Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Over en uit de GKV Ds. J.R. Visser - Schriftgezag en Genesis 1

Ds. J.R. Visser - Schriftgezag en Genesis 1

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 1
LaagsteHoogste 

SCHRIFTGEZAG EN GENESIS 1



Broeders en zusters


De HERE opent Zijn Woord met een machtig woord. Met de heerlijke openbaring dat Hij God is en niemand meer. Dat Hij de Schepper van het hele heelal is. Niemand anders mag daarop op enige manier aanspraak maken. Wij mogen steeds weer diep verwonderde leerlingen van God zijn. Hoe groot en heerlijk laat Hij Zichzelf al in Genesis 1 zien.
Een van de vragen die bij het lezen van Genesis 1 gesteld wordt is of het er in dit hoofdstuk om gaat dat de HERE alles gemaakt heeft of  hoe  Hij dat gedaan heeft. We zien ook in gereformeerde kring  de neiging om de betekenis van Genesis 1 er toe te beperken dat God alles geschapen heeft. Genesis 1 zou niet de bedoeling hebben om ons te vertellen hoe de HERE alles gemaakt heeft. Zo komt er dan ruimte voor de wetenschap ruimte om eigen theorieën uit te denken en daarmee te werken. Dan zou het er om gaan dat we verschillende theorieën kunnen ontwerpen als je maar blijft zeggen dat God het begin is en en het heeft laten ontwikkelen. Doen we dan aan Genesis 1 en ook de rest van de Bijbel recht. Hierover wil ik nu eerst enkele opmerkingen maken.

Het grote probleem met de redeneringen waar het dat en het hoe uit elkaar gehaald worden is dat ze willekeurig zijn. We vinden nergens in Genesis of in andere delen van de Bijbel dat Gods bedoeling in Genesis 1 alleen is om te vertellen dat God de Schepper is. De HERE geeft ons nergens in Zijn Woord het recht om het zo op te vatten. Een van de belangrijkste regels voor de uitleg van Gods Woord is juist dat we wat we lezen uitleggen zoals de Geest het in de Bijbel presenteert. Bij het lezen en verklaren van de Bijbel is de Bijbel haar eigen uitlegster. Wij staan daarmee op de grond van Gods eigen Woord: “Dit moet u vooral weten, dat geen profetie van de Schrift een eigenmachtige uitlegging  toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.” 2 Petr 1:20,21
Als je dan naar Genesis 1 kijkt zie je dat God daar veel meer zegt dan dat Hij de Schepper is. Hij vertelt ons daar ook hoe Hij geschapen heeft. Hij laat daarin juist zien hoe groot Hij is en niemand anders is zoals Hij.
Wat is nu een van de problemen die veel mensen met Genesis 1 hebben en dit hoofdstuk niet willen laten uitspreken zoals de Geest het ons gegeven heeft? Dat is dat wij als mensen een beginpunt, een startpunt van de schepping volgens menselijke wetenschappelijke regels willen kunnen berekenen. Mensen willen het beginpunt kunnen berekenen en houden er geen rekening mee dat de HERE de Schepper is die geen beginpunt nodig had dat wij kunnen berekenen. Wij zijn mensen, wij zijn schepsels en het is het geheim van de HERE hoe Hij in zes dagen de aarde tot een woonplaats voor de mens als Zijn beeld gemaakt heeft. Dat is Gods geheim dat boven de kennis van ons mensen uitgaat of wij moeten waanwijs willen zijn. Het is belangrijk dat wij ook op dit punt het vreemdelingschap willen aanvaarden. Niet zoeken maar aanvaarden vanwege Gods eigen stem, Zijn eigen openbaring. Ook als we dan voor onwetenschappelijk uitgemaakt worden.
