Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Over en uit de GKV Dr. HJCCJ Wilschut: Kerkelijke eenheid in een tijd van individualisme

Dr. HJCCJ Wilschut: Kerkelijke eenheid in een tijd van individualisme

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Dr. HJJCJ Wilschut hield op 15 maart 2012 voor het studentencorps PESAR aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn een bijdrage over 'Kerkelijke eenheid in een tijd van individualisme'.

28-04-2012 gereformeerde kerk blijven - een bekort verhaal van deze lezing 'Kerkelijke eenheid in een tijd van individualisme'

Een samenvatting van dit artikel:

1. Fragmentarisering gereformeerde gezindte
Het geheel van de gereformeerde gezindte is in fragmenten uiteen gevallen. Op papier delen we dezelfde belijdenis. Kerkelijk gaan de wegen uiteen. Allemaal gereformeerden. Maar niet in één kerk aan één avondmaalstafel.

2. Omgang met de leer en leerverschillen speelt ook een rol
Bij de breuken speelt ook een rol: de manier waarop je omgaat met leer en leerverschillen. Natuurlijk is ook waar dat bij de breuken de leer een beslissende rol speelt.
Individualisering leidt tot versplintering en er komt voortgaande versplintering uit voort: accentverschillen groeien dan uit tot complete geschillen.

3. Ware en valse plaatselijke kerk - geen waar en vals kerkverband
Waar het Woord is, daar is de kerk. Het gaat hier in principe om de plaatselijke kerk, niet een kerkverband. Ware kerken kunnen in een verkeerd kerkverband zitten, valse kerken kunnen in een goed kerkverband zitten. Met rechtlijnige redeneringen – hoe juist ook op zichzelf – laat een door de zonde geteisterde kerkelijke werkelijkheid zich niet vangen.

4. Onderling wantrouwen ontstaat nadat kerkelijke wegen uiteen zijn gegaan
Er ontstaat een verschillend kerkelijk klimaat, een andere beleving, vereenzijdiging en radicalisering.
Ten diepst speelt angst voor het niet-eigene mee als we spreken over spraakgebruik, liturgische vormen en gewoonten.

5. Kerkelijke geschiedenis is niet normatief
Beslissend moet zijn of je vandaag, hier en nu, oprecht gemeend met elkaar wilt buigen voor de waarheid van God.
Niet zeggen: Zo liep de historische weg van de Here. En dat moet eerst door anderen erkend worden, voordat we over kerkelijke eenheid gaan praten.
Ik acht die route niet alleen uitzichtloos. Ik vind die ook principieel onjuist.

6. Kerkelijk denken tegenover verwerpen klassieke vorm kerkzijn en onverbondenheid
Ik wil pleiten voor een kerkelijk denken, dat zich blijft oriënteren op het Nieuwe Testament. Waar mensen tot geloof komen, ontstaan plaatselijke gemeenten, onder leiding van ambtsdragers. Die gemeenten weten zich ook met elkaar verbonden en nemen in gemeenschappelijkheid besluiten. Ze handhaven ook een zekere kerkelijke orde. Dat de invulling en vormgeving ervan voor een deel ook historisch bepaald is, laat onverlet dat het basale institutionele model met de Schrift gegeven is. En niet inwisselbaar is voor moderne experimenten.

7. Saamhorigheid
In het verlengde hiervan vraag ik aandacht voor wat de Schrift ons leert over de onderlinge saamhorigheid. Dat is het diepe besef, dat je in Christus bij elkaar hoort en je daarom ook daadwerkelijk kerkelijk hebt samen te leven.
De blikrichting is dus juist gericht op het samen zijn en samen blijven. Dat zou kerken die met elkaar dezelfde belijdenis delen wel eens wat onrustiger mogen maken en wat minder introvert gericht. De gescheidenheid zou ons meer tot nood en tot schuld moeten zijn. Ik aarzel niet om hier de term ‘bekering’ te laten vallen.
Dan ga je ook meer beseffen, dat je als gereformeerden elkaar nodig hebt. Zonder elkaar ben je incompleet en dreigt het gevaar van scheefgroei en eenzijdigheid. Gereformeerd christen-zijn doe je sámen. Waarin je elkaars eenzijdigheden kunt compenseren en corrigeren. Waarin – om maar iets te noemen – verbondsmatig en bevindelijk niet langer tegenpolen zijn, maar elkaar voor doorslaan in één richting behoeden. Om met elkaar het Bijbels evenwicht te bewaren, onder beding van de genade van de Geest.

8. Eén in Gods waarheid
Dat brengt mij tot een volgend punt: eenheid in Gods kerk kan alleen eenheid in Gods waarheid zijn (denk aan Joh. 17:16-20). De katholiciteit van de kerk impliceert gezamenlijke gebondenheid aan de katholieke leer, die van Christus en van de apostelen.
In concreto houdt dat voor gereformeerde kerken in: elkaar vinden bij de gereformeerde belijdenis. In de Nederlandse situatie heb je het dan over de drie formulieren van eenheid.
Het minimum is de belijdenis,
Anderzijds dreigt het gevaar tot maximaliseren. Trouw aan de confessie moet niet verworden tot confessionalisme, waarbij elke punt en komma normatief is.

