Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Over en uit de GKV Ds. J.R. Visser - Ambtsdragers en het gezag van Gods Woord

Ds. J.R. Visser - Ambtsdragers en het gezag van Gods Woord

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

AMBTSDRAGERS EN HET GEZAG VAN GODS WOORD

Je gaat als predikant op bezoek bij een nog jonge vrouw die de boodschap gekregen heeft dat ze kanker heeft. Het is nog niet duidelijk hoe ernstig het is. Toch is er alle reden om bezorgd te zijn. De artsen hebben dat ook gezegd en zijn voor de definitieve uitslagen al met een chemokuur  begonnen. In het gesprek met deze zuster komen ook reacties van anderen op haar situatie naar voren. Ze heeft het er moeilijk mee dat mensen in de kerk en ook ambtsdragers steeds weer aan haar vragen of ze niet opstandig is. Of ze God eigenlijk geen verwijten maakt. Als ik dan zeg dat dat helemaal niet bij mij leeft. Dat ik juist rust bij Vader in de hemel vind. Want dominee het is toch zo dat ik net als ieder ander mens nog veel meer ellende verdiend heb?! Het is toch een wonder dat ik Gods kind ben en mag blijven al zal deze ziekte mijn dood betekenen. Als ik deze dingen zeg dan komen mensen met allerlei psychologische verhalen dat die opstandigheid nog wel komt en dat dat toch heel normaal is. Het lijkt alsof mensen en ambtsdragers mij dat aanpraten.
Deze ontmoeting in de praktijk van pastorale zorg laat iets zien van de invloed van een bepaalde manier van denken die ook onder ons veld gewonnen heeft. Een denken dat voor een groot deel door de menselijke ervaring gestuurd wordt. De menselijke ervaring krijgt dan langzaam maar zeker meer invloed dan het werk van Gods Geest door het Woord. Dan wordt onze kijk op de ambtsdragers, op de kerk en ook op het geloofsleven al meer bepaald door psychologie, sociologie, management ideeën en andere menswetenschappen. Zonder om daarmee maar op enige manier te zeggen dat deze menswetenschappen ons geen nuttige aanwijzingen kunnen geven of ons voor dingen gevoelig kunnen leren zijn. Maar dan moeten die ideeën altijd wel door de filter van Gods Woord gaan en dat kunnen doorstaan. Als we terugdenken aan die jonge vrouw die kanker gekregen heeft, moeten we natuurlijk wel  echt met liefde en zorg over haar bewogen zijn. En ook vragen met warme belangstelling wat dit bij haar oproept, juist ook in haar verhouding met de HERE. Dan weten we al uit Gods eigen Woord hoe gelovigen met God kunnen worstelen als heel moeilijke dingen hun leven binnenkomen en daarover zullen we dan ook als ambtsdragers hebben te spreken. Om juist die zuster heel dicht bij de HERE te willen brengen. Dan kunnen we juist met Gods eigen woorden de weg wijzen en troosten. Dan kunnen we juist over onze gevoelens, onze obstakels in dat leven met God in die concrete situatie praten en het licht van Gods eigen Woord daarover laten schijnen.
Daarbij is het belangrijk dat we in de kerk voor het werk van de ambtsdragers ons niet laten leiden door allerlei bestuursmodellen van eigen tijd maar ook daarin Gods eigen Woord en wijsheid laten spreken. Ik denk hier bijvoorbeeld aan een soort management waarbij er maar enkele ouderlingen zijn die alleen als een soort bestuurscollege of als coach optreden.  We mogen niet vergeten dat ambtsdragers ook inhoudelijk op een bijzondere manier tot herderlijk werk in de gemeente geroepen zijn. De herder die ook persoonlijk verzorgt. 
Als je naar mensen luistert zie je dat ook als er over ambtsdragers gesproken wordt het democratische denken een grote invloed heeft. Democratisch denken is nog heel iets anders dan het ambt van alle gelovigen in de gemeente tot ontplooiing te willen laten komen.              

Democratisch

De democratie zoals we dat op het vlak van de regering van ons land kennen, beïnvloed ook het denken in andere verbanden. Ook het denken over de gemeente. Is het zo dat de gemeente van Christus een democratische structuur moet kennen? Moeten de besluiten eigenlijk door de gemeente genomen worden of door de kerkenraad? Moet het beleid door de gemeente  door groepen in de gemeente of door de ambtsdragers gemaakt worden?
De vragen die hier gesteld worden, zijn in onze tijd belangrijke vragen en raken ook de functionering van de gemeente.

Afhankelijk van de modellen van eigen tijd?