Het is belangrijk dat we ons net als Job door de HERE laten aanspreken. Het is de HERE die o.a. in Job 38 de mens aanspreekt die denkt tot Gods geheime te kunnen doordringen en God tot verantwoording te kunnen roepen. Dan zegt de HERE o.a: “Waar was u toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien u inzicht hebt! Wie heeft haar afmetingen bepaald? U weet het immers! Of wie heeft over haar het meetsnoer gespannen? …………waar is de weg naar de woning van het licht, en de duisternis, waar is haar verblijf, zodat u haar  brengen kunt naar haar gebied, en de paden naar haar huis kent? U zult het wel weten, want toen werd u geboren en het getal van uw dagen is groot!” vs 4,5 …19-21
Het eerste dat de HERE   aan ons in Zijn Woord vertelt, is dat Hij de hemel en de aarde, de hele kosmos geschapen heeft. Alles wat we zien is schepsel. Schepselen die toen ontstaan zijn toen de eeuwige God, die geen begin en einde heeft, besloot dat dat moest gebeuren. Geen schepsel heeft zijn ontstaan aan zichzelf te danken.
Na Genesis 1:1 richt de Heilige Geest onze aandacht vooral op de aarde. De HERE heeft op Zijn tijd de aardbol geschapen. We lezen in vers 2 dat op de aarde nog geen leven mogelijk was. De aarde was woest en leeg. Alles was nog niet zo op zijn plaats dat Gods schepping vol leven daarop kon bestaan. Als er toen al een mens zou geweest zijn zou hij een donkere wereld zien die met water bedekt was. Zo blijft het niet. We lezen namelijk dat de Geest over het water zweefde. Dat laat zien dat Geest met het werk om de aarde tot een huis voor de mens te maken begint. De aarde moet de plaats worden die Gods heerlijkheid laat zien zoals we daarvan in Psalm  8 lezen: “o HERE, onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde, U, die uw majesteit toont aan de hemel.”vs 2
De HERE heeft de aarde niet geschapen om woest en leeg te laten liggen. Hij is de God die op aarde orde wil hebben, zo’n orde dat het goede leven daarop geleefd kan worden. Dat lezen we heel duidelijk in Jesaja 45:18: “Want zo zegt de HERE  - Hij is God – die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de HERE en er is geen ander.”
De HERE schept volgens Zijn plan. En dat zorgt ervoor dat alles op aarde in vrede met elkaar gaat bestaan. Alles past op elkaar. Alles past zo dat er een prachtige wereld ontstaat waar alle schepselen in vrede met elkaar leven en zo als een prachtig geheel van de grootheid van de HERE die de Schepper is getuigen.
Ik wil hier even een uitstapje maken. Ik vind het jammer dat ook de laatste tijd de suggestie weer gedaan is dat ook voor de zondeval er vijandschap tussen dieren en ook tussen bepaalde dieren en de mens bestaan zou hebben. De schepping zou voor de zondeval een niet voor ieder veilige wereld zijn geweest. Deze gedachte komt meer op vanuit hoe wij de wereld vandaag meemaken dan dat het vanuit Gods Woord zelf komt. De HERE kijkt na zes dagen naar Zijn totale schepping en zegt dan: “God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.” Gen 1:31.
Bij het goede van God weten we uit de rest van Zijn Woord hoort niet de vijandschap waardoor een van de schepselen gedood of verwond zou worden. Vanuit de Bijbel zelf wordt daartegen ingebracht dat we in Genesis 1 toch ook horen van de wilde dieren en dat er vertalingen van Gen 2:15 zijn die zeggen: “En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaken”
Hoe zit het met de wilde dieren die in Gen 1 genoemd worden? Zijn de wilde dieren die in vers 24 genoemd worden roofdieren? Hier driegt een misverstand. Het woord wild wijst in vers 24 niet op het gevaarlijk zijn van deze dieren voor de mens en anderen maar op dieren die niet leven op plekken waar de mens is. Het zijn de dieren die op zichzelf leven in het veld. Zelfs de wilde dieren waren voor de zondeval geen bedreiging voor de mens en voor andere dieren.