9. Haalbaar?
Mijn overwegingen hebben iets abstracts. Want over de haalbaarheid ervan op dit moment heb ik zo mijn vragen.
Ik zou het toejuichen als CGK, NGK en GKv kerkelijk een zouden worden, als er maar sprake is van onbekrompen en ondubbelzinnige trouw aan de Schrift, de gereformeerde belijdenis en kerkregering.
Alleen, dan blijft nog steeds structureel het probleem van de gescheidenheid van de gereformeerde belijders in Nederland overeind. Voor mijn besef blijft kerkelijk eenheid van de gereformeerde belijders in dit land kruimelwerk, zo lang de GB er buiten blijft staan.
Het probleem van een versplinterde gereformeerde gezindte lijkt onoplosbaar. Maar goed, een mens moet idealen – moet vertrouwen in God! – houden.


Tot nu toe is het volgende hierover gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad:

 

30-03-2012 RD - Drs. M. Golverdingen - Leeruitspraken 1931 geen veroordeling van andere kerken

27-03-2012 RD - Dr. P. de Vries (Hersteld Hervormde Gemeente) - 'Kennen' van belijdenis voorwaarde voor eenheid

24-03-2012 RD - Dr. HJCCJ Wilschut - Leeruitspraken 1931 verengen gereformeerde traditie (reactie op drs. M. Golverdingen)

22-03-2012 RD - Uitspraken 1931 nooit bedoeld als confessietekst volgens ds. Golverdingen (gereformeerde gemeenten)

22-03-2012 RD - Drs. M. Golverdingen (gereformeerde gemeenten) - Waardevol betoog dr. Wilschut behoeft enkele kanttekeningen

16-03-2012 RD - Pleidooi dr. Wilschut voor fusie GKv en CGK

16-03-2012 RD - Dr. HJCCJ Wilschut (GKv) - Kerkelijke verdeeldheid getuigt van individualisme

 


 

Het volledige artikel:

Kerkelijke eenheid in een tijd van individualisme

H.J.C.C.J. Wilschut

Onderstaande bijdrage hield ik op 15 maart 2012 voor het studentencorps PFSAR aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn. Vanuit de kring van de lezers kwam een vraag om publicatie. Ik heb het verhaal wel bekort, omdat er anders van u als lezer wel erg veel gevraagd wordt.

1. Fragmentarisering

Wie een indruk wil hebben hoe vèrgaand de kerk in Nederland verdeeld is geraakt, kan daarvoor zijn hart ophalen aan het Handboek Christelijk Nederland.[1] Bijna 650 kerkgenootschappen, genootschapjes en groepen worden geïnventariseerd. Sinds de verschijning kon dit aantal wel weer gegroeid zijn. Ik ben er niet gerust op.

Daar staat de gereformeerde gezindte niet buiten. Met de Afscheiding van 1834 verlieten gereformeerde belijders de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK). Maar niet àl die belijders. Een novum in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Nederland.

Steeds waren de kerkelijke breuklijnen confessioneel bepaald geweest. Al bij de breuk in de Lutherse Kerk in Nederland aan het eind van de 18e eeuw kwam daar verandering in: luthersen kwamen tegenover hersteld-luthersen te staan. Nu volgde ook de Gereformeerde Kerk in Nederland. Na 1834 vond je gereformeerde belijders aan twee verschillende zijden van de breuklijn. Mensen die dezelfde belijdenis deelden. Maar kerkelijk anders kozen.

Ook wie van mening is dat de achtergebleven gereformeerde belijders niet in de NHK hadden mogen blijven, kan niet het feit als zodanig ontkennen. Je kunt moeilijk volhouden dat ze door hun achterblijven geen gereformeerde belijders meer waren. Maar dat is een onderwerp apart.

De Afscheiding werd de opmaat voor een verder gaande versplintering van de gereformeerde gezindte. De kerken van de Afscheiding beleefden hun ‘crisis der jeugd’. De ‘Gereformeerde Kerk onder het kruis’ zonderde zich af. De groepen rond ds. L.G.C. Ledeboer gingen weer een andere weg. Enzovoort, enzovoort.

Er zijn ook verhalen te vertellen over verenigingen. In 1869 vonden de afgescheiden gemeenten en de kruiskerken elkaar terug. Al deden niet alle kruiskerken mee. In 1892 verenigden de Christelijke Gereformeerde Kerk (uit de Afscheiding) en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (uit de Doleantie) zich met elkaar, al ging een deel van de christelijke gereformeerden niet mee. In 1907 kwamen Ledeboeriaanse gemeenten en overgebleven kruisgemeenten tot kerkelijke eenheid. Al ging opnieuw een deel niet mee, ds. L. Boone voorop.

