Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Over en uit de GKV Ds. R. van der Wolf - Het getuigenis van de Heilige Geest

Ds. R. van der Wolf - Het getuigenis van de Heilige Geest

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

HET GETUIGENIS VAN DE HEILIGE GEEST

Voorzitter, broeders en zusters,

proloog
Wij hebben samen 1 Petrus 1: 1-12 gelezen. Een krachtig getuigenis over de levende hoop, die elke gelovige mag hebben. De levende hoop, omdat ze hoop is in de levende Christus. In Hem is de onverwelkelijke erfenis van het eeuwige leven weggelegd. In Hem van wie heel de bijbel, zegt de apostel, getuigt. Ook vóór Zijn komst al mochten profeten van Hem spreken. Zij mochten dienstbaar zijn. Ze mochten spreken van gróte dingen.
Daarvan hebben ze zelf lang niet alles begrepen. Het was een getuigenis vóóraf (vers 11). En toch spreekt Petrus ook over die tijd – de tijd van de oude bedéling - over de Geest van Chrístus. De Geest van de Zoon, die toen nog niet geboren was. De Zoon die tijdens zijn leven op aarde op zijn beurt zegt: “En de Vader, die Mij gezonden heeft, die heeft van Mij getuigenis gegeven” (Joh. 5: 37). Dat herhaalt Hij later tegenover de Vader zo: “Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven” (Joh. 17: 7-8). Het getuigenis van de Heilige Geest is dus het getuigenis van de Zoon zelf, alsmede het getuigenis van de Vader.
Dat zet de toon voor vanavond. Wij willen stilstaan bij het onderwerp: Het Schriftgezag en de Heilige Geest. Maar dan zal ons spreken ‘trinitarisch’ zijn. Want het Woord van de Geest is het Woord van de Vader en de Zoon. Het ene Woord van God drie-enig.

inleiding
Vanavond wil ik u graag het één en ander vertellen over het gezag van de Schrift en de Heilige Geest. Een onderwerp, dat minstens zo actueel is als het vorige. Een onderwerp, dat tegelijk ook betrekking heeft op onze gehoorzaamheid aan de wet. Het staat daar niet los van. Het stellen van een paar vragen kan dat duidelijk maken:
Is die wet norm? Ook in een gebroken werkelijkheid?
Of is de bedóeling achter die wet, het verstáán van die wet norm?
Vult Christus die wet naar de diepe inhoud in?
Of geeft Hij een nieuwe wet? Zíjn wet, de wet van de Zoon, ná de wet van de Váder? Zijn wij daaraan gebonden?
Of illustreert de Here Jezus alleen maar?
Doet Hij dat op dezelfde manier als straks Paulus en nog weer later de gemeente onder leiding van de Heilige Geest?
Is dat vóórtgezette openbaring?
Ik noem maar een aantal thema’s om u het belang van het onderwerp te schetsen. En laat ik het vanavond dan eens heel eenvoudig mogen houden. Want in alle uitwerkingen komt steeds een aantal kernwoorden naar voren. We praten bij al die onderwerpen over exegese, over hermeneutiek, over inspiratie en illuminatie, over schriftgezag en Schriftverstaan. Allemaal woorden, die we soms nauwelijks kunnen uitspreken of schrijven. Woorden ook, waarvan we niet altijd precies begrijpen wat ze betekenen. Ik wil daar graag uitleg van geven. Om bij verschillende punten een lijn naar discussies te leggen. En u vooral te laten zien hóe het werk en de Persoon van de Heilige Geest hierin betrokken zijn. Daarbij ga ik uit van de bijlage, die u aan de achterkant van uw programma vindt. (Zie pagina 11.) 

schriftgezag
De bijbel is het Woord van God. U ziet dat in het midden van het schema ook terug, als het middelpunt waar alles om draait (I). Die centrum-positie maakt ook meteen duidelijk, dat alle discussies in de velden er omheen direct of indirect het Woord en het gezag van het Woord van God raken. Daarmee bedoel ik vooral aan te geven, dat we niet vrijblijvend over hermeneutiek, over literair bijbellezen, over de normativiteit van de bijbel of over het schriftverstaan kunnen spreken, omdat alles wat we daarover zeggen met ons belijden van het Woord en het gezag van Gods Woord te maken heeft. Ons nadenken en overwegen wordt daarom in de praktijk terecht begrensd door wat we als kerken daarover in de belijdenis hebben vastgelegd.

