Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Archief Dalfsen op weg naar de ware oecumene Br. A. Velthuis - Dalfsen op weg naar de ware oecumene

Br. A. Velthuis - Dalfsen op weg naar de ware oecumene

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

6 artikelen in 1 bestand van br. A. Velthuis over Dalfsen op weg naar de ware oecumene, gepubliceerd in eeninwaarheid.info van 14-01-2012 t/m 24-03-2012.

Dalfsen op weg naar de ware oecumene (1)
Kleine kracht maar het Woord bewaard
U hebt weinig kracht en toch hebt u Mijn Woord in acht genomen en Mijn Naam niet verloochend.”
(Openb. 3:8, HSV)
Inleiding
In februari 2010 kwam het in Dalfsen tot een vrijmaking van ongereformeerde besluiten van
meerdere opeenvolgende generale synoden. Besluiten waarvan het niet meer mogelijk was om
revisie te vragen in de kerkelijke weg. Om ’s Heren wil moest de broederband met de plaatselijke
gemeente en het kerkverband van de GKV verbroken worden. Deze vrijmaking betekende toen een
breuk met het kerkverband van de GKV maar niet een breuk met de kerk van Christus. Deze
vrijmaking geschiedde onder leiding van ds. E Heres (predikant ter plaatse) en twee diakenen. In deze
artikelenreeks zal ik niet schrijven over de gronden voor de vrijmaking in 2010. Over de afwijking van
de gereformeerde leer in de GKV werd en wordt nog veel geschreven. Daarnaast hebben de
ambtsdragers die opriepen tot vrijmaking een uitvoerige verantwoording en verklaring afgelegd.
Deze is verzonden naar alle leden in de plaatselijke gemeente en ook is dit appèl uitgegaan naar alle
GKV-gemeenten. De toen uitgegeven “Verklaring van kerkelijke stappen om gereformeerd te blijven”
is door iedereen na te lezen op de website van de Gereformeerde Kerk (dolerend) te Dalfsen
waarnaar ik hier gemakshalve verwijs. In deze artikelenreeks over Dalfsen zal ik mij met name richten
op de periode na de vrijmaking in 2010. Concreet zal ik mij daarbij toespitsen op de vraag hoe en op
welke wijze voldaan is aan de belofte in genoemde verklaring om van harte bereid te zijn kerkelijke
eenheid te zoeken. De ambtsdragers verwoordden dit bij hun vrijmaking als volgt:
“Het is ons hartelijke voornemen alles in het werk te stellen om tot eenheid te komen met allen die
Christus willen volgen en daadwerkelijk willen staan op het fundament dat Hij gelegd heeft, het
Woord van apostelen en profeten. Wij hopen, door Gods genade, weer te mogen staan in de
ruimte van de katholieke kerk.”
In deze artikelenserie zullen we zien dat dit hartelijke voornemen ook daadwerkelijk ten uitvoer is
gebracht. Er zijn stappen gezet op de weg welke leidt tot kerkelijke eenheid. Ook een weg waarop
moeiten zijn ontstaan en een groep gemeenteleden zich onttrok aan de kerk van Christus te Dalfsen.
Ook aan die moeiten zal in deze serie aandacht worden besteed omdat dit behoort tot de jongste
kerkgeschiedenis van deze gemeente. Voor deze artikelenserie is, met toestemming van de
kerkenraad te Dalfsen, gebruik gemaakt van stukken welke in deze gemeente verspreid zijn.
Kleine kracht maar het Woord bewaard
Om de ontwikkelingen welke zich voor deden in het proces op weg naar kerkelijke eenheid goed te
kunnen plaatsen is het goed om toch heel even terug te gaan naar de vrijmaking in Dalfsen op 7
februari 2010.Wie de uitgegeven verklaring van de ambtsdragers in Dalfsen leest en zorgvuldig toetst
aan Schrift en belijdenis stelt vast dat het hier gaat om zaken die het fundament van de kerk hebben
aangetast. Het zijn geen persoonlijke kwesties waarom de wegen zich wel moesten scheiden. Maar
het gaat om trouw aan Christus zelf, de Koning van de kerk. En ja, wanneer een kerk zo fundamenteel
afwijkt van Schrift en belijdenis, zich daarin verhardt, alle oproepen om terug te keren naast zich
neerlegt, dan komt er een moment dat vrijmaking geboden is. In hun verklaring verwoordden de
ambtsdragers dit als volgt:
“Nu echter ook de kerkenraad van de kerk te Dalfsen heeft uitgesproken alle synodebesluiten te
aanvaarden en voor vast en bondig te houden betekent dat voor ons een botsing van plichten. Wij
worden als ambtsdragers geacht ons te schikken naar de besluiten van de kerkenraad en dien
overeenkomstig ook te handelen en te spreken (ook al is het met behoud van gevoelen). In deze
botsing van plichten leert het Woord van de HERE ons (1 Cor. 7:23, Hand. 4:19, Hand. 5:29) dat wij
God meer moeten gehoorzamen dan de mensen. Daarom hebben wij de vrijmoedigheid u op te
roepen u niet langer te laten leiden op, maar te breken met de hierboven genoemde weg die door
het kerkverband van de GKV is ingeslagen en tot op heden volgehouden en die o.a. tot uiting komt
in bovengenoemde synodebesluiten. Deze volgehouden weg, die tenslotte ook heeft geleid tot het
verstoten van trouwe dienaren van Christus, is als een juk dat wij niet langer mogen en ook niet
langer hoeven dragen. Wij mogen ons, met andere broeders en zusters die in de afgelopen jaren
de nood van het kerkelijke leven ervaren hebben, opnieuw weer buigen onder het zachte juk van
Christus, die gezegd heeft: ‘Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal U rust geven’
(Matth. 11:28). Door de stem van de grote Herder van de schapen, Jezus Christus te volgen (Joh.
10:3), is een breuk met het kerkverband van de GKV onontkoombaar.“
Inderdaad, onontkoombaar. Om ’s Heren wil de band verbreken. Een stap die niet zomaar gezet is.
Daarover schreven de ambtdragers het volgende:
“Wij zetten deze stappen in vrijmoedigheid. De liefde van Christus en de liefde voor Zijn kerk drijft
ons. Zijn Woord spoort ons aan: ‘Houdt vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme’ (Openb.
3:11). De trouw aan de gereformeerde belijdenis, waaraan wij ons jawoord en waaronder wij onze
handtekening geplaatst hebben, dringt ons. Ook houdt een kernbepaling in de kerkorde ons voor
(art. 31 KO), dat het Woord van God en de Schriftuurlijke kerkorde hoger gezag hebben dan de
uitspraken van kerkelijke vergaderingen. Tegelijk zetten wij onze stappen met diep verdriet en als
kleine mensen. Want het kerkverband van de GKV is ons lief en de broeders en zusters in ons
kerkverband zijn ons dierbaar. Wij verheffen ons in geen enkel opzicht boven u. Wij weten ons
kleine mensen en ook zondige mensen. Wij weten ons mede schuldig aan de kerkelijke
ontwikkelingen die tot het huidige dieptepunt hebben geleid. Hebben wij wel in alle opzichten
gebroken met de zonden? Hebben wij wel voldoende op de wegen van de HERE gewezen? Ons
gebed is dat de HERE Zich in Zijn genade over ons moge ontfermen.“
Zo zijn de stappen om gereformeerd te blijven in Dalfsen gezet. Onder de verklaring stonden slechts
de handtekeningen van één predikant en twee diakenen van de omvangrijke kerkenraad ter plaatse.
En slechts enkele tientallen leden, uit een gemeente met honderden leden, gaven gehoor aan de
oproep van deze ambtsdragers om trouw te blijven aan de Koning van de kerk. Al snel kon toch al
een kerkenraad geïnstitueerd worden bestaande uit de predikant, twee ouderlingen en twee
diakenen. Ook kwam er groei van buitenaf door leden uit Hoogeveen, Zwolle, Wezep, Hasselt en
Sauwerd waardoor de gemeente zich ontwikkelde richting een streekgemeente van ruim 100 leden.
Hierdoor werd het nodig de kerkenraad uit te breiden met nog een ouderling en diaken. Maar nog
steeds een onaanzienlijke gemeente, niet in tel voor deze wereld en slechts een kleine uittocht uit de
GKV met haar ruim 100.000 leden. Een hopeloos clubje van gelijkgezinden. Weer een kerk van ‘exvrijgemaakten’
op weg naar de volmaakte versplintering. Niet levensvatbaar om echt kerk te kunnen
zijn. Een dwaas gebeuren. Ja, dat is de wereldse wijsheid. Zo wordt ook wel gespot door de wereld,
maar juist ook vanuit GKV-kring zelf zijn deze geluiden gehoord. Daartegenover staat de hemelse
wijsheid, de wijsheid van God. “Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te
beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen. En het
onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren”. (1 Kor. 1:27-28a, HSV) Naar de
mens, de wereldse maatstaven gemeten, stelt het allemaal niets voor daar in Dalfsen. Wat gaat daar
nou van uit? Van zo’n kleine gemeente met…. ja met eigenlijk niets? Helemaal niets? Door de
vrijmaking werd het Woord bewaard! En dan heeft zo’n gemeente eigenlijk alles. Ook al zijn de
krachten klein en zijn het er slechts weinigen die rondom dat Woord blijven vergaderen. En alleen op
dat fundament willen bouwen. Vertroostend en bemoedigend zijn dat de woorden van Christus. “Ik
ken uw werken. Zie, Ik heb voor uw ogen een geopende deur gegeven en niemand kan die sluiten,
want u hebt weinig kracht en toch hebt u Mijn Woord in acht genomen en Mijn Naam niet
verloochend.” (Openb. 3:8, HSV) Om dat bewaren van Zijn Woord ging het begin 2010. En om dat
Woord ging het in de daarna volgende periode waarin deze gemeente in de moeite kwam en er
opnieuw kerkgeschiedenis geschreven is. Maar ook, juist ook hierin, ging en gaat het ten diepste om
het blijven vasthouden van het Woord en het zoeken van eenheid met hen dit op hetzelfde
fundament willen staan. Alle pogingen om dit te ondergraven en andere oorzaken aan te wijzen ten
spijt. Kerkvergadering is het werk van Christus, het vleesgeworden Woord (Joh. 1). Hij vergadert zich
een gemeente van het begin tot het einde van de wereld (art. 27 NGB). Het is daarom de roeping van
kerken die werkelijk willen staan op het fundament van Schrift en belijdenis om mee te vergaderen in
de wettige levensstroom van Zijn kerkvergaderend werk. En daarmee belanden we midden in de stof
waarover deze artikelenreeks verder zal gaan. Er zijn immers twee kerkverbanden van ex-GKV’ers die
zich presenteren als de wettige voortzetting van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Twee
kerkverbanden met elk een eigen geschiedenis in de jaren na 2003 toen de eerste vrijmakingen van
de GKV plaatsvonden.
