Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Zorgen over GKv Ds. R. van der Wolf - Vrede brengt strijd

Ds. R. van der Wolf - Vrede brengt strijd

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Voorzitter, broeders en zusters,
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: vanavond wil ik met u een sprong in
het diepe wagen. Want als een kind dat nauwelijks heeft leren zwemmen staan we
aarzelend voor het diepe water van een bad vol verwarring, chaos en crisis. Dat is
om ons heen zo - in de wereld waarin wij leven – maar dat laat ik liggen. We zijn hier
tenslotte niet bij elkaar om de politieke en maatschappelijke verwarring in kaart te
brengen en te duiden. Wij zijn hier bijeen om andere redenen. In hoofdzaak om de
kerk. Om de gemeenschap der heiligen die we samen mogen zijn. En om de
verwarring die daarin heerst.


De één zoekt naar nieuwe antwoorden op oude vragen. Een ander probeert oude
antwoorden te hernieuwen. En een derde is vooral bezig met nieuwe vragen, los van
wat geweest is. Dat buitelt voor ons gevoel nogal eens door elkaar heen en schiet
vooral langs elkaar heen. Er is niet zo gemakkelijk een patroon te ontdekken in
bijvoorbeeld de koers die de kerken gezamenlijk gaan. De praktijk van het kerkelijk
leven in de ene plaats kan behoorlijk verschillen met de wijze waarop de gemeente in
een genabuurde plaats het kerk zijn beleeft en praktiseert. Er verschijnen
experimentele vormen van eredienst, die zonder commentaar na korte tijd weer
kunnen verdwijnen – denk aan de jeugdkerken. En in al dat tumult om ons heen zijn
wij kerklid. En we hebben onze vragen, onze zorgen en moeiten. Waar gaat het
heen? Hoever is het eigenlijk? Komt er nooit een eind aan vernieuwingen, vraagt de
één. En: komt er nooit een radicale doorbraak, vraagt de ander.
Die onzekere verwarring kan als gevolg hebben dat we ons terugtrekken. Ons
distantiëren van het kerkelijk leven. Tot de storm wat geluwd is. Totdat dingen hun
plaats hebben gekregen. Totdat duidelijk is hoe en of de kerk wezenlijk veranderd is.
We slikken daarom ons commentaar voorlopig maar in en wachten aan de zijlijn
rustig af. En inderdaad, niet alles is ook zo zeker. Niet alles lijkt in één keer fout te
zijn of fout te gaan. Er zijn heel veel goede dingen te vertellen. Ook over de kerken in
deze postmoderne samenleving. Zo troosten we onszelf dan. En we klampen ons
vast aan de weinige zekerheden die er nog over zijn: we hebben elke week kerk; in
de eredienst worden geen verkeerde dingen gezegd; er zijn wel vernieuwingen waar
we moeite mee hebben, maar daar zitten toch ook wel weer positieve kanten aan en
de tijd vraagt toch ook dat we ons niet in alles van de wereld en de tijdgeest
vervreemden. Kerk ben je vandaag. Gemeenschap der heiligen ben je samen. Dan
heeft iedereen ook stem en zoek je de grootste gemene deler. En dan zal de één
zich hieronder eens wat ongelukkig voelen. Een ander daaronder. Dat vraagt
tolerantie. En dat woord tolerantie wordt dan zomaar het toverwoord voor een
kerkelijk samenleven van honderd of nog meer maal ik.
En wie zal in al die verwarring en in die haast onontwarbare kluwen het laatste woord
spreken? Dat is bijna ondoenlijk. Daarom zei ik al dat ik vanavond met u een sprong
in het diepe ga wagen. Dit diepe bedoel ik. De diepte van de kerkelijke onrust en de
mogelijke oorzaken daarvoor. En met het werkwoord wagen geef ik aan dat het in
zekere zin een wat tastend zoeken is naar wat houvast zou kunnen geven en een
zekere richtlijn zou mogen zijn voor onze houding vandaag. Daar is namelijk wel
behoefte aan. Daar is ook opdracht toe. Want distantiëren – broeders en zusters –
terugtrekken onder het sjibboleth “tolerantie” dat is niet wat de HERE ons in zijn
Woord leert. Hij wil dat we levende leden zijn. Dat we gemeenschap oefenen. Dat we
1
een eenheid vormen. En Hij belooft ons dat dat strijd betekent. Strijd. Niet tegen
bloed en vlees (Ef. 6, 12), maar tegen de geesten van het kwaad in de hemelse
gewesten. Op dat niveau spreken we dus. Ook als we het hebben over de
gemeenschap der heiligen, wat u wel het hoofdonderwerp voor vanavond kunt
noemen. Want onderlinge vrede – zei de kerkvader Tertullianus ooit – “onderlinge
vrede bij ons is strijd met de duivel. Laat hem daarom voor uw tegenwoordigheid
vluchten en wegsluipen naar zijn eigen afgrond, verschrompeld en verstijfd alsof hij
een uitgerookte slang zonder betovering was.”