Wij zijn voor de orde in de kerk niet van de regels van onze eigen tijd afhankelijk.  Het is niet zo dat de kerk zoals de wereld op dat moment moet functioneren. De Here Jezus maakt dit heel duidelijk aan Zijn leerlingen. Juist als onder Zijn leerlingen de vraag opkomt wie onder hen de belangrijkste is, zegt de Here Jezus:
“De koningen van de volken voeren heerschappij over hen en hun machthebbers worden weldoeners genoemd. Doch gij niet alzo, maar de eerste onder u worde als de jongste en de leider als de dienaar. Want wie is de eerste: die aanligt, of die dient? Is het niet, die aanligt? Maar Ik ben in uw midden als dienaar.” Luk 22:25-27 De Here Jezus maakt in Matt 23:8 duidelijk dat een ons Meester is en dat is Hij.  Zijn Koninkrijk word niet geregeerd zoals dat in de wereld gewoon is. Onze Heiland zegt dan ook tegen Pilatus: “”Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu is mijn Koninkrijk niet van hier.”
De gemeente van Christus moet dan ook niet volgens het gebruik van de omgeving in een bepaalde tijd geregeerd word maar volgens de orde die Koning Christus zelf voor Zijn gemeente in Gods Woord gegeven heeft. Daarom begint art 30 van de NGB met de volgende zin: “Wij geloven dat deze ware kerk geestelijk geregeerd moet worden op de wijze die onze Here ons in zijn Woord  geleerd heeft.”
Ondanks dit zien we in de geschiedenis steeds weer de neiging om de gemeente als een soort democratie te zien.   

Wij zijn niet de eerste in de geschiedenis.

Ik wil nu twee voorbeelden uit de geschiedenis naar voren halen waar in de kerk om democratie gevraagd word. Het eerste voorbeeld komt uit het Oude Testament en het tweede uit de tijd van de Reformatie.
Wij gaan nu eerst terug naar de tijd dat Mozes en Aaron de door God aangestelde leiders van Israel waren. Het volk is onder leiding van Mozes uit Egypte getrokken en is nou naar het beloofde land onderweg.
Nadat de HERE aan Zijn volk Zijn wet gegeven heeft, komt er een opstand tegen Mozes en Aaron onder leiding van Korach, Datan en Abiram. Deze opstand word o.a. gedragen door het verlangen dat niet alleen de huidige leiders de beslissingen nemen maar dat het hele volk daarbij betrokken zal zijn. Wij horen uit de mond van de opstandelingen de volgende woorden klinken: “Laat het u genoeg zijn, want de hele vergadering, zij zijn heiligen, en de HERE is in hun midden. Waarom verheft u u dan boven de gemeente des HEREN?”  Num 16:3  
De opstandelingen hebben gelijk dat het hele volk heilig is. Kijk Ex 19:5,6. De HERE maakt duidelijk dat het heilig zijn van Zijn gemeente nog niet betekent dat de gezagsverhoudingen die Hij in de gemeente gegeven heeft nou in een democratie omgezet moet worden. Deze roep om democratie is een verzet tegen de HERE en de leiders die Hij aangesteld heeft. Heilig leven in dienst van de HERE betekent ook dat jij jou voegt in de orde die Hij voor Zijn gemeente gegeven heeft. Hij geeft ambtsdragers die van Hem de taak gekregen hebben om de gemeente te regeren. De HERE onderstreept dat het Zijn orde is waartegen Korach en de zijnen zich  verzetten en daarom treft de doodstraf  hen vanwege de volgehouden opstand. Kijk Num 16.
Een belangrijk moment in de kerkgeschiedenis is het optreden van een zekere Morily in de tijd van de Reformatie. Het is begrijpelijk dat na het tirannieke optreden van de Paus en de rest van de zogenaamde geestelijkheid er een reactie kwam. Een reactie heeft altijd het gevaar om je alleen maar tegen iets te keren en dan door te slaan. We zien dit bij Morily. Hij pleit voor democratie in de kerk. De gemeente zelf moet de besluiten nemen en niet de ambtsdragers. In de gedachten van de Morily staat de activering van de gemeente centraal. Morily meent dat het daarom nodig is dat alle rechten aan de gemeente gegeven worden. Alles wat voor leer en leven betekenis heeft valt volgens hem onder het beslissingsrecht van de gemeente. De gemeente oordeelt over de leer. De gemeente besluit over de tucht. De gemeente kiest de ambtsdragers en als de gemeente meent dat bepaalde ambtsdragers niet meer voldoen, ontslaat de gemeente. Volgens Morily is de gemeente souverein. Daarom is het volgens Morily niet goed als de kerkenraad regeert.
De gereformeerde kerken hebben deze gedachten niet overgenomen maar als onschriftuurlijk verworpen. De Franse gereformeerde kerken waarin Morily predikant is, wijzen zijn gedachten af. Zij spreken op de synode van Orleans in 1562 uit: “Het boek van Morily bevat een verderfelijke leer. Het veroorzaakt verwarring en verstrooiing in de kerk.” De kerk van de Reformatie heeft het priester wees van elke gelovige erkent en willen bevorderen zonder om de manier van regering die Christus zelf aan Zijn gemeente voorgeschreven heeft te veranderen.