Dalfsen op weg naar de ware oecumene (2)
Zorgvuldig en nauwgezet onderscheiden
“Want Gods medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods bouwwerk bent ú.” (1 Kor. 3:9, HSV)
Uitgezet beleid
De ambtsdragers die in Dalfsen opriepen tot vrijmaking hebben zich gerealiseerd dat hun daad een
breuk betekende met het kerkverband van de GKV. Maar tegelijk waren zij ervan overtuigd dat deze
breuk geen breuk was met de kerk van Christus. Dit hebben we gezien in het eerste artikel in deze
serie. Gelijk bij hun vrijmaking verklaarden de ambtsdragers eenheid te zoeken met allen die staan
op het fundament van Schrift en belijdenis. Hierin wisten zij en de gemeenteleden die hen volgden
zich geroepen om mee te willen werken aan de wettige stroom van Zijn kerkvergaderend werk in
Nederland. In de verklaring die zij uit deden gaan verwoordden zij dit als volgt:
“Het is ons hartelijke voornemen alles in het werk te stellen om tot eenheid te komen met allen die
Christus willen volgen en daadwerkelijk willen staan op het fundament dat Hij gelegd heeft, het
Woord van apostelen en profeten. Wij hopen, door Gods genade, weer te mogen staan in de
ruimte van de katholieke kerk.”
Hierin spreekt een diepe afhankelijkheid van de Koning van de kerk. Alleen Hij kan die felbegeerde
eenheid geven. Het is onze taak en roeping om eenheid te zoeken maar alleen Hij kan daarover Zijn
zegen geven. De later geïnstitueerde kerkenraad heeft, na hierover ook gesproken te hebben met de
gemeente, zich allereerst gericht op gesprekken met DGK en de GKN. In het volle besef dat Dalfsen
niet zomaar even een eenheid kan bewerken tussen beide verbanden. Wel zag en ziet de kerkenraad
van Dalfsen een roeping om, waar mogelijk, hier aan bij te dragen. Het kerkenraadsbeleid hierover is
als volgt verwoord:
“Het is onze taak en roeping om als het maar enigszins kan mee te werken aan en te streven naar
eenheid van allen, die omdat zij op hetzelfde fundament staan, bij elkaar horen.”
Alle ambtsdragers hebben zich geschaard achter dit beleid wat een uitvloeisel was van hetgeen
hierover in de verklaring van de drie ambtsdragers was opgesteld. Ook dit getuigt van een
bescheiden en afhankelijke houding. Als het maar enigszins kan wil Dalfsen een bijdrage leveren aan
eenheid van allen die bij elkaar horen. Welke kerkenraad wil dit niet? Maar het is niet zo dat het mee
willen werken aan die eenheid het enige doel van de gemeente is geworden. Alsof Dalfsen eerst die
eenheid even wilde bewerken om pas dan kerkverbandelijke eenheid aan te gaan. Telkens is het
beleid er op gericht geweest om zo mogelijk aansluiting te vinden bij een kerkverband. Maar dan wel
op Schriftuurlijke gronden. En dat vergt zorgvuldig onderzoek en tijd. Van meet af aan heeft de
kerkenraad zich niet willen laten leiden door allerlei geruchten en onbewezen vooroordelen. De
kerkenraad besloot zelf zorgvuldig onderzoek te verrichten om zo tot een weloverwogen besluit te
komen met welke kerk de eenheid gezocht diende te worden. En dat houdt ook in een onderzoek
naar de fundamenten én het bouwwerk van de kerk.
Dat allereerst de aandacht uitgegaan is naar DGK en de kerken van het voorlopig kerkverband (de
latere GKN) ligt voor de hand. Want de broeders en zusters in beide kerkverbanden behoorden tot
2003 immers nog tot de GKV. In die zin dus broeders van hetzelfde huis waarmee Dalfsen begeerde
de eenheid te vinden. Tegelijk lag daarin ook de moeite want beide verbanden trekken gescheiden
op. Daarom is het goed om eerst naar de ontstaansgeschiedenis te kijken van deze kerken. De
Gereformeerde Kerken (hersteld) in Nederland (DGK) worden gevormd door gemeenten die zich in
2003 en navolgende jaren hebben vrijgemaakt van de GKV. Bestuderen we de gronden voor de
vrijmaking van 2003 en navolgende jaren dan is daar grote herkenning vanuit Dalfsen. Er zijn naast
verschillen met name overeenkomsten aan te wijzen. De GKN zijn ontstaan door afscheiding van de
DGK van de gemeenten Zwijndrecht en Hardenberg (De Matrix) die later samen met Kampen-Ichthus
eind 2009 een nieuw kerkverband stichtten. De ontstaansgeschiedenis van dit kerkverband ligt dus
(grotendeels) in een afscheiding van DGK. Bij het kerkverband van de GKN hebben zich later ook de
uit de GKV vrijgemaakte gemeenten te Assen en Goes gevoegd alsmede de van DGK afgescheiden
gemeenten van Zwolle (De Vijverhoeve) en Veenendaal. Later hebben zich bij dit kerkverband ook de
broeders en zusters gevoegd die zich onttrokken hebben aan de Gereformeerde Kerk (dolerend) te
Dalfsen.
Zoals al is aangegeven werd het onderzoek van de kerkenraad door het gescheiden optrekken van
deze kerkverbanden er niet gemakkelijker op. Vandaar ook dat besloten is om met DGK en het
voorlopig kerkverband (GKN) gesprekken aan te gaan om enerzijds zorgvuldig onderzoek te doen
naar het fundament en bouwwerk van deze kerken maar ook om te komen tot kerkelijke eenheid.
Om zo samen te bouwen op het fundament dat eens door de apostelen zelf gelegd is. Deze
gesprekken zijn, op uitnodiging van deze kerkverbanden zelf, begonnen in juni 2010.
Het contact met de GKN
Wat allereerst opvalt in het contact met de GKN is dat deze kerken zich herkennen in de “Verklaring
van kerkelijke stappen om gereformeerd te blijven” van Dalfsen. Uitgesproken is dat de GKN zich kan
vinden in deze verklaring en dat het gaat om gemeenschappelijke zorgen m.b.t. de GKV. Met
dankbaarheid is hier door Dalfsen kennis van genomen. Ook is uitgesproken de wens om te komen
tot kerkelijke eenheid en dat Dalfsen ziet dat de GKN wil staan op hetzelfde fundament. Tegelijk is
ook aangegeven dat Dalfsen een verkennende bespreking heeft gehad met de commissie kerkelijke
eenheid (CKE) van DGK. Vanuit de GKN is aangegeven dat er verschillende routes vanuit de GKV zijn
gevolgd. Er waren broeders en zusters die in 2003 al braken met de GKV. De kerk van Kampen is uit
de GKV gestoten na een lange appèlgang tegen de onrechtmatige afzetting van haar predikant. Ook
Dalfsen is er van overtuigd dat hier onrecht is gepleegd. De zaak vormde één van de
vrijmakingsgronden in Dalfsen. Over gemeenten die zich van DGK afgescheiden, werd opgemerkt dat
ieder van deze kerken op een eigen moment en wijze moeite kreeg met DGK. Deze moeiten spitsen
zich toe op punten, die van de zijde van de GKN aangeduid worden als: kerkvisie (versmalling art. 28
NGB), kerkelijke censuur over ambtsdragers, moeite met de kerkregering, hardvochtig handelen en
het proeven van een klimaat van radicalisme. Verder is gesproken over de vorming van het
kerkverband van de GKN. Is dit een vast verband of is het nog een voorlopig kerkverband zoals de
GKN zich in eerste instantie gepresenteerd heeft? Hierop is door de GKN ingebracht dat vanwege het
kleine getal van kerken (nog) niet voldaan kan worden aan de kerkorde en dat deze kerken elkaar
(nog) niet willen binden door bijvoorbeeld het houden van een synode. Later zal wel bekeken
worden welke synodebesluiten van de GKV wel/niet te handhaven zijn. Op de vraag van Dalfsen of
de positie van de GKN ten opzichte van de GKV beschreven is wordt geantwoord dat de vrijmaking
van Hardenberg (De Matrix), Zwijndrecht en Zwolle (De Vijverhoeve) de positie markeert. De vierde
gemeente (Kampen) heeft zich, naar buiten toe, alleen uitgesproken over haar eigen situatie.
Op de vraag van de GKN hoe Dalfsen DGK beoordeelt, antwoordt Dalfsen dat ook zij willen staan op
het fundament van apostelen en profeten. Door de GKN wordt dit echter in twijfel getrokken. De
GKN kan geen verband zoeken met DGK omdat het klimaat aldaar niet deugt. Onomwonden werd in
de bespreking gesteld dat DGK niet staat op hetzelfde fundament. Kerk, ambt, Heilige Schrift, binding
aan de belijdenis en gereformeerde kerkregering zouden in het geding zijn. Wanneer Dalfsen daar
anders over denkt is er ook een kloof tussen de GKN en Dalfsen, zo werd opgemerkt, en zit Dalfsen
niet op het oecumenische spoor.
