Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Wat is gereformeerd? Een voorstel voor het definitieve einde van gereformeerd onderwijs door LVGS

Een voorstel voor het definitieve einde van gereformeerd onderwijs door LVGS

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Het Landelijk Verband van Gereformeerde Schoolverenigingen (LVGS) heeft op 12 november 2012 een notitie gepubliceerd over de toekomst van gereformeerd onderwijs waarin de balans wordt opgemaakt en afgesloten met een aantal conclusies en aanbevelingen. Ik citeer:

‘Gereformeerd’ betekent in essentie niets anders dan ‘christelijk’. De aloude Heidelberger belijdt dat in Zondag 12, vraag en antwoord 32: ‘Waarom wordt u  een christen genoemd?  Door de eeuwen heen heeft de christelijke kerk haar algemeen christelijk geloof in de drie-enige God, Vader, Zoon en heilige Geest beleden in het apostolicum.  Het gereformeerd onderwijs weet zich in dit belijden verbonden met de kerk van alle tijden en plaatsen. De Apostolische geloofsbelijdenis wordt  in de gereformeerde traditie nader uitgewerkt en beleden in verschillende belijdenissen. De Drie Formulieren van Eenheid  vormen de norm voor het gereformeerd onderwijs.  Deze belijdenis is echter niet ‘automatisch en vanzelfsprekend’ gekoppeld aan kerklidmaatschap. Ten tijde van het ontstaan van de GKv  is die kerkgebonden lijn nadrukkelijker geaccentueerd en in ook in statuten van organisaties opgenomen.  In de post-christelijke context  van de  21e eeuw kan worden vastgesteld, dat de  directe koppeling  anders wordt ervaren; aan de formele binding wordt minder waarde toegekend. Er is een bredere herkenning van christenen over kerkgrenzen heen.  Kerkleden zijn minder op elkaar gaan lijken, terwijl kerken meer op elkaar lijken. Het zoeken naar verwantschap is toegenomen.

Deze ontwikkelingen raken het gereformeerd onderwijs.  Binnen het gereformeerd onderwijs is er vanuit het onopgeefbare de behoefte om deze ontwikkeling te verdisconteren in het schoolbeleid  en ‘ het zijn van christelijke school in de 21e eeuw’ opnieuw te bepalen.  Het gereformeerd onderwijs wil voluit als christelijke school bekend staan met inachtneming van deze ontwikkelingen.

Vrij vertaald, maar wel iets scherper en duidelijker: door de eeuwen heen heeft de christelijke kerk het geloof beleden in het apostolicum. Het gereformeerd onderwijs weet zich verbonden met die christelijke kerk. De Apostolische geloofsbelijdenis werd in een gereformeerde subcultuur (onderdeel van de brede christelijke cultuur) uitgewerkt in verschillende belijdenissen die de norm vormden voor het gereformeerde onderwijs. Maar die gereformeerde belijdenissen zijn niet meer automatisch en vanzelfsprekend gekoppeld aan het kerklidmaatschap. Terwijl bij het ontstaan van de GKv die koppeling tussen belijdenis en kerklidmaatschap wel is gelegd en zelfs in statuten van organisaties opgenomen. Maar in de 21e eeuw concluderen deze kerkleden dat de binding aan een kerk gebaseerd op die Drie Formulieren van Eenheid minder belangrijk is, want men ziet nu ook christenen buiten de kerkgrenzen die geen binding hebben met deze Drie Formulieren van Eenheid. De gereformeerde scholen willen daarom algemeen christelijke scholen worden.

Ik moest het diverse malen lezen: De Drie Formulieren van Eenheid zijn niet ‘automatisch en vanzelfsprekend’ gekoppeld aan kerklidmaatschap. Dat zou dan betekenen dat er wellicht nog een formele binding ligt, maar hieraan wordt minder waarde toegekend?
In het begin van deze eeuw is de unieke band met de kerk (GKv) ontkoppeld van waaruit het gereformeerd onderwijs is geboren en nu al worden de banden met de toen toegevoegde kerken (GKv, CGK en NGK) ontkoppeld en de band met de Drie Formulieren van Eenheid onthecht.

Ik citeer verder:

Dat onderwijs wordt erkend als klassiek christelijk onderwijs, waarnaar anders kerkelijke-christenen op zoek zijn.  Ook van binnenuit is er veel meer openheid ontstaan naar bijbelgetrouwe christenen.

(...)

Daarnaast is er ook getalsmatig sprake van de noodzaak om opener te worden.

