Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Archief Broeder weg - Lourens Heres L. Heres - De kerk (referaat gehouden voor De Vijfhoek)

L. Heres - De kerk (referaat gehouden voor De Vijfhoek)

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

De Kerk.


Hoe Christus zich een gemeente vergadert van af het begin van de
wereld tot aan het einde.

Voorzitter bedankt.
Ik heb even nagedacht over hoe ik u vanavond aan zou spreken. Dat vind ik altijd één van de
lastigste dingen als je bijvoorbeeld een verhaal houdt of een brief schrijft. Hoe begin je? Ik
dacht: het gaat over de kerk. Dan is ‘broeders en zusters’ misschien wel passend.
Dat is eigenlijk best een mooie openingszin nietwaar? Maar het is toch ook wel een hele
pijnlijke openingszin.
De voorzitter van De Vijfhoek, die mij gevraagd heeft om vanavond te spreken, heeft mij een
beetje voorbereid: er zal een heel wisselend publiek in de zaal zitten. GKv-ers, hersteld
gereformeerden, hersteld gereformeerden buiten verband, misschien zelfs hersteld
hervormden.
Dat zijn al vier verschillende kerken. Onderling gescheiden. Terwijl we allemaal in onze
belijdenis hebben staan, dat er maar één kerk is en maar één Here Jezus Christus. En daarom
voel ik vanavond wel pijn als ik u mag aanspreken met die mooie woorden ‘broeders en
zusters’.
Laten we één ding maar heel duidelijk voorop stellen dan. Zoals wij hier vanavond bij elkaar
zitten, moeten we ons eerst verootmoedigen. Onze zonde komt, vanavond als we het gaan
hebben over de kerk, pijnlijk en zichtbaar aan het licht.
Ja, dat is ook direct de nood waarin wij verkeren. Velen van ons zien dat de gereformeerde
kerken (vrijgemaakt) afdwalen van het Woord van God. Maar op het punt van de kerk weten
we elkaar niet te vinden. Ik denk dat we moeten constateren dat ons denken over de kerk
onderling verschilt. Daarom denk ik, dat het helemaal terecht is, dat De Vijfhoek zich nu wil
bezinnen op dat onderwerp: de kerk. Niet dat ik vanavond de oplossing moet geven. Die
gedachte zou volslagen onterecht en ook hoogmoedig zijn.
En toch hebben we als het goed is één ding gemeenschappelijk. We willen weer terug naar dat
Woord. Want dat is reformatie toch eigenlijk. Maar als het waar is, dat wij dit gezamenlijk
hebben dat we echt terug willen naar het Woord van God, dan is er ook hoop dat we elkaar
weer vinden. Maar daarom moeten we eerst weer samen luisteren naar de Bijbel. Eerst de
Here laten spreken. Ik wil u vanavond uitnodigen om mee te denken over dat prachtige
belijdenisstuk: de kerk. Wat is de kerk? En juist als we het hebben over de kerk, dan beseffen
we dat we bij het bijbellezen altijd in het gezelschap zijn van anderen. Van de kerk van alle
tijden. We zijn niet de eersten en ook niet de enigen die de Bijbel lezen. Vanavond wil ik
samen met u naar de Bijbel luisteren. En ook samen met onze voorgangers, die ook nu nog in
de hemel met ons meeleven. De opstellers van onze belijdenis bijvoorbeeld en al die
gelovigen, die hetzelfde beleden hebben tijdens hun leven op aarde.
Wat ik vanavond met u wil doen is dit. Ik wil met u kijken hoe Christus bezig is in het
vergaderen van Zijn kerk. We zullen Hem volgen door de tijd heen. Van het begin tot… het
eind. Daarbij wil ik steeds speciaal op twee hoofdgedachten letten. Twee onopgeefbare
overtuigingen voor wie op een gereformeerde manier over de kerk wil spreken. De eerste is:
het Woord is het begin van de kerk. Op een andere manier gezegd: de kerk is er door het
Woord. De tweede overtuiging is: de kerk heeft maar één Hoofd en dat is Christus. Daarna
wil ik een voorzet geven voor een gesprek over de toepassing van deze belijdenis in onze
verdeelde situatie.
Voordat ik daar iets over ga zeggen, eerst even een andere vraag. We hebben het wel steeds
over ‘de kerk’. Maar wat bedoelen we daar nu steeds mee? Zou daar ook een goed synoniem
voor gegeven kunnen worden? Laten we daarvoor maar gewoon in onze belijdenis kijken.
Eerst maar eens naar de oudste: de Apostolische geloofsbelijdenis. Ik geloof een heilige,
algemene, christelijke kerk,… de gemeenschap der heiligen. De kerk is de gemeenschap der
heiligen. De Heidelbergse Catechismus legt die Apostolische geloofsbelijdenis uit. En die
heeft het over een gemeente. Ik geloof dat ik van deze gemeente een levend lid ben en eeuwig
zal blijven. De kerk is dus een gemeenschap waar je deel van kunt uitmaken. Je kunt er lid
van zijn. Een levend of heilig lid zelfs. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt in artikel 27:
‘Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een… heilige vergadering
van de ware gelovigen. Een heilige vergadering van ware gelovigen. Dat is hetzelfde in
andere woorden: allemaal gelovigen ineen. En die gemeenschap is heilig.
Als we het woordje heilig zien staan, dan moeten we altijd aan God denken. God is Zelf
heilig. En alles wat op aarde heilig is, dat hoort ook bij God. Maar vanaf de zondeval is er nog
iets waar we aan denken bij het woordje ‘heilig’. Vanaf de zondeval heeft Satan zijn
tegenoffensief ingezet. Hij wil terrein veroveren op God. En hij wil vooral mensen veroveren
op God. En dat lukt hem ook. Soms lijkt de kerk steeds kleiner te worden en het rijk van Satan
alsmaar groter. Maar als het woordje ‘heilig’ dan ergens staat, dan betekent dat dus ook: dat
hoort niet meer bij Satan. Het is afgezonderd van hem en afgezonderd van de wereld die
onder de macht van Satan staat.
De kerk is dus een gemeenschap van gelovigen, die aan God is toegewijd. Ze hoort bij God.
Ze is van God. En niet meer van Satan.
Maar hoe kan dat toch zo? Dat er in deze wereld een heilige gemeenschap is? Hoe is die er
eigenlijk gekomen?
