Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Zorgen over GKv Ds. R. van der Wolf - Een uitgerookte slang

Ds. R. van der Wolf - Een uitgerookte slang

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Broeders en zusters,
Wat vindt u van de kerk? Is het geen ontstellende puinhoop? De verwarring wordt
steeds groter, de chaos neemt toe. Mening staat tegenover mening en een
overtuiging kan morgen omgeslagen zijn in het tegendeel. Niets lijkt meer zeker en
alles lijkt op drift. Wat vindt u van de kerk? Ach – laten we zwijgen over de kerk. Ik
heb m’n bijbel en daar houd ik me bij. Ik heb de belijdenis – die ik me lang geleden
toegeëigend heb. En verder trek ik me terug. Ik heb me overal van afgezonderd. Zo
gaat dat dan. Van een actief en meelevend kerklid ben ik in de loop van de jaren tot
een vereenzaamd strijder geworden. De kerk? En wat ik daarvan vind? Houd er over
op. Want als ik daar aan moet denken springen de tranen me in de ogen..
Herkent u daar iets van – van het beeld dat ik nu schets? Overvalt u soms ook zo’n
vermoeidheid als we het over deze dingen hebben? Kunt u er zelfs misschien maar
moeilijk over spreken? Omdat u beschadigd bent? Zich uitgerangeerd voelt?
Weggezet soms? Het kan pijn doen om het samen over de gemeenschap der
heiligen te hebben. Het kan van alles oproepen wat we het liefst achter ons laten en
vergeten willen. Gemeenschap der heiligen? Praat me er niet over. Gun mij mijn rust
nog even en geef me tijd om te verwerken. Tijd om alleen te zijn.
Alleen? Dat is nu precies het woordje dat zo haaks staat op ‘gemeenschap’. In dit
verband is het een satanisch woord. Want het is dat wat de duivel nu juist probeert te
bewerken. Losweken wil hij. Hij zoekt de gemeenschap te scheuren. Op te drijven en
uit elkaar te jagen. Satan zet zijn breekijzer in de geloofswerkelijkheid, die de kerk
belijdt. Samen en elk afzonderlijk: ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk.
De gemeenschap der heiligen. En uw moeiten en vermoeidheid – die opkomen en
zich vermeerderen als we het over deze onderwerpen hebben – zijn dus gegeven
met de geestelijke strijd die de kerk van Jezus Christus heeft te voeren. De strijd met
de boze geesten – met de machten in de hemelse gewesten. Het satanisch gevecht
om de eendracht en eenheid die Christus wil werken.
Daarom moeten we het er toch over hebben. Moeten we spreken. Ons wapenen.
Want onderlinge vrede – zei de kerkvader Tertullianus ooit – “onderlinge vrede bij
ons is strijd met de duivel. Laat hem daarom voor uw tegenwoordigheid vluchten en
wegsluipen naar zijn eigen afgrond, verschrompeld en verstijfd alsof hij een
uitgerookte slang zonder betovering was.”

Een uitgerookte slang – zo heb ik daarom mijn verhaal voor vanavond getiteld. Een
uitgerookte slang. Om de geestelijke strijd aan te duiden. En de overwinning te
profeteren. Want al beeft ons hart, door het geloof zien wij vanavond grote dingen.
EEN UITGEROOKTE SLANG
Laat de duivel vluchten. Op dat niveau spreken we als we het hebben over de
gemeenschap der heiligen. Daar wil ik vanavond dan ook graag beginnen, broeders
en zusters. Over de werkelijkheid dat wie werkt aan de gemeenschap gebróken heeft
met de twist en de tweedracht die de Satan zaait. Om dat in beeld te brengen neem
ik u daarom eerst mee naar de grondbetekenis van het woordje ‘gemeenschap’ en
naar de diepe val die de mens heeft gemaakt. Tussen twee haakjes: ik spreek
1
vanavond met name over de gemeenschap. U zult wel merken dat daar genoeg over
te vertellen is. Dat tweede lid van het zinnetje ‘gemeenschap der heiligen’ laat ik
liggen en stip ik maar zijdelings aan. Met die beperking zullen we dus moeten leven,
vanavond.
gemeenschap
Ik geloof de gemeenschap der heiligen. Wat zeg je daar nu eigenlijk mee, met dat
woord gemeenschap – ‘koinoonia’ is het in het Grieks. Daar ga ik natuurlijk nog een
heleboel meer van zeggen maar de grondbetekenis van dat woord is, dat je ergens
aan deel hebt. Dat je deelgenoot bent – deelhebber aan iets. Wij hebben
bijvoorbeeld allemaal deel aan het leven. We ademen allemaal. We hebben het
leven ‘gemeenschappelijk’ dus. Zo kun je ook werk gemeenschappelijk hebben. Dan
ziet het woord koinoonia op collegialiteit en heet je een werknemer. Want dan heb je
allemaal en samen deel aan het werk.