Daar wil ik iets van laten zien. En ik heb daarom de lezing voor vanavond getiteld:
VREDE BRENGT STRIJD
Kan je de tijd van vandaag geestelijk duiden? Kan je ten aanzien van het woord
‘gemeenschap’ van bepaalde ontwikkelingen zeggen: dat is satanisch en dat is een
vrucht van het werk van de vorst der duisternis? Op die vraag willen we allereerst
graag een antwoord vinden en we gaan daarvoor terug – hoe kan het ook anders –
naar de Schrift. We willen er dan op letten wat gemeenschap is, hoe die
gemeenschap verstoord wordt en hoe die gemeenschap hersteld wordt. Als we dat
weten zijn we namelijk al een heel eind verder en kunnen we voorzichtig een aantal
kenmerken van deze tijd toetsen aan wat we als antwoord hebben gevonden om
tenslotte te kijken hoe we daar als kerken mee om moeten gaan en intussen mee
omgegaan zijn. Dat is ook meteen de structuur voor wat u verder van mij te horen
krijgt vanavond. En we beginnen dus bij de vraag naar wat gemeenschap is.
gemeenschap
Ik geloof de gemeenschap der heiligen. Wat zeg je daar nu eigenlijk mee, met dat
woord gemeenschap – ‘koinoonia’ is het in het Grieks. Daar ga ik natuurlijk nog een
heleboel meer van zeggen maar de grondbetekenis van dat woord is, dat je ergens
aan deel hebt. Dat je deelgenoot bent – deelhebber aan iets. Wij hebben
bijvoorbeeld allemaal deel aan het leven. We ademen allemaal. We hebben het
leven ‘gemeenschappelijk’ dus. Zo kun je ook werk gemeenschappelijk hebben. Dan
ziet het woord koinoonia op collegialiteit en heet je een werknemer. Want dan heb je
allemaal en samen deel aan het werk.
Zo Lukas 5: 10 Metgezellen van Simon is daar; collega
vissers
Je kunt ook gemeenschappelijk de maaltijd gebruiken. Dan ben je disgenoten van
elkaar en heb je samen en elk apart deel aan het eten dat op tafel staat. Nou, zo kunt
u zelf natuurlijk ook van alles bedenken om maar duidelijk te krijgen waar dat
woordje gemeenschap in de eerste plaats op ziet. Deelgenoot zijn. Deelhebben aan
iets. Iets gemeenschappelijk hebben of ergens in gemeenschap mee leven. Dat is
dat prachtige woord koinoonia – gemeenschap.
God
Nu wordt dat woord in Genesis 1 – het eerste hoofdstuk van de bijbel – niet gebruikt.
Maar de zaak van de gemeenschap is daar natuurlijk wel volop aan de orde. Daar
wordt namelijk de schepping verbonden aan de zorg van de mens. Daar worden
mensen aan elkaar verbonden – Adam en Eva. En daar verbindt – wonderlijk
2
hoogtepunt – God zich aan het schepsel van de zesde dag, de mens. God schiep de
mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.
En God zegende hen en God zei tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult
de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte
des hemels en over al het gedierte dat op de aarde kruipt (Gen. 1: 27-28). Wat God
daarmee bedoelde en wat God daarvan verwachtte komt later in de bijbel
onverwacht en heel verrassend naar voren als Hij in Hosea 6 zijn eigen volk het
scherpe verwijt maakt, dat zij in liefde en kennis van God tekort schieten. Dan zegt
de HERE:
Hosea 6: 6-7 Want in liefde heb Ik behagen en niet in
slachtoffer, in kennis van God en niet in
brandoffers. Maar zij hebben als Adam
het verbond overtreden; daar hebben zij
Mij trouweloos bejegend.
Dat koppelt de HERE in Hosea 6 vers 6 dus aan liefde en kennis. Aan trouw zijn en
je loyaal opstellen. Je verdiepen in de ander en je hart aan die ander hechten.
Deelgenoot zijn – bondgenoot. Dat is de gemeenschap die de HERE wil. Die Hij met
de mens in het begin ook heeft, zoals Psalm 139 daarvan zingt:
Psalm 139: 1-6 HERE, Gij doorgrondt en kent mij; Gij
kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij
verstaat van verre mijn gedachten; Gij
onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, met
al mijn wegen zijt Gij vertrouwd. Want er
is geen woord op mijn tong, of, zie,
HERE, Gij kent het volkomen; Gij
omgeeft mij van achteren en van voren
en Gij legt uw hand op mij. Het begrijpen
is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan
er niet bij.
Dat is de gemeenschap dus waarin de HERE de mens zo’n centrale plaats heeft
gegeven. Wat is de mens dat Gij zijner gedenkt en het mensenkind dat Gij naar hem
omziet (Psalm 8)? Die gemeenschap is het ook tenslotte waarin Hij Zichzelf aan de
mens gegeven heeft. “Zij hoorden het geluid van de HERE God, die in de hof
wandelde in de avondkoelte” staat er zo teer in Genesis 3. De HERE zoekt
gemeenschap. En Hij heeft gemeenschap – daar in het eerste begin van de
geschiedenis.
Satan
Het is deze gemeenschap die Satan probeert te verstoren en te vernietigen. Die
gemeenschap tussen de mens en de HERE. Dat samenleven – die
bondgenootschap. De deelname aan het verbondsverkeer. Het delen van de liefde.
Daar moet de wig in en dat moet verbroken. Om het in de taal van Hosea 6 te blijven
zeggen: van liefde en kennis moet geen sprake zijn. Wat in harmonie bij elkaar hoort
dat moet ondersteboven gekeerd, aangevochten en uit elkaar getrokken. Zo zijn ook
de namen van de duivel. Hij heet Satan. De grondbetekenis van dat woord satan is
3
dat je de ander vijandig gezind bent en in alles probeert te dwarsbomen. Satan, dat
is: tegenstander. In de letterlijke zin van het woord iemand tegen staan, blokkeren en
in de weg staan. Als we het dan hebben over de gemeenschap tussen de HERE en
Zijn volk dan staat Satan de ontmoeting in de weg en is hij er naar zijn aard alleen
maar op uit het samenleven tussen God en Zijn volk onmogelijk te maken. Zo treedt
hij op in Zacharia 3. Als Jozua, de hogepriester in de tijd van de terugkeer uit de
ballingschap, voor God staat, en daar het samenleven met de HERE weer op lijkt te
bloeien, dan komt Satan ertussen en brengt aanklachten naar voren. Hij wijst op de
vuile kleren van Jozua die de zonden symboliseren en hij brengt de misaden van het
volk tegenover God in herinnering. Hoe kan iemand zo voor God verschijnen? God
wil daar toch part noch deel aan hebben? Zo kan die gemeenschap toch nooit tot
stand komen? Zou God deel kunnen hebben aan de ongerechtigheid van Zijn volk?