Discussies hierover dreigen soms geblokkeerd te raken, omdat mensen zich persoonlijk voelen aangevallen. Alsof hun integriteit op dit punt ter discussie zou staan. Dat is niet zo. Ook niet als er woorden van bezorgdheid klinken over de consequenties van het theologisch doordenken. Consequenties die je terugziet in de praktijk, waar dat theologisch doordenken haar uitwerking vindt. Waar het gezag van de Schrift tastbaar onder drúk komt te staan, of de Schrift zelfs aan gezag inboet.
Natuurlijk mag het gesprek over al deze zaken niet gefrustreerd raken door wantrouwen, alsof die-en-die ‘aan schriftkritiek doet’. Het gezamenlijk nadenken mag aan de andere kant ook niet onmogelijk gemaakt worden door een beroep op persoonlijke integriteit. Zo van: je mag me geen schriftkritiek verwijten, want ik onderschrijf van harte de artikelen 3 tot en met 7 NGB. Want dat zal waar zijn. Maar we mogen elkaar en de kerken daarbij ook bewaren. Ik zou willen pleiten voor een wat minder krampachtige houding en een wat meer ontspannen houding in de broederlijke kritiek op wat er geschreven en gezegd wordt.

Waar zit het dan op vast? Uiteindelijk dus op de zorg over de handhaving van het Schriftgezag. Op de belijdenis dat het Woord van God onfeilbaar, volkomen en voldoende duidelijk is. Dat is misschien wel het belangrijkste van wat ik u vanavond duidelijk zou willen maken. Waarom al die discussies het gezag van de Schriften raken. En hóe dan.
U ziet wel, dat ik er voor gekozen heb om een tweedeling te maken, A) en B). Kort gezegd gaat het in die twee delen om respectievelijk de totstándkoming van de Schrift (A) en de tóepassing van de Schrift. Daar wil ik graag – en dan van elk deel afzonderlijk - éérst iets van vertellen. Daarna hoop ik u te laten zien op welke manier die twee aandachtsvelden in het gesprek in elkaar schuiven.


1. Het ontstaan van de Schrift

inspiratie (II en III)
De bijbel is het Woord van God. Het getuigenis van de Heilige Geest, zoals Petrus dat zegt (1 Petrus 1, 11) is op Schrift gesteld door mensen. De Heilige Geest heeft bijvoorbeeld profeten en apostelen in dienst genomen en dienstbaar gemaakt aan wat Hij zeggen wil. Dat lezen we in 2 Timotheüs 3 vers 16, waar staat dat al de Schrift “theopneustos” is. De vertaling van dat woord ‘theopneustos’ is wat moeilijk, maar komt meer op een ‘door God door-ademd zijn’. In die uitdrukking komen zowel de dienst als ook de dienstbaarheid mee. Zoals Petrus dat in zijn tweede brief mag formuleren in die bekende tekst: “Nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar door de Heilige Geest gedreven hebben mensen van Godswege gesproken” (2 Petrus 1: 21). Als we daar het woord ‘inspiratie’ voor gebruiken, bedoelen we dus meer te zeggen dan alleen maar een menselijke drang om iets te zeggen of te schrijven. Laat ik ook hier proberen het wat kort te houden. Inspiratie wil zeggen, dat de HERE Zíjn Woord gegeven heeft dóór de schrijvers heen.

Daarbij stoort de Heilige Geest zich niet altijd, om zo te zeggen, aan de belevingswereld of het voorstellingsvermogen van de schrijvers die Hij in dienst neemt. Vooral in de profetieën komt dat naar voren. Ezechiël bijvoorbeeld, zegt dat hij ‘ontdaan was door de beroering van zijn geest’. Zeven dagen lang is hij verbijsterd over wat hij gezien heeft (Ezech. 3: 13-15). Daniël geeft aan, dat hij wel gehoord heeft wat er tot hem is gezegd, maar dat hij het niet begríjpt (Dan. 12, 8). En hij krijgt als antwoord dat wat hij gehoord heeft ‘verborgen blijven en verzegeld tot de eindtijd’ (Dan. 12,9). Job, om nog een voorbeeld te geven, getuigt in hoofdstuk 42 vers 3: “Wie is het toch, die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand? Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen mij te wonderbaar en die ik niet begreep.” Daar zien we trouwens meteen heel mooi het verschil tussen de ‘inspiratie’ en de ‘illuminatie’, waar ik straks meer van hoop te vertellen. Het is goed om er nu alvast even op te wijzen. Daarbij moet u vooral even onthouden, dat het geopenbaarde Woord zelfs niet altijd door de schríjvers zélf wordt verstaan. Zij zijn werktuig van de Heilige Geest (vgl. 1 Petrus 1,11).

