Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home J. Trip - Vanuit Woord of wereld?

J. Trip - Vanuit Woord of wereld?

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Inleiding
Op 25 augustus 2012 publiceerde ik "Stiekem afscheid genomen van de leer over de kerk". Mijn pijlen waren in dat artikel gericht op de visie en handelwijze van velen die in de GKv stiekem, onverantwoord en onbesproken afscheid hebben genomen van de leer over de kerk. In dat artikel is niet beweerd dat dr. A.N. Hendriks ook afscheid heeft genomen van deze leer. Hij heeft mij verzekerd dat hij er juist van overtuigd is dat art. 29 NGB nog wel degelijk relevant is. De vragen die hij in zijn artikel stelde waren gericht tot degenen die ongeargumenteerd afscheid hebben genomen van Schilders leer over de kerk. Zijn enige kritische noot bij K. Schilder is, dat hij volgens hem toch te exclusivistisch de GKV als de enig ware kerk in Nederland zag.
Ik schrijf dit om eventuele misverstanden ten opzicht van dr. Hendriks weg te nemen en verder te voorkomen.
In deze bijdrage gaan we in op het verondersteld exclusivistisch spreken over de ware kerk.

Afstand van Schilders geloof over de kerk
A.N. Hendriks schreef in Nader Bekeken van mei 2008 en van maart 2012 dat prof. K. Schilder exclusivistisch sprak over de ware kerk. Bedoeld wordt dat K. Schilder de term ware kerk alleen zou hebben geclaimd voor de kerk waarvan hij op dat moment lid was. Hendriks is er van overtuigd dat dr. J.J.C. Dee (die diverse boeken heeft geschreven over K. Schilder) de plank misslaat als hij stelt: 'Nergens spreekt Schilder over de Gereformeerde Kerken als over de enig-ware kerk'. Hendriks toont dat aan door een paar uitlatingen van K. Schilder te citeren.
Hendriks komt m.i. niet veel verder dan een paar speldenprikken richting Schilders geloof over de kerk. Hij erkent ook wel dat een grondig theologische afwijzing ontbreekt, maar wekt wel alvast de indruk dat Schilders geloof tekort doet aan de gecompliceerde werkelijkheid van het 'tien maal gereformeerd'.
In dit artikel gaat het over het beoordelen van wat wij geloven van de kerk: is dit (mede) op grond van wat we om ons heen zien (de wereld) OF vanuit Gods Woord. We beginnen met een beschamende beschuldiging van 'exclusivisme'.

Een beschamende beschuldiging van 'exclusivisme'
Voor de Generale Synode van de GKv te Ommen 1993 zijn er een aantal gesprekken gevoerd tussen gereformeerde en christelijke gereformeerde deputaten. Dr. A.N. Hendriks was voorzitter van de gereformeerde deputaten, leden daarvan waren T. Dekker, P. Niemeijer, H.J. Boiten (rapporteur), P. Schelling en R. Houwen. Uit het vijfde gesprek (11 oktober 1991) citeren we het volgende (Bijlage 19a van de Acta van de Generale Synode Ommen 1993:

Over de verschillen rond de hantering van het belijden omtrent de kerk presenteren de christelijke gereformeerde deputaten een nieuwe nota (zie bijlage IIIb). Daarin bespreken zij het bezwaar van gereformeerde deputaten, dat de Christelijke Gereformeerde Kerken kennelijk uitgaan van een bepaald beeld van de Gereformeerde Kerken inzake het belijden omtrent de kerk, dat in het geheel geen recht doet aan de werkelijkheid. Het verwijt, dat binnen haar kring verbondsautomatisme gepredikt wordt, dat de oproep tot wedergeboorte en bekering gemist wordt en dat er wat het kerkbegrip betreft opvattingen gehuldigd worden die getuigen van een eng, exclusief en kerkistisch benaderen van de kerk, is onjuist. Nergens is met officiële uitspraken van kerkelijke vergaderingen aan te tonen dat de dingen alzo zijn.
De christelijke gereformeerde deputaten reageren, dat zo het exclusivisme van het kerkbegrip inderdaad niet aan te tonen is. De kerkelijke vergaderingen hebben zich in haar uitspraken ervoor gewacht zo te spreken. Toch is door allerlei ervaring op het plaatselijk vlak, preken, artikelen, brieven van kerkeraden, persoonlijke opmerkingen, een dergelijke indruk wel ontstaan. De gereformeerde deputaten benadrukken, dat hun kerken niet moeten worden beoordeeld op grond van allerlei persoonlijke uitspraken en plaatselijke voorvallen, maar op grond van de uitspraken van die kerken zelf in hun kerkelijke vergaderingen.

