Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Over en uit de GKV Ds. R.D. Anderson - De bijzondere gaven van de Geest in bijbels perspectief

Ds. R.D. Anderson - De bijzondere gaven van de Geest in bijbels perspectief

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Referaat Dr R.D. Anderson voor de Vijfhoek op 24 mei 2007 Lichtmis (Vijverhoeve)

Ik vind het fijn om hier vanavond te mogen zijn. Het heeft mij wel wat tijd gekost. Gelukkig hield ik voldoende rekening met de files.  Ik kom, rond deze tijd, niet zo vaak deze kant op. En ik heb gemerkt dat het inderdaad een drukke bedoening is om vanuit het westen hierheen te komen. Maar goed, het is gelukt.
En ik wil u vanavond, zoals gezegd,  spreken over de bijzondere gaven van de Geest.
Ik ben zelf bezig met een commentaar op 1 Korintiërs in de serie Commentaar op het Nieuwe Testament. Vandaar dat ik wat extra studie over dit onderwerp gemaakt heb.
In het bijzonder wil ik stilstaan bij wat de apostel Paulus daarover te zeggen heeft in de hoofdstukken 12, 13 en 14 van zijn eerste brief aan de Korintiërs. We hebben daaruit gelezen vanavond en ik wil u wijzen op een aantal dingen die uit dat gelezen stuk voortvloeien. Allereerst, als de apostel het heeft over de gaven van Gods Geest die beschikbaar gesteld worden voor de gelovigen dan spreekt hij in het begin in algemene termen om die te omschrijven. Het is ook goed om die algemene termen allereerst onder ogen te hebben.
Hij spreekt bijvoorbeeld in vers 7 van de openbaring van de Geest. Je kunt dat ook wel zo vertalen ‘de manifestatie van de Geest’. Voor Paulus zijn deze woorden een soort overkoepelende omschrijving van wat hij bedoelt als hij straks allerlei verschillende gaven langs loopt. Wat wil die omschrijving zeggen? Dat in al deze verschillende gaven het werk van de Geest zichtbaar wordt. Openbaring of manifestatie. Het gaat om het zichtbaar worden van de Geest uit deze gaven. Net daarvoor in de verzen 4, 5 en 6 heeft hij ook wel gewerkt met drie verschillende omschrijvingen van deze gaven en deze drie termen brengt hij in verband met de Drie-ëenheid van God. Hij heeft het steeds over dezelfde gaven die hij straks in lijsten wil neerzetten, maar hij spreekt dan in de eerste plaats van de charisma, letterlijk, ‘geschenk’. Hier in deze vertaling luidt dat ‘genadegave’. En inderdaad dat woord charisma, dat duidt op iets dat uit vrije beweging ingeschonken wordt. En daarom, om dat heel duidelijk te maken, spreek ik zelf liever van een geschenk van de Geest dan van een gave. Hoewel die woorden bijna op hetzelfde neerkomen.
Het idee van geschenken van Gods Geest is afkomstig van de belofte die de Here Jezus aan Zijn discipelen gegeven had vlak voor dat Hij gekruisigd werd. U mag denken aan dat lange gesprek bij het laatste paasmaal dat opgetekend is in het evangelie van Johannes wanneer de Here Jezus belooft om straks de Trooster aan Zijn discipelen te zenden. En dat is een belofte die gerealiseerd wordt op de Pinksterdag. We lezen in het boek Handelingen hoe de Heilige Geest uitgestort is op de apostelen die daar zaten te wachten. Wat er in die tijd allemaal mee gebeurd is, dat heeft Lucas voor ons opgetekend. We krijgen dus het beeld van de Here Jezus die in de hemel gekomen is en plaats genomen heeft aan de rechterhand van God de Vader, en zoals Hij dat zegt in het evangelie van Johannes, de Geest van Zijn hemelse Vader ontvangt en die Geest doorzendt naar de aarde, naar Zijn discipelen. Om specifiek te zijn naar Zijn apostelen. Dat is dan de Geest als geschenk, en dat woord geschenk dat wordt dan in direct verband gebracht met de Geest.
Maar Paulus, die spreekt in vers 5 ook wel van bedieningen. En daarmee wil hij iets zeggen van het karakter van deze manifestaties of openbaringen van Gods Geest op aarde. Dat ze een dienend karakter hebben. Dat woord bediening brengt hij in verband met de Here. Wel te verstaan de Here Jezus. We kunnen ook wel denken, broeders en zusters, aan wat Paulus straks schrijft in Efeziërs 4. Ook daar omschrijft hij het feit dat Here Jezus als Hij in hemel komt gaven van de Geest uitstort op aarde: apostelen, profeten, herders en leraars, evangelisten, en dat die gaven, die geschenken van de Geest, een dienend karakter moeten hebben. Zij (de ambtsdragers zijn hier de gaven) moeten dienen tot opbouw van Christus’ gemeente. En dat woord ‘bediening’ heeft alles te maken met die titel Heer, die onze Here Jezus mag dragen. Omdat een Heer gediend wil worden. En Hij wordt gediend door deze geschenken van Zijn Geest. Ook wel in Zijn figuurlijk lichaam, het lichaam van Christus, de plaatselijke gemeente.
Dan spreekt Paulus van wat hier staat als werkingen. Vers 6. ένεργημάτων (energèmatoon).  Je zou dat letterlijk kunnen vertalen met het woord activiteiten. Paulus maakt hier een woordspeling die het best uitkomt in de vertaling ‘werkingen’. Want hij zegt dat er verscheidenheid in werkingen is, d.w.z. werkingen van de Geest, maar dezelfde God die alles in allen werkt. En die woordspeling is ook wel in het Grieks te vinden. En zo brengt hij de geschenken van de Geest ook in verband met God de Vader. De Vader is degene die alles bewerkt, door deze manifestaties van Zijn Geest.
Tot zover dan de manier waarop Paulus in het algemeen de geschenken van de Heilige Geest omschrijft.

Dan de specifieke geschenken waar over hij spreekt.
U hebt hier op dit stencil een overzicht daarvan gekregen (zie bijlage), een overzicht van de lijsten van Geestesgeschenken. Misschien moeten we beginnen met het boek Handelingen. Want in het boek Handelingen kom je voor het eerst die geschenken van de Heilige Geest tegen. Maar het boek Handelingen, en heel dat bijbelboek, biedt ons slechts twee voorbeelden van geschenken van de Heilige Geest. Namelijk het spreken in tongen als eerste, en in de tweede plaats profetie. En wat zien we in de brieven van de apostel Paulus een rijke geschakeerdheid aan verschillende gaven, oftewel geschenken.
Je ziet in hoofdstuk 12, de verzen 8-10, een aantal geschenken, een woord van wijsheid, een woord van kennis, mijn vertalingen hier overigens komen niet altijd geheel overeen met de NBG ‘pistis’ d.w.z. vertrouwen maar dan wel bedoeld op een heel bijzondere manier. Mogelijk is dat in de NBG vertaald met ‘geloof’, dat weet ik niet zeker uit mijn hoofd. Geschenken van genezingen, bewerkingen van wonderen, profetie, onderscheidingen van Geesten, soorten van tongen en vertaling van tongen. En dan aan het eind van datzelfde hoofdstuk kom je een andere lijst tegen. Deze heeft sommige dingen gemeen met de eerste lijst, maar sommige dingen ook wel anders.
En hij begint met rangtelwoorden. Ten eerste zegt hij apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars en dan nog wonderen, geschenken van genezingen, bijstandverleningen, besturingen en ten slotte van tongen en aan het eind van dat hoofdstuk vertaling van tongen. In hoofdstuk 13 en 14 geeft hij vier keer verschillende lijsten. En we zien dan  in hoofdstuk 13 allereerst vs. 1-3 een paar andere dingen die we nog niet gezien hadden. Bijvoorbeeld alle bezittingen aan armen geven en je lichaam verraden. Je ziet in hoofdstuk 14 ook nog een paar lijsten. Die laatste lijst is best wel opvallend. Psalm, lering, openbaring (wat hij waarschijnlijk daarmee bedoeld heeft is profetie) en dan ook tongen en vertaling. Tot zover 1 Korintiërs.  En toch als je kijkt in andere brieven kom je ook nog twee lijsten tegen. Die lijst uit Efeziërs 4, daar heb ik al aan gerefereerd. Apostelen, profeten, evangelisten, herders en ook leraars. Soms worden die herders en leraars gezien als een eenheid. Ik kies er toch voor om ze hier apart op de lijst te zetten. En dan in Romeinen 12 een lijst van zeven geschenken. Profetie en dan bediening, leraar, bijstandgever oftewel trooster, degene die deelt, degene die leiding geeft en degene die barmhartigheid toont. Heel veel verschillende soorten geschenken volgens Paulus. Uit dit overzicht zie je dat er eigenlijk nergens een complete lijst van alle mogelijke geschenken van de Geest gegeven wordt. Als je een beetje een complete lijst wilt hebben dan kom je meest dichtbij met die lijst uit Romeinen 12, want daar geeft Paulus tenslotte een lijst van zeven geschenken. En we kennen dat getal zeven, het getal van de volheid. Dus daar wil hij in ieder geval een afgerond geheel mee geven. We hebben wel gezien dat bijvoorbeeld achter in 1 Korintiërs 12 hij met rangtelwoorden begint: ten eerste, ten tweede, ten derde, en daar zie je toch wel iets van een orde van belangrijkheid. En we zien ook wel dat hij in diezelfde brief een aantal synoniemen naast elkaar zet. Met dat woord ‘openbaring’ bedoelt hij toch ook wel hetzelfde als ‘profetie’. Met het woord ‘kennis’ bijvoorbeeld bedoelt hij hoogstwaarschijnlijk hetzelfde als met het woord ‘lering’. En zo is er ook wel overlap. Tenslotte, als je deze lijsten goed bekijkt zie je ook wel een afwisseling tussen abstracte en  concrete termen. En daarmee bedoel ik, kijk bijvoorbeeld naar die lijst 1 Kor.12 : 28,  je hebt abstracte geschenken zoals geschenken van genezing, en bijstandverleningen. Maar diezelfde lijst begint niet met woorden zoals apostolaat, profetie, en lering, maar met een aanduiding van personen. Apostelen i.p.v. apostolaat, profeten i.p.v. profetie en leraars i.p.v. lering.
Wat we daarvan moeten maken zullen wij straks bespreken. Ik wil vanavond, omdat we beperkte tijd hebben, op twee geschenken van de Geest focussen. Twee die het meest besproken worden.
En dat zijn dan het geschenk van het spreken in tongen, en in de tweede plaats dat van de profetie.