Maar steeds waren het delen van de gereformeerde gezindte die elkaar vonden. De vorming van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) bracht daarin geen verandering. Integendeel, die vereniging leverde meteen twee nieuwe kerken op: de Hersteld Hervormde Kerk (HHK) en de VGK. De gereformeerde gezindte als geheel bleef een veelstromenland, met voortgaande vertakkingen.

Het geldt voor de ultrarechtse kant van deze gezindte. Neust u maar eens in de vijf delen Predikanten en Oefenaars.[2] Akkoord, denk je dan. Dat is aan die kant goed te plaatsen. In deze kringen speelt het subjectivisme in de geloofsbeleving een sterke rol. Dat werkt door in het kerkelijk denken en handelen.

Vergist u zich niet. De individualisering en fragmentarisering lieten en laten zich ook in andere segmenten van de gereformeerde gezindte gelden. Als GKv hebben we er nog niet zo lang geleden van dicht bij mee te maken gekregen: de Hersteld Gereformeerde Kerken – de ‘nieuwe vrijgemaakten’ – en het kerkverbandje rond de predikanten Hoogendoorn en Van der Wolf, twee groepen die het niet harden in de GKv, maar die het ook met elkaar weer niet kunnen vinden.

Samenvattend: het geheel van de gereformeerde gezindte is in fragmenten uiteen gevallen. Op papier delen we dezelfde belijdenis. Kerkelijk gaan de wegen uiteen. Allemaal gereformeerden. Maar niet in één kerk aan één avondmaalstafel.

2.         Omgang met de leer

De fragmentarisering bergt een eigen gevaar in zich: dat van de scheefgroei. Er dreigt een verstoring van de balans. Aan veel kerkelijke verdeeldheid ligt individualisme ten grondslag. Er komt ook zo maar versterkt individualisme uit voort.

Is dat niet te kort door de bocht? Heel vaak zijn de breuken toch inhoudelijk bepaald? Speelt bijv. de leer niet meer dan eens een beslissende rol? Dat zal waar zijn. Maar hier speelt tevens de manier waarop je met de leer en leerverschillen omgaat een rol.

Ik concretiseer. Binnen de kring van gereformeerde belijders is vanouds een dubbele denkrichting te onderscheiden wanneer het gaat over verbond en verkiezing. Die verschillen werden niet onder stoelen of banken gestoken. Maar beide denkrichtingen hadden een wettige plaats binnen de Gereformeerde Kerk in Nederland. A. Comrie koos voor zichzelf met overtuiging voor de ‘twee verbondenleer’. Maar liet ruimte voor degenen die de ‘drie verbondenleer’ aanhingen, ook al zag hij Arminius als ontwerper van deze leer.

De termen ‘twee-‘ en drieverbondenleer’ vragen toelichting. Bij de drieverbondenleer onderscheidt men tussen werkverbond, het verbond der verlossing (ook wel de raad des vredes genoemd) en het genadeverbond. Bij het werkverbond denkt men aan het verbond tussen God en mens in het paradijs. Het verbond der verlossing is het verbond, dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest met elkaar van eeuwigheid af sloten om Zich garant te stellen voor de zaligheid van de uitverkorenen. Bij het genadeverbond gaat het om het verbond, dat God in de tijd met de gelovigen en hun kinderen sluit. Bij de tweeverbondenleer worden het verbond van de verlossing en het genadeverbond met elkaar vereenzelvigd. Het gevolg is dat het genadeverbond alleen met de uitverkorenen gesloten zou zijn. In de drieverbondenleer worden het verbond van de verlossing en het genadeverbond uit elkaar gehouden, al is er uiteraard samenhang tussen verbond en verkiezing.

Een deel van de spanningen in de afgescheiden kerken hebben verband met deze dubbele denkrichting. Bij sommigen treedt vereenzijdiging op. Met als gevolg radicalisering. De verkiezing gaat over de verbondsleer domineren. En alleen dan mag je jezelf gereformeerd noemen.

Mooi zoals in de 19e eeuw de afgescheiden kerken uit de impasse gekomen zijn. Namelijk door niet te kiezen. Maar door voorstanders zowel van de ene denkrichting als van de andere aan de School te Kampen te benoemen. Het tekent de katholieke kracht van de afgescheiden kerken. Men hield er geen eigen theologie op na. Men vond elkaar bij de gereformeerde belijdenis, die van Dordt incluis.

Dat evenwicht zie je verloren gaan aan ultrarechtse zijde, de Gereformeerde Gemeenten (GG) met de leeruitspraken van 1931 voorop. Nota bene ook nog eens bedoeld om zich af te grenzen tegenover de CGK. In plaats van katholieke breedheid komt groepsdenken. Waarbij de eigen opvattingen tot de enig juiste verklaard worden. En tot consolidering van de eigen groep leiden, tegenover andere kerken met dezelfde belijdenis. Het leidt tot een intern gericht zijn, die niet anders dan als kerkelijk individualisme te typeren is.