Dr. Hendriks besluit zijn artikel in Nader Bekeken maart 2012 met:

Maar Schilders leer over de kerk wordt toch te weinig kritisch doorlicht.
Als vrijgemaakte kerken hebben wij nog altijd een erfenis van Schilder, die juist nu wij ons van die erfenis schijnen te verwijderen, om grondige bezinning vraagt. De studie van Buys nodigt ons uit om ons met die erfenis te confronteren en het goede daarin dankbaar te behouden.
Was Schilder echt een oecumenisch theoloog, of heeft hij - zijns ondanks - helaas toch bijgedragen aan een kerkelijk exclusivisme waaraan wij nu met schaamte terugdenken?

Nu zouden we nog kunnen zeggen: het is maar een vraag, geen oordeel. Wel expliciet heeft hij zich uitgesproken in Nader Bekeken van mei 2008:

Er is gewezen op 'de breedheid' van Schilders kerkvisie. Hij hield er voluit rekening mee dat de Heilige Geest overal 'nieuw leven' kan wekken en reformatie kan bewerken. Hij wilde daarin ook oecumenisch zijn dat hij niet afliet de eenheid in het zichtbare van kerken van dezelfde belijdenis te bepleiten.
Tegelijk zien we bij Schilder ook onmiskenbaar een versmalling van 'de breedheid' optreden, wanneer hij vóór de Vrijmaking de Gereformeerde Kerken en na de Vrijmaking de vrijgemaakte kerken in ons land exclusief de ware en (historisch) wettige kerken noemt.

Voelt u het verschil tussen wat deputaten - ik mag toch aannemen: namens alle kerken in het kerkverband van de GKv? - schreven en wat dr. Hendriks schreef in Nader Bekeken? Kunt u het rijmen met elkaar? Er zat - toen toch nog - geen groot verschil tussen wat deputaten geloofden van de kerk en wat K. Schilder geloofde van de kerk en wat daarover wordt nagesproken in de Belijdenis ?
En verder: bedoelt Hendriks te zeggen dat de hele GKv tientallen jaren lang K. Schilder blindelings gevolgd heeft en zij met een erfenis zat waarbij ze niet in staat was om deze erfenis te weigeren of te heroverwegen? Was de GKv dan niet toerekeningsvatbaar?
Wie staat nu op gespannen voet met de waarheid en op welk tijdstip? Het kan toch niet waar zijn dat het exclusivisme in 1991 niet aan te tonen was, maar in 2008 en 2012 wel met terugwerkende kracht? Deputaten wisten wat er in z'n algemeenheid geloofd werd van de kerk in de GKv en wat zij zelf geloofden van de kerk. Ze hebben zich toch niet verscholen achter het formalistisch standpunt dat nergens met officiële uitspraken van kerkelijke vergaderingen aan te tonen is dat de dingen alzo zijn, terwijl het wel zo grotendeels geleerd werd in de kerken binnen het kerkverband op grond van de Schrift zoals die toen (!) werd nagesproken in de Belijdenis? Zij zeiden daar toch uitdrukkelijk: "Het verwijt, dat binnen haar kring (...) wat het kerkbegrip betreft opvattingen gehuldigd worden die getuigen van een eng, exclusief en kerkistisch benaderen van de kerk, is onjuist." En vervolgens spraken de christelijke gereformeerde deputaten alleen over het exclusivisme van het kerkbegrip !
Het is veel eerder van toepassing om met schaamte terug te denken aan dat spanningsveld tussen 1991 en 2008/2012 dan aan enkele bijdragen van K. Schilder aan wat wij naspreken uit de Heilige Schrift over de kerk. Want als velen in de GKv (zie mijn vorige artikel) Schilders geloof van de kerk (deels) verwerpen, zal men als GKv ook schuldbelijdenis moeten doen over wat men daar altijd heeft geleerd over de kerk. En van hun oproepen om zich te voegen bij de GKv. En van hun oproepen tot bekering om zich af te scheiden van hen die niet van de kerk zijn. Om zich af te scheiden van kerkverbanden waar dwalingen worden getolereerd of gedoogd. Dan zullen heel veel schuldbelijdenissen moeten volgen om enorm veel uitspraken en geschriften over de kerk. En ook synodebesluiten zullen dan moeten worden heroverwogen - en dat betreft niet alleen de besluiten eind jaren '60. Dan heeft men met de leer waarvan men nu overweegt om met schaamte afstand van te nemen, onvoorstelbaar veel diep verdrietige ellende veroorzaakt: breuken in gezinnen, breuken in geslachten, breuken tussen brs. en zrs., psychische problemen als gevolg daarvan, etc., etc.
Ook de catechisatieboekjes waarin Christus kerkvergaderend werk beeldend werd uitgedrukt in een rechte lijn die (toen nog) uitkwam bij de GKv moeten worden aangepast in - zo stel ik mij voor - een meer onzeker, abstract overzicht met deels onafhankelijke vage vlekken in verschillende grijstinten.
Men kan zich beter nog veel meer schamen over het verwerpen van de leer over de kerk (zie ook mijn vorige artikel: Stiekem afscheid genomen van de leer over de kerk), over het spugen in de bron waaruit zij zelf hebben gedronken.