Het geschenk van tongen. We weten allemaal dat in Handelingen 2 omschreven wordt hoe tongen van vuur zich neerdaalden op de aanwezige apostelen die daarop zaten te wachten omdat de Here Jezus dat beloofd had.
Dat woord tong, dat is allereerst niet zo moeilijk. Want zowel in het Grieks alsook in vele westerse talen betekent het woord zowel het spraakorgaan of ook wel is het een woord dat gebruikt wordt voor een taal. En zo ook hier als we spreken in tongen dan is de bedoeling dat we spreken in verschillende talen. En zo wordt het ook omschreven in Handelingen 2. We lezen hoe de apostelen ineens konden spreken in de talen van de verschillende joden en jodengenoten uit alle werelddelen. En dat die verschillende mensen hen hebben horen spreken in hun eigen inheemse taal. We lezen ook, en dat is wel van belang, dat ze begrepen werden toen ze in tongen spraken. Want we lezen dat de toehoorders daaruit konden opmerken dat zij over Gods wonderdaden spraken. En daarom mogen we zeggen dat de apostelen in die verschillende talen bezig waren om de Here te prijzen, te loven.
In Handelingen 10 hebben we een omschrijving van datzelfde fenomeen van het spreken in tongen. Aan het eind van Handelingen 10, ik lees vanaf vers 44, is Petrus  bij Cornelius en de zijnen. En we lezen: ‘Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren meegekomen stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God groot maken’.
Dus de woorden die Cornelius en de zijnen spraken waren voor Petrus en de zijnen verstaanbaar. Zij hoorden hen God groot maken. Lofprijzingen aan de Here dus. Je kan dan wel filosoferen wat voor taal Cornelius en de zijnen gesproken zullen hebben, ja misschien was dat wel Aramees of Hebreeuws of iets dergelijks.
Deze enige twee omschrijvingen, in heel het boek Handelingen, geven aan wat er nou precies gebeurde en we kunnen concluderen dat tongen spreken, (voor zover dat in Handelingen duidelijk omschreven wordt) om lofgebeden gaat die hardop uitgesproken worden in bekende talen die de sprekers vanuit zichzelf niet van te voren machtig waren. Nou, tongentaal wordt ook in andere plaatsen in het boek Handelingen omschreven. Van belang voor ons vanavond is te zien dat in hoofdstuk 19 we over tongentaal lezen in verband met de apostel Paulus. U weet misschien dat in Handelingen 19 Paulus een aantal leerlingen van Johannes de Doper tegenkomt en hij doopt hen, hij legt zijn handen op hun hoofden, en zij ontvangen via zijn handen bijzondere geschenken van de Heilige Geest. Hand.19:6: ‘En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen, en zij spraken in tongen en profeteerden.’ Lucas kan nou kort zijn in zijn omschrijving daarvan, hij heeft twee keer meer uitgebreid omschreven wat er aan de hand is als iemand in tongen spreekt. Hij spreekt een vreemde taal, hij spreekt lofprijzingen aan de Here, dat hoeft hij hier niet te herhalen. Maar als we hier Paulus ook bezig zien met dat fenomeen van tongentaal en wij straks in de eerste brief aan de Korintiërs over het fenomeen tongentaal lezen dan ligt het wel voor de hand dat Paulus in 1 Korintiërs hetzelfde fenomeen omschrijft dat Lucas voor ons omschreven heeft. Ik zeg dat met enige nadruk omdat er soms in de literatuur mee omgegaan wordt, en met name door ‘charismatische personen’, alsof het boek Handelingen een heel ander soort fenomeen omschrijft dan 1 Korintiërs. Maar wanneer je in Handelingen leest dat Lucas over tongentaal in verband met de apostel Paulus spreekt en we lezen diezelfde woorden / datzelfde geschenk in 1 Korintiërs dan ligt het voor de hand, tenzij 1 Korintiërs ons heel duidelijk maakt dat Paulus ineens met iets totaal anders te maken heeft, dan ligt het voor de hand dat het hetzelfde fenomeen is.
Dan komen wij tot 1 Korintiërs zelf. Ook daar zien wij dat met dat woord tongen Paulus het duidelijk heeft over talen. In 1 Korintiërs 13 : 1 zegt Paulus: ‘Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar ik had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal.’ Hij gebruikt het woord tongen duidelijk hier voor gewone mensentalen. Je ziet dat ook in 1 Korintiërs 14 : 9: ‘Evenzo, indien gij met uw tong geen verstaanbare volzin spreekt, hoe zal men het gesprokene begrijpen?
Gewoon een paar verzen waaruit toch duidelijk blijkt dat Paulus met dat woord tong  een menselijke taal bedoelt. Dan nog 1 Korintiërs 14:21, een citaat uit Jesaja, ‘In de wet staat geschreven: Door lieden van een andere taal  (interessant dat je hier het woord taal tegenkomt, want in het Grieks schrijft hij alsnog gewoon het woord tong) en door lippen van vreemden zal ik tot dit volk spreken, en toch zullen zij naar Mij niet luisteren, zegt de Here.’
Maar wat is dan tongentaal zoals dat zich manifesteerde in de gemeente van Korinte? Het lijkt op het eerste gezicht een beetje vreemd. Toch zien wij allereerst dat we ook hier te maken hebben met lofgebeden aan de Here in een vreemde taal. 1 Korintiërs  14 : 2:  ‘Want wie in een tong spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God’. En dan verder de verzen 16 en 17:  ‘Want anders, indien gij een zegen uitspreekt met uw geest, hoe zal iemand, die als toehoorder aanwezig is, op uw dankzegging zijn amen spreken? Hij weet immers niet, wat gij  zegt. Want gij dankt wel goed, doch de ander wordt er niet door gesticht.’
Hij heeft het erover dat niemand verstaat wat daar in een tong gesproken wordt, maar het gaat mij hier om het feit dat met tongentaal iemand uit Korinte bezig is om de Here een dankzegging uit te spreken. En dat is dan hetzelfde fenomeen als we tegenkwamen in het boek Handelingen. Lofprijzingen uitgesproken aan de Here. Ja, dan heb je gelijk ook te maken met het grote verschil. Want er is een verschil tussen het boek Handelingen en 1 Korintiërs. Het lijkt erop dat in Korinte geen van de aanwezigen de lofgebeden die uitgesproken werden in een vreemde taal konden verstaan. Niet eens de spreker van zo’n lofgebed. En daarom hadden ze ook wel een vertaler nodig, en dat is een beetje de spits die Paulus geeft in hoofdstuk 14. Dan moeten we wel nuchter genoeg zijn om terug naar Handelingen te gaan en daar constateren dat er in het boek Handelingen niets staat over de vraag of ook daar de spreker zichzelf altijd verstaan heeft. Het is best mogelijk dat zelfs in het boek Handelingen de sprekers van tongentaal, d.w.z. een vreemde taal die ze van te voren niet kenden, ook zelf niet geheel begrepen hebben wat ze zeiden. In Handelingen lezen we alleen maar dat de toehoorders verstaan wat ze zeggen. Mogelijk is dat ook wel de verklaring van het feit dat in Handelingen 2 andere mensen dachten dat die apostelen dronken waren toen ze in tongentaal spraken. Maar goed dat even terzijde.
Het is, alles met alles, opvallend dat in de vroege kerk het fenomeen van tongentaal nooit gebruikt werd om zending te bedrijven in gebieden waar vreemde volken waren die een hele andere taal spraken. Dat was dan ook kennelijk niet het doel van het spreken in tongen. Daar was dat geschenk niet voor geschikt. Zeker niet als je bedenkt dat mensen mogelijk niet eens zelf begrepen wat ze zeiden, maar ook niet als je verdisconteert het feit dat telkens weer tongentaal omschreven wordt als een lofprijzend gebed gericht aan de Here. We hoeven dus, broeders en zusters, niet te denken bij tongentaal aan geheel exotische talen maar gewoon aan vreemde talen die de aanwezigen wel of niet herkenden. Er zijn sommige mensen die, vanuit wat er aan het begin van hoofdstuk 13 staat, denken aan engelentaal als het om tongentaal gaat, maar dat is vrij eenvoudig te weerleggen. We hebben 1 Korintiërs 13 : 1 al gelezen en daar schrijft Paulus: ‘Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet ik ware schallend koper.’ Als je nou even twee verzen nog doorleest dan zie je dat Paulus bezig is hier een rij opzettelijke overdrijvingen te geven om zijn punt te maken dat al kon je ineens onmogelijke dingen doen, maar je had geen liefde, dan was het absoluut niks waard. Want vervolgt hij: ‘Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen, en alles wat te weten is, wist, …… maar ik had de liefde niet, ik ware niets.’ Of kon ik bergen verzetten - die bekende overdrijving van de Here Jezus, of 1 Korintiërs13:3 ‘Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets.’
Nou en dan als je teruggaat naar vers 1, ‘Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak,’ dan zie je dat Paulus dat bedoelt, niet als een serieus iets, maar als een opzettelijke overdrijving om op retorische manier zijn punt te maken.
Dat geschenk van tongen, dat gaat in 1 Korintiërs gepaard met het geschenk van tongenvertaling. Nou is gebruikt een Grieks woord dat in het algemeen gewoon ‘vertaling’ betekent. ‘Diermèneuei om precies te zijn. Het feit dat die vertaling in de lijsten van de  Geestesmanifestaties voorkomt geeft aan dat Paulus denkt aan een bijzonder geschenk en niet maar de toevallige aanwezigheid van iemand in de gemeente die ineens de uitgesproken vreemde taal herkent. En toch maakt Paulus ook duidelijk dat dit geschenk van vertaling niet een geheel zelfstandige plaats inneemt onder de verschillende geschenken die Christus aan de afzonderlijke leden van de gemeente uitdeelt. Want waar in hoofdstuk 12 het accent lag op het feit dat ieder een apart geschenk krijgt, gaat Paulus in hoofdstuk 14 er vanuit dat het geschenk van tongentaal het best gepaard gaat met het geschenk van tongenvertaling. In één en dezelfde persoon. En hiertoe moedigt hij degene die in tongentaal spreken aan om dan ook te bidden dat zij hetgeen zij spreken kunnen vertalen. Wel een heel belangrijk punt uit hoofdstuk 12 overigens dat Paulus bedoelt te zeggen: er zijn zoveel verschillende soorten geschenken van de Geest en je moet niet verwachten, je moet ervan uitgaan zelfs, dat de verschillende leden in een plaatselijke gemeente allemaal verschillende gaven oftewel geschenken krijgen. Met andere woorden, dat zowel in Korinte, als in welke gemeente dan ook, je nooit het fenomeen zal krijgen dat een hele gemeente in tongen zal gaan spreken. Tongen is maar één van de geschenken,  - van een hele lijst. Maar het hele punt van 1 Korintiërs 12 is dat de één zus en de ander zo een gave van de Geest krijgt.