Zo Lukas 5: 10 Metgezellen van Simon is daar; collega
vissers
Je kunt ook gemeenschappelijk de maaltijd gebruiken. Dan ben je disgenoten van
elkaar en heb je samen en elk apart deel aan het eten dat op tafel staat. Nou, zo kunt
u zelf natuurlijk ook van alles bedenken om maar duidelijk te krijgen waar dat
woordje gemeenschap in de eerste plaats op ziet. Deelgenoot zijn. Deelhebben aan
iets. Iets gemeenschappelijk hebben of ergens in gemeenschap mee leven. Dat is
dat prachtige woord koinoonia – gemeenschap.
God
Nu wordt dat woord in Genesis 1 – het eerste hoofdstuk van de bijbel – niet gebruikt.
Maar de zaak van de gemeenschap is daar natuurlijk wel volop aan de orde. Daar
wordt namelijk de schepping verbonden aan de zorg van de mens. Daar worden
mensen aan elkaar verbonden – Adam en Eva. En daar verbindt – wonderlijk
hoogtepunt – God zich aan het schepsel van de zesde dag, de mens. God schiep de
mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.
En God zegende hen en God zei tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult
de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte
des hemels en over al het gedierte dat op de aarde kruipt (Gen. 1: 27-28). Wat God
daarmee bedoelde en wat God daarvan verwachtte komt later in de bijbel
onverwacht en heel verrassend naar voren als Hij in Hosea 6 zijn eigen volk het
scherpe verwijt maakt, dat zij in liefde en kennis van God tekort schieten. Dan zegt
de HERE:
Hosea 6: 6-7 Want in liefde heb Ik behagen en niet in
slachtoffer, in kennis van God en niet in
brandoffers. Maar zij hebben als Adam
het verbond overtreden; daar hebben zij
Mij trouweloos bejegend.
Dat koppelt de HERE in Hosea 6 vers 6 dus aan liefde en kennis. Aan trouw zijn en
je loyaal opstellen. Je verdiepen in de ander en je hart aan die ander hechten.
Deelgenoot zijn – bondgenoot. Dat is de gemeenschap die de HERE wil. De
gemeenschap waarin Hij de mens zo’n centrale plaats heeft gegeven. De
2
gemeenschap tenslotte waarin Hij Zichzelf aan de mens gegeven heeft. “Zij hoorden
het geluid van de HERE God, die in de hof wandelde in de avondkoelte” staat er zo
teer in Genesis 3. De HERE zoekt gemeenschap. En Hij heeft gemeenschap – daar
in het eerste begin van de geschiedenis.
zonde
Haaks daarop staat dan:
Genesis 3: 8 Toen zij het geluid van de HERE God
hoorden, die in de hof wandelde in de
avondkoelte, verborgen de mens en
zijn vrouw zich voor de HERE God
tussen het geboomte in de hof.
De mens en zijn vrouw verborgen zich. Zij durfden God niet onder ogen te komen –
zo weten we. Maar hier noteren we vooral dat ze de HERE niet onder ogen kwámen.
Dat kun je ook anders zeggen: zij verbráken de omgang en het contact met de HERE
God. Zij braken de gemeenschap op. Dat deden zij. Moedwillig. Heel bewust. Want
ze wísten wat ze gedaan hadden. Dat is de diepte, de ernst en de werkelijkheid van
de zonde, broeders en zusters. Zonde is: je onttrekken aan God. God miskennen.
Gods liefde miskennen. Hem trouweloos bejegenen. De dank niet betalen en je niet
in de gemeenschap met Hem verheugen, maar die gemeenschap ontvluchten,
blokkeren, loochenen en boycotten.
Hebr. 3: 12 Ziet toe, broeders, dat bij niemand uwer
een boos, ongelovig hart zij, door af te
vallen van de levende God.
Zonde is de door God geschapen orde miskennen en ontkennen. Je onttrekken aan
de verantwoordelijkheid jegens de schepping en jegens elkaar. Dat ruïneert de
samenleving en breekt de gemeenschap op.
Satanisch was de wig in de gemeenschap met God en het vertrouwen in Hem
gedreven met die overbekende vraag of God wel gezegd had dat.. Zo werd de twijfel
gezaaid, de verbondstrouw twijfelachtig gemaakt, de vreugde van de relatie en de
omgang met God in een kwaad daglicht gesteld. Er trok een zwarte slagschaduw
over het paradijs met die duivelse vraag en als door een bliksemflits werd de
saamhorigheid als geschapen werkelijkheid in stukken gespleten. Zonde! Die
donkere echo dreunt als een donderslag tot op de dag van vandaag over de wereld
heen en ook onze levens binnen. Zonde! De zonde berooft de mens van alle
gemeenschap en gemeenschapsbanden waarin de HERE hem gesteld heeft.
Allereerst de band met God. Vervolgens ook de band met zijn medemens. En niet
minder de koninklijke band als verzorger van het geschapene. Want de mens is als
bondgenoot afvallig geworden. Van deelgenoot is de mens buitenstaander
geworden. Van gemeenschapswezen verbannen tot de eenzaamheid. Het woordje
‘alleen’ geeft de diepe val van de mens en de ernst van zijn zonde direct weer.
Niemand uitgezonderd.