Hier doet zich de belangrijke vraag voor of Dalfsen van meet af aan de ogen heeft gesloten voor
verschillen tussen de GKN en DGK. Vanuit Dalfsen is telkens gesteld dat het door de scheuringen en
afsplitsingen van DGK gecompliceerd is geworden. Dalfsen maakt geen deel uit van de conflicten in
de gemeenten Zwijndrecht, Bergentheim/Bruchterveld en Zwolle. Juist daarom besloot Dalfsen
gesprekken aan te gaan met beide kerkverbanden om op deze wijze eerlijk onderzoek te doen naar
de achtergronden van de diverse breuken. En wanneer daar, zoals door de GKN gesteld,
fundamentele verschillen tussen beide kerkverbanden aan ten grondslag liggen dan dient dit ook
aangetoond te kunnen worden. En dat is tot nu toe niet publiek gebeurd. Van begin af aan heeft
Dalfsen oog gehad voor de verschillende ontstaansgeschiedenissen van beide kerkengroepen.
Dalfsen wilde graag meer onderzoek te doen naar de van DGK afgescheiden gemeenten welke nu in
het kerkverband van de GKN zitten. Vanuit de GKN werd dit niet geaccepteerd. De achtergrond ervan
werd door de GKN helaas niet begrepen. Terwijl aan het begin van de bespreking juist vanuit de GKN
opgemerkt is dat deze gemeenten op eigen moment en op eigen wijze moeite kregen met DGK.
Samenvattend kan van het gesprek met de GKN vastgesteld worden dat enerzijds er dankbare
herkenning is tussen Dalfsen en de GKN. Anderzijds bleek de houding ten aanzien van DGK een
splijtzwam in de bespreking. Verschil van taxatie van de gebeurtenissen in de DGK werd door de GKN
getypeerd als een kloof. We komen daar in één van de volgende artikelen nog op terug.
Het contact met DGK
In eerste instantie zijn er in de periode van juni t/m september 2010 drie besprekingen geweest met
de commissie kerkelijke eenheid (CKE) van DGK. De reden voor drie besprekingen lag in het feit dat
de vooraf opgestelde agenda niet in één avond kon worden afgerond. Daarnaast dient opgemerkt te
worden dat DGK alweer zeven jaren kerkgeschiedenis heeft geschreven en dit kerkverband niet
gevrijwaard is van moeiten. In die zin lag er dus ook veel gespreksstof op tafel. Allereerst is ook in dit
gesprek naar elkaar uitgesproken de hartelijke begeerte om te komen tot kerkelijke eenheid,
onderworpen aan Gods Woord en de belijdenis. Ook werd geconstateerd dat DGK en Dalfsen beide
staan op hetzelfde fundament: Schrift, belijdenis en kerkorde. Ook hoe deze toegepast zijn in
uitspraken van meerdere vergaderingen. Om hoe de levende geloofsgemeenschap functioneert.
Vervolgens is uitvoerig gesproken over de taxatie van de vrijmaking van 2003/2004 door Dalfsen.
Vanuit Dalfsen is naar voren gebracht dat het voor hen toen nog te vroeg was en dat zij in 2003 nog
mogelijkheden zagen binnen de GKV en zich nog niet geroepen wisten te komen tot vrijmaking. Als
van Dalfsen gevraagd wordt over 2003 exact dezelfde overtuiging te hebben dan wordt er teveel
gevraagd. Dit punt heeft uiteindelijk geleid tot een vraag van Dalfsen aan de synode van DGK welke
op dit punt concrete uitspraken heeft gedaan. De taxatie van dit synodebesluit wordt in deze
artikelenserie achterwege gelaten om dat over dit punt al veel geschreven is. Hierbij valt te denken
aan de serie: “Ruimte in DGK” van br. D.J. Bolt van het internetmagazine Eén in Waarheid en de
publicaties in het kerkblad De Bazuin van DGK. In de latere gesprekken heeft Dalfsen uitgesproken in
2003 ook de hand van de Here te zien hoewel zijzelf zich pas in 2010 geroepen wisten om te komen
tot vrijmaking. In de gesprekken bleek dat er ruimte is voor een verschillende visies op de gronden
voor afscheiding. DGK en Dalfsen blijken op dit punt tot elkaar genaderd te zijn.
Door DGK is gevraagd of Dalfsen ook onderzoek doet naar de afgescheiden groeperingen die later
het kerkverband van de GKN hebben gesticht. Vanuit Dalfsen is naar voren gebracht dat dit voor hen
een complexe zaak is waarbij het zeer moeilijk is daar een oordeel over te vormen. Voor zover zij nu
kunnen overzien zijn er geen fundamentele leergeschillen tussen de GKN en DGK. Vanuit DGK wordt
hier tegen ingebracht dat bijvoorbeeld de Vijverhoeve gemeente (Zwolle) de DGK juist wel publiek
beschuldigt van het verkondingen van dwaalleer. Maar ook dat deze kerken hun plicht verzuimd
hebben hun moeiten voor te leggen aan de meerdere vergaderingen. Omdat over dit punt veel
geschreven is wordt hier verwezen naar de brochure van De Vijverhoeve gemeente: “De Reformatie
van de kerk en het Evangelie van vrije genade”. en naar een uitgave van DGK Zwolle: “Weerlegging”
waarin de beschuldigingen worden weerlegd en opgeroepen wordt tot bezinning en wederkeer.
Ook is gesproken over Kampen-Ichthus omdat de onrechtmatige afzetting van haar predikant voor
Dalfsen één van de vrijmakingsgronden was. Vanuit DGK is de vraag gesteld of de afscheiding aldaar
tot stand kwam om vermeend onrecht of op geestelijke gronden. Hierop is geantwoord dat deze
gemeente een eigen ontwikkeling heeft doorgemaakt maar dat alles erop wijst dat men in Kampen
dezelfde moeite heeft met de kerkelijke ontwikkelingen in de GKV. In haar voorganger herkent
Dalfsen een klassiek gereformeerde predikant.
Uitvoerig is gesproken over de onderliggende oorzaken van de moeiten en breuken binnen DGK.
Volgens DGK gaat het ten diepste om principiële verschillen en het ontbreken van
geloofsgehoorzaamheid. Op dit punt heeft Dalfsen gevraagd of de moeiten ook niet gedeeltelijk
gevoed zijn door een vorm van rigorisme welke met name uit artikelen in De Bazuin zou spreken. En
ook of er niet een vorm van hardheid is in de besluiten waarmee de opbouw en vrede in de kerken
niet gediend is. Hierbij is door Dalfsen gewezen op Galaten 6:1: “Broeders, ook als iemand
onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen,
in een geest van zachtmoedigheid.” (HSV).
Verder is gesproken over de wijze van schorsen in de gemeente van Bergentheim/Bruchterveld.
Vanuit DGK is daarop geantwoord dat het voor de CKE (Commissie Kerkelijke Eenheid) moeilijk is te
oordelen over de moeiten in de classis Noord-Oost, maar dat afhankelijk van de situatie en urgentie
het mogelijk is dat de minderheid de meerderheid schorst. In de latere evaluatie van de
besprekingen heeft Dalfsen vastgesteld dat het niet aan haar is om hier een kerkelijke uitspraak over
te doen.
Tenslotte is uitvoerig gesproken over mogelijk contact tussen DGK en de GKN. Voor DGK ligt dit
moeilijk omdat er door de verschillende GKN kerken voorwaarden vooraf gesteld worden. Daarbij
komen de recente schorsingen in de gemeente van Zwolle waaruit De Vijverhoeve gemeente is
ontstaan. De vraag is hoe vruchtbaar zo’n gesprek dan nog kan zijn. Maar ook is vanuit DGK naar
voren gebracht dat als de basis voor een gesprek: Schrift en belijdenis is, DGK bereid is tot spreken
met de GKN.
Tot zover over het verloop van de contacten met DGK. In een later stadium is opnieuw gesproken
met DGK bij monde van deputaten binnenlandse betrekkingen. In één van de volgende delen van
deze artikelenserie zal daarover meer inhoudelijk gezegd worden. Maar in de volgende artikelen zal
eerst stilgestaan worden bij de moeiten in de eigen gemeente en het verdere contact met de GKN.
Dalfsen op weg naar de ware oecumene (3)
Kerk in het heetst van de strijd
Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden,
alsof u iets vreemds overkwam. (1 Petr. 4:12, HSV)
De bittere waarheid
In het vorige artikel hebben we gezien hoe de contacten met DGK en de GKN verlopen zijn. In dit
artikel zullen we zien dat enkele ambtsdragers het uitgezette beleid afbraken om eenzijdig een
eenheid te forceren richting de GKN. Dat hierbij steun en advies van de beide predikanten van de
GKN gestalte werd gekregen, is een publiek ‘geheim’. Met de ontvangst van de ‘afgescheiden’ groep,
slechts 2 maanden daarna, als zelfstandige gemeente binnen het GKN-verband is de breuk
metterdaad goedgekeurd. Het blijft voor Dalfsen onbegrijpelijk en diep verdrietig dat dit is gebeurd
en ook de wijze waarop. Waar is hier het geloof zoals we dat belijden over de kerk?