Was de hof van Eden op de aarde een plaats waar je kon schuilen tegen de gevaren die er buiten waren? Dat is al heel onwaarschijnlijk als de HERE zegt dat Hij alles geschapen heeft en wij vanuit Gods woord weten dat vrede tussen de schepselen is wat de HERE wil. Het Hebreeuwse woord dat in Gen 2:15 gebruik word kan zowel bewaken als  bewaren  betekenen. Ander voorbeelden waar dit woord met  bewaren vertaald moet worden zijn: Gen 37:11; 41:35; Ex 22:6; 1 Sam 9:24. Het is voor de zondeval niet nodig om de hof van Eden tegen gevaren te verdedigen. De zonde heeft zijn vernietigende en vijandigmakende werk nog niet gedaan. Het woord bewaren wijst erop dat de mens geroepen is om zo in de hof van Eden  te werken dat Gods heerlijkheid en majesteit in Zijn goede schepping niet aangetast wordt. Het moet ook bewerkt worden om het nog verder tot ontplooiing te brengen zonder om wat er is aan te tasten.
Wij moeten er heel voorzichtig zijn om vanuit de huidige, door de zonde aangetaste werklijkheid naar Genesis 1 te kijken. Dan meten we met  de maat wat volgens ons vandaag mogelijk is. (van der Waal, Douma) In de discussie of er voor de zondeval op aarde vijandschap tussen schepselen was,  wordt het beroep op de profetieën waarin over de heerlijke vrede tussen alle dieren en mensen gesproken wordt soms heel makkelijk afgedaan. Het gaat daar toch over beeldspraak en dus heeft het geen betekenis voor de uitleg van Genesis 1 op dit punt. Dan maken we ons er wel erg makkelijk vanaf en doen ook geen recht aan bijvoorbeeld  Jesaja 11 en 65. Het is duidelijk dat we daar met prachtige beeldspraak te maken hebben. Met een heerlijke uitbeelding van de vrede die Christus verdiend heeft en op de totaal verloste nieuwe wereld zal neerdadel. Gods schepping is dan weer in volle vrede hersteld. Het is nu heel belangrijk om te zien dat hier prachtige beelden gebruikt worden om uit te drukken dat alle vijandschap en dood dan weer uit Gods schepping verdwenen is. Ook de natuur is dan weer verlost van de vijandschap die er door de zonde in de natuur gekomen is. De natuur ziet naar het herstel van die vrede uit! We lezen dat in Rom 8 zo: “Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen van God. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid  aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, wij, die de Geest als eerste gaven ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. Want in die hoop zijn wij behouden.” Vs 18-23
De beelden die we in Jes 11 en 65 vinden wijzen de volle vrede tussen alles in de schepping aan. Een voorbeeld daarvan in Jes 11 is:  “Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich neerleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen neerleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken. Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg”. Vs 6-9.   Die vrede zal op de nieuwe aarde weer in volle glorie hersteld zal zijn. Dan zie je exegetisch dat deze beelden in de profetie zeker ook een duidelijk boodschap voor de verhoudingen tussen dieren en tussen de dieren en de mens heeft. Er was geen vijandschap. Er was geen doden van elkaar.
Ja, maar de leeuw en al die andere roofdieren dan? Zoals wij niet met de ogen die alleen de door de zonde beïnvloede werkelijkheid  kennen naar de nieuwe hemel en aarde moeten kijken zo is het ook als we aan de periode voor de zondeval denken. De HERE is de Schepper die alles uit niets kan maken en voor niets te groot of te wonderlijk is. Zoals wij er niet aan twijfelen dat er een onvoorstelbare verandering van het leven van het zondige bestaan naar het leven op de nieuwe wereld zal plaatsvinden. Ook de verandering in de natuur, ook in de dieren van de goede schepping naar een wereld waarin de vloek van de zonde kwam was enorm groot.