Genesis 6: 5-6 Toen de HERE zag, dat de boosheid des
mensen groot was op de aarde en al wat
de overleggingen van zijn hart
3
voortbrachten te allen tijde slechts
boos was, berouwde het de HERE, dat
Hij de mens op de aarde gemaakt had,
en het smartte Hem in zijn hart.
moederbelofte
Als dan ook in Genesis 3 vers 15 de moeder van alle beloften opklinkt, dat God
vijandschap zet tussen de vrouw en de slang en tussen hun beider zaad – dat dit de
vrouw de hiel zal vermorzelen, maar dat van de slang de kop verpletterd zal worden
dan horen we in die toezegging en voorzegging het herstel van de gemeenschap.
Het is het einde van alle twist en tweedracht. Het is het begin van eenheid en
saamhorigheid – van deelgenoot zijn en metgezel zijn. En dat is dan niet
horizontalistisch te kleuren, als zou het hier gaan om medemenselijkheid –
humanitas – maar dat ziet op alle verhouding en in de eerste plaats op het herstel
van de gemeenschap met God. Zet Genesis 3: 8 eens tegenover:
Genesis 5: 24 En Henoch wandelde met God en hij
was niet meer, want God had hem
opgenomen.
Genesis 7: 1 En de HERE zei tot Noach: Ga in de ark,
gij en geheel uw huis, want u heb Ik in
dit geslacht voor mijn aangezicht
rechtvaardig bevonden.
Genesis 9: 17 En God zei tot Noach: dit is het teken
van het verbond, dat Ik heb opgericht
tussen Mij en al wat op de aarde leeft.
Genesis 17: 5 Abraham zal uw naam zijn, omdat ik u tot
een vader van een menigte volken
gesteld heb
Jesaja 11: 1 En er zal een rijsje voortkomen uit de
tronk van Isaï en een scheut uit zijn
wortelen zal vrucht dragen.
Zacharia 2: 10-11 Jubel en verheug u, gij dochter van Sion!
Want zie, Ik kom in uw midden wonen,
luidt het woord des HEREN, en vele
volken zullen te dien dage
gemeenschap zoeken met de HERE en
zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal in
uw midden wonen.
U begrijpt, het is maar een enkele greep uit een keur van teksten die we zouden
kunnen noemen om duidelijk te maken dat de HERE naar zijn belofte inderdaad
herstel geeft van de gemeenschap die Hij heeft gewild en geschapen. In dat verband
zou je Romeinen 8 het hooglied van het herstel van de gemeenschap kunnen
noemen, als de Heilige Geest door de apostel Paulus zegt dat heel de schepping in
barensnood is en reikhalzend uitkijkt op het openbaar worden der zonen Gods. Daar
zuchten de schepping, de kinderen van de HERE en de Heilige Geest – God zelf –
gemeenschappelijk vanuit het gemeenschappelijk verlangen naar het volmaakte
herstel van de gemeenschap.
4
Vergelijk dit nu nog eens, broeders en zusters, met de in het begin aangeduide
vermoeidheid vanwege het spreken en denken over de gemeenschap der heiligen.
Dan is de gedachte alleen maar om het er een poosje niet over te hebben het
tegenstaan van waar de HERE mee bezig is en van waar de HERE naar zijn
liefdevolle belofte naartoe werkt. De HERE verwacht en eist dat ook van ons:
Jesaja 62: 6-7 Gij, die de HERE indachtig maakt, gunt
u geen rust. En laat Hem geen rust,
totdat Hij Jeruzalem grondvest en het
stelt tot een lof op aarde.
Pinksteren
Zo wordt Pinksteren een hoogtepunt in de geschiedenis van het heil. Als de Heilige
Geest neerdaalt op de gemeente die in Jeruzalem als gemeenschap bij elkaar is,
dan krijgen de gelovigen gemeenschappelijk deel aan de HERE zelf. Dan verdelen
zich die tongen als van vuur en dan wordt de spraak gemeenschappelijk. Daar
worden Joden en Jodengenóten deelgenoot gemaakt van het heil in de Here Jezus
Christus. Dan verstaan mensen elkaar in meerdere opzichten en wordt de
gemeenschap kenmerkend voor het leven van de gemeente.
Handelingen 2: 42 En zij bleven volharden bij het onderwijs
der apostelen en de gemeenschap, het
breken van het brood en de gebeden.
Daar worden de grenzen van het geïsoleerde bestaan doorbroken en treedt de
gemeente uit omdat de Heilige Geest intreedt. Een kring die wijder wordt en ook de
heidenen insluit, zodat Paulus later aan de Korintiërs blijmoedig kan schrijven dat
ook zij tot gemeenschap geroepen zijn.
1 Kor. 1: 9 God is getrouw, door wie gij zijt
geroepen tot gemeenschap met zijn
Zoon Jezus Christus.
Zo vormt zich de gemeenschap, gevormd door God zelf. Zo krijgt de gemeente van
de pinksterbedeling haar roeping te verstaan: blijf bij de gemeenschap. Anders
gezegd: weet u lichaam van Jezus Christus, wees tempel van de Heilige Geest, bruid
van de Bruidegom, ranken aan de Wijnstok, ofwel: blijf in de leer van Jezus Christus.
Christus
Voordat we onze aandacht richten op de onverbrekelijke samenhang tussen de leer
en de gemeenschap mogen we eerst niet langer zwijgen over de centrale plaats die
de Here Jezus Christus in de belijdenis van de gemeenschap der heiligen inneemt.