Christus regeert en verzorgt Zijn gemeente door ambtsdragers

Als wij van een democratie praten, is de wil van de meerderheid beslissend. Dan komt het gezag van de regeerders ook bij mensen vandaan. Dan is dat gegrond op onderlinge afspraak en op wat vandaag de draagkracht genoemd word. Zo mag het in de kerk niet zijn. Het gezag in de kerk komt van Christus. Christus is de Koning van de kerk die ambtsdragers gebruikt om Zijn gezag in de kerk te laten regeren. Dat is de weg van het Woord.
Het is niet de wil van een meerderheid of minderheid die in de kerk behoort te regeren maar Christus, Zijn Woord moet door mensen die Christus aangesteld heeft over en in de gemeente regeren.
Ik noem nu maar twee voorbeelden waar we zien dat het God is die ambtsdragers aanstelt en daarom tegenover Hem in de eerste plaats verantwoordelijk stelt.
Paulus zegt tegen de ouderlingen van Efese in Hand 20:28: “Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente van God te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.”
Wij lezen in Efeze 4 van Christus die naar de hemel opgevaren is om vanuit de hemel te regeren als de Koning  o.a: “En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus.” Vs 11,12   

Christus geeft de ambtsdragers gezag om de gemeente te regeren

Het element van regeren over de gemeente is heel duidelijk bij de opdracht voor de ambtsdragers. Vooral bij de ouderlingen. Het gaat dan ook om een regeren met gezag. Het is niet zo dat wij ambtsdragers kiezen en dan eigenlijk alleen naar hen willen luisteren als zij dingen doen of zeggen die volgens onze smaak zijn. De ouderlingen zijn in het bijzonder met het gezag van Christus als de Herder van Zijn gemeente bekleed. Christus is de Herder en Hij geeft aan Zijn gemeente herders die in Zijn Naam en volgens Zijn Woord de gemeente leiden. Dat is geen leiden waarbij de ouderlingen hun eigen belang zoeken maar de kudde de weg van Christus wijzen. Wij lezen dat heel mooi in 1 Petrus 5:2-4: “Hoedt de kudde van God, die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging, naar de wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid niet als heerschappij voerend over het geen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden voor de kudde. En wanneer de opperherder verschijnt, zult u de onverwelkelijke krans des heerlijkheid verwerven.”
Wanneer je nu over het gezag van de ouderlingen praat, is het opvallend dat we hier lezen  dat zij geen heerschappij mogen voeren. Betekent dat dat ze alleen voorbeelden zijn en geen besluiten moeten nemen om daarmee de gemeente te leiden en te regeren­?
Nee, maar dit moet juist wel uit hun voorbeeld voortkomen. Zij moeten in hun leven voorop gaan in het volgen van Christus als de Opperherder. Zo moeten ambtsdragers in hun leven beelden van Christus, beelden van liefde voor en liefdevolle gehoorzaamheid aan God zijn. Dan leiden de ambtsdragers door hun voorbeeld. Dan mogen de ambtsdragers ook liefde, respect en gehoorzaamheid van oud en jong in de gemeente verwachten. Dat komt duidelijk naar voren in het vervolg van 1 Petrus 5 als we lezen: “Evenzo, gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens elkaar met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. Vernedert u dan onder de machtige hand van God, opdat Hij u verhoge te zijner tijd.”
Let erop dat de Heilige Geest de ambtsdragers er op wijst om niet te willen heersen, om niet hun eigen voordeel, hun eigen zin te zoeken en daarvoor het gezag te gebruiken dat Christus hun gegeven heeft. Daarna spreekt de Geest dan ook de hele gemeente aan. De jeugd maar daarna ook de hele gemeente. Het niet mogen heersen over gemeente mag niet zo uitgelegd worden dat jij je makkelijk afmaakt van wat een ambtsdrager zegt en wat de kerkenraad besluit. Het is namelijk opvallend dat we hier de oproep lezen dat de jongeren naar de oudsten moeten luisteren en dat we ons allemaal onder de hand van God moeten vernederen. Dat betekent o.a. dat wij de gezagsverhoudingen die Hij geeft door ons ook met liefde geëerbiedigd worden. Dat we daarin de wijsheid en liefde van onze God en Verlosser zien. Christus regeert Zijn gemeente door de ambtsdragers die Hij geeft en die Hij aanwijst.
Een andere plaats in de Bijbel waar we dat ook heel helder lezen is Hebr 13:17: “Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u aan hen, want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen. Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doen.”