Er is ook nog een ander exegetisch punt wat sterk ondersteund wat we tot nu toe gezegd hebben. Dat zijn de voedselvoorschriften die de HERE op verschillende momenten van de geschiedenis geeft. In de tijd voor de zondeval geeft de HERE voor zowel mens als dier alleen plantaardig voedsel. Er is dan onderscheid tussen mens en dier maar beide eten niet anders als plantaardig voedsel. Gen 1:29,30. Na de zondeval als de mens veel meer moeite moet doen om genoeg voedsel te krijgen wordt zijn menu uitgebreid, mag hij alle plantaardige voedsel tot zich nemen zoals de dieren dat al voor de zondeval mochten. Gen 3:18. Na de zondvloed geeft de HERE de mens ook toestemming om vlees te eten. Gen 9:3

Toen de HERE na zes dagen naar Zijn schepping keek, functioneerde de hele schepping als een prachtig geheel. Er is echte vrede tussen al zijn schepselen. Een van de zaken die opvalt is dat al de schepselen er zijn om in dienst van een schepsel: de mens te staan. De hele schepping erkent de mens als de koning boven hen. We zien dat op een heel mooie manier in Genesis 2. De HERE brengt alle soorten dieren die Hij geschapen heeft naar de mens. De mens krijgt de opdracht om al die dieren namen te geven. Dat laat zien hoe de mens als koning boven alle andere schepselen staat. De mens krijgt de bevoegdheid om hun namen te geven en zo zullen ze ook  genoemd worden. Het zijn niet alleen de dieren die van nature dicht bij de mens leven die dan hun naam van de mens krijgen. Al de dieren laten in het komen naar de mens zien dat zij aan de mens dienstbaar willen zijn. Ze voegen zich in Gods scheppingsorde.
Hoe maakt God de aarde in zes dagen gereed? We zien dat al meteen op de eerste dag: “En God zei: Er zij licht en er was licht.” Vs 3. Hoe schept God: door te spreken. Door een bevel te geven, door Zijn Woord. Zijn bevel is genoeg. Zijn Woord is zo machtig dat uit niets ontstaat wat Hij wil hebben dat ontstaat. De HERE heeft geen tijd van voorbereiding, van berekeningen, van het bij elkaar brengen van materiaal nodig om dat te maken wat Hij wil. Zijn bevel is genoeg. Het bevel van de Drie-enige God is genoeg. Ook de  Zoon die later in de geschiedenis voor ons mens geworden is, is voluit bij het scheppingswerk betrokken. We lezen namelijk in Joh 1 van het Woord die de Zoon is: “Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.” Vs 3
De hele schepping, ook dat wat op de eerste dag door de HERE geschapen is, is uit niets gemaakt. We lezen in Gods Woord zelf een verklaring van wat we in Gen 1 lezen. De Geest zegt namelijk in Hebr 11 het volgende: “Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord van God tot stand gebracht is zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.”  Vs 3       
Hier zie je de grootheid van God op een heerlijke manier schitteren. Hij was er alleen en door Zijn bevelen ontstaat wat volgens menselijke berekeningen alleen maar in miljoenen of miljarden jaren kon ontstaan. Dat laat juist zien hoe groot de HERE als de enige God is. Hij handelt ook in Zijn scheppingswerk Goddelijk. Wij moeten er voor uitkijken dat we de HERE niet volgens menselijke maat gaan meten. Als de HERE zegt dat Hij een bevel gegeven heeft en dat wat Hij gezegd heeft er toen meteen was, is dit volgens menselijke maat onmogelijk. Dan is het nodig om steeds weer er aan te denken dat de HERE de Almachtige is. Van wie de Geest door Paulus zegt: “Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen. Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.” Ef 3:20,21
Hij is de enige God die in Zijn Woord laat zien wie Hij is. Hij maakt duidelijk dat o.a. dit van Hem geldt: “Ach, Here HERE, zie, U hebt de hemel en de aarde gemaakt door uw grote kracht en uw uitgestrekte arm; niets zou te wonderbaar zijn voor U.” Jer 32:17  (Zie o.a. ook:  Gen 18:14; Ex 15:11; Ps 86:9,10; Luk 1:37
Het is zo belangrijk dat we de HERE niet volgens onze mensenmaat en de scheppingsmogelijkheden meten. Zo belangrijk om Hem te eren zoals Hij is. De mens die zegt dat het onmogelijk is dat na enkele woorden van God er plotseling licht is, wijst zichzelf als onwijs aan. Wijst zichzelf aan als iemand die zich in eigenwijsheid tegenover God en Zijn wijsheid opstelt.