Zou God deelgenoot kunnen zijn van zondige mensen? Zo werpt Satan zich op als
de grote aanklager – maar het doel dat hij daarmee heeft is de gemeenschap te
verhinderen. En hetzelfde is het geval in 1 Kronieken 21, wanneer de bijbel heel
nadrukkelijk Satan noemt als degene die David aanzet om een volkstelling te
houden. We lezen dan:
1 Kron. 21: 1 Satan keerde zich tegen Israël en zette
David aan, Israël te tellen.
U kent de afloop van die geschiedenis. David laat schuld op zichzelf en het volk en
de HERE brengt de pest over het volk, zodat er zeventigduizend man sterft. Zo
breekt Satan ook in die geschiedenis de gemeenschap stuk en zaait hij letterlijk dood
en verderf.
individualisme
Ik sta daar wat uitgebreid bij stil, broeders en zusters, om samen oog te houden voor
het feit dat we – waar de gemeenschap wordt opgebroken – te maken hebben met
de geestelijke strijd. Om dan maar direct ook een heel duidelijk voorbeeld te geven:
het huidige individualisme kunnen we sociologisch en filosofisch verklaren. We
kunnen wijzen op het postmodernisme en op wat we haast een technocratische tijd
kunnen noemen. Maar het steekt volgens de bijbel wel dieper nog. Want waar wij
hier in deze wereld mee te maken krijgen is het verwoestende werk van de Satan,
die er op uit is álle gemeenschap te verbreken met als uiteindelijk doel dat God de
eer niet krijgt. En nou moet het vanavond natuurlijk allemaal wat in kort bestek, maar
dat de mens zijn eigen ik zo op de voorgrond zet en zich daarop ook terugtrekt als de
sterke stad waarin hij zich veilig waant, dat is satanisch te noemen. Het
individualisme staat haaks op de bijbelse opdracht om God boven alles lief te
hebben, Hem te kennen en te eren. Het zet een streep ook door de
gezagsverhoudingen omdat het uiteindelijk de autonomie van de individuele mens
predikt.
En als we dan bijvoorbeeld naar de inrichting van de erediensten kijken, naar de
inhoud van de hoeveelheid gezangen waarin het ik van de mens glorieus naar voren
komt, naar de devaluatie van het ambt dat is teruggebracht tot een coördinerende in
plaats van een gezaghebbende functie en taak – net zo goed als naar het
materialisme waardoor de Satan de kerk berooft van leden die nog tijd en energie
hebben om zich voor de gemeenschap der heiligen en de Bijbelstudie in te zetten –
dan mag je jezelf de vraag gaan stellen in hoeverre dat individualisme de afgelopen
twintig jaar niet een machtig wapen is gebleken in de hand van de Satan, die niets
4
liever ziet dan dat de liefde en de kennis, die de gemeenschap met God vormen en
in stand houden, verdwijnen en steeds verder uit het oog raken. Dat zit er ten diepste
achter de zorg om en de strijd tegen de evangelische gezangen, die het
individualisme bevorderen en het zelfs de sfeer van innerlijke vroomheid geven. Het
gemak waarmee verschillende generale synodes het zingen van deze liederen
hebben vrijgegeven en gefaciliteerd laat zien dat er veel te weinig aandacht is voor
de satanische poging om het ik – ook het vrome ik – te isoleren van elk mogelijk
verband waarin de HERE ons als mensen heeft geschapen. Het vragen om die
aandacht is geen krampachtig pogen om vast te houden aan het verleden, zoals
telkens wordt gesuggereerd wanneer het over de verontrusting binnen de GKV gaat,
maar is een aanhoudende roep om de geesten te onderscheiden en de knieën niet te
buigen voor de baäl van bijvoorbeeld het individualisme. De wijze waarop de
afgelopen 15 jaar vernieuwingen in de liturgie zijn voorgesteld en doorgevoerd
getuigen van een verregaande onverschilligheid voor het bestaan en de dreiging van
het rijk van Satan. De hulpwetenschap van de sociologie is voor het verstaan van de
tijd en het begrijpen van de behoeften van de gelovige vandaag tot hoofdwetenschap
geworden, terwijl de criminaliteit van de Vorst der duisternis hierdoor ongehinderd en
ruim kans krijgt om het volk van God te vervreemden. Met alle gaven en talenten die
ook hoogleraren hebben ontvangen zijn ze niet in staat gebleken juist dit profetisch
zicht op de tijd van vandaag over te dragen en de werken van Satan op dit punt te
ontmaskeren. Integendeel. Tot in de hermeneutiek – dat is bril waarmee je de bijbel
leest – wordt de mens aan zichzelf toevertrouwd en dus overgeleverd. Dát is de spits
van de zorg en de verontrusting en dat is de kern van waar het steeds weer om gaat.