Even een paar woorden over het geschenk van de profetie. En daarna wil ik in meer algemene termen spreken over de aard van bijzondere gaven en hoe je in die tijd bijzondere gaven kon krijgen.
Het geschenk van profetie wordt in 1 Korintiërs 12:28 opgenomen in de rij van drie Geestesmanifestaties die niet alleen genummerd zijn maar ook omschreven worden als personen. Paulus spreekt over profeten, naast apostelen en leraars d.w.z. niet profetie, apostolaat en lering. Dat doet vermoeden dat hij hier op Geestesmanifestaties doelt die gegeven worden aan bepaalde personen, die daardoor, door die gave, gekenmerkt worden. M.a.w. het geschenk van profetie werd gegeven aan iemand die dan voortaan bekend stond als profeet. Verdere aanwijzingen in het Nieuwe Testament bevestigen het idee dat we hier niet te maken hebben met incidentele ingevingen van profetie van deze of gene in de gemeente, maar met een geschenk dat gebonden werd aan een bepaalde persoon. Handelingen 21 spreekt van de vier profeterende maagden, Filippus spreekt ook van een profeet uit Judea die Agabus heette. Het zijn mensen die niet alleen zo nu en dan een bepaalde ingeving kregen maar die door het leven als profeet gingen. Ook in Efeziërs spreekt Paulus over nieuwtestamentische profeten als een bepaalde groep mensen die samen met de apostelen het fundament van de figuurlijke tempel van de Here Jezus leggen. Maar wat de profeten dan met de apostelen gemeen hebben is het feit dat aan hen beiden God, door openbaring, het geheim van het evangelie bekend gemaakt heeft. Je ziet dat in Efeziërs 3:3-5. Ook in 1 Korintiërs 14 wordt profetie gedefinieerd als het ontvangen van een openbaring. Er wordt van een profeet verwacht dat hij het verborgene van een mensenhart aan het licht kan brengen. (1 Kor. 14:24-25)
Maar Paulus schrijft alweer een soort overdrijving hier: ‘Als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond, het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is.’
Daar zie je dat een profeet iemand is die dat verborgene van een mensenhart kan lezen.
De woorden ‘profetie’ en ‘profeet’ gebruikt Paulus dus op dezelfde manier als we die woorden treffen in het Oude Testament.
We zien dat zowel uit het feit dat de profeten door openbaring geheimen van God mogen verkondigen en uit de aanwijzingen dat profetie als geschenk gebonden wordt aan bepaalde personen. Je ziet het ook aan de woorden die de apostel Paulus uit het Grieks daarvoor gebruikt. Want hij gebruikt het woord ‘prophèteía’. Dat is een Grieks woord waar wij ons modern woord ‘profeet’ vandaan halen. Maar hij gebruikt daarmee een woord dat eigenlijk alleen maar een profeet aanduidt in de Griekse vertaling van het Oude Testament van die tijd. Want in het gewone Grieks betekende dat woord ‘profeet’ (Grieks: prophètès) iets heel anders. Het woord voor een profeet onder de heidenen was het woord ‘mantis’ maar dat woord gebruikt Paulus in het geheel niet. Hij is helemaal op de lijn van het O.T., en hij gebruikt de vertaling van het O.T. om ook zijn brieven te schrijven. En ook de woordenschat van Paulus is daardoor beïnvloed. Er zijn overigens sommigen, en dat komt van een Amerikaan die Grudem heet, die denken bij dit fenomeen profetie, als geschenk van de Geest, toch wel aan iets anders, dan aan oudtestamentische profeten. En daarom heb ik die lijn toch wel een beetje benadrukt vanavond omdat die door een aantal mensen verloochend wordt - Grudem en de mensen die hem naspreken. Grudem denkt dat je met de profeten uit het N.T. te maken hebt met een heel nieuw fenomeen. Hij zegt: nou luister eens, de apostelen in het N.T. dat zijn de opvolgers van de oudtestamentische profeten, en met die profeten in het N.T heb je daarom met iets nieuws te maken. En hij wil daarvan het idee bakken dat profeten in het N.T. ook wel eens fouten konden maken met hun profetie en dus  dat je er niet vanuit moet gaan dat ze nog altijd, zoals in het O.T. onfeilbaar het Woord van God moest kunnen spreken. Nou om een lang verhaal kort te maken, ik zie niet in hoe Grudem tot die conclusie kan komen. Naast wat ik al gezegd heb is ook wel het feit dat in heel het N.T., alsmede in de vroege kerk, er nooit gesproken wordt over een nieuw bijzonder fenomeen van profetie dat anders zou zijn dan wat er al in de bijbel plaats gevonden had.  
En als je dan leest in Efeziërs dat Paulus die nieuwtestamentische profeten naast de apostelen zet als de fundamentleggers van Christus’ kerk dan heb je helemaal niet het idee dat hij daar denkt aan iets dat eigenlijk niet het onfeilbaar Woord van God kan openbaren.