De HERE is zo groot! Hij zegt: “Er zij licht”. Let er dan op dat we dan meteen lezen: “en er was licht.” De HERE laat hier zien dat het licht geen miljoenen lichtjaren nodig had om de aarde te bereiken. Nee, meteen na Gods bevel is het licht daar en verlicht meteen de aarde. Psalm 33 wijst heel duidelijk op de grootheid van God die hierin naar voren komt: “Door het woord van de HERE zijn de hemelen gemaakt, door de adem van Zijn mond al hun heer …… Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er.” Vs 6,9
De HERE zorgt voor de eerste voorwaarde van leven, het licht in een ogenblik. Wat is God groot! Zo heeft de HERE zich in de schepping laten zien. Hij zal dat ook bij de herschepping laten zien. De herschepping die vanwege onze zonden nodig is. We lezen namelijk in 1 Kor 15 van de dag waarop de Here Christus terugkeert en het leven volledig vernieuwt: “Zie, Ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid  aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.” Vs 51-53
De HERE is de Almachtige en de Eeuwige die in een ogenblik op Zijn bevel laat ontstaan wat Hij wil. Dat laat ons zien dat we Gods eigen Woord nodig hebben om het ware licht te verspreiden en de werkelijkheid van de schepping te kennen. Ook om te weten hoe de aarde ontstaan is, hoe God, de Schepper dat gedaan heeft. Dat blijft een geheimenis dat wij met onze menselijke wetenschap, hoe knap en ontwikkeld ook niet kunnen ontrafelen. Het laat zien dat  wij als mensen door ons menselijk onderzoek en onze experimenten niet alles te weten kunnen komen. Wij vallen voor God in aanbidding neer die het licht op aarde licht gegeven heeft.  Dit zijn ook redenen om ernstige vraagtekens te zetten bij de volgende zinnen die ds Doedens in Woord op Schrift schrijft: “Maar anders dan deze afgesloten gebeurtenissen, gaat het bijbelse scheppingsverhaal ook over een werkelijkheid die ieder tot vandaag toe kan controleren en die de wetenschap ook met haar methoden kan controleren.” p. 72. Natuurlijk is het waar dat Gods scheppingswerk van toen nu nog altijd zichtbaar is maar wij kunnen vanuit wat we nu zien en meemaken niet zo terugredeneren en rekenen dat de wetenschap ons kan vertellen hoe de schepping tot stand gekomen is. 