Een vergelijkbare gang van zaken laat zich traceren in de Gereformeerde Kerken in Nederland na 1892. Het gros van de kerken uit de Afscheiding en uit de Doleantie verenigde zich op basis van Schrift en belijdenis. De denkbeelden van A. Kuyper over wedergeboorte en doop vormden een stoorzender. Het compromis van 1905 trachtte het katholiek-gereformeerde evenwicht te bewaren, al blijft het een wonderlijk in- en uitredeneren.

In 1942/3 slaat de balans eenzijdig door naar een kerkelijke canonisatie van Kuypers ideeën over verbond en doop, die ook nog eens dwingend kerkelijk worden opgelegd. Ik zie de Vrijmaking van 1944 – hoe triest de kerkelijke breuk op zichzelf ook was – dan ook als een opkomen voor de katholieke breedheid van Gods kerk. Al vrees ik dat de GKv deze katholieke breedheid niet steeds hebben weten te bewaren.

Individualisering leidt tot versplintering. Er komt voortgaande individualisering uit voort. Allereerst als het gaat om de leer. In dit klimaat kunnen verschillen in accent uitgroeien tot complete geschillen. Persoonlijke theologieën kunnen een stempel gaan drukken op het kerkelijk leven. Het draagt de kern van voortgaande groepsvorming in zich. Zonder dat men in de gaten heeft, hoezeer het individualisme hier mede een rol speelt. Want ook kerkmensen zijn mensen van hun eigen tijd.

3.         Waar en vals

Ga je kerkelijk uit elkaar, dan komt al gauw de vraag naar de ware en valse kerk in beeld. De Acte van Afscheiding typeert de NHK in haar geheel als valse kerk conform art. 29 NGB. Van deze pretentie zijn de CGK aanvankelijk niet vrij geweest. De GKv evenmin, al werd het daar nooit officieel uitgesproken.

Hier merk ik aan de ultrarechtse kant van de gereformeerde gezindte een andere insteek. Ik heb het vermoeden dat de eenzijdige focus op het persoonlijk heil en het daarmee samenhangende laagkerkelijke denken aan ultrarechtse zijde deze betrekkelijke onverschilligheid voor het ware of valse kerk-zijn bevordert.

Op zichzelf is de pretentie dat jij alleen de ware kerk bent in contrast met de kerk die je verlaten hebt te begrijpen. Het heeft iets te maken met je eigen afzonderlijk bestaansrecht. Tegelijk werpt het hoge barrières op. De ander is alleen welkom wanneer die jouw gelijk erkent. Ik zie het levensgroot terugkomen in de contacten tussen de nieuwe vrijgemaakte kerkverbandjes.

Dan lijken de redeneringen erg confessioneel. Tegelijk gaat het om een vorm van kerkelijke individualisering. Er treedt een blikverenging op, waarin je alleen nog maar eigen gelijk ziet (al benoem je dat principieel heel anders). De exclusieve aandacht voor de eigen groep ten koste van de aandacht voor het grote geheel tekent het individualisme.

Ik denk dat het een versmalling is van het Bijbels-reformatorisch zicht op de kerk. Waar het Woord is, is de kerk. En niet waar het juiste kerkverband is, hoezeer kerkverbandelijk samenleven naar Bijbelse norm bij het kerk-zijn hoort. Ware kerken kunnen in het verkeerde kerkverband zitten. Ook het omgekeerde kan voorkomen. Met rechtlijnige redeneringen – hoe juist ook op zichzelf – laat een door de zonde geteisterde kerkelijke werkelijkheid zich niet vangen.

4.         Wantrouwen

Gaan de wegen kerkelijk uiteen, dan geeft dat alle ruimte voor (de groei van) onderling wantrouwen. Ook zonder dat er kerkscheidende leeruitspraken worden gedaan. Er ontwikkelt zich een verschillend kerkelijk klimaat. Waarin de beleving anders wordt dan in andere gemeenschappen van gereformeerde signatuur. Ook zonder kerkelijke besluiten kun je – officieus, maar toch – vereenzijdigen en radicaliseren. Je krijgt als kerkelijke gemeenschap een ‘specialité de la maison’.

Ik begin met de hand in eigen boezem te steken. M.i. zijn de GKv na de Vrijmaking niet aan een zeker objectivisme ontkomen. In de jaren dertig van de vorige eeuw was grote winst geboekt als het ging om het houvast van Gods verbond. Ik denk ook aan de winst van de heilshistorische prediking, waarbij de Bijbel niet langer gezien werd als het grote voorbeeldenboek, maar er aandacht kwam voor de weg van Gods Zoon naar Zijn komst in het vlees.