Net als het spreken in tongen gekoppeld wordt aan het geschenk van vertaling van tongen, koppelt Paulus het geschenk van profetie aan de onderscheidingen van geesten. Hoofdstuk 12:10 en ook in hoofdstuk 14 spreekt hij daarover als hij het aanverwante werkwoord gebruikt en er gesproken wordt over het beoordelen van de boodschappen van de profeten. Dat woord ‘onderscheiding’ of ‘beoordeling’ kan ook de nuance hebben van evaluatie. Het ligt daarom voor de hand dat het geschenk om de geesten te kunnen onderscheiden, en dat is gewoon een apart geschenk in hoofdstuk 12, te maken heeft met de evaluatie van de profetie. Vanwege het meervoud, ‘geesten’ (‘onderscheiding van geesten’) nemen vele uitleggers de sprong naar wat Johannes zegt in zijn eerste brief die bekende woorden dat je niet elke geest moet vertrouwen, maar de geesten moet beproeven om te zien of ze uit God zijn of niet. En dit omdat er vele valse profeten zijn. Maar wanneer je dat doet verdisconteer je niet het feit dat de onderscheidingen van geesten, hoofdstuk 12:10, een geestesgeschenk is dat slechts aan bepaalde gelovigen geschonken wordt. Dat terwijl de apostel Johannes alle gelovigen oproept om te waken tegen de valse profetie, en die onderscheiding tussen een ware en een valse profeet wist te maken. Wanneer we dan het betoog van Paulus in ogenschouw nemen wordt duidelijk dat hij iets anders bedoelt. Allereerst is er niets in zijn betoog dat er op wijst dat hij hier denkt aan het gevaar van het optreden van valse profeten in Korinte. In de tweede plaats moeten we waarnemen dat Paulus het geen probleem vindt om te spreken van geesten in het meervoud wanneer hij doelt op het werk van de Heilige Geest in verschillende profeten. Zo zegt hij dan letterlijk in hoofdstuk 14:12 dat de Korintiërs ‘ijveraars van geesten’ zijn. Ik ben benieuwd hoe dat hier vertaald wordt in de NBG: ‘Zo moet ook gij, omdat gij naar geestelijke gaven streeft’. Ja, dat is niet letterlijk wat Paulus zegt, hij zegt omdat jullie ‘ijveraars van geesten’ zijn.
En weer in vers 32 spreekt hij van de ‘geesten van de profeten’. En hier wordt dat wel letterlijk vertaald (in de NBG). Met andere woorden: de Heilige Geest zoals Hij zich in de profeten manifesteert.
Tenslotte als blijkt dat een specialistische beoordeling van ware en valse profetie nodig zal zijn in Korinte, waarom is er ook geen vergelijkbare beoordeling van wat er in tongentaal gezegd wordt? Of van wat men via de leraars hoort? Deze overwegingen laten zien dat de onderscheiding of beoordeling van geesten in 1 Korintiërs niet zoals in Johannes’ brief op een verschil tussen ware en valse geesten gaat maar op de inhoud van de profetie zelf. Denk aan het verhaal rond Agabus in Handelingen 21. We kunnen misschien dat even heel gauw lezen, want dat is een goede illustratie van wat ik hiermee bedoel. Handelingen 21 vanaf vers 10:
‘En toen wij daar verscheidene dagen bleven, kwam uit Judea een zeker profeet, genaamd Agabus. Toen deze bij ons gekomen was, nam hij de gordel van Paulus, en zich voeten en handen bindende, zei hij: Dit zegt de Heilige Geest: De man, van wie deze gordel is, zullen de Joden te Jeruzalem zo binden en uitleveren in de handen der heidenen.’
Oké, dan heb je de profetie van de profeet, maar wat gebeurt er dan?
‘Toen wij dit hoorden, verzochten zowel wij als de broeders daar te plaatse hem, niet op te gaan naar Jeruzalem. Toen antwoordde Paulus: Wat doet gij, dat gij weent en mijn hart week maakt? Want ik voor mij ben bereid, niet alleen gebonden te worden maar ook te sterven te Jeruzalem voor de naam van de Here Jezus.’
Wat is er nou gebeurd?  Er wordt helemaal geen twijfel geuit of dan Agabus een echte profetie van God uitgesproken heeft of dat hij dan dit keer wel een foutje maakte, nee, maar daar wordt hevig gediscussieerd over de toepassing van de profetie. De profetie moest inhoudelijk geëvalueerd worden. Hoe ga je ermee om? Hoe pas je dat toe in de gegeven situatie? Moet Paulus wel of niet naar Jeruzalem gaan? En zo heb je ook wel een evaluerend gesprek n.a.v. een andere profetie die Agabus maakte bijvoorbeeld  in Handelingen 11 over de hongersnood. En over dit overleg en deze evaluatie spreekt Paulus dan aan het slot van  1 Korintiërs 14 als hij zegt dat twee of drie profeten mogen spreken in de erediensten en dat de anderen, d.w.z. de andere profeten die profetieën mogen beoordelen. Hier gaat men er overigens van uit dat het geschenk van de onderscheidingen van geesten een geestesmanifestatie is die bij de profeten hoort. Net als vertalingen van tongen eigenlijk horen bij de tongensprekers.

Dan even wat interessants, kijk even terug naar die lijsten van geestesgeschenken, de vroegste lijsten die we hebben die komen uit 1 Korintiërs, geschreven rond het jaar 55 na Christus. Ongeveer twee jaar daarna heb je dan het schrijven van de brief aan de Romeinen. Daar tref je de lijst uit Romeinen 12, geschreven toen Paulus in Korinte vertoefde, en dan 10 jaar daarna schrijft Paulus de brief aan de Efeziërs. En zo krijg je daar ook wel een lijst van geschenken. Maar wanneer je dan die lijsten van geestesmanifestaties uit 1 Korintiërs naast die uit latere brieven zet vallen een aantal dingen op. De brief aan de Romeinen, die twee of drie jaar later in Korinte geschreven werd, bevat een lijst van zeven geschenken. Net als in 1 Korintiërs 12 gaat aan deze lijst vooraf een bespreking van de gemeente als het lichaam van Christus, dat bestaat uit vele lichaamsdelen, maar de lijst bevat echter voornamelijk geschenken die opgevat kunnen worden als uitwerkingen van de liefde, oftewel vruchten van de Geest. En waar gaat dat dan over, benevens de eerste – de profetie, dienen, troosten, delen, barmhartigheid geven, het enige uitdrukkelijke bijzondere geschenk – iets dat dan totaal afwezig zal zijn buiten de Geest om – is profetie. De nog latere brief aan de Efeziërs, 10 jaar daarna, beperkt zich in het geheel tot een lijst van duidelijk afgebakende groepen mensen die Christus een taak toebedeeld heeft. Nergens meer wordt bijvoorbeeld het spreken van tongen in het N.T. vermeld. Bovendien als Paulus in Efeziërs 6 over de geestelijke wapenrusting spreekt ontbreekt elk spoor van bijzonder geestesmanifestaties. We moeten in elk geval constateren dat Paulus op dat moment, toen hij de bief aan de Efeziërs schreef, profetie, spreken in tongen, wonderen, waaronder ook wel het uitwerpen van boze geesten, niet van belang achtte in de strijd van gemeenteleden tegen de duivel.

Dan de aard en de afkomst van geestesgeschenken.