hermeneutiek
Is dan alle eigenheid verdwenen? Is er niets menselijks meer over? Natuurlijk wel. Bij wat de bijbelschrijvers door mogen geven, hebben ze heel vaak wél een voorstelling. Ze schrijven soms hun eigen geschiedenis. In de taal en de beelden van hun eigen tijd. En hoewel er één Auteur is, de Heilige Geest, is de stijl van schrijven heel verschillend.  Er zit heel veel reliëf in de bijbel, ook wat betreft de leefwereld, de stijl, de taal, de gaven en het voorstellingsvermogen van al die schrijvers. Daarom is het goed om die twee glazen te blijven zien. Het Woord van de Geest komt door schrijvers heen, met hun eigen achtergrond, ( in de bijlage getekend als IV) onder de brug van de inspiratie. Ik heb daarom dat rechterglas uitvergroot weergegeven. Daarop is een aantal aandachtspunten afgedrukt, namelijk het wereldbeeld van de schrijver, zijn achtergrond, de cultuur waarin hij leeft, de beleving en de doelstelling. Zo bestuderen we ook in onze Gereformeerde Kerken de bijbel. En we noemen dat meestal met één woord: hermeneutiek (V). Hermeneutiek is zeg maar de ‘leesbril’ waarmee we de bijbel lezen. We worden op dat spoor gezet door de Schrift zelf. Want in de hermeneutiek letten we op wat de HERE zegt door mensen heen.

actualiteit
Als mensen in onze kerken de vraag stellen, of een schrijver op een bepaald moment misschien een metafoor gebruikt, en er dus een diepere bedoeling achter een tekst schuilgaat, is die vraag op zichzelf genomen nog geen reden om meteen van Schriftkritiek te spreken. Datzelfde geldt ook van de notitie dat er in de bijbel gebruik gemaakt wordt van poëzie in de stijl en dus ook de betekenis van die tijd. Evengoed is er een beperkte waarde aan ‘literair bijbellezen’ toe te schrijven. Binnen een gezonde gereformeerde theologische doordenking mogen dit soort onderwerpen best aan de orde komen. Want we hebben nu eenmaal te máken met het spanningsveld van het enerzijds – anderzijds. Enerzijds het Woord van de Geest. Anderzijds de dienst van mensen. Wie in dat spanningsveld zoekt naar verdieping, naar verrijking, of met behulp van bijvoorbeeld de taalwetenschap een tekst nog begrijpelijker probeert te maken (net zoals de geologie en de archeologie daarbij hulpwetenschappen mogen zijn), die mag je niet meteen als verdacht etiketteren. We moeten voorzichtig zijn in onze beoordeling en er ook de góede kanten van blijven benoemen.

Onze docenten aan de Theologische Universiteit bijvoorbeeld, vragen met het oog op het veld van de hermeneutiek ruimte om in het wetenschappelijk bezig zijn ook de gereforméérde theologie eigentijds te laten zijn. Met name de taalwetenschap, met de aandacht voor vertelconventies, is een punt van studie. Op zichzelf genomen is het een goede zaak, dat daar in Kampen over nagedacht wordt.  Het is belangrijk, dat de confrontatie met deze zaken niet uit de weg wordt gegaan. Al zou het alleen maar zijn om aankomende predikanten te leren hoe ze met al deze vragen om moeten gaan.