Efez. 6: 12 Want wij hebben niet te worstelen tegen
bloed en vlees, maar tegen de
overheden, tegen de machten, tegen de
wereldbeheersers dezer duisternis,
tegen de boze geesten in de hemelse
gewesten.
duivel
Terug naar het onderwerp. Ik heb een korte onderbreking gemaakt om u duidelijk te
kunnen maken dat het satanisch geweld ons ook vandaag probeert mee te sleuren in
de richting van ons eigen ik. En dat stempelt nu juist ook de methode waarmee de
duivel te werk gaat. De duivel – dat woord wijst op het uit elkaar halen van wat bij
elkaar hoort. U ziet – we keren steeds weer terug naar de hoofdzaak voor vanavond
– de gemeenschap tussen de HERE en zijn volk. Die twee probeert de duivel uit
elkaar te trekken en bij elkaar vandaan te houden. Hij doet dat allereerst door aan te
zetten tot de zonde. En hij gebruikt daarbij alles wat hem aangereikt wordt – in de
tijd, in de schepping, in de mens zelf. Hij moet dat ook. Want hij is geen creator, geen
schepper, maar gebruiker en misbruiker. Juist dat moet ons als gelovigen ook steeds
weer en voortdurend alert maken op alles wat er om ons heen en in ons roert en
beweegt.
En als hij tot zonde heeft aangezet – denk nog even aan die volkstelling bij David –
dan kláágt hij vervolgens aan – u herinnert zich de vuile kleren van Jozua. Eerst zet
hij aan. Dan klaagt hij aan. En zo probeert hij het heilsplan van onze God te
doorkruisen en te saboteren. Dat laatste is een nog niet eerder genoemde zaak en
werk ik aan de hand van een paar teksten voor u uit.
5
2 Kor. 4: 3-4 Indien dan nog ons evangelie bedekt is,
is het bedekt bij hen, die verloren gaan,
ongelovigen, wier overleggingen de
god dezer eeuw met blindheid heeft
geslagen, zodat zij het schijnsel niet
ontwaren van het evangelie der
heerlijkheid van Christus, die het beeld
Gods is.
Mt. 6: 13 En leid ons niet in verzoeking, maar
verlos ons van de boze.
1 Tess. 5: 23 En Hij, de God des vredes, heilige u
geheel en al, en geheel uw geest, ziel en
lichaam moge bij de komst van onze
Here Jezus Christus blijken in alle
delen onberispelijk bewaard te zijn.
afweer
Eerst zet de duivel aan tot zonde. Vervolgens klaagt hij aan. En het uiteindelijke doel
is; het doorkruisen van Gods heilsplan. Om te voorkomen dat er gemeenschap zal
zijn tussen de HERE en Zijn volk. Op dat niveau staat elk tijdsgewricht waarin de
kerk leeft en dat inzicht wordt de kerk gevraagd in alle moeiten en vraagstukken waar
ze mee te maken heeft. Het wordt tijd dat we elkaar hardop vragen of we het bestaan
van de duivel nog wel erkennen en de geestelijke strijd zien die er woedt. Want pas
als we dat zien kunnen we vluchten naar de wapens, die de HERE ons in Zijn Schrift
aanwijst en aanbeveelt om de macht van de boze te weerstaan. Niet door kracht, niet
door geweld, maar door zijn Geest.
En allereerst moeten we dan zeggen dat we mogen schuilen onder het bloed van het
Lam. Nog een keer terug naar Zacharia 3. Wanneer de duivel daar Jozua aanklaagt
en probeert de gemeenschap tussen God en zijn volk te voorkomen, door op de
zonden van het volk te wijzen, dan zegt de Here Jezus Christus daar:
Zach. 3: 4 Doet hem de vuile klederen uit. Zie, Ik
neem uw ongerechtigheid van u weg, Ik
trek u feestklederen aan.
Het bloed van Jezus reinigt van alle zonden, zegt Johannes in zijn eerste brief,
hoofdstuk 1 vers 7. En later mag hij schrijven wat hij hoort:
Openb. 11: 10-11 En ik hoorde een luide stem in de hemel
zeggen: Nu is verschenen het heil en de
kracht en het koningschap van onze God
en de macht van zijn Gezalfde; want de
aanklager van onze broeders, die hen
dag en nacht aanklaagde voor onze
God, is nedergeworpen. En zij hebben
hem overwonnen door het bloed van het
Lam en door het woord van hun
getuigenis, en zij hebben hun leven niet
liefgehad, tot in de dood.
6
Dat is dus het eerste in alle satanische aanvallen en strijd: dat de gelovigen schuilen
onder het bloed van het Lam en hun zonden worden weg gespijkerd aan het kruis
van onze Here Jezus Christus. Dat is wezenlijk iets anders dan de zonden
ontkennen en de zonde verdoezelen. Waar de wet bijvoorbeeld niet meer klinkt,
broeders en zusters, de wet die de zonde ontmaskert en ons aan onze schuld
ontdekt, daar gaat de noodzaak ontbreken om onder dat kostbare bloed van Gods
Zoon weg te vluchten. De wet drijft naar Christus en daar komt dus de noodzaak
naar voren om in de wekelijkse eredienst de tien geboden af te kondigen als
blijvende wet van God. Juist gereformeerde kerken – die de strijd als een geestelijke
strijd hebben leren kennen – zouden in navolging van de reformatoren en in dezelfde
gehoorzaamheid aan Gods Woord de noodzaak van die voorlezing moeten
verdedigen en belijden. Wanneer het gaat om bezwaren tegen het weglaten van de
wet en om het ontbreken van de schuldbelijdenis in het gebed – net zo goed als het
zwijgen over de zonde in de prediking – dan gaat het niet om formalisme of
formuliritis of om kramp ten aanzien van vernieuwingen, maar dan gaat het wezenlijk
om wat de HERE leert en eist in ons dagelijks leven.