Toch klinken er nog vragen als we zo over de eerste scheppingsdag spreken. Vragen die mensen er toe brengen om de 7 dagen van Genesis 1 tot een kader te maken waarin de vertelling van de schepping plaatsvindt. Tot deze kadertheorie, waarin het zelfs niet zeker zou zijn of de HERE in de volgorde van Gen 1 de schepselen geschapen heeft, komt ds JJT Doedens in het boek Woord op schrift o.a. omdat hij meent dat er geen goede oplossing voor het probleem is dat de HERE op de eerste dag het licht geeft terwijl pas op de vierde dag zon, maan en sterren geschapen worden. Hij schrijft daarover: “Ook is altijd al de grote vraag geweest wat we ons moeten voorstellen bij de eerste drie dagen, waar wel sprake is van morgen en avond, terwijl de hemellichten pas op de vierde dag worden geschapen. Dit heeft geleid tot allerlei speculaties en verlegenheidsoplossingen die beslist geen recht doen aan de tekst van Gen 1.”  p.96
Hier wordt op een heel makkelijke manier gesteld dat er tot nu toe alleen maar slechte oplossingen voor deze vraag waren. Het opmerkelijke is namelijk dat deze oplossingen in het artikel zelf niet genoemd worden en ook niet met argumenten weerlegt worden. Ook hier is het weer heel belangrijk dat we blijven zien dat Gen 1 deel is van Gods hele Woord. Je ziet de rijke betekenis daarvan juist als je het leest in het geheel van de Bijbel. Dan is er geen groot probleem met het licht op de eerste drie dagen en Gods scheppen van de hemellichten op de vierde dag. Dan zien we weer die heerlijke overeenkomst tussen Gods schepping en Zijn herschepping. Ook op de nieuwe aarde zal er licht zonder zon, maan en sterren zijn. Luister maar naar wat Christus in Openbaring 21 en 22 laat opschrijven: “En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam. …..En er zal geen nacht meer zijnen zij hebben geen licht van een lamp of licht van de zon van node, want de Here God zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen tot in alle eeuwigheden.” Vs 23, vs 5
We hebben hier  niet met een gelegenheidsoplossing te maken maar met de Schrift die zelf ons uitlegging geeft. De Geest wijst ons door het Woord zelf de weg. Zelfs als wij voor deze vraag geen oplossing zouden hebben, zou dat niet erg zijn. Dan rusten we in wat de HERE gezegd heeft zonder dat we alles daarvan begrijpen.
Ook andere argumenten die Doedens noemt om tot een kadertheorie voor Gen 1 te komen zijn  exegetisch gezien erg zwak. Er is nu niet de tijd om daarop nog verder in te gaan.
Het is belangrijk om steeds weer in het oog te houden dat we in de Bijbel altijd in de eerste plaats met Gods openbaring te maken hebben. Dat is het eigene en bijzondere van de hele Bijbel. Het is ook daarom dat ik er moeite mee heb als Genesis een de geloofsbelijdenis van Israel  genoemd wordt. Het gaat er in Gen 1 dan vooral om dat Israel belijdt dat de God van Israel de Schepper van hemel en aarde is. Dan krijg je ook de gedachte dat het in Genesis 1 gaat om de belijdenis van de menselijke schrijver van dit hoofdstuk. Dan proberen we na te gaan wat de menselijke schrijver in zijn tijd gedacht en beleden heeft toen Genesis 1 in zijn huidige vorm op schrift kwam. Dan beperken we de betekenis van Genesis 1 en doen aan dit hoofdstuk tekort als de openbaring van de enige en eeuwige God over een stuk geschiedenis waarvan wij geen weet als mensen zonder Zijn openbaring kunnen hebben.
Het is heel belangrijk om dat te zien. De mens is op de zesde dag door de HERE gemaakt. Alles wat daarvoor door de HERE geschapen is, heeft de mens niet meegemaakt terwijl de dagen ervoor wel degelijk bij de geschiedenis horen. Het is de HERE die er voor gezorgd heeft dat de geschiedenis van leven op de aarde begonnen is. Hij heeft die geschiedenis van de eerste dag af in werking gesteld. De daden van God op aarde beginnen op de eerste dag. Zonder menselijke kennis. De mens is ook niet bewust bij de schepping van zichzelf aanwezig. De vorm van de mens is door de HERE gemaakt maar het leven van de mens begint nadat God de levensadem in zijn neus geblazen heeft. Dan komt de mens op de adem van God tot leven. Zelfs van de schepping van de eerste vrouw op aarde weten wij niets door menselijke kennis. Geen mens was daarbij bewust aanwezig. Als de HERE uit de rib van Adam Eva maakt heeft God een diepe slaap over Adam laten komen. Adam wordt weer wakker als Eva, als de eerste vrouw als prachtige schepping van God in levende lijve naast hem staat. De geschiedenis van de aarde begint met een periode waarvoor wij voor de volle 100% van Gods openbaring afhankelijk zijn. Juist dan is het zo heerlijk om te weten dat wat de HERE daarvan verteld volledig betrouwbaar is. We moeten niet doen alsof dingen waarbij geen mensen aanwezig waren geen deel van de geschiedenis zijn. Dat we dingen waarbij geen mensen aanwezig waren en die de HERE ons wel verteld minder echt deel van de werkelijkheid en de geschiedenis zijn. Het is niet alleen bij de schepping zo dat daarbij geen menselijke getuigen aanwezig waren. Een ander heel belangrijk voorbeeld daarvan is ook de opstanding van de Here Jezus. Geen menselijke getuige was aanwezig toen Hij op de derde dag uit de dood, uit het graf opstond. Toch geloven we de Here hier op Zijn Woord! 