Ja, als we dit nou nagaan zien we dat er een aantal verschillen zijn aan te merken. Boven hebben we al één verschil aangegeven door de uitdrukking bijzonder geschenk te gebruiken. Want je zal die omschrijving niet in het N.T. vinden. Maar hier doel ik op een geestesmanifestatie die alleen door de Heilige Geest gegeven kan worden, en die zonder Zijn bijzondere werking in een mens geheel afwezig zou zijn. Voorbeelden van bijzondere geschenken zijn dan profetie – het spreken van Gods Woorden door inspiratie, spreken in tongen – het wonder van taalgebruik, maar ook alle andere vormen van wonderen of bijzondere genezingen, bijzondere bestraffingen of het kunnen uitwerpen van boze geesten. Anders is het met geestesmanifestaties in Romeinen 12, troosten, delen enz. en misschien dan ook de bijstandverleningen en de besturingen van 1 Korintiërs 12. Hier moeten wij ons voorstellen dat de Geest zo in een mens werkt dat deze humanitaire neigingen, die tot op zekere hoogte ook in vele onbekeerde mensen aanwezig zijn, bij bepaalde gemeenteleden bijzonder versterkt worden. Als geschenken van Christus door de Geest worden ze dan ook in de praktijk gebracht tot Zijn eer en gemotiveerd door een liefde waaraan de zelfverloochenende liefde van Christus als basis ligt. Het boek Handelingen geeft aan dat in elk geval de bijzondere gaven van de Geest, waarvan tongentaal en profetie, door de handoplegging van apostelen overgedragen werden.
Want nadat de Heilige Geest is uitgestort op de verzamelde apostelen, dan wel in de brede zin van het woord zoals bijvoorbeeld prof. v.Bruggen dat in zijn boek over de ambten omschreven heeft. Op de Pinksterdag zien we dat de apostelen, als zij de bijzondere gaven gekregen hebben, die gaven aan bekeerde christenen na hun doop meegeven door de handoplegging.
Een paar belangrijke voorbeelden.
We nemen eerst Handelingen 8. Door de marteldood van Stefanus kwam er een vervolging in Jeruzalem en heel veel gemeenteleden vluchtten uit die stad waaronder Filippus. Als Filippus op de vlucht slaat gaat hij vanzelfsprekend de boodschap van Jezus doorvertellen. Hij maakt bekeerlingen, en brengt mensen tot geloof, zelfs in het gebied van Samaria. Vers 12. ‘Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen.’ En wat gebeurt er vervolgens? De apostelen, die nog steeds in Jeruzalem zitten, worden daarvan op de hoogte gebracht en die sturen dan twee apostelen uit naar dit bijzondere fenomeen, dat er Samaritanen zijn die tot geloof in de Here Jezus zijn gekomen. En dan pikken we de draad weer op bij vers 14: ‘Toen nu de apostelen te Jeruzalem hoorden, dat Samaria het woord van God had aanvaard, zonden zij tot hen Petrus en Johannes, die, daar aangekomen, voor hen baden, dat zij de Heilige Geest mochten ontvangen.’ In het boek Handelingen betekent het ontvangen van de Heilige Geest altijd het ontvangen van bijzondere geschenken van de Geest. Dat is Lucas’ manier van schrijven. Dan lezen we in vers 16: ‘Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Here Jezus. Toen legden zij, [dat zijn die twee apostelen] hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest. En toen Simon zag, dat door de handoplegging van de apostelen de Geest werd gegeven, bood hij hun geld aan, en zei: Geef ook mij deze macht, opdat, als ik iemand de handen opleg, hij de Heilige Geest ontvange.’ Je ziet het wel,  Simon had het gezien, die mensen begonnen te spreken in tongen en profeteren nadat de apostelen hun handen op iemand gelegd hadden. En Simon denkt: wel hier kan ik veel aan verdienen als ik dat ook kan krijgen, die macht om dat te kunnen doen. Hij wordt natuurlijk terecht daarvoor door Petrus bestraft. Ook elders in Handelingen zie je precies hetzelfde gebeuren, we hebben al gelezen uit Handelingen 19 als de apostel Paulus bij de volgelingen van Johannes de Doper komt dat  hij ook zijn handen op het hoofd van die mensen legt als ze gedoopt zijn en hij bidt voor ze en ze ontvangen de gaven van de Heilige Geest. Paulus spreekt verder bijvoorbeeld in 2 Timotheüs hoe hij zijn handen op Timotheüs ooit eens gelegd heeft en hoe ook Timotheüs hierdoor bijzondere gaven van de Geest ontvangen heeft. Je ziet het ook bij de zeven uit Handelingen 6 gebeuren. Zij krijgen de handen van de apostelen op hun hoofden en je ziet later in het boek Handelingen dat daardoor ook zij bijzondere gaven van de Geest gekregen hebben.
Met dit als achtergrond, kunnen wij concluderen dat de apostelen in hun missionaire arbeid, in de regel, de bijzondere geschenken van de Geest doorgegeven hebben aan pas gedoopte bekeerlingen d.m.v. hun handoplegging. Het is goed voor te stellen dat Paulus hierop doelt wanneer hij de Galaten vraagt of zij niet de Geest en bijzondere krachten ontvangen hadden toen hij aldaar het evangelie had gebracht. Als we dat beseffen, is dat het eerste argument dat Paulus bij de Galaten gebruikt om hen tot zins te brengen. Want ze hebben inmiddels een ander evangelie aanvaardt, dat van de Judaïsten. In hoofdstuk 3 wil hij allerlei argumenten daar tegen in brengen, maar het allereerste is dit: Galaten 3: 5 ‘Die u de Geest schenkt en krachten onder u werkt [= bijzondere geschenken, manifestaties van de Geest], doet Hij dit tengevolge van werken der wet of van de prediking van het geloof?’ Met andere woorden: Toen ik bij je was en je nog niet gehoord had van de Judaïstische leer, heb ik dan niet de prediking van genade in Jezus Christus aan je doorgegeven en heb ik niet die prediking bevestigt door bijzondere gaven van de Geest onder jullie te verspreiden? Wij gaan ervan uit dat dat ook weer door zijn handoplegging gegaan is zoals omschreven in het boek Handelingen. Dan zegt Paulus: hebben jullie de krachten van de Geest toen ontvangen? Of  moest je wachten tot de Judaïsten je die gegeven hebben? Het antwoord is duidelijk, want ze hadden de krachten van de Geest toch gezien toen Paulus bij hen was. Zo zijn er ook nog wel andere aanwijzingen daarover in Paulus brieven.
Als wij de lijsten van geschenken in 1 Korintiërs nagaan vanuit het perspectief van de manier van ontvangst dan zien we dat, hoewel Paulus van de ontvangst van geschenken spreekt, hij in deze brief zich nergens uit over de manier waarop de geschenken ontvangen worden. En hieruit kunnen wij concluderen dat de manier waarop de geestesmanifestaties verkregen konden worden in Korinte niet in het geding was. Toch wordt het vanuit het N.T. duidelijk dat verschil in de manier van ontvangst mogelijk was. De apostelen die ook een geschenk genoemd zijn in 1 Korintiërs 12:28 waren bijv. mensen die door Christus zelf aangewezen en direct vanuit de hemel begiftigd werden. Boven hebben we gezien dat de geestenmanifestaties zoals het spreken in tongen, profetie, door handoplegging van de apostelen verkregen werden. Hoe de niet bijzondere geschenken, troosten, delen, barmhartigheid geven etc., verkregen werden is niet duidelijk. Directe bekrachtiging door Gods Geest is hier niet uit te sluiten. Paulus lijkt dat sowieso op het oog te hebben als hij de sprekers van tongentaal opdraagt om te bidden of zij het geschenk om tongen te vertalen mogen ontvangen.
Tenslotte moesten geschenken zoals die van de herders en leraars uit Efeziërs 4:11 door een apostel of door de gemeente erkend worden, opdat mensen tot deze ambten d.w.z. tot deze taken aangewezen konden worden.