Allemaal waar en mooi. Maar wel eenzijdig. Die eenzijdigheid kreeg in de context van de GKv alle kansen. Pas in de jaren 80 van de vorige eeuw zie je hier een correctie optreden.

Geen wonder dat men van CGK-kant wantrouwend naar de GKv keek. Was daar geen sprake van ‘verbondsautomatisme’? Ik ben er van overtuigd dat dit een misverstand is. Ik heb nooit vanaf de preekstoel gehoord dat ik behouden zou worden, alleen maar omdat ik gedoopt was, los van geloof en bekering. Ik snap wel dat het objectivisme die vrees opriep.

Toch denk ik dat een bepaalde nadruk op de ’bevindelijk-gereformeerde prediking’, evenzeer als stoorzender heeft gewerkt. Naast Schrift en belijdenis heb je weer een eigenheid als meetlat ingevoerd. Met als gevolg wantrouwen aan wat niet beantwoordt aan wat jij bevindelijk-gereformeerde prediking acht.

Dan kun je als CGK en GKv op papier tot overeenstemming komen over de toeëigening van het heil. Maar je volgende vraag wordt meteen: Werkt het zo wel in de praktijk van de preken in de GKv? Eigen belevingsklimaat werkt blijvende afgrenzing in de hand.

En dan heb ik het nog niet eens over de praktijk van het kerkelijk leven, zoals het spraakgebruik, de liturgische vormen en gewoonten. Het bevordert de afstand en de vervreemding. Die kan zeer principieel verpakt worden. Terwijl ten diepste angst voor het niet-eigene meespeelt.

5.         Norm en historie

Kerkelijke eenheid in een tijd van individualisme. Welke stoorzenders spelen een rol? Ik noem als eerste het zicht op de verhouding tussen norm en historie.

De Bijbelse norm lijkt mij duidelijk. Eenheid in Gods kerk is geboden. Eén Here, één geloof, één doop (Efeze 4:3v) – en dus samen aan de ene avondmaalstafel. Met kerkelijke eenheid als uitdrukking van innerlijke eensgezindheid in de Here.

Ik kies liever deze route als het gaat om de Bijbelse norm dan allereerst te verwijzen naar Joh. 17. Natuurlijk, Joh. 17 en kerkelijke eenheid hebben alles met elkaar te maken. Maar m.i. wordt al te vlot Christus’ gebed gemaakt tot een gebod voor ons.

Vandaar mijn insteek vanuit Schriftwoorden als Efeze 4: de opdracht om de eenheid die de Geest werkt te bewaren. Die opdracht geldt niet alleen plaatselijk, maar over heel de linie van het kerkelijk leven.

Alleen, die norm landt niet in een blanco situatie. Oftewel, je kunt de kerkelijke werkelijkheid niet vergeten, met daarachter een geschiedenis van jaren en eeuwen. De kerkgeschiedenis en de daaruit gegroeide feitelijke situatie is mede in rekening te brengen.

Dat is wat ànders dan de kerkelijke geschiedenis mede normatief wordt. Daarmee bedoel ik: je leidt je legitimiteit als kerk mede uit het verleden af. Zo liep de weg van de Here. En dat moet eerst door anderen erkend worden, voordat we over kerkelijke eenheid gaan praten.

Ik acht die route niet alleen uitzichtloos. Ik vind die ook principieel onjuist. Beslissend moet zijn of je vandaag, hier en nu, oprecht gemeend met elkaar wilt buigen voor de waarheid van God.

Wanneer je dat beseft, kun je ook rekening houden met wat historisch gegroeid is. Zonder rücksichtslos en met de botte bijl kerkelijke eenheid te forceren. Ben je ervan overtuigd dat je als gereformeerde kerken en gereformeerde belijders samen verder moet, dan kun je geduld hebben, zonder dat het een blijvende rem wordt.

6.         Kerkelijk denken

Moeten we wel zoeken naar institutionele eenheid van de gereformeerde belijders? Veel – niet alle – jongeren hebben (zeer postmodern) helemaal niets met institutioneel denken. Waarom zou je je druk maken over de klassieke vormen van kerkzijn? Als er maar geestelijke herkenning over en weer is. Of dat nou op het Flevofestival is of in een thuisgroep/huiskerk, maakt niet zoveel meer uit. Waarom nog energie steken in zo’n formeel instituut als de kerk?

Daarmee annex is het evenzeer postmodern verschijnsel van de onverbondenheid. Wie voelt zich nog deel van een geheel en daarom ook verantwoordelijk voor dat geheel? Als het ergens maar goed voelt. Over het kerkelijk vraagstuk kun je je dan niet meer zo druk maken.

Die houding holt niet alleen het eigen kerkelijk leven van de plaatselijke gemeente uit. Het holt ook het zoeken naar kerkelijke eenheid uit. Valt de vooronderstelling van wat de Schrift zegt over het kerk-zijn weg, dan vervalt de eenheidsvraag. Met een geheel eigentijdse vorm van kerkelijk indifferentisme.