Het gehoorzamen en vertrouwen van de ambtsdragers

De Heilige Geest vindt het nodig om de gemeente nu aan te spreken in verband met de ambtsdragers van nu. De oproep om hen te gehoorzamen en je aan hen te onderwerpen maakt duidelijk dat dat ook toen niet vanzelfsprekend was. Het is nodig om dit heel duidelijk tegen de Hebreeen te zeggen. Het lijkt erop dat een deel van hen dat in de praktijk niet doet en er in de harten van een deel van de gemeente tegenstand is. Wij denken zo vaak zo menselijk. Wij halen er in onze tijd gauw op een verkeerde manier allerlei menswetenschappen bij. Wij wijzen dan heel gauw naar ambtsdragers die dan niet genoeg sociale vaardigheden hebben en daarmee kunnen we dan verklaren en begrijpen dat mensen niet naar hen luisteren. Dan gebruiken we op zichzelf nuttige aanwijzingen, ook voor de ambtsdrager!,  niet om zelf te groeien in het leven met de HERE en onze naaste maar om jezelf of anderen te ondersteunen in ongehoorzaamheid aan de HERE en Zijn Woord. Het kan ook zo zijn dat iemand een leeftijdsgenoot is of veel jonger dan jou is. Het kan zijn dat iemand ambtsdrager geworden is waarvan jij weet dat er vroeger in zijn leven een zondige levenstijl was. Hem gehoorzamen, jou aan hem onderwerpen is toch echt teveel gevraagd. Wij zijn vaak geneigd om op deze manier te denken. Om niet vanuit vertrouwen maar uit wantrouwen te reageren. Dan zeggen we heel gauw: die ouderling, diaken of dominee moet eerst mijn vertrouwen winnen. Natuurlijk is het goed dat een ambtsdrager zijn best doet om al meer vertrouwen te krijgen maar dat neemt niet weg dat wij allemaal met vertrouwen moeten beginnen. Vanaf het moment dat iemand ambtsdrager is. Waarom? Omdat wij als het goed is onze Verlosser Jezus Christus volledig vertrouwen! Hij die Zijn leven voor ons wantrouwige, zondige mensen volledig gegeven heeft. Hij die Zijn Geest over de gemeente uitgestort heeft. Hij is het, de Heilige Geest is het die concreet deze broeders tot ambtsdragers geroepen heeft en daarom verdienen zij uw, jouw vertrouwen. Wij vertrouwen Christus en de Heilige Geest toch wel in de Goddelijke wijsheid waarmee God juist deze broeders aan ons als onze ambtsdragers gegeven heeft?! Het is de Heilige Geest die de ambtsdragers over de gemeente als kudde van Christus aangesteld heeft. Kijk o.a. Hand 20:28. Het is heel belangrijk dat wij van de oproep van de Geest om de ambtsdragers te gehoorzamen en ons aan hen te onderwerpen nooit het volgende vergeten: “Als Christus de taak van ambtsdrager  in de gemeente gegeven heeft, mogen wij in onze houding en optreden daar geen vraagtekens plaatsen.” Behalve natuurlijk als de ambtsdrager het pad van Gods Woord verlaat.
Waarin ligt nu het bijzondere waarom wij aan de ambtsdragers in de kerk gehoorzaamheid verschuldigd zijn? Dat ligt in het bijzondere werk waartoe de HERE de ambtsdragers geroepen heeft. Wij lezen daarvan in onze tekst: : “Want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen.”
Ouderling, diaken, dominee zijn is maar niet een of ander erebaantje in de kerk. Het is ook geen machtspositie die je kunt gebruiken om je eigen ideeën een keer vorm te kunnen geven. Nee, je hebt de opdracht gekregen om over “de zielen te waken”. Om de gemeente, om de schapen bij Christus te houden, naar Christus te leiden. Om jou steeds weer met liefde en diepe bewogenheid in te zetten om broeders en zusters bij het evangelie, bij het leven met de Geest te bewaren. Dan moet er intens gewaakt worden. Dat is de taak die God ons geeft. Dat betekent ook dat juist de ambtsdrager zijn mond moet opendoen als hij een schaap of een deel van de gemeente bij het leven in liefde en in gehoorzaamheid aan de HERE ziet wegdwalen. Dan geldt ook voor de ambtsdrager van vandaag wat de HERE tegen Ezechiël gezegd heeft: “Mensenkind, u heb Ik tot wachter over het huis van Israel aangesteld. Wanneer u een woord uit mijn mond hoort, zult u hen uit mijn naam waarschuwen. Als Ik tot de goddeloze zeg: U zult zeker sterven – en u waarschuwt hem niet en spreekt niet om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen ten einde hem in het leven te behouden, dan zal die goddeloze in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar van zijn bloed zal Ik u rekenschap vragen. Maar als u de goddeloze waarschuwt en hij bekeert zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg, dan zal hij in zijn eigen ongerechtigheid sterven; maar u hebt uw leven gered.” Ez 3:17-19.
De ambtsdragers hebben allemaal op hun eigen terrein: ouderlingen, diakenen, predikanten een heel verantwoordelijke taak gekregen. De zorg voor de schapen heeft God op een bijzondere manier aan hen toevertrouwd. Zij zijn daarvoor op een bijzondere manier verantwoordelijk en moeten daar op de dag van hun sterven verantwoording van doen aan God. Dat is de ernst en de zwaarte van het ambt. Dan is het zo dat geen ambtsdrager  volmaakt is. Ook de ambtsdrager heeft steeds weer nodig om van vergeving, van genade alleen te leven.  Ook de ambtsdragers hebben steeds weer Gods kracht nodig. Hebben steeds weer nodig om op God, om op Christus te letten. Om steeds weer kracht en liefde te ontvangen om de gemeente te leiden en te verzorgen. Dan kijken we steeds weer naar de HERE als de volmaakte Herder om van Hem te leren. Dan willen we Hem volgen die in Ez 34 tegenover de herders die zichzelf zoeken zegt: “Ik zelf zal mijn schapen weiden, Ik zelf zal ze doen neerliggen, luidt het woord van de  Here HERE; de verlorene zal Ik zoeken en de afgedwaalde terughalen; de gewonde zal Ik verbinden en de zieke versterken, maar de vette en krachtige zal Ik verdelgen. Ik zal ze weiden zoals het behoort.” Vs 15,16.
Dat weiden en leiden betekent ook dat de ware leer de ambtsdragers heel na aan het hart ligt. Want wat gebeurt er als er verkeerde dingen verkondigd worden? Dan leren we de HERE niet meer kennen zoals Hij is! Dan beginnen we in eigen beelden van God te geloven. Dan gaan we leven op een manier die niet volgens de wil van Christus is. Dan gaan we op de weg die van Christus onze Verlosser en Here afleidt. Waken over de zielen betekent dat we juist de hele gemeente al nader aan God en het tere leven met Hem willen brengen.