Dan even kort iets over de doelen van geestesgeschenken.
Want ook het doel oftewel de doelen van deze geestesmanifestaties moeten wij in ogenschouw nemen. En ook hier is er verschil aan te wijzen. Vanuit het boek Handelingen zien we dat het bijzonder geschenk van het spreken in tongen vooral als doel heeft om de mensen duidelijk te maken dat het evangelie tot in de héle wereld reikt. Dat is de conclusie die Petrus trekt op de Pinksterdag. Al moet al gauw blijken dat Petrus nog niet de volle implicaties hiervan heeft ingezien.
De tweede uitstorting van de Geest, die bij Cornelius en de zijnen, heeft als doel om hem en de overige apostelen ervan te overtuigen dat ook de bekeerde heidenen behoren gedoopt te worden, zonder vooraf besneden te zijn. U weet dat verhaal, u weet dat Petrus op een bijzondere manier door de Here door een visioen geroepen is om bij Cornelius te komen. En misschien weet u nog van dat verhaal in Handelingen 10 hoe Petrus daar aankomt bij Cornelius, hij klopt op de deur en komt binnen en zegt van ‘nou ja, hier ben ik, ik heb een bijzonder visioen gehad, ik moet hier kennelijk wel zijn’. En je merkt uit de omschrijving van Lucas dat Petrus nog helemaal geen idee heeft waarom hij daar bij Cornelius aanwezig moet zijn. Hij heeft geen idee dat hij daar gewoon het evangelie moet preken. Petrus gaat er nog steeds van uit dat om het evangelie te horen je eerst jood moet worden, m.a.w. besneden worden. Pas nadat Cornelius zijn verhaal verteld heeft, dat een engel bij hem langs is geweest en zo, ja, dan heeft Petrus het idee gekregen, de Here God wil dat ik het evangelie van Jezus Christus preek.
Nou dan doet hij dat, en toch merk je hoe verbaasd Petrus is als de bijzondere gaven van de Geest vanuit de hemel op die heidenen gestort worden. De conclusie die hij daaruit trekt is heel opvallend. Hij concludeert, omdat de heidenen op precies dezelfde wijze als wij, apostelen, de Geest gekregen hebben hoe kunnen we weigeren dan om hen te dopen. En daaruit merk je dat Petrus helemaal niet van plan was om Cornelius en de zijnen te dopen, al waren ze tot geloof te komen. Nog steeds gaat hij, zoals alle apostelen, er van uit dat, je wel tot geloof mag komen, maar je moet eerst besneden worden om te kunnen horen bij Christus. En de Here God doorbreekt dat door Zijn acceptatie, Zijn aanvaarding van die heidenen te laten merken door ze een soort tweede Pinksterdag te geven, de uitstorting van de Heilige Geest, zonder toepassing van de handen van de apostelen. Ja, dan is Petrus gedwongen om die mensen te dopen.
Hij zit dan nog met een probleem. Als je hoofdstuk 11 leest, dan lees je dat hij met angst en beven terug naar Jeruzalem moet want hij moet nu uitleggen aan de andere apostelen dat hij onbesneden heidenen gedoopt heeft. En dan is het heel interessant om te merken hoe hij dat doet, want hij benadrukt heel sterk dat God hem eigenlijk hiertoe heeft gedwongen. ‘God heeft aan hen de gaven van de Geest gegeven op precies dezelfde manier als aan ons in het begin.’ M.a.w. zonder toepassen van de handen van de apostelen. Iets heel bijzonders, maar daardoor merk je des te belangrijker het doel dat de Here God voor ogen heeft met deze bijzondere gaven, dat uitdrukkelijk kenbaar gemaakt wordt dat de mensen die tot geloof in de Here Jezus komen, bij de Here Jezus mogen horen zonder vooraf uiterlijk jood te worden. Dat is dan ook precies hetzelfde punt als Paulus maakt aan de Galaten, wat we net gelezen hebben uit Galaten 3. ‘Hoe hebben jullie dan de gaven van de Geest gekregen, door werken der wet of door prediking van genade?’ En met werken van de wet bedoelt hij in de eerste plaats de besnijdenis. Heel belangrijk was dat voor de heidenen in het begin. Als je probeert om in hun schoenen te staan dan zal je wel merken, het is één ding om tot geloof in de Here Jezus te komen, maar dan zal je wel beseft hebben dat de Here Jezus niemand anders dan de Messias is van Israël, van de joden. En dan ligt het voor de hand dat je dan de conclusie trekt, dan moet ik eigenlijk om redding te krijgen in Jezus Christus ook wel jood worden, om deze joodse Messias te aanvaarden. Daarom hebben de apostelen de macht gekregen om die bijzondere gaven van de Geest te verspreiden in heel de wereld onder de gelovigen.
Bovendien zie je dat de Here Jezus bijzondere gaven aan zijn apostelen gegeven heeft. Nog één tekst, dan gaan we het een beetje afronden. 2 Korintiërs 12:12. Goed om over na te denken, want hier omschrijft Paulus de kenmerken van een apostel, niet van een gelovige in de vroege kerk in de tijd, maar van een apostel. ‘De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten.’ Die bijzondere manifestaties van de Geest, wonderen, krachten, genezingen enz. die zijn, zegt Paulus, de tekenen van een apostel. Die bijzondere gaven van de Geest horen bij dat apostelambt. Als je terugkijkt naar die lijsten uit 1 Korintiërs 12, Paulus begint dan met apostelen, profeten, dan begint hij aan het begin van die lijst ook wel met bijzondere geschenken, woord van wijsheid, woord van kennis (een soort profetie), geschenken van genezing, bewerking van wonderen, pas onderaan profetie en dan tongen. Dus eigenlijk zou je kunnen zeggen dat die eerste vijf geschenken – zo ligt het voor de hand – horen bij dat eerste geschenk apostelen (vs.28). Het is niet geheel zo in de lijn, want Paulus werkt niet echt met gerangschikte lijsten in 1 Korintiërs, maar het is toch wel een interessante opmerking. Wat ik hier wil benadrukken is dat het kunnen verrichten van wonderen en genezingen een teken moest zijn van een apostel, niet van een gelovige, zoals vaak van uitgegaan wordt in charismatische kringen. Ja ik was van plan geweest als er tijd was om iets te zeggen over hoofdstuk 13 en wat Paulus zegt over de duur oftewel het verdwijnen van bijzonder geestesgeschenken. De tijd laat dat helaas niet toe. Daar wordt verschillend over gedacht. Eén ding mag duidelijk zijn uit het referaat vanavond en dat is het punt dat ik heb willen benadrukken dat de bijzondere gaven van de Geest vanaf het begin verbonden worden aan de apostel. Die hebben een bijzondere macht gekregen. Die worden hierdoor getekend. Ze mogen wel deze bijzondere gaven verspreiden door hun handoplegging, maar dat is om ze te herkennen. Mede met dat doel zijn deze gaven gegeven. En als zij gaven verspreiden dan mogen zij ook een stichtelijk doel hebben voor de gelovigen uit die tijd. Je ziet in 1 Korintiërs 14 dat de stichting van de gemeente ook als doel opgegeven wordt. Maar omdat deze bijzondere gaven zo gebonden worden aan de apostelen, en als we lezen b.v. in Efeziërs dat het de apostelen zijn, samen met de N.T.-profeten die het fundament van Christus kerken leggen, dan mogen we ook nuchter zijn, dat wij daar op mogen bouwen. Dan bouwen we nog steeds op iets waarbij we baat hebben dat de apostelen destijds door zulke bijzondere gaven van de Geest getekend werden. Want wij nemen, terecht, vanzelfsprekend aan dat wij tot geloof in Jezus Christus mogen komen zonder vooraf besneden te worden.
Wij hebben de geschriften, want zij hebben het fundament gelegd, daarop bouwen we als  Christus’ kerken.
Tot aan Zijn wederkomst.


VRAGENBEANTWOORDING / BESPREKING

Ik wil beginnen bij een vraag: Hoe Joël bezien moet worden in het kader wat hij belooft als oud-testamentisch profeet dat vervuld wordt in de uitstorting van de gaven van de Geest. En daaraan verbonden was ook de vraag van wat heeft dat te maken met het geloof in de tijd van het nieuwe verbond.
Dat tweede aspect is wel belangrijk maar een hele grote vraag. Ik wil allereerst iets zeggen over Joël, het is heel opvallend als Joël zegt dat alle vlees zal profeteren, zonen / dochters profeteren, ouden dromen dromen, jongelingen gezichten zien. (Joël 2:28).
Het is heel belangrijk om te lezen hoe in Handelingen 2 en ook in de volgende hoofdstukken daarmee omgesprongen wordt en zeker hoe Petrus dat interpreteert want hoewel de nadruk bij Joël is profeteren, Petrus zegt wat je nu vandaag ziet is de vervulling van deze profetie.
En wat is er op die dag gebeurt? De apostelen hebben de gave van tongen spreken ontvangen en die spreken dan in tongen lofgebeden uit aan de Here die begrepen / verstaan worden door alle aanwezigen. Als je dat in het ‘raam’ van het hele boek Handelingen leest dan ben je m.i. gedwongen om tot de conclusie te komen dat ook Lucas het geschenk van tongentaal gezien heeft als een vorm van profetie. Dat wil zeggen dat Lucas het begrip profetie zoals dat verwoord wordt in Joël heel ruim interpreteert en dat is anders dan b.v. de apostel Paulus als hij spreekt over profetie in zijn brieven, want hij onderscheidt duidelijk tongentaal en profetie.
Wat dat te maken heeft met de uitstorting van de Geest  en de mate waarin het geloof bewaard wordt in het nieuwe verbond. Daar wil ik dan heel kort over zijn. Op de website van de Gereformeerde Kerk van Katwijk is een apart deel waar een aantal artikelen van mijn hand te vinden zijn en daar heb ik wel een apart artikel over geschreven, dat zou u kunnen lezen, dat gaat over het oude verbond in het Nieuwe Testament. En daarin zal deze vraag beantwoord worden op een veel degelijker manier dan ik hier ooit zou kunnen in een paar zinnen.  Dus ik verwijs dan liever naar de website v/d GKV Katwijk.

Een aantal vragen waren redelijk kort maar die hadden allemaal te maken met bepaalde gaven van de Geest bv. de vraag wat is een  bijzondere bestraffing?
Ik had wel in mijn referaat iets gezegd over bijzondere bestraffing door de apostelen, je ziet dat als je het boek Handelingen doorleest dat de apostelen het vermogen hebben om mensen te bestraffen op een manier dat  er iets ergs gebeurt, mensen vervloekt worden, Elymas die wordt verblind door de apostel Paulus. En Petrus bestraft, door de Geest, Ananias en Saffira. Om maar een paar voorbeelden te noemen. Dus als je in 1 Korinthiërs leest van de bijzondere gaven van wonderen bewerken hoef je niet alleen te denken aan wonderen die ‘positief uitpakken’ maar ook aan wonderen die ‘negatief uitpakken’. Dat bedoelde ik met de woorden bijzondere bestraffing.
Is ouderlingschap een bijzonder geschenk van de Geest?
Nou in ieder geval 1 Korinthiërs 12, m.i. mag dat duidelijk maken dat ouderlingen wel een gave van de Geest zijn, ze worden niet met zoveel woorden in 1 Korinthiërs vermeld, maar dat heeft te maken met het feit dat op dat moment de gemeente van Korinte nog geen ouderlingen had (voor de onderbouwing van deze stelling verwijs ik u graag naar het commentaar op Korinthiërs CNT dat DV in januari 2008 verschijnt). Het ligt wel in de lijn van de geestesmanifestaties die Paulus dan noemt, leraars, evangelisten en herders, dan ligt  in de lijn dat je daarbij ook kunt denken aan ouderlingen. In 1 Korinthiërs 12 spreekt hij over besturingen, het is heel goed mogelijk dat hij daarbij ook wel denkt aan mannen die de gave hebben die hen geschikt maakt voor het regeerambt van ouderling. Dus ik wil zeggen: ja zeker, ouderlingschap manifestatie  van de Geest, ik reserveer dat woord ‘bijzonder’ voor geestesmanifestaties die door de apostelen gegeven werden. Dan doel ik op dingen als wonderen, genezingen en de bijzondere gaven die zij met hun handoplegging konden doorgeven, en daar valt het geschenk van ouderlingen even nog buiten.    