We hebben de contouren al even mogen zien bij Jesaja, hoofdstuk 11 als de
bevestiging van de moederbelofte van Genesis 3 vers 15. De HERE geeft herstel
van het huis van David en bouwt dat verder uit door de Zoon uit zijn eigen huis te
sturen. Ik ga verder voorbij aan de gemeenschap die er is tussen de Vader, de Zoon
en de Heilige Geest. De gemeenschap die God in zichzelf heeft – al zou ook daar
veel over te zeggen zijn. Maar laten we ons concentreren op het herstel van de
gemeenschap tussen God en mensen en de gemeenschap van de mensen
5
onderling. Want in die tweeërlei gemeenschap staat Christus als de Middelaar tussen
God en mensen (1 Tim. 2: 5) in het centrum.
1 Joh. 2: 23 Een ieder, die de Zoon loochent, heeft
ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt,
heeft ook de Vader.
Zo herstelt zich dus de gemeenschap met God. Door de Zoon te belijden, in Wie God
de wereld met Zichzelf verzoenende was (2 Kor. 5: 19). Want het bloed van Jezus
reinigt ons van alle zonde (1 Joh. 1: 7). Zijn bloed wast alle schuld weg. Onze
trouweloosheid, onze afval en onze miskenning van God en Gods liefde worden op
Golgotha weg gekruisigd als Zijn lichaam aan het vloekhout vastgenageld wordt.
Daar trekt God zich terug en onttrekt God zich aan de gemeenschap met de mens,
die zich eerst aan de gemeenschap met God onttrokken heeft. “Mijn God, mijn God
waarom hebt U Mij verlaten” – dat is de roep van de Rechtvaardige die zich uitstrekt,
maar geen antwoord vindt. En kijk, in het licht van die duisternis licht dan aan het
einde de verzoening en het herstel van de gemeenschap op als we horen: “Vader, in
uw handen beveel Ik mijn geest”.
1 Kor. 1: 9 God is getrouw, door wie gij zijt
geroepen tot gemeenschap met zijn
Zoon Jezus Christus.
Ik mag wel kort zijn over het heilswerk van God in de Here Jezus Christus. Ik hoef
ook weinig te zeggen over de noodzaak om deze Here Jezus te geloven en te
belijden. Calvijn zegt samenvattend over 1 Korintiërs 1 vers 9: “Want dit is het einde
des Evangelies, dat Christus onze worde en wij in zijn lichaam worden ingeplant.”
Wanneer een christen zichzelf aanziet, zegt hij verder, dan heeft hij alleen reden tot
vertwijfeld vrezen en beven (want hij heeft God geloochend en de gemeenschap
verbroken, rvdw), maar omdat hij tot Christus’ gemeenschap geroepen is moet hij
van zichzelf niet anders denken dan van een lidmaat van Christus; zodat hij alle
weldaden van Christus tot de zijne make. En daar zijn we dan tot en met bij het
geheim van de gemeenschap der heiligen.
HC, Zondag 21,
vraag en antwoord
55
Dat de gelovigen allen samen en ieder
persoonlijk als leden gemeenschap
hebben met de Here Christus en deel
hebben aan al zijn schatten en gaven.
deelhebben
De kennis van en de gemeenschap met Jezus Christus is alles wat de gelovige nodig
heeft. In Hem hebben we alle heil voor altijd. De apostel Johannes mag zijn lezers
uitnodigen tot de volle gemeenschap met Christus en met God:
1 Joh. 1: 3 Hetgeen wij gezien en gehoord hebben,
verkondigen wij ook u, opdat ook gij met
ons gemeenschap zoudt hebben. En
ónze gemeenschap is met de Vader
en met zijn Zoon Jezus Christus.
6
Deelhebben aan Christus is gemeenschap hebben met God. Deelhebben aan
Christus is namelijk ook deelhebben aan het lijden en sterven van de Here Jezus.
Gemeenschap hebben met zijn dood, zijn opstanding en verheerlijking. Paulus
noemt de Filippenzen deelgenoten van de hem verleende genade (Fil. 1: 7). In
Christus herstelt zich de oorspronkelijke verhouding, waarin de HERE de mens tot
Zichzelf en de naaste geschapen heeft. In het evangelie klinkt ook steeds weer door
hoe de werkelijkheid van de gemeenschap in Christus de onderlinge relaties vormt
en tot uitdrukking brengt.
1 Kor. 12: 26 Als één lid lijdt, lijden alle leden mede,
als één lid eer ontvangt, delen alle leden
in de vreugde.
Ef. 3: 16-18 Geworteld en gegrond in de liefde, zult
gij dan, samen met alle heiligen, in
staat zijn te vatten hoe groot de breedte
en lengte en hoogte en diepte is en te
kennen de liefde van Christus, die de
kennis te boven gaat, opdat gij vervuld
wordt tot alle volheid Gods.
Fil. 2: 1 Indien er enige gemeenschap is des
geestes, indien er enige ontferming en
barmhartigheid is..
Jak. 2: 5 Hoort, mijn geliefde broeders! Heeft God
niet de armen naar de wereld uitverkoren
om rijk te zijn in het geloof en
erfgenamen van het Koninkrijk, dat Hij
beloofd heeft aan wie Hem
liefhebben?