Waren er in deze wereld, tussen al die mensen die maar wat voor zichzelf leven en zich niet
aan God of Zijn geboden storen, - waren er in deze wereld soms mensen die zich daar niet bij
thuis voelden? Omdat ze minder egocentrisch waren? Of omdat ze God wél liefhadden of
omdat ze wel gehoorzaam waren aan Zijn geboden? En is zo misschien de kerk gevormd?
Het zou niet best zijn. Als dat waar was, dan was er waarschijnlijk helemaal nergens meer een
kerk geweest. Gelovigen zijn immers even zondig als ieder ander?
Het is zelfs niet zo, dat het is begonnen na Pinksteren. Dat wordt wel eens gedacht. In
bepaalde evangelische kringen bijvoorbeeld. Dat de mensen toen zo onder de indruk waren
van Jezus. De man die gepreekt had in de straten en die het koninkrijk van Gods liefde zou
vestigen, die Zichzelf gaf aan het kruis, omdat Hij alle mensen lief zou hebben. En de mensen
die Zijn liefde beantwoordden met hun wederliefde, die zouden dan de gemeente van de Here
Jezus gesticht hebben.
We lezen wel wat anders in de evangeliën. Ja, de mensen waren best een tijdje onder de
indruk van de preken van Jezus. Maar toen Hij de mensen op de consequenties begon te
wijzen, toen werd het gauw anders. De ene keer willen ze Hem als één man een ravijn
ingooien. Een andere keer loopt iedereen bij Hem vandaan. Zodat de Here aan de
overgebleven discipelen moet vragen: willen jullie soms ook niet weggaan? En toen de Here
Jezus aan het kruis hing… toen was er echt niemand die Hem bewonderde. Ook de vrouwen
niet, die bij het kruis stonden te huilen. Ze waren wellicht teleurgesteld in Hem. De zin van
het lijden ontging hen. Ook zij beseften niet dat het voor hen nodig was dat Jezus dit offer
bracht.
En toen de Here was opgestaan, waren ze toen enthousiast? Jezus opgestaan? Ze hadden nog
nooit zulke onzin gehoord. En dat waren de apostelen, fundament van de nieuwtestamentische
kerk!
Dat is wel iets om even iets langer bij stil te staan. Jezus trekt door Israël. Gaandeweg tekent
zich een scheiding af. Binnen het volk. Ik zei zo-even al dat in eerste instantie veel mensen
Hem volgen. Groot enthousiasme. Bij de intocht in Jeruzalem nog. Een luid geroep: Hosanna,
Hij die komt in de naam van de Here! Maar als het erop aan komt, dan haken veel mensen af.
Hij moet niet aan hun leven komen en ook niet aan hun trots. En des te dichter het moment
nadert, dat Jezus Zijn bloed zal geven voor Zijn kerk… des te meer mensen haken af.
Het laatste avondmaal. Eén van Zijn leerlingen die altijd bij hen is geweest, staat op om Hem
te verraden. En als Jezus gearresteerd wordt, laat de één na de ander Hem in de steek. Als het
erop aan komt. Behalve Petrus. Hij gaat, zij het stiekem, nog achter het arrestatieteam aan.
Maar als het hem voor de derde keer op de man af gevraagd wordt: hoor jij nu eigenlijk ook
bij Hem? Bij Jezus? Dan vloekt hij en verzekert de omstanders: ik zou niet weten wie het is!
En vlak voor het moment waarop Jezus gekruisigd zal worden, staat Hij voor Pilatus. Dan
schreeuwt het hele volk uit één mond: Kruisig hem, weg ermee! Hoe lang was het geleden dat
ze nog ‘Hosanna’ zongen? En als wij daar hadden gestaan, hadden wij ook meegeschreeuwd.
Niemand hoeft Jezus Christus als Koning. Iedereen heeft Hem in de steek gelaten als Jezus
Zijn bloed stort… voor de zijnen. Als Hij de prijs betaalt voor Zijn kerk, die Hij zo graag wil
behouden. Als er iets als een paal boven water staat, dan is het wel dat de kerk er niet is
vanwege de gehoorzaamheid van mensen. Op de vraag ‘hoe kan het nu dat er een kerk is?’ is
maar één antwoord mogelijk: Christus heeft de kerk gekocht. Omdat Hij haar zo
onuitsprekelijk lief heeft. En Hij beschermt haar. Christus, het Woord dat vlees geworden is.
Hij was er al in het begin. Daar moeten we dus naartoe. Want daar ligt ook het begin van de
kerk. De kerk is er immers geweest vanaf het begin van de wereld?
We gaan dat dan maar even doen. Naar het begin van Genesis. De eerste die we tegenkomen
is de Here Zelf. Hij is er altijd al. De Geest van God zweefde over de vloed. En dan staat er:
‘en God zei’. De Here gaat spreken! Hij spreekt en het komt er. De eerste hoofdstukken van
de Bijbel laten ons een enorme kracht zien. Het Woord van God is aan het werk.
In artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden wij dat Christus een eeuwig
Koning is, die niet zonder onderdanen kan zijn. Nou, in Genesis 1 wordt ons verteld hoe Hij
zijn koninkrijk vestigt. Hij maakt de hemel: Zijn troon. En de aarde: de voetbank voor zijn
voeten. Alles voorafgegaan door het spreken van God. Dat Woord brengt planten en dieren
voort. En als kroon op de Schepping de mens. Maar de oorsprong van de mens is het Woord
van God: En God zei: laat Ons mensen maken. En dan zijn daar de eerste onderdanen van
Christus. De kerk, door het Woord in het leven geroepen.
De mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Die mens moet de Koning van hemel en
aarde vertegenwoordigen. De mens: tegelijk onderkoning en onderdaan. Het aspect van het
vertegenwoordigen is wel even belangrijk. De mens vertegenwoordigt God op aarde. De ene
God. De taak van de kerk is dus ook: de ene God vertegenwoordigen op aarde. Daarom moet
de kerk die eenheid ook weerspiegelen. Als pijler. Aanplakzuil van de waarheid.
Maar dan verschijnt de Satan op het toneel. Hij steekt God naar de kroon. Hij is de vader van
de leugen. De meester in het verdraaien van Gods Woord en de tegenstander van het Woord.
Hij wil niets anders dan het Woord en wat het Woord heeft voortgebracht ongedaan maken.
Eigenlijk zegt hij tegen de vrouw: God Koning en jullie onderdanen? Dat kun je toch zelf
wel? En daar gaat de mens. Hij werpt het koningschap van Christus van zich af. En… sluit
zich aan bij Satan.