Oplaaiend vuur
De gevoerde gesprekken met enerzijds DGK en anderzijds de GKN zijn wel opgevoerd als bron van
verdeeldheid binnen de gemeente maar de echte drijfveer was dat twee ambtsdragers op voorhand
pertinent geen eenheid wensten te zoeken met DGK. Dit ging zover dat zij een scheur in de
gemeente trokken terwijl de gesprekken met beide kerkverbanden nog niet binnen de kerkenraad
geëvalueerd waren. Het andere deel van de kerkenraad gaf aan dat er nog goede gronden en
gesprekspunten op tafel lagen om het uitgezette beleid nog voort te zetten. Dit beleid hield in dat de
gesprekken met DGK en de GKN nog vervolgd dienden te worden. Maar voordat de kerkenraad tot
een besluit wilde komen is eerst met de gemeente gesproken om zo ook de inbreng, vragen e.d. uit
de gemeente mee te kunnen nemen in het nog te nemen besluit. Al spoedig bleek dat er ook binnen
de gemeente ernstige verdeeldheid bestond.
Er waren gemeenteleden die kwamen met ernstige beschuldigingen richting DGK. Ook werd (een
deel van) de kerkenraad verweten de gemeente op te drijven richting DGK terwijl daarvan in de
bespreking en uit de kerkenraad verstrekte stukken helemaal niets bleek. Tekenend is dat deze
beschuldigen juist werden geuit door hen die er onomwonden voor uit kwamen dat eenheid met
DGK voor hen onbespreekbaar is. Zij benadrukten met klem dat Dalfsen zich direct moest aansluiten
bij de GKN en dat uitstel daarvan niet te verantwoorden zou zijn. Dalfsen zou vervallen tot een sekte
als niet op zeer korte termijn aangesloten zou worden bij de GKN. Grote moeite was er ook met de
taxatie van de vrijmaking in 2003 te erkennen als werk van de Here zoals door DGK geëist zou
worden. Maart dit punt speelt niet alleen ten aanzien van DGK maar ook bij de GKN. Want GKNgemeenten
als Zwijndrecht, Bergentheim/Bruchterveld (De Matrix) en Zwolle (De Vijverhoeve)
taxeren de vrijmaking van 2003, net als DGK, als het werk van de Here.
Op de door de kerkenraad belegde gemeentevergadering kwamen er vragen over de
gespreksverslagen van de besprekingen met de GKN en DGK. Ook werd er vanuit de gemeente, n.a.v.
het gespreksverslag met de GKN de vinger gelegd bij enkele onbewezen beschuldigingen richting
DGK. Met name ging het om de stelling dat DGK niet zou staan op het fundament van schrift en
belijdenis. Bij DGK zouden volgens de GKN de volgende punten in geding zijn: versmalling van art. 28,
de kerk, het ambt, de Heilige Schrift zou zelfs in geding zijn, binding aan de belijdenis en
gereformeerde kerkregering, en uitspraken als ‘het klimaat in DGK deugt niet en er heerst daar een
geest van radicalisme’. Ook is er de vinger bij gelegd is dat er onderzoek gedaan zou moeten worden
naar de rechtmatigheid van afscheidingen van de DGK. Verder werd het feit, dat de GKN heeft
aangegeven geen eenheid te zullen zoeken met DGK, als zeer teleurstellend ervaren.
Hoewel er nog geen concrete voorstellen door de kerkenraad in de gemeente gelegd waren wilde
een klein deel van de gemeente zo spoedig mogelijk een eenheid forceren richting de GKN met (zoals
later bleek) de steun van twee ambtsdragers. Richting hen is vanuit de gemeente aangevoerd dat er
nog teveel onbeantwoorde vragen op tafel lagen en dat meerdere punten nog niet goed waren
doorgesproken. Het proberen om binnen de raad een besluit te forceren, zoals een klein deel van de
gemeente wilde, zou onherroepelijk leiden tot grote spanningen met grote gevolgen. Ook is de
broeders erop gewezen dat het zoeken naar eenheid een principiële zaak is, waarbij niet onze stem,
onze gevoelens doorslaggevend zijn maar waarin Gods Woord tot een beslissing moeten leiden. Alle
zaken die meewegen dienen gelegd te worden onder het volle licht van Zijn Woord. Er is op gewezen
dat besluitvorming over kerkelijke eenheid alleen kan plaatsvinden door elkaar te overtuigen met
Schrift en belijdenis. En zolang de gevoelens hierover ver uiteen gaan, zal er nog doorgesproken
moeten worden. Over zo'n principiële zaak als deze kon en mocht op dat moment niet besloten
worden door stemming binnen de raad. Er is gewaarschuwd om geen eenheid te forceren, want dan
gebeurt er wat sommigen de DGK (onterecht) verwijten: het heersen van het ene deel van de
gemeente over het andere deel van de gemeente, de gevolgen voor de gemeente zijn dan
voorspelbaar. Helaas hebben twee ambtsdragers al deze ernstige waarschuwingen in de wind
geslagen en koste wat het kost hun eigen wil doorgezet. En inderdaad de gevolgen zijn niet
uitgebleven.
Ten diepste ging het ook hier, net als met de vrijmaking in februari 2010 om het fundament van de
kerk. Want als we spreken over ware kerkelijke eenheid dan gaat het juist om het fundament. Ik
citeer hier nogmaals de woorden uit de ‘verklaring van kerkelijke stappen om gereformeerd te
blijven’.
“Het is ons hartelijke voornemen alles in het werk te stellen om tot eenheid te komen met allen die
Christus willen volgen en daadwerkelijk willen staan op het fundament dat Hij gelegd heeft, het
Woord van apostelen en profeten. Wij hopen, door Gods genade, weer te mogen staan in de ruimte
van katholieke kerk.”
Daar ging het om, mee willen vergaderen op het fundament welke Christus zelf gelegd heeft. De
strijd binnen de gemeente welke zich ontspon op het vlak van zoeken naar kerkelijke eenheid is dus
niet zomaar een strijd maar een strijd om het blijven op het vaste fundament. Daar ging het ook om
bij de vrijmaking in 2010. Zou de strijd van toen, die ging om het blijven vergaderen op het
fundament van Schrift en belijdenis, zinloos blijken te zijn?
De hitte van het vuur
De kerkenraad wilde de gesprekken die er met DGK en GKN waren geweest te evalueren. Maar het
lukte niet. Enkele ambtsdragers waren van mening dat er sprake was van een vertrouwensbreuk
tussen de leden van de kerkenraad. Daardoor werd het gesprek over de kerkverbanden uiterst
moeizaam. Mede naar aanleiding van een advies van enkele gemeenteleden besloot de kerkenraad
daarom tot het schriftelijk horen van de gemeente. Dit hield in dat alle belijdende leden zich hoofd
voor hoofd zouden kunnen uitspreken over de te volgen weg voordat de kerkenraad hierin een
besluit zou nemen. Er werden door de raad drie opties benoemd. De eerste was zo spoedig mogelijk
aansluiten bij de GKN en de tweede was aansluiting bij DGK. De derde optie was de contacten met
beide kerkverbanden voort te zetten, gericht op een zo spoedig mogelijk samengaan in een groter
verband. Deze opties zijn uitgewerkt en voorzien van de (mogelijke) consequenties. Bij de uitwerking
heeft de kerkenraad besloten dat alle ambtsdragers ruimte geboden werd hun persoonlijke
argumentatie toe te voegen. Terecht koos de kerkenraad er voor ruimte aan iedere ambtsdrager te
geven om hun overtuiging te beargumenteren zodat niet het ene deel van de raad over het andere
deel zou gaan heersen. Vanuit deze bijzondere en moeilijke omstandigheden, waarin de onrust
binnen de gemeente groeide, heeft de raad gemeend op deze wijze uit de impasse trachten te
komen. Helaas wilden de broeders die zich later onttrokken hiervan geen gebruik maken.
Soms wordt gezegd dat de predikant de scheur in de gemeente zelf heeft veroorzaakt door bij de
opties die de gemeente worden voorgelegd, te verklaren dat hij zich niet bij de GKN wenst aan te
sluiten. Maar men ziet over het hoofd dat werd aangegeven dat “de predikant en een deel van de
gemeente op dit moment hierin niet mee kan gaan”. Dat was toen, op dat moment niet mogelijk
omdat de wederzijdse gesprekken en hun evaluatie nog niet afgerond waren. En ook omdat er
binnen de gemeente nog zoveel vragen heersten en er bijvoorbeeld met de GKN nog niet gesproken
had kunnen worden over de positie van gemeenten die zich hebben afgescheiden van DGK. Dit alles
samengenomen vormde de reden om te zeggen dat het op dit moment niet mogelijk is om eenzijdig
de eenheid met de GKN aan te gaan en het contact met DGK te verbreken.
Maar waarom stond deze 'clausule' niet bij de optie onmiddellijk aansluiting te zoeken bij de DGK?,
zo wordt wel gevraagd. De reden daarvan is dat noch binnen de gemeente, noch binnen de
kerkenraad zelf er enige dwang werd uitgeoefend om eenzijdig en onmiddellijk een eenheid met
DGK te forceren. Die dwang was er wel richting de GKN. Het is ook een zaak van eerlijkheid en
'transparantie' als ambtsdragers inclusief de predikant vooraf consequenties van een keuze kenbaar
maken.
In deze smartelijke en moeitenvolle strijd is er iets gevoeld van wat Petrus heeft verwoord:
“Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden,
alsof u iets vreemds overkwam.” (1 Petr. 4:12, HSV)
Dalfsen op weg naar de ware oecumene (4)
Kerk in het heetst van de strijd (vervolg)
Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden,
alsof u iets vreemds overkwam. (1 Petr. 4:12, HSV)
Vervolg
We vervolgen de bespreking van de moeiten binnen de gemeente te Dalfsen die uitmondden in een
onttrekking van circa 25 leden. In het vorige artikel hebben we gezien welke moeiten er ontstonden
en hoe deze steeds meer het kerkelijk leven gingen beheersen. We hebben ook gezien dat de groep
gemeenteleden, die een eenheid probeerde te forceren richting de GKN, vanuit de gemeente
gewaarschuwd is om dit niet te doen omdat er nog teveel gespreksstof en onbeantwoorde vragen op
tafel lagen. Doordat het evalueren van de besprekingen met DGK en de GKN binnen de kerkenraad
stagneerde heeft de kerkenraad eerst een schriftelijk onderzoek in de gemeente voorbereid om zo
elke gemeentelid de gelegenheid te geven zich uit te spreken en argumenten voor een keuze te
noemen. De kerkenraad tekende hierbij aan dat na het schriftelijk horen van de gemeente, besluiten
genomen zouden worden over de te nemen vervolgstappen. In dit artikel zullen we zien dat dit
proces doorkruist werd en hoe er een breuk geslagen is in de gemeente.