Op welk punt uit zich de bezorgdheid en verontrusting op dit moment zich dan? Niet zozeer op de áándacht voor dat rechterglas van de leesbril. Het gaat veel meer om de waardéring van wetenschappen als leeshulp.
Laat ik het in het algemeen (kort) zó mogen formuleren: waar ons nadenken over de dienst van mensen (het tweede glas dus), zoveel nadruk krijgt dat het eerste glas wat naar de achtergrond verschuift, daar komt de inspiratieleer onder druk te staan. En waar de inspiratieleer onder druk komt te staan, daar komt het gezag van de Schrift zelf onder spanning te staan. Het zijn de ménsen niet, het is de taal niet, het zijn de cultuur en de omstandigheden niet, die de bijbel tot het Woord van God maken. Het is de Heilige Géést die getuigenis geeft van de waarheid. Hij doet dat inderdaad door de dienst van mensen. Maar als we die dienst gaan óverwaarderen, gaan we het werk van de Heilige Geest ónderwaarderen. Dan wordt de vraag wat er bedóeld wordt te schrijven, belangrijker dan wat er geschreven is.
Daar dreigt dan meteen ook het gevaar van menselijke willekeur. Want wie zal dan uitmaken of een geschiedenis metaforisch moet worden gelezen en opgevat? En wie maakt uit wélke geschiedenissen dat zijn? We verliezen dan teveel uit het oog wat ik eerder heb aangegeven, namelijk dat de Heilige Geest de schrijvers niet alleen in dienst neemt, maar ook dienstbaar máákt. We moeten er met elkaar goed van doordrongen blijven, dat ons hermeneutisch bezig zijn zich met alle verschuldigde eerbied en respect richt op het werk van de ene Auteur.
Ik ben (met anderen) van mening, dat de huidige aandacht voor diverse hulpwetenschappen het spanningsveld van de inspiratie steeds meer dreigt te doorbreken ten gunste van de ménselijke inbreng. De Schriftuitleg wordt teveel afhankelijk gemaakt van ons (wetenschappelijk) navorsen. Dan moet de letterlijke tekst van de bijbel wijken voor wat wij menen dat er bedoeld wordt. Daar zijn voorbeelden van te geven. Zo komt de historische betrouwbaarheid en werkelijkheid van Genesis 1 onder vuur te liggen,  wordt de nederlaag van Goliath niet meer aan David toegeschreven en blijft onzeker in welke tekstgedeelten we met metaforen en poëzie te maken hebben, vólksverhalen en legendes.
Ik meen tegelijkertijd ook, dat dit alles te maken heeft met de door de belijdenis afgegrensde ruimte van wat gereforméérde hermeneutiek genoemd mag worden. Want de belijdenis over de doorzíchtigheid  en de duidelijkheid van de Heilige Schrift komen onder druk te staan (artikelen 3 tot en met 7 NGB), als we de bijbel niet zonder hulpwetenschappen kunnen lezen. Een heel eenvoudige vraag maakt dat duidelijk: kunnen we nog gewoon lezen wat er staat? En u begrijpt wel, dát is geen ‘theologenzaak’ meer. Geen ‘ver-van-ons-bed-show’). Het gaat hier om ons aller kínderlijk geloof van elke dag, ons eenvoudig aanvaarden van wat de Geest tot de gemeenten zegt. Het gaat om ons gehoorzaam luisteren naar Góds Woord. 

Wil van God
Daarom heb ik in de bijlage helemaal bovenaan Gods wil neergezet (VI). Wat de HERE wil zeggen, wat Hij openbaren en meedelen wil, dát heeft de Heilige Geest door schrijvers en profeten laten verkondigen.  De werking van de Heilige Geest in mensen heeft hen van Gódswege laten spreken. En toch is de bijbel uiteindelijk niet het eindproduct van deze werking. De bijbel is het Woord van God drie-enig. Het is het Woord van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Wie insteekt bij de inspiratieleer en dan ook nog eens afzonderlijk veel nadruk geeft aan de dienst van de méns, als schrijver in dienst van de Heilige Geest, dreigt het trinitarisch spreken van God uit het oog te verliezen. God drukt Zijn wil uit in mensenwoord. De regie geeft Hij niet uit handen. Maar het script ook niet. Er mag natuurlijk aandacht zijn voor wat we de ‘inspiratieleer’ noemen. Het werk van de Heilige Geest is daarbij terecht veld van aandacht, evenals de werking van de Geest door bijbelschrijvers heen. Maar als gefragmenteerde kennis en gefragmenteerd onderzoek leidt tot uitspraken en conclusies, waarin de Schrift uiteengerafeld achterblijft op de wetenschappelijke snijtafel, om uit de restanten de oorspronkelijke bedoeling en wil van God te kunnen begrijpen, dan heeft de mens over de Schrift gezegevierd.
Die gevaarlijke valkuil moet de kerk in haar theologiseren en exegetiseren wel blijven erkennen. Zij mag zich niet, ook niet door de resultaten van menselijk onderzoek, in vertwijfeling laten brengen omtrent de vraag of God in Zijn Woord voldoende en doorzichtig genoeg duidelijk maakt wat Hij wil. Dat mág de kerk niet. Want aan háár is het evangelie toevertrouwd.
Over verschillende publicaties is daarom zórg uitgesproken. Zorg over vooral de consequenties van die nadruk op de dienst van mensen. Maar dat komt nog duidelijker uit als we eerst het twééde deel gaan behandelen, deel B), het Schriftverstaan.