Dan is er geen kerk meer. Christus zonder onderdanen. Gods werk vernield. En dat is wel te
zien ook. Als ze het geluid van de HERE God horen, maken ze zich uit de voeten. Bij Hem
vandaan. En dan gaat de Here weer spreken. Hij roept de mens bij Zich: waar ben je? Bij de
duivel gaan God en mens uit elkaar. God zorgt door Zijn Woord dat ze bij elkaar komen.
Dan gaat de Here toch wel vloekwoorden uitspreken. Maar Hij begint bij de duivel. Vóórdat
Hij de vloek over Adam en Eva uitspreekt, maakt Hij eerst vijandschap tussen Satan en de
mens. Weer het Woord van God: ‘Ik zal vijandschap zetten’. Niet tussen God en de mens.
Maar tussen Satan en de mens. Met dit Woord heeft de Here Zelf de kerk hersteld. De mens
liep bij Hem vandaan! Maar God zet hem, geheel op Gods eigen initiatief, weer terug op zijn
plaats als Gods onderdaan. Dat is belangrijk om te onthouden: God sticht de kerk, op het
moment dat de kerkmensen de kerk verlaten. Dat is Gods onuitsprekelijke liefde voor de kerk.
Gods Woord is dus het begin van de kerk. Maar tegelijk ook de voortzetting van de kerk.
Want God sprak over het zaad van de vrouw, dat de kop van de slang zou vermorzelen. En
over de hiel van het vrouwenzaad. Die zou vermorzeld worden door de slang.
En als de Here iets zegt, dan gebeurt dat ook altijd. Zo ging het ook met dit Woord. Vanaf dat
moment heeft de Satan niet opgehouden om de kerk in de hielen te bijten. Want hij wil
natuurlijk niets anders dan juist de vijandschap tussen de kerk en Satan weer ongedaan
maken. Want als die vijandschap, die antithese ongedaan gemaakt wordt, dan wordt de kerk
ongedaan gemaakt.
En dan probeert hij overal vijandschap te zetten. Niet tussen hem en de mens. Maar tussen
mensen onderling. Hij drijft ze uit elkaar. Hij begint direct. Met Kaïn en Abel. Vijandschap
tussen broeders. En wat heeft hij een succes. Het is te lezen in Genesis 4 en 5. De mens trekt
gescheiden op. De nakomelingen van Kaïn. Ze zijn vol van zichzelf. Dat is de andere
antithese die de Satan stelt. De antithese tussen God en mens. Niet Gods naam wordt
aangeroepen, maar die van de mens zelf. En de nakomelingen van Kaïn staan tegenover die
andere groep. De nakomelingen van Set. Zij roepen de naam van de HERE wel aan.
Het is sindsdien niet anders geworden. De Here zonderde Israël af van de andere volken. Als
een heilig volk. Omdat er vijandschap was tussen het zaad van de slang en het zaad van de
vrouw. En omdat de andere volken de Here niet dienden. Maar… niet omdat Gods volk de
Here nu zo trouw diende. Want waarom heeft God Abraham eigenlijk uit Ur laten trekken?
Omdat zijn familie nog zo trouw was? Nou, dat lag nog wel even anders. Luister maar wat
Jozua tegen het volk zegt als de Israëlieten Kanaän bijna hebben veroverd: – en dat staat in
Jozua 24: 2 en verder – Uw voorvaderen, Terach de vader van Abraham en Nachor, die
woonden vroeger aan de overkant van de rivier. En zij hebben andere goden gediend…. Maar
de HERE nam uw vader Abraham en leidde hem door Kanaän en maakte hem talrijk en
schonk hem Isaäk.
Het was helemaal alleen aan de HERE te danken dat daar nog een kerk overbleef. En dat
vanwege het Woord van de Here. Hij had immers vijandschap gezet tussen slangenzaad en
vrouwenzaad? En Hij had aan Sem een zegen meegegeven. Daarom werd de kerk voortgezet.
En als het volk dan het land Kanaän binnengaat, geeft de Here Zijn wet. In het Woord van
Zijn wet geeft Hij de normen waarmee de kerk kerk kan blijven. Daarin zegt Hij: geen
vermenging met de andere volken. Zij zouden u immers verleiden om andere goden te gaan
dienen? Antithese. Zodat de kerk voortgezet kan worden. Daarom heeft Satan steeds die
antithese aangevallen. Steeds heeft hij geprobeerd om de antithese te verleggen. En daarvoor
gebruikt hij de leugen. En die leugen is meestal niet een keiharde ontkenning van Gods
Woord. Maar hij maakt er misbruik van. En dan verdraait hij het net een beetje. Hij zal niet
gauw zeggen dat de wetten van de Here niet deugen. Maar ze zijn wel een beetje moeilijk. Te
moeilijk eigenlijk. Ze zijn eigenlijk ook niet helemaal van deze tijd. Waarom zou je altijd zo
afzijdig moeten staan tegenover de wereld, de godsdienst van de andere volken? En dan ging
het volk de Baäls dienen. En de Astartes. Mensen gingen denken dat de godsdienst van de
andere volken best wel te combineren viel met de dienst aan de HERE.
De HERE gaf de wet, omdat Hij het over hen te zeggen had. Ik ben uw God. Het enige Hoofd.
Zo was de eenheid van de kerk gegarandeerd. Het was dus ook niet de bedoeling dat ieder
voor zich ging regeren. Hij stelde ook opzieners en rechters aan, die recht konden spreken. Zo
was dat geregeld. Voor als er onenigheden en twisten zouden zijn.
Toen het volk in de tijd van Samuël een koning wilde hebben, terwijl de HERE toch hun
enige Koning was, zie de Here er heel duidelijk bij: ‘de koning mag zich niet verheffen boven
zijn broeders en hij moet zijn hele leven de wet van de Here bij zich hebben.’ De Here blijft
de enige Koning. Maar uiteindelijk stelden al die koningen zwaar teleur. Eerst Saul. Later
David, Salomo en alle andere koningen. Ze waren er maar al te vaak op uit om zelf op de
troon van de Koning van hemel en aarde te gaan zitten. Zulke koningen zijn een gevaar voor
de eenheid van Gods volk.