Als we onze aandacht nu eens op de vierde scheppingsdag richten is het opvallend hoe uitgebreid de schepping van zon, maan en sterven beschreven worden. Het is de HERE die er als het ware inhamert dat zon, maan en sterren  schepselen zijn. Moeten we de reden daarvoor in de eerste plaats in de  menselijke schrijver zoeken die er mee te maken kreeg dat mensen en volken om hem heen hemellichamen als goden aanbaden? Wij gaan een veel betere en zekerder weg als we zien dat de HERE Zijn openbaring voor alle tijden gegeven heeft. Hij is de eeuwige God. Hij weet hoe de geschiedenis gaat verlopen en wat Zijn volk in verschillende perioden van de geschiedenis nodig heeft. Zo geeft Hij ook Zijn openbaring. Hij wist hoe Zijn kinderen, zowel voor het volksbestaan van Israel en als daarna er mee te maken zouden krijgen dat mensen zon maan en sterren als goden vereren. Om een paar voorbeelden te noemen: De Egypternaren kenden de verering van de zon. Ook bij de Amorieten, Assiriërs en Babyloniërs werden de hemellichamen vereerd. De zon was dan de god Samas die elke dag over de aarde ging en zag wat ieder mens deed. Uit deze godsdienst groeit ook de aanbidding van de godin Isjtar die later ook in Israel als hemelkoningin vereerd werd. Kijk Jer 7:18; 44:17-19,25.
Het is de HERE in Zijn wijsheid die de geschiedenis overziet en weet wat wij in de geschiedenis in verschillende periodes als Zijn openbaring nodig hebben. Dan zie je de rijkdom van Gods wijsheid en openbaring.

Gods scheppingswerk zoals Hij daarvan in Genesis 1 vertelt is uniek. Dat komt o.a. uit in het werkwoord ברא dat in dit deel van Gods openbaring gebruikt wordt om het karakter van Gods scheppingswerk aan te duiden. Dit werkwoord komt 49 keer in het Ou Testament voor. Het opvallende van dit woord is dat een mens of een ander schepsel nooit de persoon is die schept zoals dat in het woord bara uitgedrukt wordt. De betekenis van dit woord is scheppen. Het is duidelijk dat het woord bara in het Oude Testament het meest typerende woord voor Gods scheppingswerk is. Andere woorden worden ook in afwisseling daarvan voor Gods werk van schepping gebruikt. Dat zijn dan meer algemene woorden die juist in het kader van Gods scheppingswerk hun inhoud vooral vanuit het woord bara krijgen. Als we naar Genesis 1:1-2:3 kijken is het opvallend dat de woorden ברא en עשה afwisselend gebruikt worden. ברא 6 keer en עשה 8 keer. Juist door die alwisseling krijgt het meer algemene woord עשה de betekenis van het meer specifieke ברא dat er op wijst dat de HERE met zijn unieke scheppingswerk bezig is. De HERE is de enige die schept wat er nog niet was en heeft daarvoor het bestaande ook niet als grondstof nodig. Dat wordt door het woord ברא: scheppen uitgedrukt. Wij vinden dit ook in het Nieuwe Testament terug. O.a. in Rom 4:17 en Hebr 11:3
Rom 4:17: “Tot een vader van van vele volken  het Ik u gesteld – voor het aangezicht van die God, in wien hij geloofde, die doden levend maakt en het niet-zijnde tot aanzijn roept.”