2. Het verstaan van de Schrift

strijd op twee fronten
In feite voeren we, met onze publicaties over het gezag van de Heilige Schrift, in onze kerken op het moment een strijd op twéé fronten. Over dat eerste front hebben we het nu met elkaar gehad. Laten we dat maar front ‘A’ noemen. Nogmaals, ik wilde u alleen graag inzicht geven in wat er speelt. Ik ben er vanavond niet inhoudelijk op ingegaan, maar heb u om zo te zeggen het strijdperk willen tekenen. Ik hoop dat zo duidelijk wordt, dat wie het over literair bijbellezen heeft, over metaforen en mogelijk mythische elementen, met een ander onderwerp bezig is (A), dan wie spreekt over bijvoorbeeld gemeente-ethiek en de verhouding tussen norm en werkelijkheid (B). Ik heb er opnieuw maar een bril met twee glazen van gemaakt. De verbindende brug heet illuminatie. Laten we daar maar mee beginnen.

illuminatie
Onder illuminatie verstaan we de verlichting van de gelovige (in de bijlage als 2 genoteerd) door de Heilige Geest (1). Wij lezen gelóvig de bijbel. Dat wil allereerst zeggen dat we, in onderwerping en gehoorzaamheid aan het Woord van God, proberen te begrijpen en uit te leggen wat de HERE in Zijn Woord zegt. Dat is nodig, omdat de bijbel geen handboek met register is voor alle mogelijke onderwerpen die we in dit leven tegenkomen. Vanuit wat de HERE zegt over goed rentmeesterschap formuleren we vandaag bijvoorbeeld antwoorden op onze omgang met het milieu. Daarin spelen andere zaken een rol dan vroeger, toen ‘blikvangers’ er niet stonden om de eenvoudige reden dat colablikjes er niet waren en plastic verpakking niet voorkwam. Wanneer we belijden, dat de HERE in Genesis 1,26 de ‘cultuuropdracht’ opdracht geeft, is ons nadenken over milieuvraagstukken niet onschriftuurlijk als we rekening houden met de tijd, de omstandigheden en de cultuur waarin we leven. Ook de ruimte waarbinnen we over dergelijke zaken mogen nadenken en studeren is wel groter dan we soms denken. Onze overtuiging, hoezeer we ook menen dat die op schriftuurlijke gronden berust, verduurt minder de tijd dan we misschien soms willen. Het is de blijvende taak van de kerk om voortdurend antwoorden te formuleren op vraagstukken in de eigen tijd en samenleving.

winst
Wij geloven dat we, bij het zicht op de problemen en het formuleren van de antwoorden, door de Heilige Geest in de waarheid worden geleid. Het pleidooi van drs. De Bruijne, om dat als geméénte te doen en gezámenlijk te blijven spreken, is in onze individualistisch ingestelde samenleving wínst. Dat is het goede in zijn bijdrage, omdat er inderdaad wel eens mensen zijn die hun eigen gelijk op hetzelfde niveau vinden staan als wat de HERE in Zijn Woord zegt. Ook hier geldt, dat we elkaar niet moeten etiketteren als waar of onwaar, als we het niet altijd meteen met elkaar eens zijn. Dan zullen we samen het Woord moeten lezen en zullen we moeten bidden, of de Heilige Geest ons inzicht en wijsheid wil geven; fijngevoeligheid om te weten waar het op aankomt (Fil. 1,9).

De illuminatie onderscheidt zich dus van de ínspiratie. De Heilige Geest geeft zijn Woord door mensen heen. Hij geeft in de inspiratie kennis mee, openbaring. De Geest doet inhoudelijk mededeling over tal van zaken die de HERE als kennis van belang acht voor Zijn kinderen.
Om dat te begríjpen is nodig, dat ons verstand geopend wordt. Dat we goed lezen en goed verstaan wat er staat. Daar hebben wij de hulp, de wijsheid, het inzicht en de overtuigingskracht van de Heilige Geest bij nodig. Dat noemen we illuminatie. De illuminatie deelt dus geen kennis mee. Ze maakt ook niet lós van de bijbel, maar de illuminatie bíndt juist aan de bijbel. De Heilige Geest onderwerpt ons verstand aan het Woord. Hoe verlicht mensen zeggen te zijn, het is niemand geoorloofd anders te leren dan ons reeds geleerd is door de Heilige Schrift (NGB, art 7; Gal. 1,8; 1 Kor. 15,2; 1Tim. 1,3).