Niet te blussen
Begin 2011 heeft de kerkenraad het schriftelijk onderzoek gedaan onder alle gemeenteleden. Met dit
onderzoek is ook een voorstel meegezonden. Dit voorstel hield in de gesprekken met de GKN en
DGK voort te zetten, gericht op een zo spoedig mogelijk samengaan van Dalfsen in een groter
verband. De redenen om de gesprekken met de GKN voort te zetten waren vooral gebrek aan
informatie. In Dalfsen leefden er nog vele vragen ten aanzien van de van DGK afgescheiden
gemeenten. We hebben daar uitgebreid in het tweede en derde artikel over geschreven. Verder
leverde het veel moeite op dat de GKN het streven van Dalfsen niet accepteerde om eenheid te
zoeken van allen die zich van de GKv hadden afgescheiden. Daarom achten de ambtsdragers directe
aansluiting bij de GKN op basis van het ene gevoerde gesprek toen (nog) niet verantwoord.
Ten aanzien van de DGK lag er het punt van de waardering van 2003. Een synode-uitspraak van de
DGK gaf aanleiding hierover nogmaals met deputaten van DGK van gedachten te wisselen. In elk
geval waren er geen Schriftuurlijke gronden om de contacten met DGK te beëindigen.
Maar omdat het zoeken van kerkelijke eenheid niet alleen maar een zaak is van de ambtsdragers,
heeft de kerkenraad besloten om de gemeente schriftelijk te horen over het voorstel van de raad. Zo
kreeg elk gemeentelid de gelegenheid zijn/haar overtuiging aan te geven en deze te voorzien van
argumenten. De raad wilde hetgeen de gemeente zou inbrengen meenemen in zijn besluitvorming.
Zo kon er een weloverwogen besluit worden genomen over het vervolgtraject. Het horen van de
gemeente diende dus niet om de gemeente zelf te laten beslissen, maar om de gemeente in te
schakelen bij deze belangrijke zaak.
Helaas wilden twee ambtsdragers niet meewerken aan het horen van de gemeente. Later schreven
zij daarover dat ze het schriftelijk horen zien als een ‘consumentenenquête’. En omdat kerkleden
geen consumenten zijn mag besluitvorming dus niet door dit middel tot stand komen. Het schriftelijk
horen en het overwegen van de aangevoerde argumenten van individuele gemeenteleden is op deze
wijze door hen afgewezen. Echter kort na het verspreiden van het schriftelijk onderzoek en voordat
de gemeente kon reageren, kwamen de twee ambtsdragers met een eigen rondschrijven. Hierin
riepen zij de gemeente op om te breken met de kerkenraad en door hen georganiseerde
samenkomsten bij te gaan wonen. Met de door hen gevormde ‘kerk’ wilden zij zich zo spoedig
mogelijk aansluiten bij de GKN. Zij kozen er dus voor het gevoelen van de gemeente te negeren door
deze direct te dwingen tot een voortijdige beslissing.
Afscheidingsbrief
We zullen nu de door hen opgestelde en gepubliceerde ‘afscheidingsbrief’ kort bespreken. Allereerst
maken zij er melding van dat er naar hun zienswijze sprake is van een vertrouwensbreuk met de
overige leden van de kerkenraad. Over deze vertrouwensbreuk schreven zij: “De breuk zit zo diep dat
het ons onmogelijk is geworden om nog langer samen met de overige ambtsdragers onze
ambtsdienst te vervullen.” Hier ligt dus hun grond om te komen tot afscheiding. Om dit te
onderbouwen wordt een aantal onbewezen beschuldigingen tegen de ambtsdragers en m.n. de
predikant van de gemeente geuit dat de 'vertrouwensbreuk' zou rechtvaardigen. Maar de
beschuldigingen zijn niet te staven. Bovendien is het tegen de Schrift om bezwaren tegen
medeambtsdragers op deze wijze in de gemeente te leggen. De beide broeders nemen in hun brief
ook geen enkele verwijzing op naar Schrift en belijdenis die deze scheuring rechtvaardigt.
Een tweede grond om de scheuring te rechtvaardigen werd als volgt verwoord: “De voorgestelde
koers is principieel onverantwoord.” Met de koers wordt hier gedoeld op het voorstel om de
gesprekken met DGK en de GKN nog voort te zetten. Het is goed om hier zorgvuldig te lezen. Want
de beide broeders grijpen dus een voorgestelde koers aan als reden tot afscheiding. Op basis van een
voorstel (dat zij principieel onaanvaardbaar achtten) scheurden zij de gemeente. Het schriftelijk
horen van de gemeente werd niet door hen afgewacht, ook niet het nog te nemen
kerkenraadsbesluit hierover. Waaraan de beide broeders het recht ontleend hebben om op basis van
een voorstel zich af te scheiden is een groot raadsel. Ook hier wordt geen enkele Schriftplaats
genoemd waarmee zij hun daad rechtvaardigen.
In de ‘afscheidingsbrief’ wordt getracht aan te tonen dat de voorgestelde koers onverantwoord is. Er
wordt verwezen naar de “Verklaring van kerkelijke stappen om gereformeerd te blijven” waarin
verantwoording is afgelegd van de vrijmaking van de GKV in 2010. De kwestie “Kampen-noord”
(schorsing en afzetting ds. Hoogendoorn) wordt door hen een cruciaal punt genoemd in deze
verklaring. De erkenning van de onrechtmatige handelen van het GKv-verband betekende voor hen
dat onverwijld bij 'Kampen-Ichthus' zou moeten worden aangesloten. Alsof er in Dalfsen alleen om
de kwestie Kampen-Noord van de GKv was afscheid genomen. En dus aansluiting bij Kampen-Ichthus
geheel voor de hand lag. Inderdaad is de kwestie Kampen een grond voor de vrijmaking te Dalfsen.
Maar er zijn veel meer zaken genoemd die samen de vrijmakingsgronden vormden. De focus in de
gesprekken om te komen tot kerkelijke eenheid is niet alleen gelegd op “Kampen-Noord”. Het laatste
was een onderdeel van hele motivatie waarom afscheid van de GKv moest worden genomen.
Bovendien zijn de broeders ook tamelijk inconsequent in hun betoog. Immers zij beoordelen de
ontstaansgeschiedenis van de ene GKN-gemeente (Kampen-Noord) binnen het verband van de GKN
als cruciaal voor de motivatie van hun kerkelijke keuze, maar veroordelen tegelijk de kerkenraad van
Dalfsen die behoefte heeft over de ontstaansgeschiedenis van de andere GKN-gemeenten
(Zwijndrecht, De Matrix en de Vijverhoeve) te spreken. De beoordeling van een individuele gemeente
als Kampen-Noord zou legitiem zijn maar vragen stellen bij het ontstaan van andere gemeenten niet.
Zoals de broeders dat verwoorden:
“Een kerkverband kan dit toch nooit toestaan? Ze hebben zich aan elkaar verbonden en dan laat je
toch niet toe dat een andere partij die met jou wil samenspreken verschil tussen de kerken maakt”.
En hier ligt inderdaad een cruciaal punt. Allereerst een cruciale tegenstrijdigheid in hun
afscheidingsbrief. Want waarom wegen zij de ontstaansgeschiedenis van de ene GKN-gemeente zo
zwaar (cruciaal) in hun keuze voor de GKN en negeren zij de ontstaansgeschiedenis van de andere
GKN-gemeenten? Ook van hen mag toch verwacht worden de ontstaansgeschiedenis van de één net
zo zwaar te wegen als die van de ander? Waar komt de sterke gereserveerdheid van deze beide
broeders vandaan? Is het de angst voor wat zij zullen ontdekken?
Laten we daarvoor heel even teruggaan naar 2003. Toen hebben veel broeders en zusters zich
vrijgemaakt en heeft DGK vorm gekregen. Een vrijmaking die door de beide broeders in hun
afscheidingsbrief overigens terloops even veroordeeld wordt als “inderdaad te vroeg en te smal”.
Maar wat komen ze nu tegen als ze naar de ontstaansgeschiedenis van de andere GKN-gemeenten
kijken? Inderdaad drie gemeenten die zich vrijmaakten in 2003. De GKN wordt in merendeel
gevormd door (ex) DGK leden. Sterker nog, in het gesprek tussen de GKN en Dalfsen werd de
vrijmaking van 2003/2004 genoemd als de markering van de positie van de GKN ten opzichte van de
GKV! Het is goed in dit verband op te merken dat ten tijde van dit gesprek de GKN bestond uit drie
afgescheiden DGK-gemeenten plus Kampen-Noord! Ten aanzien van de laatste gemeente merkte de
GKN zelf op dat deze gemeente zich tot nu toe alleen heeft uitgesproken over hoe het in hun eigen
situatie gegaan is. Het is dus opmerkelijk dat beide broeders nu geconfronteerd worden in de GKN
met de geschiedenis van 2003 die door hen als “te vroeg en te smal” veroordeeld wordt.
Het is ook paradoxaal dat zij, zoals aangegeven, vragen naar het ontstaan van gemeenten in de GKN
afwijzen maar wel een oordeel hebben over die in het DGK verband. Want met enkele zinnen komen
zij tot veroordeling van DGK. Gesprekken met DGK en de GKN (nog) voortzetten wordt door hen
bestempeld als een onverantwoorde en heilloze weg. Hun eigen weg daarentegen, de gemeente
scheuren en directe aansluiting bij de GKN zoeken, noemen zij letterlijk een Schriftuurlijke weg.