Daarom stelt het LVGS voor om zich ook te richten op orthodox christelijke en bijbelgetrouwe scholen (aanbeveling 1 en 2) en ze stelt voor om het kerkcriterium (GKv, NGK en CGK) te laten vallen (aanbeveling 3). Ook willen ze de doelgroep verbreden met bijbelgetrouwe evangelische medewerkers en scholen (aanbeveling 4). De triangelgedachte (gezin, kerk, school) vervalt en wordt vervangen door een spiritueel triangel gedachte langs een pedagogisch-didactische lijn. Dit komt er in elk geval op neer dat de band met kerken is vervallen en dat zal dan wel spiritueel moeten worden opgevuld - wat het ook moge betekenen. (aanbeveling 5). In aanbeveling 6 wordt er voor de risico's gewaarschuwd dat je door de overheid niet meer als een eigen richting wordt gezien.
Even tussendoor: onder bijbelgetrouwe christenen worden ook verstaan zij die de Drie Formulieren van Eenheid verwerpen waarin de leer van de Bijbel zuiver wordt nagesproken!

Maar nu waar het me eigenlijk om begonnen is. Men wil de doelgroepen van medewerkers en leerlingen verbreden. Maar dan komt men in conflict met de unieke grondslag zoals dat in de notitie staat:

de leer van de Heilige Schrift, die naar de drie formulieren van eenheid beleden wordt door de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in Nederland.

Om nu afstand te nemen van het typisch gereformeerde en te komen tot de beoogde verbreding in klassiek christelijke stromingen en tegelijkertijd rekening te houden met de risico's van het niet meer door de overheid worden gezien als eigen richting, wordt de volgende grondslag voorgesteld:

Het in stand houden, besturen en beheren van scholen en het verzorgen van onderwijs met als grondslag de Bijbel als het onfeilbaar Woord van God , zoals beleden in de apostolische geloofsbelijdenis en in de christelijke traditie telkens weer getrouw is na gesproken in belijdenissen als de drie formulieren van eenheid.

Voelt u het verschil? Omdat men de doelgroep verbreedt, moet men de grondslag beperken anders zullen b.v. evangelischen met de drie formuleren in conflict komen omdat zij b.v. de kinderdoop verwerpen. De grondslag is hier gewijzigd van de Bijbel - zoals nagesproken in de Drie Formulieren van Eenheid - in een Bijbel - zoals die wordt nagesproken in de Apostolische Geloofsbelijdenis. "Punt?" zult u zeggen? Ja, een punt, wat wat er volgt zegt helemaal niets over een huidige binding. Anders had men de Apostolische Geloofsbelijdenis wel vervangen met de Drie Formulieren van Eenheid, want de Apostolische Geloofsbelijdenis is daar onderdeel van. Men constateert eigenlijk alleen maar dat het Woord van God vroeger (in de christelijke traditie) telkens trouw is nagesproken in belijdenissen als de Drie Formulieren van Eenheid. Met zo'n grondslag verwerpt men feitelijk de huidige binding aan de Drie Formulieren van Eenheid. Sterker nog: verwerpt men de binding aan grote delen van het Woord van God die in die formulieren worden nagesproken.

In de beginselverklaring voor medewerkers van de nieuw opgezette scholen komt dit nog duidelijker tot uiting. Ik citeer:

Ons uitgangspunt ligt in de Bijbel, waarin God zichzelf, zijn waarheid en zijn wil voor mens en wereld heeft bekend gemaakt. Wij lezen Gods Woord in verbondenheid met de klassiek-christelijke traditie van de kerk van alle eeuwen, in het bijzonder zoals  die verwoord is in de Apostolische geloofsbelijdenis en  in de gereformeerde traditie bij voortduring is nagesproken.  We kiezen er voor om die traditie na te spreken, zoals deze kernachtig is samengevat in de apostolische geloofsbelijdenis. Zij maakt onlosmakelijk deel uit van deze beginselverklaring.