Daar tegenover wil ik pleiten voor een kerkelijk denken, dat zich blijft oriënteren op het Nieuwe Testament. Waar mensen tot geloof komen, ontstaan plaatselijke gemeenten, onder leiding van ambtsdragers. Die gemeenten weten zich ook met elkaar verbonden en nemen in gemeenschappelijkheid besluiten. Ze handhaven ook een zekere kerkelijke orde. Dat de invulling en vormgeving ervan voor een deel ook historisch bepaald is, laat onverlet dat het basale institutionele model met de Schrift gegeven is. En niet inwisselbaar is voor moderne experimenten.

7.         Saamhorigheid

In het verlengde hiervan vraag ik aandacht voor wat de Schrift ons leert over de onderlinge saamhorigheid. Dat is het diepe besef, dat je in Christus bij elkaar hoort en je daarom ook daadwerkelijk kerkelijk hebt samen te leven.

Want de kerk is het huis van God. De plaats waar Hij wil wonen met Zijn genade en Geest in mensenharten. Daarom is de kerk je – als het goed is – als christen lief. Hoe lieflijk is Uw huis, o Heer – omdat het Uw huis is. Dat huis bestaat uit levende stenen, die samen de muren van dit huis vormen. En die de samenhang ontlenen aan het fundament Jezus Christus.

Dat verbindt je aan elkaar. Hoe moeilijk het ook kan zijn om het in een tijd van postmodernisme en individualisme te beleven – naar Bijbelse maatstaf laat de enkeling zich niet los denken van het grote geheel van Gods volk. De persoonlijke band met de Here is ingebed in de gezamenlijke band met Hem van Gods volk. Het is de taal van Gods verbond en van het beeld voor de kerk als lichaam van Christus. Enkeling en gemeenschap concurreren niet in het Bijbelse model, maar vormen daarin een sterke harmonie. Gedenk mij, o God, naar het welbehagen in Uw volk!

Hetzelfde geldt zowel op plaatselijk als op bovenplaatselijk niveau. Is er gemeenschappelijk geloof in Christus, dan is er q.q. saamhorigheid met elkaar. Die hoef je niet zelf te bewerken. Die is er. En die moet bewaakt en bewaard blijven in daadwerkelijk samen kerkzijn rond de ene avondmaalstafel.

Dat vraagt m.i. een omkering van denkrichting. Lees ik art. 28 en 29 NGB goed, dan is de tendens vooral: onderhoud de eenheid van Gods kerk. Niemand mag op zichzelf blijven, ieder moet zich bij de kerk voegen en haar eenheid onderhouden, in gehoorzaamheid aan Christus.

Ik weet het: art. 28 NGB spreekt ook over het zich afscheiden van hen die niet van de kerk zijn. Over de betekenis van die woorden is discussie mogelijk. Maar het gaat – hoe dan ook – om een zijweg op de hoofdweg van het kerkelijk een zijn: wie zich afscheidt moet zich voegen tot de vergadering van Gods kerk. Van wat naar Bijbelse maatstaf een ware kerk is, mag dan ook niemand zich afscheiden, zegt art. 29 NGB. Om bijzaken de gegeven en geboden saamhorigheid verbreken is zonde voor God.

De blikrichting is dus juist gericht op het samen zijn en samen blijven. Dat zou kerken die met elkaar dezelfde belijdenis delen wel eens wat onrustiger mogen maken en wat minder introvert gericht. De gescheidenheid zou ons meer tot nood en tot schuld moeten zijn. Ik aarzel niet om hier de term ‘bekering’ te laten vallen.

Dan ga je ook meer beseffen, dat je als gereformeerden elkaar nodig hebt. Zonder elkaar ben je incompleet en dreigt het gevaar van scheefgroei en eenzijdigheid. Gereformeerd christen-zijn doe je sámen. Waarin je elkaars eenzijdigheden kunt compenseren en corrigeren. Waarin – om maar iets te noemen – verbondsmatig en bevindelijk niet langer tegenpolen zijn, maar elkaar voor doorslaan in één richting behoeden. Om met elkaar het Bijbels evenwicht te bewaren, onder beding van de genade van de Geest.

Daar komt nog wat bij. De storm van de secularisatie raast over ons heen. We leven in een tijd van kerkverlating. Het is nog maar de vraag of wij als gereformeerde gezindte ons de luxe (!) van kerkelijke gescheidenheid nog lang kunnen permitteren. We hebben elkaar nodig om samen overeind te blijven. Maar ook om één geluid te laten horen in een godloze wereld: ‘… opdat de wereld gelove …’ (Joh. 17:23).

We staan allemaal voor dezelfde opgave om – voor zover dat van ons afhangt – de gereformeerde religie over te dragen aan jeugd, die opgroeit in een postmoderne tijd met een klimaat, dat mijlenver af staat van het klimaat thuis en in de kerk – en die het bar moeilijk vindt om een brug te slaan tussen die twee.