Gal. 6: 2 Verdraagt elkanders moeilijkheden; zó
zult gij de wet van Christus vervullen.
Ef. 4: 1-4 Als gevangene in de Here, vermaan ik u
dan te wandelen waardig der roeping,
waarmede gij geroepen zijt, met alle
nederigheid en zachtmoedigheid, met
lankmoedigheid, en elkander in liefde te
verdragen, en u te beijveren de eenheid
des Geestes te bewaren door de band
des vredes: één lichaam en één Geest,
gelijk gij ook geroepen zijt in de ene
hoop uwer roeping.
Meer bekende gedeelten zijn natuurlijk de teksten die handelen over de liefde, de
eendracht en het onderlinge dienstbetoon in de gemeenten, als er sprake is van
gemeenschappelijke zorg voor elkaar, van collectes voor zusterkerken, van dienst
aan de apostelen in levensonderhoud of het eenvoudig toesturen van een mantel en
wat boeken. En dat allemaal en uiteindelijk tot lof van God, die deze gemeenschap in
Christus door de Heilige Geest vormt en onderhoudt.
Rom. 15: 5-6 De God nu der volharding en der
vertroosting geve u eensgezind van
7
hetzelfde gevoelen te zijn naar het
voorbeeld van Christus Jezus, opdat gij
eendrachtig uit één mond de God en
Vader van onze Here Jezus Christus
moogt verheerlijken.
avondmaal
Aparte aandacht vraag ik op dit punt voor het avondmaal. Daar vertoont zich de
eenheid en gemeenschap op het hoogst. Paulus gebruikt het woord ‘koinoonia’ ofwel
‘gemeenschap’ ook vooral en juist voor het avondmaal en de gemeenschap die
rondom de tafel en uit de tafel ontstaat. Want juist daar wordt het deelhebben aan
Christus verwerkelijkt en beleefd.
1 Kor. 10: 16 Is niet de beker der dankzegging,
waarover wij de dankzegging uitspreken,
een gemeenschap met het bloed van
Christus? Is niet het brood dat wij
breken, een gemeenschap met het
lichaam van Christus?
De viering van het avondmaal is te vergelijken met het houden van een offermaaltijd,
zoals we dat in het Oude Testament kunnen lezen. Het eten en drinken verbindt de
gelovige met het bloed en het lichaam van het slachtoffer, dat ten bate van de
gelovige is geofferd. In het Oude Testament waren dat dieren. Het Nieuwe
Testament getuigt van een ander Lam, namelijk Jezus Christus. Paulus spreekt van
een ‘koinoonia’ met het lichaam en bloed van de Here Jezus via brood en wijn. Zo
krijgen de gelovigen deel aan de tafel van God zelf. Zij worden Gods tafelgenoten en
vieren de voorsmaak van de overvloed van vreugde die komt, als de gemeenschap
volkomen hersteld zal zijn in het koninkrijk der hemelen.
Dat geldt de gemeente. Want – zegt Calvijn – wij moeten in Christus zijn ingelijfd,
opdat wij onder elkaar verenigd worden. Maar dan is het ook één lichaam.
1 Kor. 10: 17 Omdat het één brood is, zijn wij, hoe
velen ook, één lichaam; wij hebben
immers allen deel aan het ene brood?
Zo herstelt zich de gemeenschap met God door en in de gemeenschap met de Zoon,
waardoor de gelovigen ook onderling aan en met elkaar verbonden zijn. Aan de tafel
van de Here Jezus Christus wordt die geloofswerkelijkheid zichtbaar en concreet in
het samen eten en drinken van hetzelfde brood en uit dezelfde beker. Krachtig klinkt
dat in het avondmaalsformulier ook op, in die bekende woorden: “Door die Geest, die
in Hem als het Hoofd en in ons als zijn leden woont, doet Hij ons in Zijn
gemeenschap leven en geeft Hij ons deel aan al zijn schatten: het eeuwige leven, de
gerechtigheid en heerlijkheid. Ook verbindt Hij ons onderling door dezelfde Geest als
leden van één lichaam in ware broederlijke liefde.” Dat is dus avondmaal vieren: het
feest beleven van het herstel van de gemeenschap met God en met elkaar.
tussenbalans
8
Ik heb u tot nu toe vanuit de Schriften willen laten zien dat – als wij spreken over
onze belijdenis van de gemeenschap der heiligen – we het over grote, hoge en
heilige dingen hebben. Dan gaat het niet meer over onze kerkgemeenschap, waar
we moe van zijn of waarin we tot rust kunnen komen, maar dan gaat het over het
diepe levensherstel dat de HERE zelf bezig is te werken. Dan staan we voor de grote
daden Gods, die de pinkstergemeente beleed en onderhield. Vindt u ook niet dat ons
spreken en denken over de gemeenschap der heiligen vaak maar schamel van
inhoud en diepgang is? Ik geloof de gemeenschap der heiligen. Ik ben er levend lid
van. Ik behoor ertoe door Gods genade, mij in Christus bewezen. “Leer mij heilig
spreken, HERE, als het over deze dingen gaat.” Want ik sta hier voor het wondere
werk van Uw verlossend welbehagen in de Zoon. Het is geen vanzelfsprekende
zaak. Het is evenmin vrijblijvend.
scheiding
De gemeenschap der heiligen of de avondmaalsgemeenschap – dat is dezelfde, zo
weten we nu – betekent ook een scheiding die het leven van de gemeente raakt.