wet
Daarom – zegt de reformator heel stellig – moeten we de wet hebben. Niet alleen
omdat de geboden ons zeggen wat we schuldig zijn te doen, maar ook om daaraan
te zien hoever de Heilige Geest ons met zijn heiliging gebracht heeft en wat er nog
ontbreekt, opdat we niet denken dat we het gegrepen hebben en om in de heiliging
te groeien en steeds meer een nieuwe schepping in Christus te worden (2 Petr. 3:
18; 1 Tess. 4: 1.10). Dat zijn gezonde en verhelderende woorden in een tijd dat
bepaalde voorgangers menen dat de wet zijn tijd wel gehad heeft. De wet ordent en
stimuleert de kerk bij haar gemeenschap met God en de naaste. De wet leert ons dat
alle vertrouwen op geld en goed, dat valse hartstocht en de knieval voor een
autonoom ik het verbreken is van de levenwekkende en levengevende gemeenschap
met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De wet is Gods regel voor de goede
omgang. Heb God lief boven alles en de naaste als je zelf. Die samenvatting bestaat
alleen – kan alleen bestaan – in het licht van het totaal. Heb ik de
levensgemeenschap met God verbroken? Waar moet ik in groeien en wat moet ik
vasthouden? Die concrete vragen mag de gelovige zich wekelijks bij de voorlezing
van de wet stellen. Wie de wet respecteert, ontspoort niet.
Psalm 139: 24 Zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid
mij op de eeuwige weg.
Die eeuwige weg – dat is Christus. Zo belijden we dat toch ook met de kerk van alle
eeuwen mee in Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus: Ten eerste wil God,
dat zij ons leven lang onze zondige aard steeds meer leren kennen en daardoor nog
meer begeren de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te
zoeken. Laten we het maar eens heel scherp hardop zeggen: wie de wet en het
wetsonderricht aan de gemeente onthoudt, onthoudt de gemeente Christus en
onthoudt Christus de gemeente. Die zet een wig in de gemeenschap tussen die
beiden en verstoort de samenleving. Dat raakt toch wat we weten van het satanische
werk van de grote tegenstander?
wapenrusting
7
Maar er is meer. Er is meer te zeggen over de afweer van alle duivelse plannen en
listen die de gemeenschap met God proberen op te breken. Schuilen onder het bloed
van het Lam is het eerste. Maar dan volgt tegelijkertijd ook het aandoen van de
geestelijke wapenrusting. De geestelijke strijd vraagt om geestelijke wapens.
Efez. 6: 10-11 Voorts, Weest krachtig in de Here en in
de sterkte zijner macht. Doet de
wapenrusting Gods aan, om te kunnen
standhouden tegen de verleidingen des
duivels;
Wat die wapenrusting is, komt in het bekende gedeelte van Efeziërs 6 vers 10-20
aan de orde: de waarheid, de gerechtigheid, de bereidvaardigheid, het schild van het
geloof om de brandende pijlen van de boze te kunnen doven en het zwaard van de
Geest, dat is het Woord van God. Broeders en zusters, als het gaat om
hermeneutische kwesties in de kerkelijke discussie, dan gaat het niet om de vraag of
we kunnen begrijpen dat in het huidige theologische discours ook de gereformeerde
bijbelwetenschap zijn stem moet laten horen. En als er godsdienstwetenschappelijk
wordt gesproken en geschreven is niet het punt in geding dat er oog moet zijn voor
de verschillen van opvatting. Al dat soort redeneringen zijn het verzamelen van
schijnargumenten die de werkelijke strijd maskeren, de strijd die niet tegen bloed en
vlees ingaat, maar tegen de wereldbeheersers dezer duisternis. De strijd tegen de
boze geesten, die hun stempel proberen te drukken op de tijd waarin de gemeente
van Christus leeft en de wapenrusting onbruikbaar proberen te maken. Het gaat om
uw en mijn heil, als we het hebben over het zwaard des Geestes, dat is het Woord
van onze God. Dat zwaard wordt ons aangereikt en is door de hemel gewet. Dat
zwaard is geschikt in de strijd en mag niet verbogen en verkort worden. Dat wordt het
wel, als de historische betrouwbaarheid van Genesis 1 ter discussie wordt gesteld.
Als gesuggereerd wordt dat de Exodus niet heeft plaatsgevonden om maar te
zwijgen van de gedachte dat de Godsopenbaring een weerslag zou zijn van een
theologie die zijn wortels in de kanaänietische afgodsdienst heeft. Daar ligt de spits
en de kern van de discussies over het Schriftgezag. Het gaat uiteindelijk zelfs niet
om de vraag of het woord van Paulus in deze tijd doorslaggevend gezag heeft in de
studie naar de rol van de vrouw ten aanzien van het ambt, maar het gaat om de
onfeilbaarheid – de absolute onfeilbaarheid – van het aangereikte zwaard des
Geestes in de strijd tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Doet dan de
wapenrusting Góds aan, zegt de Heilige Geest door Paulus. Het zwaard van de
Géést. Het zwaard dat Hij hanteert, die HERE is en levend maakt. Het zwaard dat
heiligt (1 Tim. 4: 5) en dat onberispelijk doet staan als straks de wolken breken en de
gemeenschap tussen God en zijn volk volmaakt en volkomen mag zijn. Wat de
theologie van vandaag wil doen, is de wapens van God inspecteren in plaats van
hanteren. Daar ligt één van de grootste oorzaken voor de verwarring die er in de
kerken heerst en de onzekerheid en verontrusting over de koers die de kerken gaan.
En dat raakt ons allemaal. Hoe vaardig zijn wij met het zwaard van de Geest en hoe
veilig hebben we ons tot de strijd gekleed?
mijding
Schuilen dus. Onder het bloed van het Lam. En de geestelijke wapenrusting
aandoen. Dat was het tweede in het verweer tegen de satanische aanval op de
gemeenschap die de HERE wil en werkt. En het derde is, dat wie deelgenoot mag
8
zijn van het heil in Christus, breekt met de wereld. Voordat God hen riep behoorden
de Korintiërs niet tot de gemeenschap met Christus, maar waren zij door hun zonde
en overtreding vervreemd van het leven met God. Daarom spreekt 1 Korintiërs 1 vers
9 over het levenwekkende wonder van Gods roepstem, die mensen uit hun duisternis
tot het wonderlijk licht roept. Het herstel van de gemeenschap met God betekent een
breuk met de wereld en met een wereldse levensstijl, zo komt verder in de brief aan
de Korinthiërs naar voren. De deelgenoten aan de tafel van Jezus Christus hebben
zich afgezonderd van de deelgenoten aan de tafel van de afgoden.