Bovendien staan we als gereformeerde belijders allen voor soortgelijke vragen: over het Schriftgezag, over vrouw en ambt, over ethische vragen zoals de homoseksuele praktijk, enz..

En dan hebben we ook nog eens te maken met de evangelikaalslag, de zuigkracht van een evangelische beweging, die met haar optimisme naadloos aansluit bij het hedendaags postmodern levensgevoel.

Bekering tot het Bijbels saamhorigheidsbesef. Dat betekent in allerlei opzichten een keerpunt. Je moet over je eigen schaduw heen springen. Als kerkmens in een bepaalde traditie. Ook als mens van de 21e eeuw. Het postmodern getint individualisme leeft ook in ons eigen hart. Van het algemeen klimaat van denken en beleven krijg je ook als kerkmens een tik mee.

Het Bijbels saamhorigheidsbesef krijgt pas een kans, wanneer we ons door de Geest naar Christus laten brengen. Hij is niet alleen mijn Heiland. Hij is onze Heiland. Hoe meer ik oog krijg voor Hem, des te meer oog krijg ik voor de anderen.

En steeds onverdraaglijker wordt de gescheidenheid met hen, die een even kostbaar geloof belijden. Terwijl we elkaar zo hard nodig hebben om in de wereld van 2012 gereformeerd te blijven. Waarbij gereformeerd bij mij niet staat voor een groepsnaam, maar voor authentiek Bijbels.

8.         Eén in Gods waarheid

Dat brengt mij tot een volgend punt: eenheid in Gods kerk kan alleen eenheid in Gods waarheid zijn (denk aan Joh. 17:16-20). De katholiciteit van de kerk impliceert gezamenlijke gebondenheid aan de katholieke leer, die van Christus en van de apostelen.

In concreto houdt dat voor gereformeerde kerken in: elkaar vinden bij de gereformeerde belijdenis. In de Nederlandse situatie heb je het dan over de drie formulieren van eenheid. Die formulieren geven een gezaghebbende samenvatting van de Bijbelse leer. Waarbij ze hun gezag ontlenen aan het Woord dat ze naspreken: norma normata! Die belijdenis delen we met elkaar in de gereformeerde gezindte. Met als gezamenlijke overtuiging dat deze – in vergelijking met andere confessies – het meest recht doen aan de Bijbelse boodschap.

Dat betekent m.i. om te beginnen, dat we hier niet gaan minimaliseren = kerkelijk met minder genoegen nemen dan in de gereformeerde belijdenis is vastgelegd. Het is één van mijn grote bezwaren tegen het experiment van de Nationale Synode (NS). De Credo-tekst biedt al minder dan het Apostolicum en Nicea. Om over de gereformeerde belijdenis nog maar te zwijgen.

Natuurlijk, ik weet ook wel dat de NS geen officiële kerkelijke vergadering was. Maar daar zitten wel vertegenwoordigers van kerken met elkaar aan tafel. En er wordt een (geestelijke) eenheid gesuggereerd, die in de kerkelijke praktijk niet kan worden waar gemaakt. Vanuit gereformeerd belijden gezien heb ik met deze onderneming grote moeite.

Gods kerk is groter dan de gereformeerde kerk. Het ‘samen met alle heiligen’ (Efeze 3:18) houdt niet op bij de gereformeerde heiligen. Maar denk je na over kerkelijke eenheid, dan kun je als gereformeerden m.i. moeilijk met minder genoegen nemen dan met wat je als gereformeerde kerken belijdt. Dat is het minimum, waarop we ons met elkaar hebben vastgelegd.

Hier is het onderwijs van Calvijn in Inst. IV geen tegeninstantie. Calvijn zegt dat een kerk ophoudt kerk te zijn, wanneer de fundamentele geloofsartikelen geloochend worden. Pas wanneer dat het geval is en wanneer je gedwongen wordt om aan goddeloosheid mee te doen, komt vertrek aan de orde

Maar de grens die Calvijn trekt wanneer het gaat om vertrek uit de kerk, is geen maatstaf wanneer het gaat om het komen tot en bewaren van de eenheid van de kerk. Niet voor niets zegt Calvijn dat het niet zijn bedoeling is om ook maar de geringste dwaling in bescherming te nemen.

Anderzijds dreigt het gevaar tot maximaliseren. Trouw aan de confessie moet niet verworden tot confessionalisme, waarbij elke punt en komma normatief is. Het gaat om de leer die in de belijdenis is vastgelegd. Daarmee is niet elke exegese of manier van zeggen gecanoniseerd. Trouw aan de confessie betekent ook niet, dat voortgaande Schriftstudie overbodig is geworden. De confessie blijft examinabel aan de Schrift.