Prachtig verwerkt in de formulieren

Wij zijn niet de eerste christenen. Wij moeten niet denken dat het geloof, het kerk-zijn  bij ons begonnen is. Het is heel belangrijk om de wijsheid, verstaan van Gods Woord dat de Heilige Geest in de geschiedenis gegeven heeft niet voorbij te gaan. Dat wij die wijsheid en dat inzicht niet mogen verachten om juist de diepte en breedte van het evangelie te verstaan lezen we heel duidelijk in Efeze 3:17,18. Een voorbeeld vind je op het punt waarover we het net hadden in de formulieren voor de bevestiging van ouderlingen, diakenen en predikanten. Je ziet ook daar op een heel mooie en diep geestelijke manier de afwisseling van de opdracht die de ambtsdragers van God krijgen en de opdracht die de gemeente ten opzichte van de ambtsdragers heeft.
Na de opdrachten die de ambtsdragers krijgen, volgen dan de volgende woorden tot de gemeente: “En u, geliefde broeders en zusters, ontvangt deze mannen als dienaren
Van God. Aanvaardt van harte de ouderlingen als herders van de gemeente. Hebt grote achting voor hen om hun werk. Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u aan hen, want zijn zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen. Zorgt dat de diakenen middelen hebben, om hun arbeid te verrichten. Weest goede rentmeesters over wat de Here u toevertrouwt en weet u in de gemeente van Christus geroepen om te dienen.” Bij dit gedeelte word in de kantlijn van het formulier vooral naar 1 Thes 5:12,13 en Hebr 13:17 verwezen.
We lezen in het formulier voor de bevestiging van een predikant de volgende opdracht voor de gemeente: “Geliefde broeders en zusters, de Here heeft deze dienaar u gegeven, Denkt eraan, dat God zelf u door hem aanspreekt. Neemt daarom de woorden, die hij naar de Schrift tot u spreekt, met blijdschap aan. Ontvang deze dienaar met vreugde, want liefderijk zijn de voeten van hen die een goede boodschap brengen. Hebt achting voor hem vanwege zijn werk. Bidt voor hem dat hij zijn taak naar behoren kan verrichten. Gehoorzaamt hem en onderwerpt u aan hem, want hij waakt over uw zielen en zal voor God rekenschap moeten afleggen. Laat hij zijn werk met vreugde doen en er niet onder gebukt hoeven te gaan, want dat zou voor u nadelig zijn. Als u zo deze dienaar van Here ontvangt, zal Gods vrede over u komen en beërft u het eeuwige leven.” Bij dit gedeelte worden in de kantlijn vooral genoemd:  Fil 2:29; 1 Thes 2:13; Jes 52:7; Rom 10:15; Hebr 13:17 en Matt 10:12,13.                      