Dan een paar vragen die te maken hebben met profetie. Allereerst: de profeten in Korinte, die zullen uiteraard wel eens geprofeteerd hebben maar wat profeteerden ze dan? Hebben we hun geschriften ja of nee? Je leest geschriften van de profeten in het O.T., waarom lees je die dan niet in het N.T.?
In het N.T.  lees je ook wel eens opgetekende profetieën, er zijn er een paar van Agabus bij in het boek Handelingen. Maar het is waar je leest niet alles wat profeten destijds uitgesproken hebben als Woord van de Here. Maar dat geldt net zo goed voor het O.T., de overgrote meerderheid van de uitgesproken profetieën in de duizenden jaren van het O.T. hebben wij niet in onze bijbel. Wij hebben een selectie die in de voorzienigheid van de Here ons gegeven is als deel uitmakend van de canon van de Schrift. Maar dat is een selectie, want niet alle profetieën die uitgesproken werden, zijn voor ons, door de Here, bewaard gebleven. Dat geeft ook wel aan dat dat niet nodig was. De voorbeelden die we hebben uit het N.T., bv de profetieën van Agabus zijn gelegenheidsprofetieën, en wij kennen ze omdat Lucas ze voor ons opgetekend heeft als deeluitmakend van het verhaal van het optreden van de apostelen na Pinksteren. Maar m.i. ligt het voor de hand dat ook de profeten van Korinte uitspraken deden die te maken hadden met de gelegenheid zoals die zich voordeed op dat moment. Ja het zou voor ons misschien wel interessant zijn om te weten wat ze toen allemaal gezegd hebben, maar het draagt niet bij aan de opbouw van Christus kerk in het hier en nu.         
Je kunt het ook wel een beetje vergelijken met het feit dat wij niet eens alle brieven van de apostelen hebben die destijds geschreven waren, we weten bv dat Paulus vier brieven aan de kerk te Korinte geschreven heeft waarvan wij in het N.T. er twee hebben.

Daarnaast was er een meer toegespitste vraag over profetessen. Je leest over profetessen zowel in het boek Handelingen als ook in 1 Korintiërs. Als een profetes haar profetie voordraagt dan moet ze een hoofddeksel dragen schrijft Paulus (1 Korintiërs 11). De vragensteller ging er van uit dat dit dan ook binnen de eredienst zou gebeuren maar dan komt de vraag waarom zouden die profetessen dan niet mee mogen doen bij de beoordeling van de profeten (hoofdstuk 14)? Nou dat is een heel specifieke exegese, die gepubliceerd werd eens een keer in de Reformatie door prof.v.Bruggen, het is eerlijk gezegd een exegese die ik niet deel, ik ben er nl. van overtuigd dat als Paulus spreekt over het voorgaan in gebed met een woord van profetie in hoofdstuk 11 zowel van mannen als van vrouwen, dan spreekt hij hoe je dat moet doen qua hoofdbedekking, dat hij dat in het algemeen bedoelt, waar je ook bent, dat hoeft niet beperkt te zijn tot een eredienst. Waar je ook bent als je voorgaat in gebed, en je vrouw bent, dan zegt Paulus, dan met hoofdbedekking. Ik besef wel als ik dit nu zo zeg, dat er 101 vragen zijn vanuit de zaal: waar gaat dat dan over en hoe heeft dat voor ons vandaag  z’n  toepassing. Maar daar gaat het mij nu niet om vanavond, het gaat mij er om dat de profetessen ook wel net als de profeten buiten de erediensten konden profeteren, en overigens alle voorbeelden die wij hebben van het optreden van profeten, zo niet profetessen, in het boek Handelingen of waar dan ook in bijbel zijn voorbeelden van profetie die uitgesproken worden buiten de eredienst om. Dan in hoofdstuk 14 geeft Paulus de regel, of je nu profetes bent of niet, dat doet er niet toe,  vrouwen behoren niet te spreken in de eredienst. Punt. En dat dit de regel is die de apostel Paulus in hoofdstuk 14 geeft, en hij onderbouwt dat vanuit de wet van de Here, elders (in Timoteüs) onderbouwt hij dit nog verder als hij spreekt van scheppingsordinanties. Ook dat is eigenlijk een ander onderwerp dan ons referaat vanavond dus ik laat het hierbij. Maar over die punten heb ik ook wel een aantal artikelen staan op de website van de GKV Katwijk.

Een vraag naar de gave van profetie vandaag, in deze tijd.
Ik heb dat geprobeerd in mijn referaat duidelijk te maken, naar mijn overtuiging ligt het fenomeen van profeten in het N.T. op één lijn  met de apostelen, die mensen, het geschenk van apostelen en het  geschenk van profeten, werden door de Here Jezus gegeven voor het leggen van het fundament van Christus’ kerk  Hopelijk is er niemand, ook niet in onze kerken zo ik die ken, die zegt dat er nu vandaag opeens weer apostelen moeten zijn in onze kerk. Paulus zegt in 1 Korintiërs 12 dat apostelen  een geschenk van de Geest zijn, daar zijn we het allemaal over eens die hebben we niet meer, en dat moeten we ook niet meer verwachten.
Nummer twee in de lijst, 1 Korintiërs 12:28, is ook wel zo iets, zeker als je dat leest  naast Efeziërs 2 waar Paulus schrijft dat zowel de apostelen als de profeten dat fundament van Christus’ kerk zijn. Je moet wel beseffen dat het leggen van een fundament in de eerste eeuw, een fundament dat was een hele grote steen, uitgehouwen steen, dat op de grond neergezet werd, waarop een gebouw verder gebouwd werd. Als je een fundament legt, doe je dus iets dat niet herhaalbaar is. Als je een half gebouw hebt en je nogmaals zo’n fundamentsteen erop gaat leggen, dan stort het hele gebouw als een kaartenhuis in elkaar.
Als je een fundament legt doe je iets dat eenmalig is. En daarom zeg ik ook dat fenomeen van profeten is na de eerste eeuwen ook wel verdwenen. Overigens, – dit heb ik dan in mijn referaat niet gezegd, – dit wordt ook beaamd door de orthodoxe kerkvaders, deze zeggen allemaal met één stem: de bijzondere gaven zijn na de apostelen verdwenen. Je ziet ze wel terugkomen bij de sekten van het Montanisme en zo, en een paar anderen, maar niet bij de orthodoxe vroege kerk. Als u de Engelse taal kunt lezen, op de website staat ook een uitgebreid artikel met vertalingen van de  kerkvaders over dat punt.

Iemand heeft gereageerd op het feit dat ik zei: in Efeziërs 4, herders en leraars, koppel ik liever los.
Dat heeft te maken met het Grieks, en hoe je het Grieks leest. Het is vanavond niet het moment om in te gaan op het Grieks. Dus ik wil alleen maar aangeven dat dat een bepaalde lezing is van het Grieks, overigens ook wel de lezing van Johannes Calvijn, dus het heeft ook wortels in de tijd van de Reformatie, maar ik geef wel eerlijk toe dat er anderen zijn die dat op een andere manier lezen en die twee aan elkaar koppelen zoals dat ook in één van onze formulieren staan. Het is een onbelangrijk punt, dus laten we het maar even zo. 
Handoplegging. Nu komen we tot vragen die een beetje ook raakvlak hebben tot de kerkelijke praktijk vandaag de dag. Handoplegging gebeurt bij ons ook wel bv. bij het bevestigen van een predikant, openbare geloofsbelijdenis en huwelijksbevestiging, hoe zit dat dan?
Handoplegging kan verschillende betekenis hebben. Meestal zit er wel een symbolisch overdragen van iets in. Maar ook in de bijbel, zowel in het O.T. als in het N.T., wordt het ook gedaan bij het overdragen van een zegen. Wanneer je een hele gemeente zegent en je handen (in een zegenend gebaar) omhoog houdt, is dat omdat het ondoenlijk is om heel veel mensen tegelijk de handen op te leggen. Maar dat is wel dat gebaar. Het is het gebaar van het overdragen van Gods zegen, en je ziet het ook in de bijbel dat wanneer er maar sprake is van één of twee personen dat de handen dan op het hoofd gelegd worden, en zo de zegen uitgesproken wordt. Maar in het geval van de apostelen die bijzondere gaven van de Geest overdragen, dan heeft het daar alles mee te maken, maar dat is contextbepalend.
Ook een uitgebreid artikel over handoplegging staat op de website (zowel in het Engels als in het Nederlands).