Men stelt dus voor om de binding te wijzigen van de Drie Formulieren van Eenheid naar alleen de Apostolische Geloofsbelijdenis! Maar wat gebeurt er dan met de gedeelten uit Gods Woord die volgens hen vroeger zo trouw werden nagesproken in de Drie Formulieren van Eenheid? Men beschrijft het allemaal op een gerefomeerd klinkende wijze, maar als de Drie Formulieren van Eenheid worden vervangen door een klein onderdeel daarvan, namelijk de Apostolische Geloofsbelijdenis, kun je het toch echt niet meer gereformeerd noemen. En van die twaalf artikelen van het geloof zouden ze eigenlijk direct al elf moeten maken, omdat ook datgene wat we naspreken uit de bijbel over de kerk is opgeheven.
En dan nog iets: is men nu nog wel ergens aan gebonden? Er wordt gezegd dat het uitgangspunt in de Bijbel ligt. Volgens mij is dat nog geen binding aan een bepaalde leer. Die verbondenheid met de klassiek-christelijke traditie kan m.i. ook van alles betekenen. En dan zou het moeten komen: we lezen Gods Woord in verbondenheid met de klassiek-christelijke traditie, in het bijzonder zoals verwoord in de Apostolische geloofsbelijdenis. Maar wat zegt dit nu concreet? Waar worden de medewerkers dan concreet aan gebonden? Volgens mij kun je er alle kanten mee op. Er is geen concrete binding, maar er wordt alleen een vage richting gewezen: verbondenheid met de klassiek-christelijke traditie. Het blijft heel vaag.
Verder vragen we ons af in hoeverre de gebruikte terminologie 'ons uitgangspunt ligt in de Bijbel, waarin God zichzelf (...) heeft bekend gemaakt' misverstanden kan veroorzaken. We doelen op het volgende:
- is de Bijbel Gods Zelfopenbaring OF openbaart God Zich in de Bijbel ?
- is de Bijbel de waarheid OF vind je de waarheid in de Bijbel ?
Het lijken voor leken minimale verschillen, maar er zijn grote consequenties verbonden aan een verkeerd woordgebruik. Het voert te ver om dit hier nog verder uit te werken.

In een interview in het Reformatorisch Dagblad d.d. 6 november 2012 zegt voorzitter van LVGS J. Westert het volgende:

Volgens Westert hebben de gereformeerde scholen hun identiteit altijd „sterk formeel-juridisch” ingevuld. „Het belangrijkste daarbij was de binding aan de drie genoemde kerkgenootschappen. Dat blijkt in de praktijk onhoudbaar.”

Zaagt u daarmee niet aan een van de belangrijkste poten van uw bestaansrecht als scholen?

„We veranderen niets aan onze formele identiteit. De Bijbel blijft gezaghebbend voor ons onderwijs. Daarbij zoeken we wel naar verruiming richting andere orthodoxe christenen. Dat kan door in de grondslag een verwijzing op te nemen naar de apostolische geloofs­belijdenis. Die vormt de kern van het christelijk belijden.”

De Drie Formulieren van Enigheid sneuvelen?

„Deze zijn een nadere uitwerking van het Apostolicum. Evangelische christenen kennen deze formulieren niet. Maar ook in mijn eigen kerk ontmoet ik mensen die hun oordeel er snel over klaar hebben. Ik ga daarom liever het inhoudelijk gesprek aan over de vraag: Wat betekent de apostolische geloofsbelijdenis voor ons onderwijs?”

Zijn de Drie Formulieren van Enigheid een nadere uitwerking van het Apostolicum? Ik heb er nog nooit zo over horen spreken, maar stel dat dat zo is, wat heeft dat met de vraag te maken? Of wordt bedoeld dat dit een typisch gereformeerde uitwerking is en dat evangelische christenen dat anders uitwerken? En dat beide uitwerkingen prima passen binnen de apostolische geloofsbelijdenis?
En blijft de Bijbel gezaghebbend? Maar niet de leer van de Bijbel zoals de authentiek gereformeerden die - ook vandaag nog - trouw naspreken in de Drie Formulieren van Eenheid. Die wordt geschrapt zonder dat er inhoudelijk verantwoording over wordt afgelegd. Zo wordt door Westert een verkeerde voorstelling van zaken gegeven want de formele identiteit is versmald - tot en met!
Niet voor niets zegt Westert vervolgens dat evangelischen de Formulieren van Eenheid niet kennen en er GKv-ers zijn die ze niet moeten. Dat zijn dus ook nog argumenten om de Drie Formulieren van Eenheid te laten sneuvelen samen met de binding aan de betreffende bijbelgedeelten.

Het einde van het gereformeerd onderwijs wordt daarmee bevestigd.

Johan Trip

 


 

Zie ook

17-07-2013 refdag.nl Jan Westert - Denominatie minder belangrijk voor vrijheid van onderwijs

Staatssecretaris Dekker wil het begrip ”richting” in het onderwijs afschaffen. Voor orthodox-christelijke scholen betekent dit dat de specifieke kleur er minder toe doet en de stem van de ouders juist des te meer, meent Jan Westert.


Een zeer interessante reactie van Jan van der Steeg op het voorstel van Jan Westert, opgenomen in de Gereformeerde Kerkbode voor Groningen enz. d.d. 08-02-2013 en overgenomen op de weblog van Jan van der Steeg onder de kop 'Gereformeerde school, bij de tijd'. (Jan van der Steeg studeerde onderwijskunde en heeft gewerkt bij diverse takken van het gereformeerd onderwijs.):

Gereformeerde school, bij de tijd.