Waarin ligt het gezag van een ambtsdrager?

Als we antwoord op deze vraag zoeken, is het in de eerste plaats belangrijk om er op te letten dat we onszelf  geen ambtsdrager maken. Het is niet zo dat iemand zichzelf als ambtsdrager in de gemeente mag benoemen. Het is niet zo dat iemand in de gemeente zich zo geschikt vindt dat hij zichzelf dan als ambtsdrager mag presenteren. Het gaat erom dat de Here zelf jou roept. Hij besluit wie Hij wanneer als ambtsdrager in de gemeente wil gebruiken. Het is wel belangrijk dat wij er voor zorgen dat we ons zo ontwikkelen, dat we ons zo oefenen in het leven met Christus dat we zoveel mogelijk geschikt zijn om door Christus geroepen te worden als Hij dat wil. Daarin ligt o.a. de betekenis van 1 Tim 3:1: “Dit is een betrouwbaar woord: indien iemand staat naar het opzienersambt, dan begeert hij een  voortreffelijke taak.”
Het gaat bij het ambtsdrager zijn  juist niet om een menselijke instelling en een menselijke roeping. Het gaat erom dat God de taak van de ambtsdrager ingesteld heeft en hen ook roept en aanstelt. We horen dat als Paulus tegen de ouderlingen van Efeze zegt: “Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft.” Hand 20:28.
In onze kerkorde heeft dit onderwijs van de Heilige Geest ook een plaats gekregen als we in art  3 lezen: “Niemand mag een van deze ambten vervullen zonder wettig geroepen te zijn.” Wij moeten ook in het roepen tot het ambt op Christus als de Koning van de kerk vertrouwen en Zijn wijsheid eerbiedigen. Hij weet beter wat wij nodig hebben dan dat wij het weten. Dan kan Christus jou roepen terwijl jij er heel erg tegenop ziet. Jij denkt dat jij het niet kunt. Zoals dat bijvoorbeeld bij Jesaja en Jeremia het geval was. Kijk: Jes 6:5-9; Jer 1:4-10. Dan kan het ook zijn dat de Here jou niet roept terwijl jij het  juist j zo graag wilt of denkt dat jij zo nodig bent. Denk hier aan Mozes die in het doodslaan van een Egyptenaar zichzelf als de leider van Gods volk opwierp zonder dat de HERE hem al geroepen had. Ook hierin is het zo belangrijk om Gods weg te eerbiedigen en te volgen.
Het eerste waaraan een ambtsdrager zijn gezag in de gemeente ontleent is dat de Here hem tot deze taak geroepen heeft. Toch betekent dat niet dat hij dus altijd en overal gezag heeft. Het is belangrijk om er op te letten dat hij ambtsdrager is en niet de vader van elk gezin en ook niet de baas over elk bedrijf in de gemeente. Hij oefent gezag uit in de gemeente als het om de gemeente en het leven van de gemeente gaat. Dat betekent niet dat een ouderling of diaken niets met jou vaderschap of jou leiding van een bedrijf te maken heeft. Hij is niet geroepen om jouw vaderschap of moederschap of de  leiding van het bedrijf over te nemen. Toch kan een ambtsdrager reden hebben om met jou over de manier waarop jij leiding geeft, over de invulling van jouw vader of moeder zijn te praten. Om dat te doen vanuit de wijsheid van Gods Woord. De ambtsdrager neemt niet de verantwoordelijkheid over die de HERE ons in verschillende levensverbanden gegeven heeft maar wijst ons wel de weg van het Woord van de HERE in ons hele leven.
Daarin ligt de taak en ook het gezag van de ambtsdrager. Hij komt in de naam van Christus met het Woord van Christus. In dat Woord ligt zijn gezag. Met dat Woord wil hij jou oproepen om een verzoend leven met God te leven. 2 Kor 5:20.  Zodra een ambtsdrager een weg wijst die niet de weg van Gods Woord is, heeft hij geen gezag meer. Dan wijst hij een weg die ons bij de verzoening met God wegleidt.       
Het gezag van de predikant in de prediking, het gezag van de ouderlingen in de bezoeken en het samen dienend regeren over de gemeente, het gezag van de diakenen in het stimuleren van onderlinge liefde en het uitdelen van ondersteuning ligt in het leiding geven met en volgens het Woord van Christus. Calvijn brengt dit meer dan 400 jaar geleden zo onder woorden:
“Vergeving van zonden, de belofte van het eeuwige leven en de boodschap van de zaligheid kan toch niet in de macht van een mens liggen. Christus heeft dus getuigd dat de apostelen behalve de bediening van de prediking van het evangelie niets hebben. Dat Hij het is die  door hun mond als door instrumenten alles zegt en belooft. Dat de vergeving van de zonden die zij verkondigd hebben werkelijk een belofte van God is en dat de verdoemenis die zij verkondigd hebben met zekerheid het oordeel van God is. ….. Nu weten wij dat de sleutelmacht doodeenvoudig de prediking van het evangelie is. Het is niet zozeer macht maar dienst als we het op mensen van toepassing maken. Christus heeft deze macht eigenlijk niet aan mensen gegeven maar aan Zijn Woord en heeft mensen daarvan bedienaars gemaakt.”  (Institutie IV,11,1)     