gaven
Graag wil ik op dit punt even een zijsprong maken. Illuminatie, verlichting van het verstand om te begrijpen wat de HERE heeft gezegd en zegt, is daarom heel iets anders dan wat er tegenwoordig wordt geleerd over de gaven van de Geest. In wat er tegenwoordig geschreven wordt over profetie bijvoorbeeld, gaat het niet meer over het tóepassen van de Schrift, of voortschrijdend inzicht in de Schrift, maar om nieuwe boodschappen. Zij beweren, dat de Geest zelf rechtstreeks door mensen tot de gemeente spreekt. Ze stellen vervolgens ook, dat je jezelf dat eigen kunt maken, als je maar veel van de Geest verwácht. Dat ik dat dwaalleer noem, is voor het onderwerp van vanavond niet eens zo belangrijk. Maar het wordt hier en daar ongezond vermengd met de discussies over het Schriftverstaan. Ik zou daarvoor willen waarschuwen. Want het zijn echt twee aparte zaken, die je zorgvuldig uit elkaar moet houden. Je mag op dit punt dus ook niet zomaar zeggen dat de charismatische invloed in de kerk aan kracht wint. Want dat is wél waar als het om sommige publicaties over het werk van de Heilige Geest gaat. Maar dat is weer níet waar als het om het gesprek over het Schriftverstaan gaat. Het is in die zin ook te waarderen dat auteurs zich steeds afschermen tegen de charismatische dwalingen door er steeds weer op te wijzen, dat ze het gezag van de Schríften als normatief uitgangspunt belijden. Dat voorkomt in elk geval verwarring op dít punt. Dit even terzijde.

bril
Ook bij de illuminatie is er dus sprake van een bril met twee glazen. Eén blik, twee glazen. Het glas van de Heilige Geest, die ons verstand verlicht, ons hart opent en ons de waarheid van de Heilige Schrift laat begrijpen (1). En het glas van de mens, die met eigen oog kijkt en bestudeert (2). Die bril, de bril met déze twee glazen, noemen we nu het Schriftverstaan (5). Daar is dan bij inbegrepen, dat de gelovige lezer net als de bijbelschrijver kind van zijn tijd is. Wij lezen vandaag de bijbel vanuit ons eigen wereldbeeld, onze eigen omstandigheden, cultuur, tijd en beleving. Opnieuw heb ik daarom het rechterglas uitvergroot en dezelfde aandachtspunten genoteerd (4).
U begrijpt al wel, dat ook hier vervolgens een spanningsveld optreedt. Want wij geloven dat de Heilige Geest ons verstand verlicht. Maar wij geloven óók, dat ons verstand en hart door de zonde verduisterd is. Dat de inwerkende kracht van de Heilige Geest wordt tégengewerkt. Dat lijkt een heel onvruchtbaar proces. Want je weet nooit zeker of je nu ‘uit de Geest’ spreekt of ‘uit je hart’ om het zo maar te zeggen. Wanneer mag je nu zeggen: de Heilige Geest heeft ons zonder enige twijfel laten zien, dat ons handelen zó moet zijn? Dat we het antwoord zó moeten formuleren en mogen uitdragen? Anders gevraagd: wanneer komt de gezamenlijke focus van die twee glazen op een zuivere, schriftuurlijke manier bij elkaar, zonder vervaging, vervorming en vertekening? Dat ook dáár niet zomaar het laatste woord over gezegd kan worden, is denk ik ook wel duidelijk. Dat ga ik dus vanavond ook niet doen. Wel wil ik weer – heel algemeen – een paar opmerkingen maken.

actualiteit
In de eerste plaats geldt ook hier, dat we het spanningsveld niet moeten doorbréken door al teveel nadruk te leggen op de gelovige lézer. Als we onze tijd, onze omstandigheden en cultuur teveel accent geven en ons verstaan van de Schrift dan verdedigen door te zeggen, dat we ‘door de Geest verlichte mensen’ zijn, brengen we niet genoeg in rekening dat ook gelovigen met zonde en verduistering te maken hebben.