1 Kor. 10: 21 Gij kunt niet de beker des Heren drinken
en de beker der boze geesten, gij kunt
niet aan de tafel des Heren deel hebben
en aan de tafel der boze geesten. Of
willen wij de Here tot na-ijver wekken?
1 Joh. 1: 6-7 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap
met Hem hebben en in de duisternis
wandelen, dan liegen wij en doen de
waarheid niet; maar indien wij in het
licht wandelen, gelijk Hij in het licht is,
hebben wij gemeenschap met
elkander.
2 Kor. 6: 15 Welke overeenstemming is er tussen
Christus en Belial, of welk deel heeft
een gelovige samen met een
ongelovige? Welke gemeenschappelijke
grondslag heeft de tempel Gods met
afgoden? Wij toch zijn de tempel van de
levende God, gelijk God gesproken
heeft: Ik zal onder hen wonen en
wandelen en Ik zal hun God zijn en zij
zullen mijn volk zijn. Daarom gaat weg
uit hun midden, en scheidt u af, spreekt
de Here en houdt niet vast aan het
onreine, en Ik zal u aannemen en Ik zal u
tot Vader zijn en gij zult Mij zonen en
dochteren zijn, zegt de Here, de
Almachtige.
Openb. 18: 4 En ik hoorde een andere stem uit de
hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn
volk, opdat gij geen gemeenschap
hebt aan haar zonden en niet ontvangt
van haar plagen.
De gelovigen zijn kinderen van het licht. Ze zijn uit het rijk der duisternis overgezet in
het rijk van het licht (Kol. 1: 13). Waar het licht straalt, wijkt de duisternis en
omgekeerd. Dat verdraagt elkaar alleen nog als water en vuur.
Ef. 5: 11 En neemt geen deel aan de
onvruchtbare werken der duisternis,
maar ontmaskert ze veeleer.
9
Waar de gemeenschap der heiligen de antithese loochent heeft ze de wereld niets
meer te vertellen en verzaakt ze haar roeping. Dan wendt ze zich opnieuw van God
af en loochent ze haar uitverkoren positie. Zo’n gemeenschap is overgeleverd aan
haar eigen afval en verval. Ze kan de naam hebben dat ze leeft, maar ze is dood
(Opb. 3: 1). En de vraag waar we voor staan, als we spreken over de gemeenschap
der heiligen is dan ook of we ontmaskeren of onze positie juist maskeren? In het ene
geval doen we de waarheid. In het andere geval zijn we bedrieglijke misleiders. De
vraag is of daar nog aandacht voor mag zijn, in al het roepen om aansluiting bij de
wereld en bij eigentijdse gebruiken en methodes, ook in de kerk. Heeft het missionair
elan, dat op zichzelf genomen natuurlijk niet verkeerd is, nog voldoende oog voor de
geestelijke strijd die Satan ook op dit punt voert? Zijn laagdrempelige erediensten,
dans, mime, interactieve erediensten, ontmoetingsdiensten en gebruikte
methodieken bij kindermomenten, hoe eigentijds en hoe bij de tijds ze ook mogen
zijn, voldoende tegendraads? Dat vraag ik niet met het oog op de tijd. Want dan zou
men ons terecht van krampachtigheid en verkeerde zorg kunnen beschuldigen. Maar
ik vraag het met het oog op de Satan en zijn wapenrusting van gruwel en bedrog.
Waar ligt de grens tussen Schriftuurlijke mijding van het kwaad enerzijds en de
Schriftuurlijke wijding aan het koninkrijk anderzijds. Maar het is of er niet over
gesproken mag worden, zo’n haast is er om op een bepaald spoor verder te gaan.
Dan komt de vraag terecht naar voren of het nog langer verantwoord is je daaraan
over te leveren en daarin mee te gaan.
herstel
We hebben het nu gehad over wat gemeenschap is. We hebben ook horen vertellen
hoe de Satan die gemeenschap probeert te verstoren en wat in die geestelijke strijd
nodig is om staande te blijven en gered te worden. Ik wil tenslotte graag met u kijken
naar het herstel van die gemeenschap en de vreugde daarover. Want ook daar
spreekt de HERE in zijn Woord heel helder over. Als in Genesis 3 vers 15 de moeder
van alle beloften opklinkt, dat God vijandschap zet tussen de vrouw en de slang en
tussen hun beider zaad – dat dit de vrouw de hiel zal vermorzelen, maar dat van de
slang de kop verpletterd zal worden dan horen we in die toezegging en voorzegging
het herstel van de gemeenschap. Het is het einde van alle twist en tweedracht. Het is
het begin van eenheid en saamhorigheid – van deelgenoot zijn en metgezel zijn. En
dat is dan niet horizontalistisch te kleuren, als zou het hier gaan om
medemenselijkheid – humanitas – maar dat ziet op alle verhouding en in de eerste
plaats op het herstel van de gemeenschap met God. Zet Genesis 3: 8 (en de mens
en zijn vrouw verborgen zich voor God) eens tegenover:
Genesis 5: 24 En Henoch wandelde met God en hij
was niet meer, want God had hem
opgenomen.
Genesis 7: 1 En de HERE zei tot Noach: Ga in de ark,
gij en geheel uw huis, want u heb Ik in
dit geslacht voor mijn aangezicht
rechtvaardig bevonden.