Het gezag van de ambtsdrager ligt in het Woord, in het evangelie dat zij in opdracht als bijzondere instrumenten van Hem bij ons brengen.
Op dit punt  heb ik mijn problemen met wat prof  de Ruijter in zijn boek ‘Meewerken met God’  geschreven heeft.
Ik wil toch weer terugkomen op de plaats van de Schrift in het boek van prof  de Ruijter. Ook prof  Baars en ds van der Wolf hebben in de laatste tijd hierbij hun vragen gesteld. Is de Schrift nu absolute norm of is dat niet zo? Prof de Ruijter heeft erop gewezen dat we hem verkeerd begrijpen als we denken dat voor hem de Schrift niet de absolute norm is. Dat is iets om dankbaar te noteren. Toch blijft er een groot probleem. Dat probleem is niet dat de Schrift ook boven ons theologiseren staat.
Het probleem is wel dat de Schrift in de manier waarop prof de Ruijter schrijft in de praktijk alleen formeel de norm boven alles is. Zodra je vanuit de Schrift gaat spreken en werken, zou je niet meer met een absolute norm te doen hebben. Dan gaat het om jouw onzeker verstaan van de Schrift. Als je vanuit de Schrift zegt: Christus wil dat Zijn gemeenten door ambtsdragers geregeerd worden zou je dat niet meer een absolute  norm kunnen noemen.
Eigenlijk ben je dan bezig om heel hoog van de Bijbel op te geven maar je maakt Gods stem in de praktijk van het leven heel onzeker. Dan is de Bijbel  een leeuw maar hij kan niet meer brullen. De Schrift wordt door ons theoretiseren in onze theorie opgesloten. Het wordt eigenlijk onmogelijk dat we tegen elkaar zeggen: Zo zegt de HERE. De ander kan dan meteen terugzeggen: “Nee, dat is jouw verstaan van Gods Woord. Ik erken ook dat de Bijbel Gods Woord is maar ik heb heel andere gedachten.”
Het opvallende in de Bijbel is dat de Heilige Geest zo anders over Gods Woord spreekt. Niet op zo’n theoretische manier. De erkenning van de Bijbel als het Woord van God en het licht dat dat Woord verspreidt gaan samen. Die kun je niet van elkaar scheiden. Heel duidelijk komt dat naar voren in 2 Petrus 1:19-21:
“Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.”
Hier zien we weer dat we in een donkere wereld leven. Wat hebben we nodig om de weg te vinden? Het Woord van God dat als een lamp schijnt! Het Woord van God is duidelijk! Hier kun je ook denken aan Psalm 119:105: “Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad.” Of Psalm 19:9: “De bevelen van de HEER zijn eenduidig: vreugde voor het hart. Het gebod van de HEER is helder: licht voor de ogen.”
Natuurlijk zijn er wel moeilijke problemen maar een kenmerk van Gods Woord is dat het duidelijk is. We mogen de absolute norm van God kennen als we de Schrift zelf, geen eigenmachtige uitlegging, laten spreken. We kunnen zo gaan theoretiseren dat we boven de Schrift uitgaan en dan zonder dat we dat bedoelen Gods Woord niet voluit laten spreken.         
Ware theologie is juist dat we de lamp van Gods Woord zo helder mogelijk laten schijnen. Dat we juist de rijkdom van Gods wijsheid willen uitstallen en willen toepassen.
Om Gods weg in de geschiedenis te laten zien en daarbij Zijn Woord steeds weer kritisch en richtinggevend en bemoedigend op ons denken en handelen te laten inwerken. Om ons te laten leiden door God onze Vader, door Zijn Woorden als de hoogste wijsheid te kennen en te  volgen. Om zo vanuit Christus door Zijn Geest te leven en te handelen, ook als mensen, ook als kerk.   Als theologie iets anders is, is het geen theologie meer. Dan is het een menselijk bedrijf  geworden. Dan verliezen we uit ons leven de ernst van het luisteren vol diepe eerbied naar de HERE en Zijn Woord alleen, ook uit ons leven als kerken. Gods Woord is niet gegeven om daarmee te experimenteren of te spelen maar om in diepe ernst te doordenken en daaruit dan met diepe vreugde te leven. Als dan de theologie de norm van de Schrift duidelijk naar voren brengt is dat beslissend. Dan moeten we leren buigen voor Gods wijsheid en ons leven daarin voegen en leren hoe goed dat is. Dan kan de theoloog wel eens die man zijn waarvan Schilder op de laatste bladzij van Christus en cultuur het volgende schrijft: “Gezegend mijn verstandige wijkouderling, die goed huisbezoek doet: een cultuur-kracht, al weet hij het waarschijnlijk zelf niet. Laat ze maar om hem lachen: ze weten niet wat ze doen – die cultuurslampampers van de overkant.”