Alvast ongegrond afstand nemen van wat Schilder leerde over de kerk
Dr. Hendriks is op zoek naar een verantwoording van hen die afstand hebben genomen van Schilders geloof over de kerk. Hij schrijft namelijk in Nader Bekeken van maart 2012:

Stelde het proefschrift van dr. Dee wat kritische toetsing betreft, al teleur, helaas komt dr. Buys in zijn boek niet verder dan 'spanningen' aan te wijzen in Schilders spreken over verkiezing en verwerping, (...).
Maar Schilders leer over de kerk wordt toch te weinig kritisch doorlicht.

Ondertussen geeft hij alvast een voorzet door een aantal vragen te stellen. O.a. vraag 5:

In onze kring wordt gepleit om mee te doen met een 'nationale synode', zoals die zich reeds in Dordrecht manifesteerde. Wat doen wij met Schilders overtuiging dat juist de gereformeerde confessie het verenigingspunt moet zijn en dat we verschillen niet mogen veronachtzamen? Waarin gaat Schilder fout als hij stelt dat zo'n manifestatie van eenheid juist de oproep tot kerkelijke eenheid van zijn klem berooft en metterdaad ondermijnt?

en vraag 6:

Stelt Schilder terecht dat Gods openbaring één is, en dat daarom alles eeuwig waar is en wij oecumenisch ten aanzien van de beleden waarheid nooit genoegen kunnen nemen met een kernbelijdenis?

Ik blijf mij toch verbaasd afvragen: hoe kan men in de GKv afscheid nemen van Schilders 'visie' op de kerk, terwijl nog niemand heeft aangetoond vanuit Schrift en Belijdenis dat Schilder (en de GKv tot en met begin jaren 80) daarmee in strijd is?
Blijkbaar is nog niemand in staat om concreet, degelijk en uitgebreid onderbouwd aan te tonen waarin Schilder, en in zijn voetsporen de GKv, tegen Schrift en Belijdenis in ging, zonder zelf tegen Schrift en Belijdenis in te gaan.

