adam en Christus als personen met elkaar in Romeinen 5 vergeleken worden

1 Korinthe 15:22,45

Paulus laat in 1 Korinthe 15 zien hoe belangrijk het is om in de opstanding uit de doden te geloven. Wie de opstanding uit de doden loochent, loochent ook de opstanding van Christus. Het kan in de kerk van Christus niet geduld worden dat de lichamelijke opstanding van Christus in twijfel getrokken wordt. Wie dat doet en zichzelf een christen noemt, is in werkelijkheid geen christen. Je bent dan een ketter geworden. De opstanding van Christus verloochenen, het als een filosofisch verhaal zien dat de hoop op het leven levend houdt, betekent het volgende: “Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden en worden de doden die Christus toebehoren niet gered. Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zij wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.” Vs 19
De historiciteit neemt in 1 Kor 15 een heel belangrijke  plaats in. Het gaat in de Bijbel om betrouwbare geschiedsbeschrijving. Het is in dit kader dat de Heilige Geest Adam en Christus weer met elkaar vergelijkt. Paulus wijst weer op dezelfde heilshistorische positie van Adam en Christus.  
Heel belangrijk is voor ons nu vers 45: “Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen.’ Maar de laatste Adam  werd een levendmakende geest.”
Paulus laat aan zijn lezers nu zien dat Hij een gedeelte uit Gods Woord aanhaalt. Hij haalt hier Genesis 2:7 aan. Als je Gen 2:7 vergelijkt met wat Paulus hier schrijft, valt er een ding op. Je ziet dan een opvallend verschil. Dat verschil blijft er ook als je naar de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint kijken. Paulus heeft namelijk in Gen 2:7 de woorden eerste  en Adam ingevoegd. Hij wil benadrukken dat de mens waarvan Gen 2:7 spreekt de eerste mens was en dat die mens de naam Adam gedragen heeft. De Heilige Geest laat hier heel duidelijk zien dat Adam de concrete eerste mens was. Hij was de eerste historische mens. De menselijke geschiedenis begint bij hem. De menselijke geschiedenis is niet bij een groep of op verschillende plaatsen op aarde uit een of andere oervorm ontstaan. Wat we in 1 Kor 15 lezen sluit ook helemaal aan bij wat Paulus op de Areopagus in Athene zegt:  “Uit een mens heeft Hij de hele mensheid gemaakt, die Hij over de hele aarde heeft verspreid; voor elk volk heeft Hij een tijdperk vastgesteld en Hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald.”  Handelingen 17:26


2 Korinthe 11:3

De verhouding van Paulus met de gemeente in Korinthe is weer veel beter. Toch zijn er in het hart van Paulus nog grote zorgen over de gemeente in Korinthe. Hij kent de zwakheid van deze gemeente. Ze staan heel erg open voor wat nieuw en spectaculair is. We lezen dan in vers 3: “Alleen vrees ik dat, zoals Eva door de slang op sluwe wijze bedrogen werd, uw gedachten worden weggelokt van de oprechte en zuivere toewijding aan Christus.”  
De vergelijking met wat er met Eva gebeurd is en wat er in de gemeente van Korinthe dreigt te gebeuren heeft geen enkele kracht als Eva niet echt door de slang verleidt is. Het gaat hier niet om een of ander verhaal maar om wat in werkelijkheid met Eva gebeurd is. Het is duidelijk dat Paulus hier geen ogenblik aan de feitelijkheid van Eva en wat de slang als verleider gedaan heeft twijfelt.

1 Timoteus 2:13,14

Paulus schrijft aan zijn helper Timotheus over de plek van de vrouw in de gemeente. Hij maakt duidelijk dat vrouwen geen regeer of leerambt in de kerk mogen innemen. Hij geeft daarvoor twee redenen.
a.  “Want Adam werd als eerste geschapen, pas daarna Eva.”
b.  “En niet Adam werd misleid, maar de vrouw, zij overtrad Gods gebod.”
Paulus wijst hier terug naar twee historische gebeurtenissen. Hij schrijft zelfs over dingen die na elkaar  gebeurd zijn. De HERE heeft eerst Adam geschapen en daarna Eva. Eva heeft zich laten verleiden. Dit zouden geen geldige argumenten zijn als deze dingen niet echt zo gebeurd zijn. Als Paulus hiermee niet de werkelijkheid zou beschreven hebben.
Het is opvallend dat Paulus hier juist geen beroep op een algemene waarheid doet die door velen in de samenleving toen aanvaard werd. Hij doet geen beroep op een algemene waarheid maar op wat in het begin van de menselijke geschiedenis gebeurd is. Hij beroept zich op de orde die God in Zijn schepping als altijd geldende norm gelegd heeft. Hij laat ook zien wat er bij de zondeval gebeurd is en wijst door de inspiratie van de Heilige Geest erop wat daarvan de betekenis is in de zaak die hij aan de orde stelt.

Judas 14

We kunnen hier kort zijn. We vinden hier evenals in Rom 5:14 een bepaalde tijdsperiode. Henoch word de zevende vanaf Adam genoemd. Wanneer we over Henoch spreken gaat het over het zevende geslacht vanaf Adam. Deze opmerking zou zinloos zijn wanneer Adam geen historische persoon was die in een bepaalde tijd geleefd heeft. Deze mededeling zou geen enkele waarde hebben als Adam niet als historische persoon bestaan zou hebben. 


JR Visser

Laatst aangepast op woensdag 07 april 2010 19:52  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]