Heeft een ambtsdrager toch geen democratisch gezag?

De namen van broeders waaruit  nieuwe ambtsdragers moeten gekozen moeten worden, worden enkele weken voor de verkiezing bekend gemaakt. Dan vindt de verkiezing plaats. Betekent dat nu toch niet dat wij gezag aan de nieuwe ouderlingen en diakenen verlenen?
Dat is een gedachte die helemaal in onze tijd past maar niet de bedoeling van de verkiezing van ambtsdragers in de kerk van Christus goed weergeeft. Het gaat er bij het aanstellen van nieuwe ambtsdragers in de eerste plaats om dat het broeders zijn die vol van de Heilige Geest zijn. Broeders die volgens wat we in 1 Tim 3 en Titus 1 lezen geschikt zijn om ambtsdrager te zijn. Broeders die heel anders leven en niet herkenbaar zijn in deze voorschriften van de Geest mogen geen ambtsdragers zijn. Broeders die volgens deze Geestelijke voorschriften geschikt zijn kunnen dan op verschillende manieren als ambtsdragers aangesteld worden. Het kan gebeuren door het lot. We zien dat gebeuren als er een nieuwe apostel in de plaats van Judas moet komen. Kijk: Hand 1:24-26. Het kan gebeuren doordat een apostel en zijn helpers of na hen een kerkenraad nieuwe ambtsdragers benoemt en aanstelt. Een voorbeeld daarvan zien we in Handelingen 14 als we daar lezen: “En nadat zij voor hen in elke gemeente oudsten hadden aangewezen, droegen zij hen onder bidden en vasten de Here op, in wie zij geloofd hadden.” Vs 23. Deze mogelijkheid  kennen we ook nog in onze kerkorde als daar in art 20 bepaald word: “Eventueel zal de kerkenraad zoveel personen als voor de vervulling van elk ambt nodig zijn, aan de gemeente voorstellen.”
De normale regel onder ons is dat de kerkenraad twee keer zoveel broeders voorstelt als het aantal dat nodig is. De gemeente kiest dan uit die broeders. De verkiezing heeft niet het karakter dat we daarmee het draagvlak toetsen dat iemand in de gemeente heeft. Het heeft ook niet het doel om de gemeente te vragen of  hij wel geschikt voor het ambt is. Het heeft het doel om de gemeente bij het aanstellen van een ambtsdrager te betrekken. Om zoveel mogelijk daarmee bewust bezig te zijn. Om samen te bidden en samen betrokken te zijn bij de geschenken die de Here in nieuwe ambtsdragers aan ons wil geven. Ook in het vertrouwen dat de Heilige Geest zo leidt dat zij aangewezen worden die Hij nu voor de bouw van Zijn kerk wil gebruiken. Zodra wij beginnen te denken dat wij beslissen en dat het ons democratisch recht is om te kiezen wie wij willen zou het beter zijn om maar weer het lot te werpen. Het gaat er om dat de Geest aanstelt en Hij gezag aan ambtsdragers verleent en daarmee ook grote verantwoordelijkheid. Zo wil Christus Zijn gemeente regeren en verzorgen. Met Zijn evangelie.

Laatst aangepast op maandag 27 juli 2015 19:05  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]