Koning Jerobeam is daar een duidelijk voorbeeld van. Jerobeam richtte een eredienst in in
Dan en Betel. Om te voorkomen dat de mensen naar Jeruzalem zouden gaan. Hij was bang dat
hij zijn onderdanen zou verliezen aan Rechabeam, de koning van het tweestammenrijk. Hij
had dus niet de eenheid van de kerk op het oog, maar hij hield de verdeeldheid van Israël in
stand. Terwijl God het toch uitdrukkelijk had laten weten, dat er maar één plaats zou zijn waar
die eredienst gehouden zou worden. Omdat er maar één God is en ook maar één volk van
God.
Jerobeam maakte ook gouden kalveren. Naar het voorbeeld van de andere volken. Zo konden
ze toch mooi alsnog de HERE dienen? Maar op die manier werd de antithese vervaagd en
verloor het volk haar heiligheid. Het voortbestaan van de kerk kwam zo op het spel te staan.
De tijd van Achab was wel een dieptepunt. Nog nooit was er zo’n goddeloze koning geweest,
staat er in de Bijbel. Hij wandelde in de zonden van Jerobeam. Maar dat was nog het minst
erge. Israël was helemaal toegewijd aan de Baäl. Aan de afgod. In zulke tijden komt de vraag
wel heel sterk op: waar is de kerk gebleven? De kenmerken van de kerk waren immers
helemaal verdwenen?
Dan laat de Here zien dat Zijn Woord niet gebonden is aan die ambtsdragers en zelfs niet aan
dat volk. Hij roept de profeet Elia als verkondiger van Zijn Woord. En dan gaat hij buiten
Israël. Naar Sarefat dat bij Sidon hoort. God kiest Zelf waar Hij Zijn onderdanen roept. Een
ernstige waarschuwing voor Israël. Daarmee zegt de Here: Ik kan hier ook stoppen met Mijn
kerkvergaderende werk. En dan ga Ik op een andere plaats verder.
Maar dan blijken er toch nog zevenduizend mensen te zijn die hun knieën niet voor de Baäl
gebogen hebben. De kerk is er toch nog wel. De Here blijft trouw aan het vrouwenzaad. Want
Hij heeft Zich aan hen verbonden door Zijn belofte. Te beginnen bij die eerste belofte, de
moederbelofte. Ik zal vijandschap zetten tussen vrouwenzaad en slangenzaad.
Maar wat was het nodig dat de Messias kwam. Dat volk, waar God Zich aan verbonden had,
dat bleef maar afwijken van Hem. Het bleef maar aansluiting zoeken bij het slangenzaad. Zo
kon de kerk niet blijven voortbestaan. Het moest zelfs zover komen, dat de Here Zelf bijna de
kerk heeft opgeheven. De profeten Hosea en Jeremia moesten dat doorgeven. Hosea moest
zijn kind de naam Lo Ammi geven: dit is mijn volk niet meer. Jeremia moest zelfs tegen het
volk zeggen: loop maar over naar Babel. Dat was een confronterend bevel. Het leek alsof hij
zei: hef de antithese maar op! De kerk is opgedoekt.
Gelukkig was dat niet het geval. De antithese moest niet worden opgeheven. Het was niet de
bedoeling dat de Israëlieten daar in Babel maar mee moesten doen met het dienen van de
Babylonische afgoden. Jesaja en Jeremia zeggen ook: Ga daar weg! Raak het onreine niet aan!
Maar wel werd toen duidelijk dat het hele volk gestraft werd. Het waren juist degenen die de
Here wilde behouden, die naar Babel gedeporteerd werden. Maar dan hadden ook zij, die de
voortzetting waren van de kerk, die straf verdiend. De voortzetting van de kerk was in ieder
geval niet afhankelijk van mensen.
Maar toen de Messias kwam, heeft Hij de verzoekingen van Satan weerstaan. Want die
probeerde het weer, juist bij Christus, het vrouwenzaad: ‘er staat toch zeker in de Bijbel,
dat…’. Maar Christus heeft die verdraaiing van de Bijbel ontmaskerd en Hij is echt
gehoorzaam geweest. Tot in de dood. Aan het kruis. Toen heeft Hij de kerk gekocht met Zijn
bloed. Toen iedereen aanstoot aan Hem nam. Maar toen Zijn volk ook Hem verwierp, heeft
Hij Zijn kerkvergaderende werk pas echt op een andere plaats voortgezet. Elia had al laten
zien dat dat kon gaan gebeuren. Maar ook toen betekende dat niet dat God ontrouw werd aan
Zijn Woord. Een deel van de Joden werd gered en de heidenen mochten nu in de beloften aan
Israël delen. Dat zegt Petrus op de Pinksterdag: voor u is de belofte en voor allen die ver weg
zijn.
In het boek Handelingen wordt heel duidelijk hoe Christus Zijn kerk blijft vergaderen. De
kerk is de gemeente, het volk van God. Het volk, waaraan Hij Zijn belofte had gegeven. Israël.
Daar blijft Hij trouw aan. Niet aan Israël als staat. Hij gaat immers buiten Israël verder? Ook
niet aan het sanhedrin, de kerkenraad in die tijd. Maar wel aan het volk. De heidenen mogen
bij dat volk horen. Dus ook niet aan alle individuele Joden. God heeft Zijn belofte gegeven
aan Zijn gemeente als geheel. Wie zich niet aan de ene Koning van de kerk, Jezus Christus,
onderwerpt, komt aan de andere kan van de antithese te staan. En valt dus buiten de kerk.
Als wij nadenken over de kerk is het belangrijk om de kerk als een eenheid te zien. Eén
gemeente met één Koning. Die gemeente moet Christus op aarde vertegenwoordigen. Als een
pijler, een aanplakzuil, van de waarheid. Dat is een hele verantwoordelijkheid. Het is wat, dat
Christus de bediening van de verzoening aan de kerk heeft toevertrouwd. Hij heeft dat gedaan
toen Petrus zijn belijdenis aflegde: U bent de Christus, de Zoon van de levende God. Toen zei
Jezus: op deze petra zal ik mijn gemeente bouwen. En: ik geef u de sleutels van het koninkrijk
van de hemelen in handen. Wat u op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel en wat u op
aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemelen. En na Zijn opstanding zegt Jezus tegen de
apostelen: wie u de zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden en wie u ze toerekent, die
zijn ze toegerekend. De bediening van de verzoening. Toevertrouwd aan… ja, aan wie
eigenlijk?