Wat vindt u ervan dat de gelovigen in de H.C. zondag 12, vr. en antw. 32, belijden dat zij een roeping als profeet hebben?
De Heidelbergse Catechismus legt theologische lijnen. Het is absoluut niet de bedoeling van de Catechismus om te zeggen dat iedere gelovige een profeet is in de vorm van een O.T.sche profeet, of zo u wilt een N.T.sche profeet, die door directe inspiratie een ‘Gods Woord’ uitspreekt. Maar wel dat in het verlengde van het profetisch ambt van de Here Christus wij dan ook de taak hebben om Gods Woord te verspreiden. Een taak die overigens ook gegeven was aan profeten, het was niet altijd zo dat zij een bijzonder ‘Godswoord’ spraken, maar heel vaak dat zij ook gewoon, zeker in het O.T. , als leraar van Gods Woord fungeerden, de boodschap van Gods Woord overdragen en ik denk, nee ik weet wel zeker, dat de Catechismus dat bedoelt.

Aan het einde van uw referaat sprak u over de kerken die de Geest kregen, van de Here Jezus, daarmee bedoelt u ongetwijfeld de kerk die wereldwijd is. Maar dan wil ik de blik ook richten op de gereformeerde kerken vrijgemaakt. Blijft de Geest ook als er dwaling binnen een kerk is, hoe werkt dan de Geest? Werkt de Geest ook in een kerk waar dwaling is, of werkt de Geest niet meer zo’n kerk?
Uitgaande dat er sowieso geen bijzondere geestesgeschenken zijn, dan heb je inderdaad nog te maken met mensen die geschenken krijgen die in de lijn liggen van bv. Romeinen 12, bedieningen, delen, barmhartigheid tonen. Werkt de Geest in een gemeente waarvan wij zouden moeten zeggen dat die gemeente niet door Christus als gemeente erkent wordt? Wat we in de belijdenis dan zeggen als valse kerk, ik zeg het op een  andere manier omdat de term valse kerk vaak niet goed begrepen wordt. Maar kun je dan zeggen dat de Geest in zo’n gemeente werkt? Ik zou zeggen alleen maar in zoverre dat de Geest het geloof van individuele gelovigen nog onderhoudt die dan in een verkeerde gemeente zitten, en uiteraard de roeping hebben zich te voegen bij de gemeente die wel door Christus erkend wordt. Bijvoorbeeld, je kan in onze tijd denken aan Katwijk, je hebt daar hele grote hervormde gemeenten, die nog in de PKN zitten, van ongeveer 25.000 mensen, die best orthodox zijn, maar ze zitten in een kerkverband waarvan ik onomwonden kan zeggen dat kerkverband, en daarmee ook de gemeenten van de PKN, wordt door de Here Christus niet erkend. Dat durf ik wel te zeggen n.a.v. wat er in het N.T. over de erkenning van Christus van de gemeente gezegd wordt. Openbaring, de brieven en zo. En ik denk aan Handelingen 18. Het is een groot onderwerp, ik moet heel beperkt zijn, maar als je het N.T. bekijkt dan zie je ook wel dat er een verschil gemaakt wordt tussen de erkenning van gemeente als een gemeente, en van de erkenning van een gelovige als gelovige. Dus het is best mogelijk dat een gelovige, een oprecht gelovige, die Jezus Christus als gelovige erkent in een gemeente zit die de Here Jezus als gemeente niet erkent. En ik denk dat je de vraag: is de Geest actief bezig binnen zo’n gemeente, in die lijn moet beantwoorden.

Er zijn een aantal vragen die ingingen op dingen die binnen de Gereformeerde kerken vrijgemaakt, op dit moment,  toch wel zo hier en daar aan de hand zijn.
Bv. de New Wine beweging, het fenomeen van ministry-gebed van ds.Troost, hoe moeten we dat zien?
In het licht van mijn referaat wil ik in ieder geval zeggen dat, naar mijn stellige overtuiging, dit gebaseerd is op een verkeerde lezing van het N.T. en dus niet bijbels is. Tot op zekere hoogte ook gevaarlijk denk ik, maar dat hangt er van af hoe het overgebracht wordt en wat er mee bedoelt wordt. Het voert nu te ver om in detail in te gaan op dat soort punten, maar het is zeker ook niet in de lijn met de gereformeerde traditie. En ja, het is dan moeilijk omdat de gereformeerde belijdenisgeschriften niet nadrukkelijk, met zoveel woorden, ingaan op zulke dingen. Maar ik denk dat je wel met hele goede papieren moet komen en dit aan de kerken, als kerken, voorgelegd moet worden voordat je dit soort dingen gaat uitdragen in de kerken. En ik zal persoonlijk grote moeite hebben als ik zou weten dat dit zou gebeuren in mijn eigen gemeente, laat staan mijn eigen classis. Dat zou iets zijn dat m.i. besproken zou moeten worden en afhankelijk van het geval consequenties aan verbonden moeten worden. Lok mij alstublieft niet verder uit om duidelijker uitspraken erover te doen want dan moet je het uiteraard per geval bekijken en ik moet zeggen; ik heb er zelf persoonlijk in ons kerkverband niet mee te maken gehad. Ik heb wel recentelijk het boek van ds.Hutten gelezen en dat van ds.Troost, die beweren bepaalde dingen dat je bv. bepaalde bijzondere gaven van de Geest tegenwoordig ook moet kunnen ontvangen. Waar ik hevig in teleurgesteld was, was het feit dat in die genoemde boeken, geen enkel argument gebruikt wordt, geen enkel degelijke uitleg van de Schrift van: waarom moet ik dat nu tegenwoordig verwachten. Het wordt alleen maar geponeerd en gesteld. Ja, daar kan ik niets mee.
Je hebt hetzelfde fenomeen in de Alpha cursus, die heel populair is in onze kerken. Ook daar is de bedoeling, wanneer die mensen voor dat weekendje weg gaan, dat ze ook leren ontvangen die bijzondere gaven van de Geest. Gedoeld wordt op het spreken in tongen. Maar er zijn ook aangepaste versies van de Alpha cursus in gang, en ik weet bv. in de kerk van Rijnsburg dat ze die cursus aangepast hebben, en aangepast, wordt het daar gebruikt. Je kunt er dus niet altijd van uit gaan dat het houden van een Alpha cursus inhoudt dat die elementen er in zitten. Soms worden ze er in onze kerken eruit gehaald, gelukkig. Ja, in hoeverre dat altijd gebeurd, weet ik niet. Ook andere dingen hoor ik van de Alpha cursus, bepaalde Arminiaanse aanpak en zo. Ik heb op mijn bureau op dit moment van een andere kerk in de regio van Den Haag een aangepaste Alpha cursus, die ik nog niet gelezen heb, maar die mijn interesse heeft. Ik hoop tijd te vinden die nog  een keer door te nemen.

Hoe beoordeelt u het verschijnsel dat in een Pinkstergemeente tongentaal wordt genoemd?
Dat is een hele interessante vraag, en een heel belangrijke vraag, ook vanwege het gebruik van de Nieuwe Bijbelvertaling in onze kerken. 
Vanuit mijn referaat mag duidelijk zijn dat spreken in tongen in het raam van het N.T., gewoon talen zijn. Vreemde talen die mensen konden verstaan. Wat in de Pinksterkerken gebeurt is iets heel anders. Men gaat ervan uit dat niemand dat zou moeten begrijpen, wordt vaak verdedigt als een soort engelentaal, ik heb daar in het referaat al wat over gezegd, men leert ‘babbelen’. Ik zeg dat opzettelijk omdat dat soms echt op die manier aangeleerd wordt. Verschillende mensen drukken de handen op je hoofd, en als het dan nog niet lukt om je helemaal vrij en open te geven en gewoon wat uit te spreken, dan laten ze je gewoon een aantal keren bepaalde lettergrepen na zeggen, en op een gegeven moment komt er dan wel een stroom van geluiden. Wat is dat? Nou, het voert mij te ver om te zeggen dat dat werk van de duivel is, het fenomeen van wat ik dan zal noemen klanktaal, gewoon je zelf vrij laten en allerlei klanken eruit laten vloeien is een fenomeen dat zich voordoet in heel veel religies, zowel vandaag de dag als mede in de tijd van de apostel Paulus. Er is heel veel bewijs voor ook in de eerste eeuw, dat heel veel mensen dat fenomeen kenden, van je zelf helemaal leeg laten en je mond de vrijheid geven en als je een beetje weet wat daarmee bedoelt wordt dan lukt dat voor iedereen. Maar is dat tongentaal zoals dat in het N.T. gepresenteerd wordt? Nee.



Laatst aangepast op maandag 27 juli 2015 19:03  

Nieuws

Een nieuwe website uit GKv over bezinning vrouw en ambt

Gisteravond is de site online gegaan inzake de bezinning die achter de schermen gaande is rond MV en ambt. Deze site is opgericht door een aantal predikanten, een zuster en een broeder uit de... [More...]

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]