Hebr 11:3: “Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.”
God is de enige die schept. Dat laat zien dat alles buiten God schepsel is. De schepping is zelf op geen enkele manier Goddelijk. Het is wel Gods schepping. Dat is heel belangrijk ook in onze tijd tegenover allerlei gedachten dat wij deel van het Goddelijke zouden zijn. Zoals dat in allerlei varianten bestaat.
God maakt de mens naar zijn beeld. Dat is een aparte daad van God. Dat alleen al wijst erop dat we niet met een door Gods veroorzaakte Big-bang te maken kunnen hebben die dan het scheppingsproces in gang gezet heeft wat dan uiteindelijk tot het ontstaan van de mens geleid zou hebben. Elke dag was er weer sprake van een aparte scheppingsdaad van God. Waar Hij uit niets maakte wat Hij dan wou hebben. De HERE gebruikt bij de schepping van de mens wel stof uit de aardbodem. Stof, grond dat Hij al eerder geschapen had. Toch schept God de mens niet uit het bestaande. De mens is namelijk nog geen mens als God die pop van grond gevormd heeft! De mens word een mens als de HERE de levensadem in de mens blaast. De HERE maakt uit dode materie leven door de adem van Zijn mond. Gen 2:7.
Het doel van de schepping is niet de mens zelf  maar dat de schepping onder leiding van de mens zijn rust en doel in de lof op God vindt. Het eerste deel van het scheppingsbericht eindigt niet met de schepping van de mens maar met de zevende dag waarop de HERE van Zijn scheppingwerk rust en die dag als dag van rust aan de mens geeft. Juist in Gods rust op de zevende dag komt Gods scheppingswerk tot zijn doel. De HERE geniet dan van het volmaakte werk dat Hij gemaakt heeft. Let erop dat we in Gen 2:1-3 twee keer het woord maken lezen en ook  van “het werk dat God scheppend tot stand gebracht had.” De Heilige Geest benadrukt zo dat dit waarvan God rust en wat Hij op de zevende dag ziet niets anders dan Zijn eigen werk is. Het doel van Gods schepping dat juist op de zevende dag zo prachtig naar voren komt wordt in Ps 104 zo onder woorden gebracht: “De heerlijkheid van de HERE zij tot in eeuwigheid, de HERE verheuge zich over Zijn werken.”vs 31

Als we het over het gezag van de Schrift hebben, is het belangrijk dat we God in Zijn Woord in Zijn rijkdom laten spreken. Dat we niet met menselijke maat meten, dat we niet vanuit een eigen schema Gen 1 gaan benaderen en zo de rijkdom van Gods openbaring voor onszelf en anderen gaan beperken. Dan zie je ook dat er geen enkele reden vanuit Gods Woord zelf is om tot een kadertheorie te komen. De HERE geeft weer hoe groot Hij is in wat Hij in de op elkaar volgende 7 scheppingsdagen gedaan heeft. Dan zie je de HERE in Zijn grootheid en kan je met de hele schepping niet anders als wat we in Openb 5 lezen: “En alle schepsel in den hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid  en de kracht tot in alle  eeuwigheden. En de vier dieren zeiden: Amen. En de oudsten wierpen zich neer een aanbaden.” Vs 13,14

Ik dank u voor uw aandacht.             


22 september 2005
Ds. J.R.Visser te Dronten

Laatst aangepast op maandag 27 juli 2015 19:06  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]