Aan Petrus persoonlijk? Ik zou haast zeggen: gelukkig niet! Want nog geen moment later
moet Jezus tegen dezelfde Petrus zeggen: ga weg, achter Mij, Satan. Het gaat niet om de
persoon Petrus, maar om zijn belijdenis. Trouwens, Jezus geeft de bediening van de
verzoening na Zijn opstanding aan alle apostelen. Niet alleen aan Petrus. Maar omdat Petrus
de eerste is die Jezus belijdt als de Christus, noemt Jezus hem petra.
Is de bediening van de verzoening dan toevertrouwd aan de ambten? Aan de apostelen als de
leiders van de kerk? En hebben die deze bediening weer overgedragen aan de volgende
generatie ambtsdragers? Dat is wat Rome ervan gemaakt heeft. Apostolische successie,
noemen ze dat. We moeten er goed op letten, dat Jezus spreekt over zijn gemeente. Van die
gemeente zijn de apostelen het fundament. Niet de apostelen zelf, maar hun leer. Je ziet het
dan ook gebeuren in de Roomse kerk, dat de gemeente uit elkaar getrokken wordt. De
gemeente wordt verdeeld in clerus, de geestelijken, en leken, de gewone leden. In principe
ziet Rome alleen de clerus als de eigenlijke kerk. De leken horen er wel bij, maar daar gaat het
toch niet om. Ze hangen er als het ware als los zand aan.
Nu zou u ook nog kunnen denken, dat de bediening van de verzoening is toevertrouwd aan
ieder van ons persoonlijk. Ook dat is een misvatting. Dan zou je kunnen denken dat je de kerk
niet meer nodig hebt. Iedereen heeft toch het Woord? Iedereen heeft toch de Heilige Geest?
Ambtsdragers hebben dan ook weinig nut meer. Maar ook dan moeten we er weer op letten,
dat Jezus spreekt over zijn gemeente. Christus spreekt niet in de eerste plaats individuen aan,
maar de totale gemeente. En Hij heeft wel ambtsdragers aangesteld. Christus regeert Zijn
kerk door hen. Daarom ligt bij hen de eerste verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de
bediening die Christus aan de gemeente gegeven heeft. Dat mag niet iedereen op eigen houtje
doen.
De kerk heeft in de geschiedenis steeds tussen deze twee vuren gezeten. Aan de ene kant de
neiging tot hiërarchie en aan de andere kant de neiging tot independentisme. Aan de ene kant
heerschappij van de ambtelijke personen en aan de andere kant heerschappij van individuen.
Heerschappij die de heerschappij van Christus wil vervangen. Het lijken twee uitersten. Maar
dat zijn ze niet. Er is juist heel veel overeenkomst. Het heeft beide te maken met een
verkeerde gedachte over de gemeente. Beide standpunten zien de eenheid van de gemeente
niet. Ze verdelen de gemeente in ambtsdragers en kerkleden. Maar het ene standpunt legt het
accent bij de ambtsdragers. Ze denken dat de eigenlijke kerk gevormd wordt door de
ambtsdragers. De individuele gemeenteleden horen daar bij. En het andere standpunt legt het
accent bij de individuele gemeenteleden. Zij denken dat de eigenlijke kerk bestaat uit alle
gelovigen. Uiteindelijk kom je dan op de pluriformiteitsleer uit, die de ene concrete gemeente
niet meer ziet.
Het is nog steeds zoals in de wet staat: er is maar één God en maar één plaats waar Hij woont.
En daarom is er maar één eredienst, namelijk in de tempel. Maar nu, na Pinksteren is dat toch
veranderd. De nieuwtestamentische tempel is de gemeente. Die is verspreid over meerdere
plaatsen. We moeten nu aanbidden in Geest en in waarheid. Maar dat betekent nog steeds een
bevel tot eenheid. Want er is maar één Geest en maar één waarheid. We kunnen de Geest niet
verdelen over meerdere kerken.
Het gaat dus over één kerk, die voor iedereen zichtbaar is. De heidenen mochten deel
uitmaken van het volk dat de belofte van God had. Zo heeft Christus door Zijn Woord de kerk
voortgezet. Niet voor niets is het refrein in het boek Handelingen: en het Woord groeide.
Christus doet dat nog steeds. Vanaf de apostelen tot aan het eind van de tijd. Het is de
voortzetting van dat ene volk, onder de naam vrouwenzaad. En omdat Christus het
vrouwenzaad is, onder de naam kerk. Dat betekent: dat wat van de Here is. En ook: wat Hij
met zijn eigen bloed gekocht heeft. Daarom is die kerk steeds apart gezet van de rest van de
wereld. Maar Christus zorgde voor de voortzetting ervan. Eerst in Turkije en Griekenland.
Maar daar stopte het. Later ook in Noord Afrika. Ook daar is Hij gestopt. Hij is naar Europa
gegaan. Er zit dus beweging in het kerkvergaderende werk van Christus. Hij is vrij om op een
andere plaats verder te gaan. Maar Hij gaat verder met de voortzetting van het
kerkvergaderende werk, dat Hij aan het begin van de wereld is begonnen.
Kunt u zich voorstellen hoe veel moeite mensen als Luther en Calvijn gehad moeten hebben
met hun stap uit de Rooms-katholieke kerk? En ook Hendrik de Cock in zijn situatie? En
Schilder? En hun volgelingen? Want het is niet niets om dat te doen. Eigenlijk zeg je daarmee:
jullie zijn geen kerk meer en daarom willen we niet meer bij jullie horen. Maar waren zij
bevoegd om een oordeel uit te spreken over al die mensen in de Roomse kerk, in de
Hervormde kerk en in de synodaal gereformeerde kerk? Konden zij het zich veroorloven om
zomaar opnieuw voor zichzelf te beginnen? En zichzelf kerk te noemen? Vanwege hun
gehoorzaamheid?
Dat zijn indringende vragen geweest waar zij ook zeker mee geworsteld hebben. Het is niet
voor niets dat zij zich steeds hebben verdedigd door te zeggen dat zij de voortzetting waren
van de aloude katholieke kerk. Ze spraken niet maar een oordeel uit over de gemeenschap die
ze verlieten. Ze wisten heel goed dat ze ook zelf onder het oordeel vielen. Maar ze bleven bij
het Woord. Dat spraken ze na. Dat Woord oordeelde. En toen veroordeelde de gemeenschap
hen. Maar zo’n veroordelende gemeenschap was niet in staat om hen uit te sluiten van het
vrouwenzaad. Dat bleven ze. En daarom waren ze niet opnieuw begonnen. En konden ze ook
zeggen dat ze zich niet van de kerk afscheidden.