Voordat God hen riep behoorden de Korintiërs niet tot de gemeenschap met
Christus, maar waren zij door hun zonde en overtreding vervreemd van het leven
met God. Daarom spreekt 1 Korintiërs 1 vers 9 over het levenwekkende wonder van
Gods roepstem, die mensen uit hun duisternis tot het wonderlijk licht roept. Ik ga hier
niet herhalen wat ik eerder over de zonde heb gezegd, maar daarop voortgaande
moet het ons nu duidelijk zijn dat het herstel van de gemeenschap met God een
breuk met de wereld en met een wereldse levensstijl betekent. De deelgenoten aan
de tafel van Jezus Christus hebben zich afgezonderd van de deelgenoten aan de
tafel van de afgoden.
1 Kor. 10: 21 Gij kunt niet de beker des Heren drinken
en de beker der boze geesten, gij kunt
niet aan de tafel des Heren deel hebben
en aan de tafel der boze geesten. Of
willen wij de Here tot na-ijver wekken?
1 Joh. 1: 6-7 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap
met Hem hebben en in de duisternis
wandelen, dan liegen wij en doen de
waarheid niet; maar indien wij in het
licht wandelen, gelijk Hij in het licht is,
hebben wij gemeenschap met
elkander.
2 Kor. 6: 15 Welke overeenstemming is er tussen
Christus en Belial, of welk deel heeft
een gelovige samen met een
ongelovige? Welke gemeenschappelijke
grondslag heeft de tempel Gods met
afgoden? Wij toch zijn de tempel van de
levende God, gelijk God gesproken
heeft: Ik zal onder hen wonen en
wandelen en Ik zal hun God zijn en zij
zullen mijn volk zijn. Daarom gaat weg
uit hun midden, en scheidt u af, spreekt
de Here en houdt niet vast aan het
9
onreine, en Ik zal u aannemen en Ik zal u
tot Vader zijn en gij zult Mij zonen en
dochteren zijn, zegt de Here, de
Almachtige.
Openb. 18: 4 En ik hoorde een andere stem uit de
hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn
volk, opdat gij geen gemeenschap
hebt aan haar zonden en niet ontvangt
van haar plagen.
De gelovigen zijn kinderen van het licht. Ze zijn uit het rijk der duisternis overgezet in
het rijk van het licht (Kol. 1: 13). Waar het licht straalt, wijkt de duisternis en
omgekeerd. Dat verdraagt elkaar alleen nog als water en vuur.
Ef. 5: 11 En neemt geen deel aan de
onvruchtbare werken der duisternis,
maar ontmaskert ze veeleer.
Waar de gemeenschap der heiligen de antithese loochent heeft ze de wereld niets
meer te vertellen en verzaakt ze haar roeping. Dan wendt ze zich opnieuw van God
af en loochent ze haar uitverkoren positie. Zo’n gemeenschap is overgeleverd aan
haar eigen afval en verval. Ze kan de naam hebben dat ze leeft, maar ze is dood
(Opb. 3: 1). En de vraag waar we voor staan, als we spreken over de gemeenschap
der heiligen is dan ook of we ontmaskeren of onze positie juist maskeren? In het ene
geval doen we de waarheid. In het andere geval zijn we bedrieglijke misleiders.
woord
Allereerst – schrijft Luther – is het christelijke, heilige volk daaraan te herkennen, dat
het ’t heilig Woord Gods heeft. Want Gods Woord is heilig en heiligt alles wat het
aanraakt. U merkt – daar ligt de overgang naar het tweede deel van die korte
geloofsbelijdenis: ik geloof de gemeenschap der heíligen. Ja, zegt Luther, het is
Gods heiligheid zelf. En hij wijst daarbij op Romeinen 1 vers 16 en 1 Timotheüs 4
vers 5:
Rom. 1: 16 Want ik schaam mij het evangelie niet;
want het is een kracht Gods tot behoud
voor een ieder die gelooft, eerst voor de
Jood, maar ook voor de Griek.
1 Tim. 4: 4-5 Want alles wat God geschapen heeft, is
goed en niets daarvan is verwerpelijk, als
het met dankzegging aanvaard wordt:
want het wordt geheiligd door het
woord Gods en door het gebed.
Waar men dit Woord – aldus opnieuw Luther – hoort preken of geloven en gedaan
ziet worden, daar is zonder twijfel een echte ‘ecclesia sancta catholica’, een
christelijk volk.
1 Petrus 1: 22 Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid
aan de waarheid gereinigd hebt tot
10
ongeveinsde broederliefde, hebt dan
elkander van harte en bestendig lief, als
wedergeboren, en niet uit vergankelijk,
maar uit onvergankelijk zaad, door het
levende en blijvende woord van God.