Bijzonder is dat in hun veroordeling van de voorgestelde koers én het gaan van hun weg elke
verwijzing naar Schrift en/of belijdenis ontbreekt. De kerkenraad van Dalfsen kon daarom ook niet
anders dan vaststellen dat deze beide broeders hun ambt misbruikt hebben om de gemeente te
scheuren. Ten gevolge van deze scheurmakerij was zij geroepen hen, na ernstige vermaning,
voorlopig op ‘non-actief’ stellen. Dit betekent dat zij voorlopig niet gerechtigd waren ambtelijke
taken uit te voeren. Ook hieraan gaven de beide broeders geen gehoor waarna de kerkenraad moest
vaststellen dat zij zich tot zijn groot verdriet, metterdaad ontrokken hebben aan de Gereformeerde
Kerk (dolerend) te Dalfsen.
Dalfsen op weg naar de ware oecumene (5)
Ontvangen, afgebroken en appèl op de GKN
“De HERE zal het voor mij voleindigen. O HERE, uw goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Laat niet
varen de werken uwer handen.” (Psalm 138:8, HSV)
Moeiten
In het vorige artikel zijn de interne moeiten besproken welke uitmondden in een onttrekking van
circa 25 gemeenteleden onder leiding van twee ambtsdragers. Een “afscheiding” die plaats vond op
onwettige gronden. Er is niet aangetoond, laat staan bewezen, dat de Gereformeerde Kerk
(dolerend) te Dalfsen inging tegen Schrift en/of belijdenis. Het is een bede en diepe wens van de
broeders en zusters te Dalfsen dat deze leden terugkeren van hun schreden. Zal de HEERE niet wegen
kunnen openen tot herstel van eenheid en onderling vertrouwen waar deze volgens hen gebroken
is? Hun lege stoelen staan zondags als stille getuigen in ons midden. Stille getuigen van de broeders
en zusters die daar hun plek innamen in het midden van de gemeente. Zij worden nu zondag op
zondag gemist in de erediensten waarin God zijn gemeente in Dalfsen ontmoet.
Deze ontwikkeling heeft diep ingesneden in de gemeente van Dalfsen. Vanwege de interne moeiten
bleek het ook lange tijd niet mogelijk de gesprekken met DGK en de GKN voort te zetten. Maar we
stellen met dankbaarheid vast dat de Here Zijn gemeente bewaard heeft op het fundament van
Schrift en belijdenis. Hij laat niet varen het werk van Zijn handen.
Het vervolg
Na de hiervoor geschetste moeiten heeft de kerkenraad de besprekingen met de GKN en DGK
inhoudelijk kunnen evalueren. Daarbij is ook de gemeente ingeschakeld. Na alle ingebrachte
overwegingen en argumenten gehoord te hebben, kwam de kerkenraad tot een besluit. Concreet
hield het besluit in dat er gegronde redenen waren de gesprekken met DGK en de GKN (nog) voort te
zetten, gericht op een zo spoedig mogelijke aansluiting bij een kerkverband. Hierbij wilde de
kerkenraad ook de vragen die gemeenteleden gesteld hebben in de besprekingen meenemen.
Maar voordat we overgaan tot bespreking van de verdere contacten zullen we eerst de
ontwikkelingen bespreken in de contacten met de GKN. Dat betreft de ontvangst van de
afgescheiden groep als zelfstandige gemeente binnen de GKN. Verder geven we aandacht aan het
opschorten van het antwoord van de GKN op de uitnodiging van Dalfsen het gesprek met haar voort
te zetten.
Nadat de afgescheiden groep zich tot de GKN gewend had met het verzoek om toelating, zocht een
GKN commissie contact met de kerkenraad van Dalfsen. Dit contact was niet een voortgezet gesprek
met Dalfsen over kerkelijke eenwording maar had als doel hoor en wederhoor toe te passen rond de
‘afscheiding’ ter plaatse. De kerkenraad van Dalfsen heeft bewilligd in zo’n gesprek. Daarin heeft hij
er op gewezen dat er door de afgescheiden groep op geen enkele manier is aangetoond dat de
Heilige Schrift of de gereformeerde belijdenis in geding zouden zijn. Heeft de GKN de ernst van de
situatie wel beseft? De GKN is met name gevraagd te letten op de ernst van de dingen. Er werd
immers een gemeente van Christus gescheurd, op een wijze die rechtstreeks in strijd is met het
Woord en de wil van de HERE. Een mooie gemeente, die dankbaar was voor de gaven die de HERE in
het afgelopen jaar gegeven had. We weten hoe de HERE in Zijn Woord telkens oproept om de
eenheid te bewaren. Door deze scheur te trekken, werd de HERE gekrenkt, de Naam van Christus
schande aangedaan.
Conform het besluit van de kerkenraad om de gesprekken (nog) voort te zetten met DGK en de GKN,
heeft de kerkenraad beide verbanden uitgenodigd voor een gesprek. De uitnodiging naar de GKN is
gedaan per brief d.d. 26 februari 2011. Concreet werd voorgesteld om de uitkomsten te bespreken
van het eerste gesprek (d.d. 23 juni 2010) en met mogelijk aanvullende gesprekspunten. Ook werd
meegedeeld dat besloten was DGK uit te nodigen tot vervolgcontact. Kort na het verzenden van deze
brief ontving Dalfsen een schrijven d.d. 25 februari 2011 van de GKN. Beide brieven hebben elkaar
dus precies gekruist.
Ontvangst van de afgescheiden groep
In de brief van de GKN werd meegedeeld dat positief geantwoord was op het verzoek van het
‘afgescheiden’ deel van de gemeente tot aansluiting bij de GKN. In een later verschenen persbericht
werd hieraan nog toegevoegd dat het afgescheiden deel als zelfstandige gemeente deel uitmaakt van
het kerkverband van de GKN. Aan dit besluit lagen de volgende overwegingen ten grondslag.
Allereerst constateerde de GKN dat na het gevoerde gesprek tussen Dalfsen en de GKN in juni 2010
er geen afspraken meer zijn gemaakt. Dalfsen had ook het gesprek met DGK nog niet afgerond. Het
GKN-verband zou daarom een verdere reactie van Dalfsen afwachten. Die kwam eerst in januari
2011, echter niet van de kerkenraad maar van de twee ouderlingen die gebroken hadden met
Dalfsen. Op dit verzoek werd verheugd gereageerd. Wel constateerden zij met verdriet dat het
verzoek slechts van een deel van de gemeente afkomstig was.
Uit het gevoerde ‘hoor en wederhoor’ gesprek maakte de GKN op dat er sprake was van een
vertrouwensbreuk in de kerkenraad. Deze werd gevoed door het (nog) niet maken van een kerkelijke
keuze en het openhouden van de mogelijkheid om verder te spreken met DGK. Nadrukkelijk voegde
de GKN hieraan toe dat hun geen zaken ter ore waren gekomen die wezen in de richting van
verschillen in de leer.
De vraag moet gesteld worden wat nu eigenlijk de grond is van het besluit van de GKN deze groep op
dit moment als zelfstandige gemeente te ontvangen in haar kerkverband. Er werd immers nog
gewacht werd op een antwoord van de kerkenraad van Dalfsen over het al dan niet voortzetten van
de gesprekken? Maar de GKN noemt geen grond . Het aanwezig zijn van een vertrouwensbreuk
wordt voldoende geacht.
In het laatste deel van de brief refereert de GKN nogmaals aan het gevoerde gesprek in juni 2010
met de volgende woorden:
“Op 23 juni zeiden de Gereformeerde Kerken Nederland ‘ja’ tegen GK Dalfsen dolerend. Ons hart
gaat naar u uit. Dat doet de GKN nog steeds. Op 23 juni zeiden de GKN: wij wachten op uw reactie.
Een deel van de gemeente heeft nu gereageerd.”
Maar legitimeert dit nu de ontvangst van de afgescheiden groep als zelfstandige gemeente in de
GKN? Dit vormt toch geen confessionele geen basis? De gang van zaken doet wezenlijk afbreuk aan
het kerkvergaderend werk van Christus te Dalfsen. In juni 2010 zei de GKN al ‘ja’ zei tegen Dalfsen.
Het kan niet anders dan dat de GKN toen heeft vastgesteld dat er in Dalfsen een ware kerk van Jezus
Christus vergaderde. Was daar een einde aangekomen door een 'vertrouwensbreuk' en een volgende
afsplitsing? Terwijl het gesprek met het oog op eenheid nog niet was afgerond? Ja, de GKN heeft lang
op een reactie moeten wachten. Maar heeft de GKN hier in rekening gebracht dat dit kwam door
ontstane moeiten in Dalfsen? De GKN zal er toch begrip voor op kunnen brengen dat juist in
perioden van interne spanningen, concrete besluiten die juist de oorzaak vormden van deze
spanningen nog niet genomen konden worden?
Ja, of nee?
Zoals hierboven geciteerd uit de brief van de GKN aan Dalfsen zou de GKN in juni 2010 “ja” gezegd
hebben tegen Dalfsen. Maar is dit “ja” toen werkelijk wel zo expliciet uitgesproken? De feiten laten
iets anders zien. Het zogenaamde “ja” in juni 2010 was niet meer dan het uitspreken van een
“hunkering naar meer broederschap” en de wens om het gesprek voort te zetten. Verder is de GKN
toen niet gegaan. In het bewuste gesprek werd er door de GKN opgemerkt dat in het spreken van
Dalfsen nog te weinig gehoord werd van terugkeer naar het Woord van de Here. De voorlopige
constatering van Dalfsen dat zowel de GKN als DGK willen staan op het fundament van Schrift en
belijdenis werd bestempeld als een kloof tussen het denken van de kerkenraad van Dalfsen en de
GKN. Hierbij werd de vrees uitgesproken dat Dalfsen zó niet op het oecumenische spoor zou zitten.