Daarom is het belangrijk om niet te vergeten, dat het Woord de kerk vormt en niet de kerk het
Woord. Daar krijg je maar zo benauwde opvattingen van. Bijvoorbeeld door te gemakkelijk te
denken dat er buiten het wettige kerkverband geen mensen kunnen zijn die het Woord
verkondigen. Dat het Woord daar geen uitwerking kan hebben. We moeten oppassen dat we
niet blind worden voor de mogelijkheid dat de Here ook in andere gemeenschappen werkt en
reformatie geeft.
Reformatie is altijd terugkeer naar het Woord. Ook in deze tijd waarin de Satan nog steeds
dezelfde tactiek hanteert en waarin hij nog steeds succesvol is. Er staat wel in de Bijbel, dat de
vrouw geen leidinggevende taken mag vervullen in de kerk… er staat wel in de Bijbel, dat
homoseksualiteit niet bij Gods instelling van het huwelijk past… Maar, wordt dan gezegd,
moet je dan zo afzijdig blijven van de wereld? Is dat dan goed? Er staat toch ook in de Bijbel,
dat je in de wereld moet zijn? En er staat toch ook, dat je elkaar moet liefhebben? Alsof het
één het ander uitsluit! De duivel speelt het ene bijbelgedeelte tegen het andere uit.
Onze taak is om gewoon bij het Woord te blijven en daaraan te gehoorzamen. En om onze
broeders en zusters te waarschuwen. En als ze ons dan daarom veroordelen, laat ze ons dan
maar veroordelen. Dat kan ons niet scheiden van Gods belofte in Christus en dus ook niet van
de echte katholieke kerk. En als ze onze broeders en zusters veroordelen en hun plaats in het
kerkverband ontzeggen, laten we dan ook eenheid gaan onderhouden. Je kunt niet zeggen: dat
is mijn verantwoordelijkheid niet. Dat kan niet, omdat wij één katholieke kerk geloven. We
zijn niet geroepen om de eenheid met een instituut of een organisatie te onderhouden. Dus
ook niet met de organisatie die de naam GKV draagt. We zijn geroepen om de eenheid met de
gemeente van Christus te onderhouden.
De concrete opdracht om één te zijn, is iets dat we mijns inziens weer opnieuw onder ogen
moeten zien. K. Schilder noemde dat heel mooi ‘het oecumenische willen’. De kerk weer zien
als gemeente. Als gemeenschap der heiligen. Ik denk dat dat nodig is, zeker in de verbroken
situatie waarin wij vanavond bijvoorbeeld bij elkaar zitten. Daar begon ik vanavond mee. Ik
denk dat het gesprek dat een initiatiefgroep als De Vijfhoek voorstaat ook deze insteek moet
hebben. Daarvoor wil ik graag een voorzet geven. Zodat we er verder over door kunnen
spreken met elkaar.
Ik zou dan graag willen benadrukken, dat onze gescheiden manier van optrekken een zondige
situatie is. In de wandelgangen hoor je wel eens de vergelijking maken met de tijd na de
Afscheiding, in 1834. Er was enorme verdeeldheid onder de broeders van de Afscheiding. Het
kerkelijke leven moest weer opnieuw worden opgebouwd en niet iedereen dacht daar gelijk
over. In die eerste jaren was er van eensgezindheid weinig te zien.
Het laatste wat je daarvan moet zeggen is: zo gaat dat nu eenmaal, dat hoort erbij. Want dan
maak je de situatie tot norm. En dat is niet volgens Gods Woord. Ik denk dat je beter de zonde
van die situatie kunt aanwijzen en je afvragen: hoe kwam dat nou? Wat was de oorzaak van
die onenigheid? Daar is best wel iets over te zeggen.
Zojuist heb ik iets gezegd over de motieven van ds. Hendrik de Cock om tot een wettige
afscheiding te komen. De onderhouding van de eenheid van Christus’ kerk en de voortzetting
daarvan waren doorslaggevend. Maar er was ook een ds. H.P. Scholte. Hendrik de Cock en
Scholte kregen in de jaren na de Afscheiding grote onenigheid. Want Scholte en De Cock
dachten bepaald niet gelijk over de kerk. De Cock zag de kerk als verbondsgemeente, zeg
maar de gereformeerde visie. Maar Scholte had een independentistisch kerkbegrip. Hij zag de
kerk als verzameling uitverkorenen. Er was in de Afscheiding ook een flinke scheut zuurdeeg
meegekomen van een leer, die de uitverkiezing vóór het verbond stelde. Zo’n leer maakt
individualistisch. Die ziet de eenheid van de gemeente ook niet. Het is opvallend, dat juist
Scholte begon met aandringen op een afscheiding. Dat zuurdeeg heeft doorgewerkt na de
Afscheiding. Het heeft groepen gelovigen veel te gemakkelijk ertoe gebracht om op basis van
inwendige getuigenissen apart te gaan staan.
Mijn gedachte is, dat er onder ons de laatste tientallen jaren ten opzichte van het onderwijs
van K. Schilder over de kerk een verschuiving is opgetreden. Zoals ik al zei, benadrukte
Schilder de eenheid van de kerk. Dat was een ijzersterke greep tegen het scheiden van de kerk
als organisme en de kerk als instituut, zoals Abraham Kuyper dat deed. Nee, zei Schilder, de
kerk is één. Organisme en instituut zijn hoogstens, als je het persé zo wilt zeggen, twee
kanten van de kerk, maar dan wel van de ene kerk.
Nu vond Kuyper, dat het organisme de eigenlijke kerk was. Instituut en ambt waren maar
uiterlijke zaken. Zo kon hij ook spreken over de pluriformiteit van de kerk. Dat denken van
Kuyper heeft veel invloed gekregen. De pluriformiteitsgedachte is sterk vertegenwoordigd in
de oecumenische beweging bijvoorbeeld. En nu denkt bijna iedereen dat de kerk onzichtbaar
is en dat alle verschillende kerkgemeenschappen slechts verschijningsvormen zijn van de ene
onzichtbare kerk.
Het spreekt voor zich, dat tegenover die gedachte de ambtelijke dienst weer moest worden
benadrukt. De ambten zijn wel degelijk onderdeel van de kerk. Auteurs als J. Kamphuis, C.
Trimp en W.G. de Vries hebben zeer terecht het ambtelijke karakter van de kerk benadrukt.