Waar oprecht wordt ingestemd met de belijdenis – als uitdrukking van de trouw aan Gods Woord – moeten de grenzen niet strakker getrokken worden dan de belijdenis het doet. Binnen het kader van Schrift en belijdenis is discussie en verschil van mening mogelijk. Eenzijdig de twee verbondenleer tot exclusief confessioneel uitroepen, is een verenging van het gereformeerd belijden. Er is ruimte op het speelveld van Schrift en belijdenis.

In het verabsoluteren van de eigen interpretatie van de belijdenis proef ik ook iets van doperse radicalisering. Ooit heeft O. Noordmans de gereformeerde de tweelingbroer van de doopsgezinde genoemd.[3] Dat zegt m.i. meer over Noordmans dan over gereformeerden en dopers. Ik erken wel dat gereformeerden kwetsbaar kunnen zijn voor doperse radicalisering.

De eigen belijdenis niet maximaliseren houdt ook: oog hebben voor wat naar Gods Woord is in niet-gereformeerde confessies. En waarmee je ook als gereformeerden kunt instemmen, ook al ben je met andere elementen in die andere confessies niet echt gelukkig.

Daarmee neem ik niet terug wat ik zojuist zei: gereformeerden kunnen kerkelijk moeilijk genoegen nemen met minder dan de gereformeerde belijdenis. Maar dat betekent nog niet dat je daarmee alle niet-gereformeerde kerken tot valse kerk of zo verklaart. Ook al is volledig kerkelijk samenleven niet mogelijk, er zijn situaties dat je het werk van God ergens anders royaal en voluit hebt te erkennen.

9.         Haalbaar?

Tenslotte. Mijn overwegingen hebben iets abstracts. Want over de haalbaarheid ervan op dit moment heb ik zo mijn vragen. Het ultrarechtse segment van de gereformeerde gezindte zie ik niet gauw iets van de overbevindelijke identiteit inleveren. Al moeten we dat segment ook weer niet te vlug afschrijven. Ook daar is bij sommigen het denken kritisch in beweging.

Een heet hangijzer in dit hele verhaal is de positie van de hervormd-gereformeerden in de PKN. De motieven om in de NHK te blijven gaven uiteindelijk voor het gros van de hervormd-gereformeerden de doorslag om met de PKN mee te gaan. De hele discussie binnen deze kring rond de vorming van de PKN heeft voor mijn gevoel de ingenomen positie alleen maar versterkt. Met een steeds nadrukkelijker beroep op de verbondstrouw van God.

De visie op art. 28 NGB blijft dan ook probematisch. In 1996 bereikte de deelnemers aan het COGG een ecclesiologische consensus.[4] Maar over de concrete toepassing van art. 28 NGB werd die consensus niet bereikt.[5] Dat lijkt me er in 2012 niet beter op geworden.

Nou ja, kun je zeggen, dan moeten de kleine gereformeerde kerken als CGK, NGK en GKv maar proberen om tot een vorm van kerkelijke eenheid te komen. En zeker, ik zou het toejuichen wanneer die eenheid er zou komen. Als het dan maar wel is in onbekrompen en ondubbelzinnige trouw aan de Schrift, de gereformeerde belijdenis en kerkregering.

Alleen, dan blijft nog steeds structureel het probleem van de gescheidenheid van de gereformeerde belijders in Nederland overeind. Voor mijn besef blijft kerkelijk eenheid van de gereformeerde belijders in dit land kruimelwerk, zo lang de GB er buiten blijft staan. We zullen dan nooit verder komen dan deeloplossingen en partiële verenigingen, vermoedelijk met een paar scheurkerkjes als onvermijdelijk nevenverschijnsel erbij. Ik zeg niet dat we dan die deeloplossingen maar achterwege moeten laten. Ik zeg wel, dat we er geen genoegen mee moeten nemen.

Ik weet niet hoe je uit deze impasse moet komen. Ik weet wel dat je wederzijds bereid moet zijn om kritisch naar je eigen kerkelijke positie te kijken. Dat je ook moet trachten om de motieven van de ander te begrijpen. Het probleem van een versplinterde gereformeerde gezindte lijkt onoplosbaar. Maar goed, een mens moet idealen – moet vertrouwen in God! – houden.

15 maart 2012/28 april 2012



[1] E.G. Hoekstra en M.H. Ipenburg, Handboek Christelijk Nederland. Kerken, gemeenten, samenkomsten en vergaderingen, Kampen 2008.

[2] A, Bel e.a. (red.), Predikanten en Oefenaars. Biografisch Woordenboek van de Kleine Kerkgeschiedenis deel 1 tot 5, Houten 1988-1999.

[3] O. Noordmans, ‘Het Koninkrijk der hemelen’, in: Verzamelde Werken 2, Kampen1979, p. 464.

[4] Opgenomen in A. van de Beek e.a., Het brood dat wij breken. Om de eenheid van een verdeelde kerk, Zoetermeer 1996, p. 11v.

[5] Het brood dat wij breken, p. 14-15.

Laatst aangepast op maandag 27 juli 2015 18:38  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]