Genesis 9: 17 En God zei tot Noach: dit is het teken
van het verbond, dat Ik heb opgericht
tussen Mij en al wat op de aarde leeft.
Genesis 17: 5 Abraham zal uw naam zijn, omdat ik u tot
10
een vader van een menigte volken
gesteld heb
Jesaja 11: 1 En er zal een rijsje voortkomen uit de
tronk van Isaï en een scheut uit zijn
wortelen zal vrucht dragen.
Zacharia 2: 10-11 Jubel en verheug u, gij dochter van Sion!
Want zie, Ik kom in uw midden wonen,
luidt het woord des HEREN, en vele
volken zullen te dien dage
gemeenschap zoeken met de HERE en
zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal in
uw midden wonen.
U begrijpt, het is maar een enkele greep uit een keur van teksten die we zouden
kunnen noemen om duidelijk te maken dat de HERE naar zijn belofte inderdaad
herstel geeft van de gemeenschap die Hij heeft gewild en geschapen. In dat verband
zou je Romeinen 8 het hooglied van het herstel van de gemeenschap kunnen
noemen, als de Heilige Geest door de apostel Paulus zegt dat heel de schepping in
barensnood is en reikhalzend uitkijkt op het openbaar worden der zonen Gods. Daar
zuchten de schepping, de kinderen van de HERE en de Heilige Geest – God zelf –
gemeenschappelijk vanuit het gemeenschappelijk verlangen naar het volmaakte
herstel van de gemeenschap.
Christus
In die gemeenschap staat Christus als de Middelaar tussen God en mensen (1 Tim.
2: 5) in het centrum.
1 Joh. 2: 23 Een ieder, die de Zoon loochent, heeft
ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt,
heeft ook de Vader.
Zo herstelt zich dus de gemeenschap met God. Door de Zoon te belijden, in Wie God
de wereld met Zichzelf verzoenende was (2 Kor. 5: 19). Want het bloed van Jezus
reinigt ons van alle zonde (1 Joh. 1: 7). Zijn bloed wast alle schuld weg. Onze
trouweloosheid, onze afval en onze miskenning van God en Gods liefde worden op
Golgotha weg gekruisigd als Zijn lichaam aan het vloekhout vastgenageld wordt.
Daar trekt God zich terug en onttrekt God zich aan de gemeenschap met de mens,
die zich eerst aan de gemeenschap met God onttrokken heeft. “Mijn God, mijn God
waarom hebt U Mij verlaten” – dat is de roep van de Rechtvaardige die zich uitstrekt,
maar geen antwoord vindt. En kijk, in het licht van die duisternis licht dan aan het
einde de verzoening en het herstel van de gemeenschap op als we horen: “Vader, in
uw handen beveel Ik mijn geest”.
1 Kor. 1: 9 God is getrouw, door wie gij zijt
geroepen tot gemeenschap met zijn
Zoon Jezus Christus.
Ik mag wel kort zijn over het heilswerk van God in de Here Jezus Christus. Ik hoef
ook weinig te zeggen over de noodzaak om deze Here Jezus te geloven en te
belijden. Calvijn zegt samenvattend over 1 Korintiërs 1 vers 9: “Want dit is het einde
11
des Evangelies, dat Christus onze worde en wij in zijn lichaam worden ingeplant.”
Wanneer een christen zichzelf aanziet, zegt hij verder, dan heeft hij alleen reden tot
vertwijfeld vrezen en beven (want hij heeft God geloochend en de gemeenschap
verbroken, rvdw), maar omdat hij tot Christus’ gemeenschap geroepen is moet hij
van zichzelf niet anders denken dan van een lidmaat van Christus; zodat hij alle
weldaden van Christus tot de zijne make. En daar zijn we dan tot en met bij het
geheim van de gemeenschap der heiligen.
HC, Zondag 21,
vraag en antwoord
55
Dat de gelovigen allen samen en ieder
persoonlijk als leden gemeenschap
hebben met de Here Christus en deel
hebben aan al zijn schatten en gaven.
deelhebben
De kennis van en de gemeenschap met Jezus Christus is alles wat de gelovige nodig
heeft. In Hem hebben we alle heil voor altijd. De apostel Johannes mag zijn lezers
uitnodigen tot de volle gemeenschap met Christus en met God:
1 Joh. 1: 3 Hetgeen wij gezien en gehoord hebben,
verkondigen wij ook u, opdat ook gij met
ons gemeenschap zoudt hebben. En
ónze gemeenschap is met de Vader
en met zijn Zoon Jezus Christus.
Deelhebben aan Christus is dus gemeenschap hebben met God. Deelhebben aan
Christus is namelijk ook deelhebben aan het lijden en sterven van de Here Jezus.
Gemeenschap hebben met zijn dood, zijn opstanding en verheerlijking. In Christus
herstelt zich de oorspronkelijke verhouding, waarin de HERE de mens tot Zichzelf en
de naaste geschapen heeft.
Pinksteren
Zo wordt Pinksteren een hoogtepunt in de geschiedenis van het heil. Als de Heilige
Geest neerdaalt op de gemeente die in Jeruzalem als gemeenschap bij elkaar is,
dan krijgen de gelovigen gemeenschappelijk deel aan de HERE zelf. Dan verdelen
zich die tongen als van vuur en dan wordt de spraak gemeenschappelijk. Daar
worden Joden en Jodengenóten deelgenoot gemaakt van het heil in de Here Jezus
Christus. Dan verstaan mensen elkaar in meerdere opzichten en wordt de
gemeenschap kenmerkend voor het leven van de gemeente.
Handelingen 2: 42 En zij bleven volharden bij het onderwijs
der apostelen en de gemeenschap, het
breken van het brood en de gebeden.