Kortom, er moest nog verder met elkaar moest worden doorgepraat omdat er nog géén definitief
'ja' over en weer was uitgesproken.
Opschorting van de gesprekken
In de hiervoor genoemde brief vroegen de GKN ook of Dalfsen het gesprek met haar wilde
voortzetten. Hierbij benadrukten de GKN dat een spreken van Dalfsen met DGK én de GKN geen
optie is. Zoals al gezegd, viel dit schrijven samen met de uitnodiging van Dalfsen (26 februari 2011)
aan de GKN om het gesprek voort te zetten. De uitnodiging van Dalfsen is door de GKN beantwoord
op 27 mei 2011. In deze brief deelde de GKN mee dat een antwoord op het verzoek van Dalfsen was
opgeschort zolang Dalfsen in gesprek bleef met DGK. De GKN verzocht haar te informeren wanneer
het gesprek met DGK was afgerond. Concreet kwam dit er op neer dat de GKN het vervolggesprek
met Dalfsen afwees zolang Dalfsen in gesprek zou zijn met DGK.
Met teleurstelling heeft de kerkenraad kennis genomen van het antwoord van de GKN. De enige
reden die de GKN hiervoor opgaf lag in de moeiten tussen de GKN en DGK. DGK zagen geen
mogelijkheid met het GKN-verband te spreken. De oorzaak daarvan waren de uitspraken en besluiten
t.a.v. van o.a. de GKN-kerken te Zwijndrecht, Hardenberg (de Matrix) en Zwolle (de Vijverhoeve). We
laten deze zaak hier rusten, die is primair een bespreekpunt tussen de GKN en DGK en niet tussen
Dalfsen en de GKN.
Is het terecht dat de GKN het gesprek weigerde? Dalfsen heeft als zelfstandige kerk het contact met
de GKN gezocht en wilde het gesprek voortzetten. De 'onmin' tussen GKN en DGK kan toch geen
legitieme reden zijn contacten tussen Dalfsen en GKN maar op te schorten? Alsof Dalfsen toen
aangesproken, laat staan verantwoordelijk gehouden kan worden voor uitspraken van DGK waarmee
geen kerkelijke relatie bestond. Naast het ontbreken van een deugdelijke argumentatie van de GKN
wordt het ook als onbroederlijk ervaren om het contact met Dalfsen op te schorten. Het oprecht
verlangen naar kerkelijke eenheid, met hen die willen staan op hetzelfde fundament, zou
doorslaggevend moeten zijn. Ook als de ander wellicht niet zo uitnodigend overkomt als men graag
zou willen. Het zou goed zijn als de GKN de hand zou uitsteken naar DGK om die (vermeende?)
onmogelijkheid eens te beproeven. En dat vanuit een houding zoals destijds, voor de vorming van het
voorlopig kerkverband van de GKN, zo warm verwoord is door ds. E. Hoogendoorn (Kampen-Ichthus):
“Laten we elkaar zoeken. Heel bescheiden, want wat zijn we zwak en hulpbehoevend. Heel
ootmoedig, want de kerkelijke situatie mag ons wel tot diepe ootmoed stemmen, naar God en
mensen toe. Maar laten we elkaar wel bewaren bij dat gezonde fundament. Daarop bouwen. Als
kleine kuddes die zich willen hergroeperen achter de grote herder van de schapen aan. (…) Laten
we voor ogen houden wat we altijd als gereformeerde kerken als roeping hebben gezien: samen
één kudde zijn. In, als God dat wil geven, een weer ge-re-for-meerd kerkverband. En dat met open
mind naar allen die de Here liefhebben naar zijn Woord en die dat Woord willen handhaven zoals
een gereformeerde kerk zich daartoe heeft verplicht in haar formulieren van eenheid.”
Prachtige woorden, die Dalfsen, gemeente en kerkenraad, van harte onderschrijft en als
uitgangspunt heeft voor haar handelen.
In de navolgende tijd heeft Dalfsen het verzoek om te spreken met de GKN herhaald. Uiteraard kon
niet voldaan worden aan hun voorwaarde om het contact met DGK te verbreken, omdat daar geen
wettige gronden voor waren. Dit heeft ertoe geleid dat de GKN voortzetting van gesprek met Dalfsen
tot op heden heeft opgeschort. Waar het contact tussen Dalfsen en DGK in 2010 nog geen
belemmering vormde voor de GKN heeft deze nu een voorwaarde toegevoegd. Helaas is dat de
balans die opgemaakt moet worden.
Appèl
De kerkenraad zag geen andere mogelijkheid dan te berusten in het opschorten door de GKN van het
gesprek met hem.. Maar niet zonder een dringend appèl te doen op de landelijk vergadering van de
GKN. Dit appèl ging gelijktijdig uit met het besluit van de kerkenraad om een relatie voor te stellen
aan DGK. Het is goed dit appèl nu te publiceren zodat een ieder daar kennis van kan nemen. Op 23
juni 2011 bracht Dalfsen het volgende appèl uit op de GKN:
“Het stemt ons blij en dankbaar dat de gesprekken met DGK positief zijn verlopen, zodat dit verzoek
(AV: voorstel naar eenwording) aan DGK gericht kon worden. Zo kan ons oecumenisch streven naar
eenheid met allen die staan op hetzelfde fundament van Schrift en belijdenis in eerste instantie in de
richting van DGK verder gestalte krijgen. Het is onze diepste wens en verlangen dat u zich met ons
kan verheugen op de opening die er naar DGK zijde is. Wij roepen u dan ook dringend op om met
ons dezelfde weg te gaan. Om met ons bereidheid te tonen naar elkaar toe te groeien. Om zo
dienstbaar te zijn aan het kerkvergaderend werk van onze Here Jezus Christus. Want het kan toch
niet anders dan dat het ook uw hartelijk verlangen is om eenheid te zoeken met allen die op
hetzelfde fundament staan. Er is immers een duidelijke Bijbelse roeping om te werken aan kerkelijke
eenheid (Efeziërs. 4:3,4; Kolossenzen. 3:15; Psalm. 133; Ezechiël. 34,37; Johannes.21;17). En, naar
de mens gesproken, kan dat ook een extra stimulans zijn voor allen die zich nu nog bevinden in het
kerkverband van de GKV en die niet meer mee kunnen met de dwaalwegen van dat kerkverband,
om ook kerkelijke stappen te gaan zetten.”
Het is de wens en bede van de broeders en zusters en de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk
(dolerend) te Dalfsen dat de HEERE de belemmeringen die er nu nog zijn, wegneemt. Want onze
harten gaan uit naar de broeders en zusters in de GKN!
Dalfsen op weg naar de ware oecumene (6)
Groeien in ware eenheid
“Als de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan.” (Ps. 127:1, HSV)
Vervolgstappen
Na de verdrietige ontwikkeling in de gemeente van Dalfsen waarin een groep van circa 25 leden zich
onttrokken heeft aan de kerk, is geprobeerd de samensprekingen met de GKN en DGK te hervatten.
In het vorige artikel hebben we gezien dat vanuit de GKN het contact is opgeschort. Zij wilde alleen
verder spreken als Dalfsen het contact met DGK zou beëindigen. Een onverantwoorde handelswijze
die niet of nauwelijks ruimte geeft aan dynamische bewegingen. Dankbaar kon worden vastgesteld
dat Dalfsen aan deze voorwaarde niet wilde voldoen. Of beter gezegd: niet mocht voldoen! Want er
waren geen wettige gronden om het contact met DGK te verbreken. Ja er zijn wel zorgen geuit
richting DGK maar er is niet vastgesteld dat deze kerken niet staan op het fundament van Schrift en
belijdenis. Ook niet, zoals wel door de GKN werd uitgesproken, dat deze kerken dwalende zijn. De
GKN stelde in de besprekingen namelijk dat DGK niet staat op het fundament van Schrift en
belijdenis. Volgens de GKN zouden kerk, ambt, Heilige Schrift, binding aan de belijdenis en
gereformeerde kerkregering in het geding zijn. Voor deze zaken heeft Dalfsen geen overtuigende
gronden gevonden (laat staan bewijzen) en deze zijn ook door de GKN niet geleverd. Daarom wilde
en mocht Dalfsen geen gehoor geven aan de voorwaarde van de GKN om het contact met DGK te
beëindigen.
Het verloop van de verdere besprekingen met DGK
Het vervolg van de gesprekken met DGK werd niet gevoerd door de commissie kerkelijke eenheid
(CKE). Deze commissie bestond alleen tijdens de synode van DGK Emmen 2009/2010. Het
vervolgcontact verliep nu met deze deputaten binnenlandse betrekkingen. Er zijn enkele gesprekken
geweest waarin, zoals we in dit artikel zullen zien, er een naar elkaar toegroeien op gang is gekomen.
In de eerste bespreking is uitvoerig gesproken over de taxatie van 2003 n.a.v. het synodebesluit van
DGK als antwoord op de vraag die Dalfsen daarover gesteld heeft. Omdat over dit punt al veel
geschreven is volstaan we met een korte samenvatting. Aangegeven is dat er ruimte is voor
taxatieverschillen van afscheidingsgronden, het moment en de wijze van reformatie van de kerk
waarbij er een wederzijdse herkenning is van de hand van de Here in de reformatie van de kerk.
Verder is gesproken over de roeping om te streven naar eenheid met alle gereformeerde belijders.
Vanuit DGK is ingebracht dat b.v. door Zwijndrecht voorwaarden vooraf worden gesteld voordat een
gesprek gevoerd kan worden met de GKN. Verder vindt DGK het ongeloofwaardig om gesprekken
aan te gaan met gemeenten die zich net van haar afgescheurd hebben. Maar ook werd uitgesproken
dat wanneer de enige voorwaarde Schrift en belijdenis is, er een opening is tot gesprek. Op de vraag
of DGK er moeite mee zou hebben als Dalfsen spreekt met de GKN werd ontkennend geantwoord.