Luther schrijft meer over de kenmerken van de gemeenschap der heiligen en heeft
het over zeven hoofdzaken waardoor de Heilige Geest in ons de dagelijkse heiliging
en levendmaking in Christus werkt. Doop en avondmaal horen erbij. De tucht naar
Mattheüs 18 ook. En Luther besluit met te zeggen dat naast die zeven hoofdzaken of
kenmerken nog meer uiterlijke tekenen zijn waaraan men de heilige christelijke kerk
herkennen kan, bijvoorbeeld in het doen van de geboden.
wet
Daarom – zegt de reformator heel stellig – moeten we de wet hebben. Niet alleen
omdat de geboden ons zeggen wat we schuldig zijn te doen, maar ook om daaraan
te zien hoever de Heilige Geest ons met zijn heiliging gebracht heeft en wat er nog
ontbreekt, opdat we niet denken dat we het gegrepen hebben en om in de heiliging
te groeien en steeds meer een nieuwe schepping in Christus te worden (2 Petr. 3:
18; 1 Tess. 4: 1.10). Dat zijn gezonde en verhelderende woorden in een tijd dat
bepaalde voorgangers menen dat de wet zijn tijd wel gehad heeft. De wet ordent en
stimuleert de kerk bij haar gemeenschap met God en de naaste. De wet leert ons dat
alle vertrouwen op geld en goed, dat valse hartstocht en de knieval voor een
autonoom ik het verbreken is van de levenwekkende en levengevende gemeenschap
met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De wet is Gods regel voor de goede
omgang. Heb God lief boven alles en de naaste als je zelf. Die samenvatting bestaat
alleen – kan alleen bestaan – in het licht van het totaal. Heb ik de
levensgemeenschap met God verbroken? Waar moet ik in groeien en wat moet ik
vasthouden? Die concrete vragen mag de gelovige zich wekelijks bij de voorlezing
van de wet stellen. Wie de wet respecteert, ontspoort niet.
Psalm 139: 24 Zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid
mij op de eeuwige weg.
ambt
Eén van de zeven hoofdzaken waar Luther het over heeft is bij hem het ambt. Zo
krijgt de gemeenschap steeds meer gestalte en wordt het vlees en bloed. We
bevinden ons bij Luther op bekend, Schriftuurlijk terrein als hij de contouren schetst
van wat de gemeenschap der heiligen hoort te zijn. Er is de afgelopen jaren door
meerderen wel gesproken over de functie van het ambt als de pezen en banden van
het lichaam. Ze zijn er ten dienste van de gemeenschap, zo wordt dan gesteld, om
het lichaam bijeen te houden en te laten functioneren. Maar het is eigenlijk een
ongelukkige vergelijking. Het ambt is meer. Als je het dan per se organisch wilt
duiden is het ambt de zenuw. Door de zenuw immers geeft het hoofd de puls af om
het lichaam in beweging te zetten. Zo werkt het ambt met en door het Woord in de
gemeenschap. Daar ligt ook de verantwoordelijkheid van het ambt. Het coördineert
niet slechts, maar mag tot beweging aanzetten onder direct bestuur van Jezus
Christus. Het wordt hoog tijd – broeders en zusters – dat we juist deze betekenis van
de gave van het ambt weer op waarde gaan schatten en inhoud gaan geven. Het
blijkt niet onbelangrijk geweest te zijn dat professor C. Trimp in plaats van de naam
11
praktische theologie en een terminologie als dat van dienst heel bewust bleef kiezen
voor de ámbtelijke vakken en de aanduiding ambt. Wij hoeven het ambt niet op te
waarderen. We moeten de ambtsleer wel bevrijden van alle ontwaarding die in de
afgelopen jaren plaats heeft gevonden. Opdat het ‘zo zegt de HERE’ weer duidelijk
en echt gemeenschapstichtend te horen zal zijn.
Ef. 4: 11-12 En Hij heeft zowel apostelen als profeten
gegeven, zowel evangelisten als herders
en leraars om de heiligen toe te rusten
tot dienstbetoon, tot opbouw van het
lichaam van Christus.
liturgie
U begrijpt wel – met woord, wet en ambt komt in het verlengde ook de liturgie en de
invulling van de eredienst naar voren. De lofliederen, de dienst der gebeden, de
dankzegging en de liefdedienst van de collecte zijn voor Luther dan ook eveneens
hoofdzaken als het gaat om de gemeenschap der heiligen. Het is het door God
samengeroepen volk (1 Kor. 1: 2) van het verbond, dat delen mag in het heil en
daarom op haar beurt ook deel gééft aan het haar geschonken heil in Christus. Aan
allen, maar inzonderheid aan de gelovigen zelf (Gal. 6: 10).
Ik geloof de gemeenschap der heiligen – dat is allereerst aandacht vragen en
hebben voor de eredienst. De werkplaats van de Heilige Geest, die werkt door het
Woord. Daar ligt het heil. Daar wordt het heil gewerkt. Daar sticht God de heilzame
gemeenschap. Daar herstelt zich het leven en heelt God de door zondaren
geschonden verhoudingen. Zonde en genade zijn daarin levendige woorden die
gewicht krijgen. Want de gemeenschap der heiligen berust niet op onderlinge
sympathie, gelijkgerichte belangen of het behoren tot dezelfde richting – zelfs niet op
ons ontfermend en missionair omzien naar de ongelovige en hem die geen helper
heeft, maar de gemeenschap der heiligen rust op ons deelhebben aan hetzelfde
evangelie. Daar begint de gemeenschap. Daar herstelt zich de gemeenschap en
heelt ze. Daar bloeit de gemeenschap op en alleen daar groeit ze ook. Ik geloof de
gemeenschap der heiligen. Dat is zoveel als: spreek HERE, want Uw gemeente
luistert.
samen
Broeders en zusters, kunnen wij dat weer samen? Want wij staan op een breukpunt
en bereiden ons voor op een reformatie of een terugkeer naar de Schriften. We
bereiden ons voor of we hebben die stap al of net gedaan. Maar we nemen onszelf
mee. En wie zijn wij?