De kerk vanuit de wereld beoordeeld
Het kernprobleem - maar ik kan mij niet voorstellen dat dat ooit openlijk zal worden erkend - is wat Hendriks schrijft op pag. 141 van Nader Bekeken mei 2008. Hij schrijft daar: "In een volgend artikel wil ik laten zien hoe men in onze kring afstand nam van dit exclusieve en nieuwe woorden probeerde te vinden om meer recht te doen aan de gecompliceerde werkelijkheid van het 'tien maal gereformeerd'."
In Nader Bekeken van maart 2012 schrijft hij: "Wanneer we hier in het spoor van Schilder gaan, zie ik niet wat we dan aan moeten met de vele allochtone kerkjes in bijvoorbeeld de Bijlmer, om van de evangelische gemeenten die als paddenstoelen uit de grond rijzen, maar niet te spreken."
Hendriks - en vele GKv-ers met hem - hebben blijkbaar moeite met de gecompliceerde werkelijkheid. Men wil mede (!) spreken vanuit de ervaring, vanuit wat men ziet, vanuit de wereld. Dat neemt men dan voor waar aan, en vervolgens wringt men zich in allerlei bochten om dit op één lijn te brengen met Schrift en Belijdenis. Maar als je deze volgorde hanteert, kom je onvermijdelijk in problemen met Schilders (en tot voor kort GKv's) geloof over de kerk (en met Schrift en Belijdenis). Daar wringt dan ook de schoen.
Deze denkwijze kwamen we ook in de jaren '90 veel tegen in de GKv. De gebrokenheid werd als gegeven, als waarheid aanvaard, en vanuit die 'waarheid' beoordeelde en masseerde men Schrift en belijdenis. We zagen het ook in de omgang met echtscheiding, homosexualiteit en de liturgie.
Met zo'n denkwijze ben je ook niet meer in staat om te begrijpen op welke wijze en met welke achtergrond Schilder de kerk beoordeelde waar hij lid van was.

De kerk vanuit Gods Woord beoordeeld
Want wat deed K. Schilder? Die nam zijn startpunt niet in de weerbarstige werkelijkheid, maar Schilder begon - terecht ! - bij Schrift en Belijdenis ! Schilder keek niet eerst rond om te kijken welke verschillende kerken er waren en welke dan het beste bij hem paste om pas daarna zijn keuze ook nog eens te onderbouwen met Schrift en Belijdenis ! Schilder nam zijn uitgangspunt in Schrift en Belijdenis. Daar begon hij mee en dat nam hij voor waar aan. Dat was voor hem het enige licht, de enige bron. Alleen daarmee begrijp je de duistere wereld met zijn gebrokenheid.
K. Schilder zei niet eerst: de kerk waar ik nu lid van ben is de (enige) ware kerk, want ik ben daar lid van. Als dat zo was zou je hem misschien kunnen beschuldigen van 'exclusivistisch' toepassen van de ware kerk op de kerk waar Schilder dan 'toevallig' lid van was. Maar die denkwijze was verre van hem1. Schilder begon bij Schrift en Belijdenis (hij geloofde een heilige algemene christelijke kerk) en paste dit concreet toe in de praktijk.1
Daar is de tweede schoen die wringt: de norm vanuit de Schrift is duidelijk en wordt concreet toegepast op ons leven. Daar zie je ook een groot verschil met de kerken die steeds verder van de gereformeerde belijdenis af komen te staan. De 'leer' heeft daar iets abstracts, ofwel: je kunt er alle kanten mee op. Dat is ook het opvallende verschil tussen de gereformeerde psalmen en het liedboek voor de kerken. De psalmen zijn concreet, daar kun je niet omheen. De liedboekliederen zijn over het algemeen abstract - in zowel vrijzinnige als wat meer confessionele diensten kunnen ze worden gezongen. Ieder heeft z'n eigen beeld, en vooral z'n eigen gevoel, bij de teksten. En zoveel te vager je de leer houdt, zoveel te meer kerken kunnen zich erin herkennen, elk past het - vooral ook individueel - aan, aan z'n eigen visie. Daarom past een kernbelijdenis ook beter dan de gereformeerde belijdenis in de contacten met andere kerken. Gods Woord is niet meer bepalend, maar onze ervaring, ons zelfgemaakte persoonlijk geloof. Een voor ieder aanvaardbare kernbelijdenis moet daarom wel een hoog abstractie niveau hebben. Maar dat abstracte zal leiden tot (tijdelijke, en steeds korter durende) netwerken van steeds minder mensen met een geloof met steeds minder (duidelijke) inhoud.
Tot slot: je kunt de tekst over de kerk uit de belijdenis nemen en dit toepassen op de praktijk. Maar Schilder nam ook hierin zijn uitgangspunt in de Schrift en las vanuit de Schrift de belijdenis over de kerk. En daarbij wist hij zich gebonden aan de Belijdenis.