En als je over het ambtelijke karakter van de kerk spreekt, dan spreek je bijvoorbeeld over de
kenmerken van de ware kerk. Die gaan immers over de ambtelijke dienst.
Maar ik krijg wel eens de indruk dat onder ons nu weer de ambtelijke dienst tot het één en al
wordt gemaakt. Dat we haast in de tegenovergestelde positie van de pluriformiteit terecht zijn
gekomen. Dat de gedachte leeft, dat de ambtelijke dienst de eigenlijke kerk is. De kenmerken
van de kerk worden dan tot eigenschappen gemaakt. Maar dat zou een gevaarlijke positie zijn.
Want als je denkt dat de ambtelijke dienst de eigenlijke kerk is, dan werk je zelfs
individualisme en independentisme in de hand. Omdat je dan de leden van de kerk eigenlijk
als losse gelovigen beschouwt die onder de ambtelijke dienst hangen. De kerk is dan niet
meer de ene gemeente, maar de ambtelijke dienst.
Ik zal u eerlijk zeggen, dat die gedachte mij heeft weerhouden om lid te worden van de GKH.
Dat heeft te maken met de redeneergang die tot een oproep tot afscheiding heeft geleid. Die
ging in het kort zo. Bij de kerkelijke vergaderingen zijn onschriftuurlijke leringen aan de orde
gesteld. De kerkelijke weg is bewandeld van kerkenraad tot generale synode. De synode heeft
die leringen niet veroordeeld. Daarna is revisie aangevraagd bij de eerstvolgende synode. Ook
die synode heeft de leringen niet veroordeeld. Er blijft dan maar één weg open. En dat is de
weg tot afscheiding van het kerkverband.
Bij deze redeneergang komt bij mij de volgende gedachte op. Op het moment dat de
kerkelijke vergaderingen een dwaling tolereren, lijkt de conclusie te zijn: hier is de kerk niet
meer. Maar dan is mijn vraag: wordt de kerk dan niet vereenzelvigd met de ambtelijke
vergaderingen? Zijn de zevenduizend die hun knieën niet voor Baäl gebogen hebben er dan
niet meer? De mensen die zich niet hebben neergelegd bij onschriftuurlijke besluiten? Het
voortzetten van de kerk wordt dan eigenlijk het voortzetten van de ambtelijke dienst. Daar
komt dit nog bij: deze redeneergang zou je in principe bij elke kleine afwijking van de Schrift
kunnen toepassen.
Ik zal u ook eerlijk zeggen, dat het mij niet verbaast, dat er juist op het punt van de instelling
van de ambten, binnen vijf jaar al een nieuwe scheur is ontstaan. De gedachte was toch
eigenlijk: als er geen ambten in de plaatselijke kerk zijn, is er eigenlijk geen kerk. Vervolgens
zie je dan ook dat die ene zogenaamde afwijking van de Schrift een nieuwe afscheiding
rechtvaardigt. Een afscheiding die zelfs het hele kerkverband doortrekt. Zou dat geen
zuurdeeg kunnen zijn van een scheefgetrokken kerkvisie?
Ik laat het maar bij deze voorzet. Het zal vast goed zijn als we hierover nog verder door
zouden spreken. En dan openstaan voor correctie op onze standpunten. Met als inzet de
eenheid van Christus’ kerk. Dat moet ons bij elkaar brengen. Achter Hem aan.
Gebruikte literatuur:
· A. Capellen e.a., Ken jij die Kerk? Over verschillende kerken in Nederland. 2007.
· J.J.C. Dee, K. Schilder – oecumenicus. K. Schilder over ‘het kerkelijk vraagstuk’.
Goes, 1995.
· H.W. Ophoff, De zaak ds. J. Hoorn. De bezwaren tegen Heemse door Spakenburg
getoetst en afgewezen. Bedum, 1988.
· C. Trimp, Ministerium. Een introductie in de reformatorische leer van het ambt.
Groningen, 1982.
· H. Veldman, Hendrik de Cock – afgescheiden en toch betrokken. Bedum, 2004.
· W.G. de Vries, De kerk, pijler of puinhoop? Ermelo, 1989.
Schriftelijke beantwoording van vragen
· Hoe loopt de antithese vandaag? Tussen alles wat kerk heet enerzijds en de wereld
anderzijds of tussen de ware kerk en de wereld?
De antithese loopt tussen vrouwenzaad en slangenzaad. Tussen wat bij God hoort en wat
bij Satan hoort. Dat is de kerk en de wereld. Gods Woord maakt scheiding en brengt
geloof en ongeloof aan het licht. De antithese maakt dat de kerk zichtbaar wordt. Het
bestaan van verschillende kerkgenootschappen heeft veel te maken met het verkeerd zien
van de antithese. Soms wordt de antithese ontkend. Dat werkt afscheiding in de hand. Als
broeders en zusters van elkaar scheiden komt er een antithese tussen broeders en zusters te
liggen. Alle andere kerkgenootschappen zijn niet per definitie valse kerk. Het is soms
beter te spreken van wettige en onwettige kerk.
· Wat bedoel je met de uitspraak dat we de Geest niet kunnen verdelen over
verschillende kerken? Verderop geef je aan dat we er serieus rekening mee moeten
houden dat God ook in andere gemeenschappen bezig is.
We kunnen en mogen God niet beperken. Hij bepaalt Zelf wat Hij doet. Er zijn mensen
die denken dat in alle verschillende kerken iets tot uiting komt van de veelkleurigheid van
de Geest. Maar dan maak je de situatie tot uitgangspunt. Vervolgens wil je die situatie in
stand houden. Daarmee sta je de gehoorzaamheid aan Christus’ bevel in de weg. Als je het
werk van God beperkt tot het eigen kerkverband, dan stel je het resultaat van je eigen
gehoorzaamheid gelijk aan Gods werk. Christus’ bevel tot eenheid moet uitgangspunt zijn
en de belofte dat die aan het eind van de tijd volkomen werkelijkheid zal zijn en dat de
Geest dat nu al als een klein begin in ons werkt. Het zou een behoorlijke versmalling zijn
om dat kleine begin van gehoorzaamheid samen te laten vallen met Gods werk.
· Zouden we niet moeten streven naar aansluiting bij de Hersteld Hervormde Kerk?