De DGK heeft daar dus geen problemen mee. Wat een verschil met de GKN die het niet spreken met
DGK als voorwaarde hanteert om met Dalfsen vervolggesprekken aan te gaan.
Groeien in ware eenheid
Nadat het verloop van de bespreking binnen de kerkenraad en gemeente geëvalueerd is, werd
allereerst vastgesteld dat de besprekingen tot dusver in goede sfeer verlopen zijn. De kerkenraad
heeft dan ook vastgesteld dat er geen principiële blokkades liggen om verdere toenadering te zoeken
tot DGK. De wijze waarop dit gestalte kan krijgen is in meerdere besprekingen met deputaten van
DGK belicht. Samen met hen zijn de mogelijke opties nagegaan en uitvoerig doorgesproken. De
besprekingen zijn wederzijds gevoerd in de overtuiging dat Christus ons roept tot vereniging in één
kerkverband. De noodzaak om hier zo spoedig mogelijk naar toe werken werd van beide zijden
onderkend.
Tegelijk kwamen aantal praktische moeiten aan het licht. DGK heeft na 2003 intussen drie synodes
gehouden en startte de vierde in november 2011. De acta van deze synoden zijn door Dalfsen nog
niet officieel getoetst. Verder acht Dalfsen zich gebonden aan de besluiten van twee GKV synoden
voor zover daar bij hun vrijmaking niet afstand van gedaan is. Het toetsen van de drie acta van DGK
en het beoordelen van wat gedaan dient te worden met de besluiten van de GKV zal nog tijd vergen.
Rechtstreekse stappen om te komen tot eenwording zouden dan nog een bepaalde tijd in beslag
kunnen nemen.
Daarnaast is er het punt van tijdsverschil. De kerken kennen hun eigen geschiedenis sinds 2003. In
een vergadering van kerkenraad met gemeente is vastgesteld dat het volledig naar elkaar toegroeien
tijd vergt. Er is onder andere gewezen op verschil in klimaat tussen DGK en Dalfsen waar niet maar
luchthartig overheen gestapt kon worden. Binnen DGK hebben zich breuken voltrokken. Dat roept
vragen op. Maar ook Dalfsen is gescheurd. Het vraagt tijd om te komen tot een volledige kerkelijke
vereniging.
Maar tegelijk bracht dit de vraag met zich mee of er wel langer gewacht mocht worden. Want
wanneer er wederzijds een herkenning is van kerken van Christus, mogen dan de hiervoor
beschreven praktische punten en pastorale aspecten een eenheid langer in de weg staan? Op dit
punt kon het uiteindelijk nog niet komen tot volledige eenstemmigheid met deputaten van DGK. Zij
waren van mening dat Dalfsen de tijd moest nemen om zo tenslotte in één keer een volledige
kerkelijke vereniging tot stand te brengen. Dalfsen daarentegen stond in de overtuiging dat niet goed
is langer te wachten. Daarom is een voorstel gedaan waarin zowel voldaan werd aan de roeping om
één te zijn en waarin ook rekening werd gehouden met de hiervoor genoemde punten.
Een zusterkerkrelatie
Intussen heeft Dalfsen aan de synode van DGK een voorstel ingediend om te komen tot een
zusterkerkrelatie naar analogie van art. 47 van de kerkorde. Hierbij is vermeld dat zo’n
‘binnenlandse’ zusterkerkrelatie dient als overbruggingsperiode naar een volledige kerkverbandelijke
eenheid. Op deze wijze zou dan op een verantwoorde manier, zoveel als mogelijk, kerkelijke
gemeenschap geoefend kunnen worden. En met dit kerkelijk samenleven wordt niet gedacht aan een
‘vrijblijvend’ samenleven. Maar aan een samenleven zoals zusterkerken wereldwijd met elkaar doen.
In artikel 47 van de KO is bepaald dat met kerken in het buitenland, zoveel als mogelijk, kerkelijke
gemeenschap geoefend zal worden. Maar ook dat op onderschikte punten van kerkorde en kerkelijke
praktijk kerken elkaar niet zullen veroordelen. En naar analogie van dit artikel zou nu gewerkt kunnen
worden met een ‘binnenlandse’ zusterkerkrelatie. Als leidraad is hiervoor genomen de regeling zoals
vastgesteld door de generale synode van Leeuwarden 1990.
Verschillen
Terecht kan de vraag gesteld worden wat nu het verschil is met een directe vereniging met het
kerkverband van DGK. Welnu deze verschillen zijn er wel degelijk. Zo zien zusterkerken wel op elkaar
toe maar zijn zij niet direct gebonden aan uitspraken van de wederzijdse (meerdere) vergaderingen.
Art. 31 KO functioneert dus niet rechtstreeks tussen twee zusterkerken. Onlosmakelijk hiermee
verbonden is de wijze van afvaardiging naar de wederzijdse vergaderingen. Binnen een kerkverband
worden afgevaardigden van een gemeente met een credentiebrief naar de classis gezonden. Dit
houdt in dat zij meebeslissen namens de zendende kerk en dat de kerken gebonden zijn aan de
gedane uitspraken (art. 31 KO). Binnen een zusterkerkrelatie is dit niet mogelijk. Er kunnen over en
weer wel afgevaardigden gezonden worden maar deze afgevaardigden hebben geen beslissende
stem. Zij kunnen wel optreden als adviseurs van de kerkelijke vergadering. Zo kunnen zij ook toezien
of de zusterkerk in de kerkelijke praktijk blijft bij Schrift en belijdenis.
Eén
Het voert te ver om hier, aan het slot van deze reeks, uitvoerige beschouwingen vanuit Schrift en
belijdenis te houden over de voorgestelde zusterkerkrelatie. Het valt ook buiten het beoogde doel
van deze serie. Vanuit de kerkorde zou ook e.e.a. te zeggen zijn. Volstaan wordt met de opmerking
dat in het slotartikel van de KO (art. 84) is bepaald dat wanneer het in het belang van de kerken is de
kerkorde door de synode aangepast, aangevuld of verminderd mag worden. Ook is de synode
bevoegd om (tijdelijke) bepalingen op te nemen en uit te voeren.
Verder zou er veel te zeggen zijn over de eenheid in Woord en Geest door het ware geloof (Art. 27
NGB en HC Zondag 21). Want dat is het kenmerk van ware eenheid. Daarop rusten ook de
zusterkerkrelaties met buitenlandse kerken. Ook art. 28 NGB mag niet buiten beschouwing gelaten
worden. Geldt het ‘zich voegen bij en verenigen met’ de ware kerk door ware gelovigen (art. 28 NGB)
ook niet onverkort voor zelfstandige kerken? Deze geloofsbelijdenis heeft ons, naast de roeping van
gelovigen, veel te zeggen over kerkelijke eenheid. Hier wordt nu volstaan met de opmerking dat
zelfstandige kerken niet zomaar één op één vergeleken kunnen worden met individuele gelovigen.
Inclusief het naar analogie daarvan doortrekken van de roeping om zich bij de ware kerk te voegen.
Voor zelfstandige kerken (of verbanden) kan soms een andere weg nodig of zelfs gewezen zijn om de
ware eenheid te ontvangen. Het wonder van de negentiende eeuw (Vereniging 1892) getuigt
daarvan.
Christus vergadert zijn kerk. Dit betekent dat Zijn werk nog niet is voltooid maar nog volop in
beweging is. Er is volop dynamiek in Zijn werk. Zijn bouwwerk is nog niet afgerond. Daarom mag een
kerk bijvoorbeeld ook niet berusten in het onderhouden van twee buitenlandse zusterkerkrelaties in
één land. Toch schept de regeling van Leeuwarden 1990 hier ruimte voor. Ruimte omdat hiermee
terecht oog is voor dynamische kerkgroei. Tegelijk mag daarin niet berust worden. Het zal blijvend
onderwerp van gesprek moeten zijn. Zo mogen ook Dalfsen en DGK niet berusten in een
zusterkerkrelatie zonder uitzicht op kerkverbandelijke eenheid. Samen hier afspraken over maken
hoe en eventueel wanneer er volledige vereniging plaatsvindt is voor deze binnenlandse situatie een
‘must’.
In dit alles zal geluisterd moeten worden naar de roepstem van de Herder die bezig is zijn schapen
bijeen te vergaderen in één kudde. Om zo samen verder te bouwen op het fundament waarop, als de
HEERE het wil geven, het levende bouwwerk verder opgetrokken wordt van het lichaam van Christus
in een mettertijd volledig samenvloeien van de Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de
Gereformeerde Kerk (dolerend) te Dalfsen.
Vertrouwen
Het beoogde doel van een zusterkerkrelatie is om op een voor de HEERE te verantwoorden wijze
recht te doen aan de huidige kerkelijke situatie. Een tijdelijke situatie waarin, met wederzijdse hulp,
gewerkt zal worden aan een volledige kerkelijke vereniging. Dit voorstel heeft Dalfsen gedaan in het
volle vertrouwen dat de gemeenschappelijke basis, welke in de bespreking met DGK vastgesteld is,
voldoende breed is om een volledige kerkverbandelijke eenheid op te funderen. Maar alleen met Zijn
zegen zal ons werk iets kunnen betekenen.
“Als de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan.” (Ps. 127:1, HSV) “Dus is
dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien.” (1 Kor. 3:7, HSV)
Laatst aangepast op woensdag 02 mei 2012 14:18  

Nieuws

Een nieuwe website uit GKv over bezinning vrouw en ambt

Gisteravond is de site online gegaan inzake de bezinning die achter de schermen gaande is rond MV en ambt. Deze site is opgericht door een aantal predikanten, een zuster en een broeder uit de... [More...]

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]