Gereformeerde confessie of kernbelijdenis
K. Schilder vond de gereformeerde confessie het verenigingspunt met andere kerken. Terecht schrijft Hendriks (maart 2012 - pag. 76) dat Schilder stelt dat zo'n manifestatie als de 'nationale synode' juist de oproep tot kerkelijke eenheid van zijn klem berooft en metterdaad ondermijnt! Hendriks stelt de vraag (pag. 75, vraag 5) - ik herhaal deze hier voor alle duidelijkheid:

In onze kring wordt gepleit om mee te doen met een 'nationale synode', zoals die zich reeds in Dordrecht manifesteerde. Wat doen wij met Schilders overtuiging dat juist de gereformeerde confessie het verenigingspunt moet zijn en dat we verschillen niet mogen veronachtzamen? Waarin gaat Schilder fout als hij stelt dat zo'n manifestatie van eenheid juist de oproep tot kerkelijke eenheid van zijn klem berooft en metterdaad ondermijnt?

Hendriks schrijft zelf niet dat Schilder daarin fout gaat. Hij daagt hiermee eerder de mensen uit die wel zo denken om daar een antwoord op te geven.
Opnieuw verbaasd vraag ik de pleitbezorgers (en degenen die dit niet actief bestrijden) van deelname aan een 'nationale synode' met voorbijgaan aan de gereformeerde belijdenis: stel dat een zogenaamde kernbelijdenis voldoende zou zijn, dan zijn er blijkbaar zaken in de gereformeerde belijdenis die voor de kerk opgeefbaar zijn of niet van belang zijn. Zijn er misschien kernen in de gereformeerde belijdenis die onopgeefbaar zijn, en zijn er randen die er wel mogen afvallen - die niet zo belangrijk zijn of publiek discutabel mogen worden gesteld, zoals met de leer over de kerk? Zijn er zaken in de belijdenis waar je verschillend of tegenstrijdig over mag denken? Of is het nu al zo ver in de GKv dat de gereformeerde belijdenis waar is voor zover het overeenkomt met de Schrift? Of dat de belijdenis waar is voor zover er draagvlak voor is - binnen en/of buiten en/of tussen kerken?2 Of horen we de waarheid pas over enkele jaren - gaat het net zo als met het afscheid van de leer over de kerk?
Misschien ga ik te ver, zodat GKv-ers en/of dr. Hendriks het niet meer begrijpen, en wil en kan men in de GKv niet zo concreet meer spreken. Misschien is alleen het abstracte al voldoende bij de GKv-ers. Of eerst iets er tussenin. Dat heeft wel meer draagvlak. Later ga je dan alsnog over naar het volledig abstracte, zodat ieder kan geloven wat hem goeddunkt. Er komt een tijd - en misschien is die nu al aangebroken - dat we elkaar helemaal niet meer kunnen verstaan. Maar kerkleden die vanaf 2003/2004 de kerk hebben voortgezet hebben het fundament gehandhaafd, de 'nieuwe' GKv is fundamenteel veranderd! En de kloof tussen de GKv en ons wordt steeds groter, ja steeds sneller verbreedt en verdiept de kloof zich. En de gevolgen van het niet weerstaan van het begin van afval in de kerk zijn enorm, vooral in deze postmoderne tijd. Het heeft desastreuze gevolgen voor het hele nageslacht per dwalende broeder of zuster.