Ik kan op dit moment niet met zekerheid zeggen wat de officiële opvattingen zijn van de
HHK. Bijvoorbeeld op het punt van kerkregering en avondmaalsviering. Ik kan op dit
moment ook niet beoordelen of de HHK gezien moet worden als de eigenlijke Hervormde
kerk, waar wij ons in 1834 van afgescheiden hebben. Dat zullen we wel moeten doen,
m.h.o.o. de belofte die we toen afgelegd hebben. Ik denk dat we wel blij mogen zijn met
wat er in de HHK gebeurt. Dat er toch nog een uittocht uit de PKN is geweest. Ik denk dat
er terecht veel herkenning is. Als we op hetzelfde fundament staan, zouden wij m.i. zeker
één moeten worden.
· Hoe bewaart – in concreto - een eenvoudig gemeentelid de eenheid in het geloof als
hij de veelheid van ‘gemeenschappen’ rondom zich ziet, met daarin niet weinige
oprechte gelovigen?
In de plaats waar je woont zoeken naar de kerk waar het Woord onverkort verkondigd
wordt. Die kerk is te herkennen aan de kenmerken. Door je daar dan bij te voegen bewaar
je de eenheid. Als er meerdere ware kerken in één plaats zijn, horen ze samen te gaan.
Doen ze dat niet, dan bewaar je de eenheid door je voegen bij de kerk die de wettige
voortzetting is van de kerk. Is er geen ware kerk, dan moet je de dichtstbijzijnde ware kerk
opzoeken. Het mooiste zou natuurlijk zijn als in de eigen plaats een kerk opgericht kan
worden.
· Is de kerk pas kerk als er ambten zijn? Ja of nee? Kunt u dit iets duidelijker
toelichten?
Zo kun je dat m.i. niet zeggen. De kerk is kerk als het een vergadering van ware gelovigen
is, een gemeenschap der heiligen. Er moeten dan wel ambten ingesteld worden, omdat dat
een opdracht van God is. Onder de zorg van een genabuurde kerk kan ook, zoals we in de
kerkorde hebben afgesproken. Maar zolang er geen ambten zijn, is de kerk daarmee nog
wel kerk.
· Graag zou ik van u iets horen over de verhouding ‘plaatselijke kerk’ en ‘kerk
landelijk’.
De plaatselijke kerk is de plaatselijke openbaring van het lichaam van Christus. Die
gemeente is voluit kerk. De landelijke kerk bestaat in principe niet. Het is een
kerkverband, een verband van meerdere kerken.
· Is er vanuit Hand. 19 geen oproep tot afscheiding mogelijk?
Daarvoor zou je ieder geval de tekst goed moeten bekijken en het verband waarin deze
tekst geplaatst is. Bij het boek Handelingen is de heilshistorische context bijvoorbeeld erg
belangrijk. Je kunt niet automatisch zeggen: wat Paulus deed, moeten wij ook doen.
· Wanneer houdt het op om in een kerkverband te blijven? Als je het Woord niet meer
mag verkondigen of ook om andere redenen?
Ik las ergens een uitspraak die volgens mij een goed antwoord geeft. Hij werd volgens mij
geciteerd als een uitspraak van K. Schilder: als je gedwongen wordt om te zondigen.
· De meeste vragen gaan in op de voorzet die ik gegeven heb voor een gesprek dat als
doel heeft het onderwijs van Schrift en belijdenis toe te passen op onze verdeelde
situatie. Die vragen neem ik samen.
Bij de beantwoording van de vragen neem ik de volgende uitgangspunten in acht:
- Wat ik in deze lezing gegeven heb is niet meer en niet minder dan een voorzet. Het is
allerminst het laatste woord dat hierover gesproken is. Daarom wil ik de voorzet niet
verder uitwerken nu. In mijn boekje ‘Broeder weg’ heb ik wel iets meer gezegd, o.a.
dat we m.i. de eenheid moeten bewaren met de voluit wettige gemeente van Kampen-
Noord. Ik denk dat het goed zou zijn als verontruste predikanten zich over dit
onderwerp duidelijk uitspraken. Ik sluit me graag aan bij de manier waarop
bijvoorbeeld de ondertekenaars van het manifest op www.gereformeerdblijven.nl hun
weg tot nu toe zijn gegaan. Wat ik wel wil doen is wat ik gezegd heb verduidelijken.
Eventuele onjuiste voorstellingen moeten ook van mijn kant gecorrigeerd worden.
- De eenheid van Christus’ kerk en het daaruit voortvloeiende bevel om de eenheid te
bewaren is een belangrijk uitgangspunt (Kol. 3:15, Ef. 4:1-6). Ik ben ervan overtuigd
dat verontrusten in de GKV, hersteld gereformeerden, hersteld gereformeerden buiten
verband en kerkleden die naar de HHK zijn gegaan, in grote lijnen dezelfde strijd
voeren. Over de wettigheid van het ontstaan van de verschillende kerken verschillen
de meningen. Daar mag over doorgesproken worden en kan m.i. ook duidelijkheid
geven. Maar het zou verkeerd zijn om ons oordeel over kerken te baseren op kwade
vermoedens over personen. Op basis van dezelfde belijdenis moeten we tot eenheid
komen.
Ik noemde als aanleiding tot het ontstaan van de GKH het doodlopen van de kerkelijke
weg en de daaruit voortvloeiende oproep tot afscheiding. In feite verliest de kerk met het
tolereren van een afwijking van de Schrift in zekere mate één van de kenmerken van de
ware kerk. Daardoor wordt de kerk dus minder herkenbaar als ware kerk. Wanneer daar
een oproep tot afscheiding aan gekoppeld wordt, dan veronderstel ik dat men dan van
oordeel is dat de kerk geen kerk meer is, maar valse kerk is geworden. Anders zou er m.i.
geen reden zijn om je af te scheiden. Maar als een kerk door het verlies van de kenmerken
valse kerk wordt, dan zijn de kenmerken m.i. tot eigenschappen geworden. Dat lijkt me
een verschuiving in het denken over de kerk, dat het zwaartepunt legt bij de ambtelijke
dienst. Vanuit dat oogpunt vind ik de meest recente scheuring in de GKH goed te plaatsen.

Laatst aangepast op maandag 08 november 2010 16:25  

Nieuws

Een nieuwe website uit GKv over bezinning vrouw en ambt

Gisteravond is de site online gegaan inzake de bezinning die achter de schermen gaande is rond MV en ambt. Deze site is opgericht door een aantal predikanten, een zuster en een broeder uit de... [More...]

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]