Op dit punt is er wél overeenkomst, verwarrend genoeg, met wat er vandaag de dag over de werking van de Heilige Geest wordt gezegd. U weet allemaal wel, dat het arminianisme en remonstrantisme in het charismatisch denken diep is doorgedrongen. Leringen, waarbij de vrije wil, of zo u wilt de bevrijde wil van de mens zo’n grote nadruk krijgt, dat ons denken en overleggen van onze zondige aard van binnenuit kan overwinnen. Die charismatische invloed wordt in actuele publicaties over het werk van de Heilige Geest vaak slordig en nonchalant genegeerd.
Wellicht onbedoeld heeft ook het gesprek over het Schriftverstaan deze dwaling opnieuw en vanuit een ander aandachtsveld actueel gemaakt. Deze vragen spelen zelfs een rol bij de zgn. gemeente-ethiek. Ondanks bezwerende opmerkingen dat het hier niet gaat om individualistisch, maar gemeenscháppelijk verstaan van de Schrift, kan toch ook van de gemeente in haar totaliteit niet gezegd worden, dat zij zich als geméénte heeft vrij geworsteld van de verduisterende kracht van de zonde. Kritische notities bij dit punt zijn helaas tot op dit moment onvoldoende beantwoord gebleven.

In de tweede plaats blijft de Schrift zelf de absolute norm voor het leven van ons als kinderen van de HERE. Wij moeten ons denken en ons handelen altijd weer toetsen aan de Schrift zelf. Dat blijft de enige constante. Het blijft ook de enige betrouwbare bron, die boven het spanningsveld van de illuminatie staat. Ook als we tegelijk blijven erkennen, dat de bijbel geen handboek voor alle mogelijke vraagstukken is. Want dat is waar. Maar dat wil niet zeggen dat de Schrift over bepaalde onderwerpen niet héél duidelijk spreekt. Er staat wat er staat. Hier blijkt bijvoorbeeld hoe belangrijk het is, dat we ons aan de Wet van de HERE blijven onderwerpen als de régel voor ons dankbaar leven. Verplichte navolging is minder vrijblijvend dan vandaag soms wordt verkondigd.

Norm en werkelijkheid
Hier schuilt de diepe achtergrond van de discussie over norm en werkelijkheid. Nu komen bovendien alle lijnen samen en hoop ik, dat u door de stapsgewijze kennismaking met het probleemveld deze sprong mee kunt maken. A en B vloeien in elkaar. En dan met name wat er staat bij de beide nummers IV en 4. Ik zal u proberen een voorbeeld te geven, waarbij zowel de inspiratie als de illuminatie een rol spelen.

voorbeeld
U kent vast de moeiten wel die er in de kerken bestonden rond het rapport Huwelijk en Echtscheiding. Die moeiten richtten zich (dat is voor vanavond belangrijk) allereerst op een nieuwe hermeneutische benadering. Voor de duidelijkheid wijs ik u eerst op deel A van de bijlage, hermeneutiek, (IV) achtergrond en doelstelling.
In de nieuwe hermeneutische benadering die in het genoemde rapport gekozen wordt,  wordt wat Christus in de bergrede leert over het huwelijk gelezen als illustratie bij Gods oorspronkelijke bedoeling.  Van Paulus wordt vervolgens gezegd, dat hij aanvulling geeft op dat onderwijs, omdat Christus de situatie uit Paulus’ dagen niet zó kende. Dat is een hermeneutische keuze te noemen. We laten dan de doelstelling van de Here Jezus en de omstandigheden waarin de apostel Paulus verkeert sterk meewegen. Ik ga vanavond de kritiek op die keuze niet herhalen. Ik wijs u er op, dat die benadering te maken heeft met het spanningsveld van de inspiratieleer.
Maar het gaat nog een stap verder. En nu neem ik u mee naar deel B) van de bijlage, schriftverstaan (5), cultuur en beleving (4). Want er zijn ook ándere situaties en omstandigheden waarmee we te maken krijgen, dan overspel of kwaadwillige verlating. Er kan ook sprake zijn van onbegrip tussen gehuwden, van alcoholisme, van homofiele gevoelens en ga zo maar door. Dan wil, met als uitgangspunt die nieuwe hermeneutische benadering, het schriftverstaan helpen om op moeilijke vragen een antwoord te geven. Want waar de Here Jezus Gods bedoeling illustreerde en waar Paulus met apostolisch gezag een aanvulling gaf, daar mag vandaag (volgens het rapport) de door de Geest verlichte gemeente (en hier wordt dan de kerkenraad bedoeld) in bijzondere gevallen de ‘oorspronkelijke bedoeling’ van de HERE vertalen in een concrete situatie.