Wij zijn allereerst zondaren, die de gemeenschap met God en de naaste dagelijks
loochenen en schenden. Zondaren, die uit genade leven onder het bloed van het
Lam. Zondaren, ternauwernood behouden. Als een brandhout uit het vuur gerukt.
Afhankelijk van wat God geeft.
Wij zijn vervolgens ook mensen, die door jarenlange strijd en door de nood geleerd
hebben om alleen te staan. En er is afstand gegroeid tussen ons en de kerk. Althans,
tussen ons en de kerk die we verlaten hebben of bezig zijn te verlaten. Met het
begrip ambt schieten we misschien naar ons gevoel niet veel op. Of we voelen ons
bedreigd, apart gezet of boven de Schrift gebonden. Het woordje liturgie bezorgt ons
kromme tenen en bij het noemen van de wet worden we wakker en waakzaam. We
zijn alert, gewend om bezwaren te schrijven. Dat waren we niet, maar zo zijn we
12
geworden. Zo moesten we wel worden. Het kan zelfs zijn dat we hopen een paar jaar
rust te vinden om te herstellen van alle vermoeidheid die de kerkstrijd heeft gebracht.
Het kan ook betekenen dat we bij het minste of geringste geneigd zijn weer bezwaar
te maken. Omdat angst en onrust, zorg en ervaring hebben meegebracht dat we te
wapen lopen als we denken dat het niet goed gaat. Mag ik u vragen hoezeer u dat
gestempeld heeft in de afgelopen jaren? Hoe vervreemd u geraakt bent van de kerk
en van haar traditie? Hoever u van de glans van de gereformeerde theologie af bent
komen te staan? Om een postmodern woord te gebruiken: heeft het individualisme
ook onder ons niet hard toegeslagen, juist omdat we zo apart zijn komen te staan
van alles wat ons van kindsbeen aan zo lief en dierbaar is geweest? Laten we eerlijk
in de spiegel blijven kijken. Om onszelf dan opnieuw de vraag te stellen wat het
betekent dat we levende leden van de kerk zijn. Wat het wil zeggen dat we het elke
week weer belijden: ik geloof de gemeenschap der heiligen?
slot
Laat ik mogen afsluiten waar ik begonnen ben. Met een woord van Tertullianus, een
vroege kerkvader. Hij wijst op de listen en plannen van de Satan die bij zichzelf zegt:
met gemene hatelijkheden zal ik hen verzoeken, met gebreken en onderlinge
tweedracht. Niets laat hij na – broeders en zusters – om het werk van de HERE te
verwarren en te verwoesten. Hij zet het breekijzer juist in de gemeenschap omdat dat
leven betekent en God daarin alle eer ontvangt. Laat de duivel – zo zegt Tertullianus
dan ook – voor uw tegenwoordigheid vluchten en wegsluipen naar zijn eigen afgrond,
verschrompeld en verstijfd alsof hij een uitgerookte slang zonder betovering was.
Geef hem niet het succes in zijn eigen rijk dat hij u opzet tegen ieder ander, maar
laat hem u gewapend en versterkt door eendracht vinden. Want onderlinge vrede bij
u is strijd met hem.
Onderlinge vrede bij u is strijd met de duivel. We hebben nu gehoord hoe die
onderlinge vrede gewerkt wordt. Ze rust op het bloed van Gods eniggeboren Zoon,
onze Here Jezus Christus. Dat bloed reinigt ons van alle zonde. Ook de zonde van
het steeds weer breken met God en het loochenen van Zijn werk. Dat bloed vloeide
voor al ons individualisme dat ten diepste niet anders is dan een zich onttrekken aan
de levensgemeenschap met God en de naaste. En dat betekent, dat wie uit de
genade van het herstel leeft ook de plicht ziet van de opbouw in de eenheid.
Geworteld en gegrond in de waarheid. Terug dus naar het Woord. Maar in dat spoor
dan ook verder. Blijmoedig. Eensgezind. Vol vertrouwen en met een vaste hoop.
Laten we daaraan werken en laat al ons werken daaraan bijdragen. En ja – dan blijft
er strijd met de duivel. Maar dan is er vrede bij God. Dan blijft er een isolement, maar
dan wel als volk des HEREN. Dan blijft er een worsteling en struikelen zondaren over
hun eigen belijdenis. Maar niet zonder hoop. Want de kop van de slang zal
vermorzeld worden. Christus Triomfator! En God zal zijn alles in allen.
Dank u wel.
13

 

Laatst aangepast op zaterdag 18 mei 2013 11:18  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]