Tenzij we vóór alles uitgaan van de veronderstelling dat het Woord van God waar is en gezag heeft, hebben we onze zaak verraden. We kunnen Gods zegen niet verwachten als we, op welk punt ook, zijn gezag niet erkennen. Als wij daarom spreken over de kerk, moeten wij echt uitgaan van Gods Woord en ons voortdurend laten leiden door de Schrift. Ieder die een kerkvisie ontwikkelt die niet consequent het sola Scriptura hanteert, mag niet stellen dat die visie gereformeerd is.
Wat zou het geweldig zijn als men weer alleen de Schrift als uitgangspunt neemt en elkaar daar weer op aanspreekt en aan laat spreken en er zo  weer een proces van reformatie (terugkeer naar Schrift en Belijdenis) en doorgaande reformatie ontstaat in de GKv en dat de ogen, die al bijna gesloten zijn, toch nog weer opengaan. We hopen en bidden van harte dat de HEERE nog tijd en gelegenheid geeft daarvoor. Want de HEERE heeft er recht op om in waarheid gediend te worden, zoals Hij dat wil.

 


1Hieronder citeer ik K. Schilder uit De Reformatie van 4 augustus 1933 waarin de kern wordt weergegeven van Schilders geloof over het erkennen van elkaars bestaansrecht. Dit houdt dus niet in: een exclusivistisch standpunt over de kerk, maar het geloof van een heilige algemene christelijke kerk als uitgangspunt nemen, zoals we ook belijden in art. 27-29 NGB ! Dan kan het niet bestaan voor Gods aangezicht dat je als ware kerken naast elkaar blijft bestaan. Dan zorg je er voor, als je het kerk-zijn echt serieus (christelijk) neemt, om zo snel mogelijk samen te gaan in één kerkverband. Omdat de kerk een geloofs-stuk is! (Zie daarvoor De Reformatie 19 februari 1932: De elf artikelen des geloofs.)

Naar mijn mening is de erkenning van elkanders ‘bestaansrecht’ als ‘(afzonderlijk) kerkelijk instituut’ het grote struikelblok voor de eenheidspogingen. Want als we het rècht hebben naast elkaar te blijven, dàn laat ik persoonlijk liever alles wat is, kalm voortbestaan; het leven is dan voorlopig wèl zo rustig. Maar ik geloof niet, dat Christus ons het rècht geeft de zaak blauw blauw te laten. Ik geloof, dat Hij verbinden wil, wat samenwonen kan in één belijdenis. En daarom moeten wij het bestaansrecht der Chr. Geref. kerk ontkennen; en kunnen ook haar leden, als zij ernst maken met het grond-axioma, zoeven genoemd, niet anders doen, dan het bestaansrecht van ons instituut ontkennen (zoals de èchte chr. gereformeerden ook altijd gedaan hèbben, in tegenstelling met latere ‘Wekker’-artikelen, die het aantal ‘ware kerken’ begonnen aan te lengen, en dus een neo-chr. geref. opvatting vertoonden). Over de wijze, hóé wij dan samenkomen kunnen met deze wederzijdse opvatting ten aanzien van elkaar, schreef ik reeds. Zodra men inziet, dat samenwonen eis is, is het een kwestie van gehoorzaamheid, eraan te voldoen. Een persoonlijke mening, of zelfs een voormalige kerkelijke uitspraak over de onwettigheid van eens anders kerkbestaan, is de facto buiten werking gesteld, zodra de nieuwe groepering feit is. En om een meningsverschil mag men elkaar in Gods huis niet voorbijlopen; de kerk is geen gemeenschap van logica, of van zuivere ‘Deutung’ van kerkgeschiedenis(sen).

2Zo vreemd is deze vraag niet als je de ontwikkelingen volgt van het gereformeerd onderwijs. Daar wordt voorgesteld om de binding aan de Drie Formulieren van Eenheid op te heffen en te versmallen naar de Apostolische Geloofsbelijdenis. Lees Een voorstel voor het definitieve einde van gereformeerd onderwijs door LVGS d.d. 20 november 2012.

 


 

Naschrift - citaten ter onderbouwing van bovenstaande:

Ik geloof, dat Hij verbinden wil, wat samenwonen kan in één belijdenis. (...) Zodra men inziet, dat samenwonen eis is, is het een kwestie van gehoorzaamheid, eraan te voldoen. Een persoonlijke mening, of zelfs een voormalige kerkelijke uitspraak over de onwettigheid van eens anders kerkbestaan, is de facto buiten werking gesteld, zodra de nieuwe groepering feit is. En om een meningsverschil mag men elkaar in Gods huis niet voorbijlopen; de kerk is geen gemeenschap van logica, of van zuivere ‘Deutung’ van kerkgeschiedenis(sen).