Daar worden de grenzen van het geïsoleerde bestaan doorbroken en treedt de
gemeente uit omdat de Heilige Geest intreedt. Een kring die wijder wordt en ook de
heidenen insluit, zodat Paulus later aan de Korintiërs blijmoedig kan schrijven dat
ook zij tot gemeenschap geroepen zijn.
1 Kor. 1: 9 God is getrouw, door wie gij zijt
geroepen tot gemeenschap met zijn
12
Zoon Jezus Christus.
Zo vormt zich de gemeenschap, gevormd door God zelf. Zo krijgt de gemeente van
de pinksterbedeling haar roeping te verstaan: blijf bij de gemeenschap. Anders
gezegd: weet u lichaam van Jezus Christus, wees tempel van de Heilige Geest, bruid
van de Bruidegom, ranken aan de Wijnstok, ofwel: blijf in de leer van Jezus Christus.
En waar dat dan op uitloopt wordt ons in Openbaring bekend gemaakt. Op de bruiloft
namelijk van het Lam.
Openb. 21: 2-3 En ik zag de heilige stad, een nieuw
Jeruzalem, nederdalende uit de hemel,
van God, getooid als een bruid, die voor
haar man versierd is. En ik hoorde een
luide stem van de troon zeggen: Zie, de
tent van God is bij de mensen en Hij zal
bij hen wonen, en zij zullen zijn volken
zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij
zal alle tranen van hun ogen afwissen.
Om die gemeenschap gaat het. Om die gemeenschap gaat het de HERE. Dat is zijn
heilsplan, dat verstoord wordt door de duivel totdat ook hij in de poel van vuur en
zwavel geworpen wordt. De dood en het dodenrijk neemt hij met zich mee. En
eeuwig mogen wij leven in de heerlijkheid van God zelf. Het licht van zon en maan
hebben we dan niet meer nodig. Want God zelf zal ons verlichten en de lamp is het
Lam.
slot
Voorzitter, ik moet afronden. U begrijpt dat er nog meer over te zeggen zou zijn. We
hebben het bijvoorbeeld vanavond niet gehad over het avondmaal, als de tafel van
de gemeenschap en de voorsmaak van het volkomen herstel. We hebben het ook
niet gehad over het ambt, als de zenuw waarlangs Christus als het Hoofd ons als zijn
leden in beweging brengt, door middel van zijn Geest en Woord. Maar wat ik u
vanavond vooral wilde overbrengen is dat de vrede van het huis van God in deze
bedeling onherroepelijk strijd met de duivel betekent. Wat ik ook graag nog eens
wilde benadrukken is dat in dat kader de verontrusting over de koers van de GKV
geen krampachtig vastklemmen van de traditie is, of restauratie van vroeger mag
zijn, maar een voluit gereformeerd willen zijn in deze tijd en onder de huidige
omstandigheden.
Dan kan het niet anders of er moet een keuze gemaakt worden. Dan moeten de
kerken een andere koers gaan varen en moeten ingebrachte bezwaren met ernst
alsnog gewogen worden. Menselijkerwijs gesproken is dat niet meer mogelijk. Op
een aantal belangrijke punten behoort revisie niet meer tot de begaanbare kerkelijke
weg. Dat vraagt dus bekering en terugkeer naar het Woord van God. Dat is het diepe
verval dat ook dominee Hoogendoorn bij de GKV heeft geconstateerd en
uitgesproken. We spreken dan inderdaad verdrietig genoeg over de deformatie van
wat gereformeerde kerken mochten zijn.
Maar niet alleen de kerken staan voor die keus. Dat staan wij ook. U en ik, allemaal
persoonlijk en samen. We mogen ons niet verschuilen achter de brede stroom van
het kerkelijk leven, maar staan persoonlijk voor God in onze strijd tegen de Satan, de
13
wereld en ons eigen vlees. Hoe veilig bent u kerkelijk nog? Hoe heilig is het kerkelijk
leven nog? Op die vraag moeten we allemaal antwoorden. Elke dag. En dus
vandaag ook. Voor onszelf. Voor onze kinderen. En voor de broeders en zusters met
wie we samen mogen wonen. Het antwoord betekent strijd. Een strijd, die je om
Christus’ wil niet uit de weg mag gaan. Juist wanneer een keus gevraagd wordt is het
grootste gevaar, dat verontrusting over gaat in berusting. Dan komt er iets van
gelatenheid over ons. En kunnen we onszelf soms al te gemakkelijk geruststellen
door te zeggen dat het bij ons zo slecht nog niet is. Dat je toch ook niet kunt zeggen
dat alles zo verkeerd is. Of door te stellen dat het verwarrend is of chaotisch. En dat
we daarom niet weten wat we doen moeten. Want dan trekken we ons terug en
distantiëren we ons van het kerkelijk leven. Maar durven we ons dan nog levende
leden van de gemeente van Jezus Christus te noemen? Geven we dan de duivel
geen voet en verloochenen we dan ook onze roeping niet, om samen met onze
broeders en zusters gehoorzaam achter Jezus Christus aan te gaan? Jeruzalem, ik
zie een nieuw geslacht het feest van de bevrijding vieren (Psalm 51). Dat moet ons
steeds weer voor ogen staan. En scherp moeten we daarom de geesten
onderscheiden, of ze werkelijk uit God zijn. Dat dwingt tot een keus en dat vraagt om
strijd. Over dat niveau hebben we het, als we spreken over de gemeenschap der
heiligen. Want onderlinge vrede – zei de kerkvader Tertullianus ooit – “onderlinge
vrede bij ons is strijd met de duivel. Laat hem daarom voor uw tegenwoordigheid
vluchten en wegsluipen naar zijn eigen afgrond, verschrompeld en verstijfd alsof hij
een uitgerookte slang zonder betovering was.”
Dank u wel
14

Laatst aangepast op maandag 07 juni 2010 08:27  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]