Eigenlijk hebben we hier dus te maken met een tweevoudige vertaalslag. Hier spelen zich de resultaten van twee discussies af. Zowel het óntstaan van de bijbel als het vérstaan van de bijbel komt in beeld. Het zicht op wat de HERE wil is afhankelijk gemaakt van de hermeneutiek en het verstaan van de Schrift. Met alle gevolgen van dien. Hoever staat dan het zicht op Gods wil (VI en 3) buíten het blikveld van de eenvoudige bijbellezer.
Dat die tweevoudige vertaalslag het centrum van alles (I) raakt, is wel duidelijk. Even heel concreet: het woord van de Here Jezus in Mattheüs 32: “Maar ik zeg u: een ieder, die zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan ontucht, maakt dat er echtbreuk met haar gepleegd wordt” is tot voor kort zó uitgelegd, dat de Here Jezus ontucht als grond voor echtscheiding leert. In de nieuwe benadering is die grond er niet meer, omdat datzelfde Woord van de Here Jezus nu als illustratie wordt opgevat bij Gods oorspronkelijke bedoeling: “gij zult niet echtbreken”.
Zo’n benadering, nogmaals, is niet vrijblijvend. Net als het vervolg. Want in de lijn Here Jezus – Paulus rust het oordeel nu bij de kérkenraad, wanneer hij zijn standpunt moet innemen ten aanzien van bijvoorbeeld een echtscheiding. De moeite daarin is, dat ook dat gemakkelijk een zaak van willekeur kan worden. Een oordeel, gebaseerd op eigen inzicht, met een beroep op de verlichting door de Geest. Waar is dan het gezag van de Schrift zelf nog? Het getuigenis van de Heilige Geest? Onze kinderlijke gehoorzaamheid aan het Wóórd, zoals dat naar ons toekomt in het kleed van de Schríft?

Het levert vooral daarom verwárring op als er vandaag wel wordt gezegd dat het gezag van de Heilige Schrift erkend en beleden wordt, terwijl de uitkomst van bepaalde overwegingen toch net anders is, dan wat gelovigen in hun bijbel lezen. Er is een grote vertaalslag nodig om te begrijpen waarom auteurs hun belijdenis van de Schrift als absolute norm ernstig en van harte menen. Het vraagt ook eerlijkheid om daarbij aan te geven, dat door hen de norm die de Schrift geeft als de totale optelsom van ons Schriftverstaan beschouwd wordt. Want het gaat hierbij niet (alleen) meer om het geschreven Woord, zoals het voor ons ligt. Het gaat dan vooral om het Woord, zoals dat weerklank vindt in de gemeente (kerkenraad). Het is toch niet zó verwonderlijk, dat het resultaat dan ‘schriftkritisch’ wordt genoemd?

Slot
Dát is de zorg waar het om gaat. Dat is het, waar de verontrusting zich op richt. Dat is de achtergrond van gemaakte opmerkingen over het gezag van de Schrift. Van broederlijke bezorgdheid over een ontwikkeling die naar mijn overtuiging inderdaad niet ver van Schriftkritiek verwijderd is en een breuk betekent met ons gereformeerde verleden. Die niet alleen maar vragenderwijs wordt doordacht, maar in de praktijk z’n uitwerking vindt.
Ik begrijp heel goed dat theologie mag betekenen dat je over al deze dingen nadenkt. Ik heb er ook begrip voor dat er in een bepaald denkkader al studerend verder gedacht moet kunnen worden. In de hoop en met de doelstelling dat we elkaar verder helpen, zelfs als zo’n denkpatroon onvruchtbaar blijkt. Maar die ruimte is niet onbegrensd. Ze wordt beveiligd door de belijdenis, waar we ons met goed akkoord aan verbonden hebben. Juist die verbondenheid maakt, dat er op z’n minst bereidheid verwacht mag worden om in onderling gesprek, de consequenties van bepaalde gedachtegangen na te gaan.
Want in het midden staat het Woord van God, dat eeuwig blijft. Daar blijven we vanaf. En welke hoogintelligente redenering dan ook, die wat er staat ánders wil uitleggen dan wat er stáát, is voor mij bij voorbaat verdacht. De Schrift zelf waarschuwt daar namelijk voor (Psalm 116,11; Gal. 1,8). Gods Woord is norm. Absoluut. Boven alle tijd verheven. Ontwijfelbaar. En onder dat gezag alleen ben ik veilig.


epiloog
Toen antwoordde Job de HERE:

Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen uwer plannen wordt verijdeld.
‘Wie is het toch, die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand?’ Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik niet  begreep.
‘Hoor nu, en Ik zal spreken; Ik wil u ondervragen, opdat gij Mij onderricht’
Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd.
Daarom herroep ik en doe boete in stof en as. (Job 42, 1-6)


Dank u wel.





ds R. van der Wolf
24 november 2005


Laatst aangepast op maandag 27 juli 2015 19:05  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]