Bron: K. Schilder, 7. De eenheid van Christus' lichaam, de Kerk, Predicatie 1935

Immers, als de pluriformiteit der kerk, gelijk ze in al zulke vertogen wordt beweerd en uitgewerkt, inderdaad een openbaring is van de ‘veelvormigheid’, die God in Zijn schèpsel, Zijn wèrk, gelègd heeft, - en àls dan inderdaad deze pluriformiteit (over het woord praten wij nu maar niet) zich ook openbaart als een werk Gods in het naast elkander kómen staan (blijkbaar wat erg laat is hier Gods lente....) van de onderscheiden kerk-instituten, -

welnu, dan heeft men:
a)    mensenwerk (in het naast elkaar komen staan van die instituten) aangediend met een mooien naam, die speciaal voor Gods werk wordt gebezigd;
b)    daarom de klem van zijn het eenheidsstreven ondersteunend betoog weggenomen;

immers: als God door onze pluraliteit heen Zijn pluriformiteit werkt, waarom zou ik Hem dan tegenstaan, en de late lente tot een vroegen winter maken, door die veelheid van instituten en kerken weg te nemen?
Het komt mij dan ook voor, dat het hanteren van het pluriformiteits-argument een tragisch moment is in de min of meer ‘pluriforme’ eenheidsverzuchtingen uit verscheiden kerkelijke boeken.
Meer kracht schijnt mij gelegen in de handhaving van de belijdenis, dat ‘ieder schuldig is, zich tot de ware kerk te voegen’. Als ik dat geloof, heb ik tenminste nog wèrk voorlopig.

Bron: K. Schilder, De Reformatie, 19 februari 1932

De wil, om de kerk over heel de wereld te vergaderen, is in de kerk primair. Als iemand door mijn |14| schuld buiten de kerk blijft, ben ik schuldig en is zijn bloed op mijn hoofd. Ditzelfde geldt van de eenheid der geloovigen. Er zijn er die zeggen, we kunnen bijv. beter niet met de Chr. Gereformeerden vereenigen, want het zijn lastige menschen. Toch moèten we bij elkaar roepen.

Bron: neocalvinisme.nl Verslag van de „catechisatie” van Prof. Dr. K. Schilder, te Assen op 7 December 1941 (Buiten verantwoordelijkheid van Prof. Schilder)

d) Nu vind ik het altijd prettig, als iemand van oordeel is, dat mijn particuliere meening een goeie weergave is van het standpunt van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Zelfs vind ik het wel leuk voor een synodocratisch penvoerder, dr H. N. Ridderbos, die zoo tegen Pinksteren nog weer eens oude koeien, maar dan heelemaal geretoucheerd, uit de sloot haalt, ten onrechte vertellende, dat we heden zóó, morgen anders redeneeren tegen de Christelijke Gereformeerden. Hij heeft er maar een klein beetje van begrepen.

en over wat K. Schilder zowel voor de vrijmaking als daarna herhaaldelijk heeft uitgesproken t.a.v. CGK - citaat:

Daarom repte ik in het begin van dit artikel even van het Pinksterfeest. Een ander artikel in dit nummer spreekt over het Pinksterfeest van het feest van ''t f ij n e puntje. Ik ben vast overtuigd, dat God wil, dat de Chr. Gereformeerden en wij gaan samenleven. Die overtuiging heb ik al lang vóór de vrijmaking herhaaldelijk uitgesproken en die zat er juist a c h t e r, als ik tegen een m.i. o n j u s t e teekening van de tusschen hen en ons aanwezige situatie fel opponeerde.

Bron: digibron - de reformatie - k. schilder - 1951 - "Het" kan op duizend manieren

Overig:

ajol.info (Afrikaans) 2004 DIE OPENBARINGSLEER VAN SCHILDER - A.L.A. Buys1 & S.A. Strauss2 ABSTRACT SCHILDER’S DOCTRINE OF REVELATION - Acta Theologica Supplementum 5 2004.

Laatst aangepast op dinsdag 19 mei 2015 14:52  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]