In het Nederlands Dagblad verscheen een opvallen artikel over de toekomst van gereformeerd onderwijs. Het was naar aanleiding van een bijdrage van de heer Westert van het Landelijk Verband van Gereformeerde Schoolverenigingen (LVGS).

Als weergave van wat Westert beoogt, was deze passage in het ND sterk beeld bepalend: Gereformeerd betekent in essentie niets anders dan christelijk, verbonden aan Christus. Bij de mogelijke vervanging van een kerkeis door een beginselverklaring, pleit Westert ervoor een verwijzing op te nemen naar de Apostolische Geloofsbelijdenis.

Op de schop?
Deze passage maakt bij hen die het gereformeerde onderwijs een warm hart toe dragen reacties los. Wat wordt hier voorgesteld? Gaat het gereformeerd onderwijs op de schop? Reacties ook bij mensen die zichzelf niet gereformeerd noemen. Iemand van hen zei: “Jullie gaan jullie scholen toch niet veranderen?” Als ouder van een kind op die gereformeerde school zit zij in de medezeggenschapsraad. Zij zei: “Wij hebben juist bewust voor jullie school gekozen.” De vraag is: doet het ND recht aan de zienswijze van Westert? Grote koppen in de krant zeggen vaak te weinig. Wat schreef Westert dan wel? Hij schreef een artikel over gereformeerd onderwijs en identiteit met als titel: Naar samen scholen met de Bijbel; Position paper toekomst gereformeerd onderwijs. (www.lvgs.nl)

Diverse mogelijkheden
Westert biedt in zijn verhaal verschillende mogelijkheden aan als het gaat om een andere formulering van de gereformeerde identiteit. De door hem noodzakelijk geachte verandering raakt o.a. de kerkeis als het gaat om lidmaatschap en personeelsbenoeming. Tot voor kort gold: men moet lid zijn van een kerk uit het verband van GKv of CGK. Die bepaling past niet meer bij onze tijd, vindt Westert. Hoe dan wel? Hij schetst diverse mogelijkheden. Eén daarvan is de volgende en deze sluit het dichtst aan bij wat het ND doorgaf:
Het in stand houden, besturen en beheren van scholen en het verzorgen van onderwijs met als grondslag de Bijbel als het onfeilbaar Woord van God, zoals beleden in de apostolische geloofsbelijdenis en in de christelijke traditie telkens weer getrouw is na gesproken in belijdenissen als de drie formulieren van eenheid.
Het brengt tot de vraag: is dit een goede wijziging en kunnen we daarmee vooruit? Ik heb deze vraag voorgelegd aan Jan van der Steeg, onderwijsman in hart en nieren.

ds. Alko Driest (oud-onderwijzer)

Gereformeerd onderwijs in deze tijd, reactie van Jan van der Steeg

Kwaliteit
Het is buiten kijf dat het gereformeerd onderwijs onder druk staat, zowel van buitenaf als van binnenuit. Westert laat dat in zijn discussiestuk duidelijk zien. De eigenheid staat o.a. onder druk door het algemene maatschappelijke klimaat. De onderwijsvrijheid staat onder druk, christenen opereren meer in de marge. De netwerksamenleving houdt geen halt bij de grenzen van gesloten verbanden en oude instituties. Algemeen pedagogisch gezien ligt het accent meer en directer bij de school als waardengemeenschap. Die waarden moeten worden voorgeleefd, verteld en verbeeld.
Ouders vragen allereerst kwaliteit en stellen eisen aan de school voor hun kind. Het moet kunnen excelleren. De collectieve identiteit van de school als instituut is niet langer vanzelfsprekend en primair. De authenticiteit en de integriteit van de man of vrouw voor de klas neemt een veel dominantere plaats in. Niet voor niets wordt zeer nadrukkelijk de medewerker van de school als primaire drager van de identiteit van de school aangewezen. Ouders voelen zich meer consument en minder eigenaar van het instituut. Deze aspecten laten ook de gereformeerde school beslist niet onberoerd.

Prikkelend geformuleerd
Van binnenuit is de keuze voor gereformeerd onderwijs al lang geen automatisme meer. Bezinning en strategieontwikkeling zijn gewoon nodig. GKv-organisaties opereren tegenwoordig meestal binnen een breder orthodox christelijk netwerk, zijn gefuseerd of hebben zichzelf opengesteld voor andere doelgroepen; in onderwijsland (nog) niet.
Kerkleden zijn minder op elkaar gaan lijken, terwijl kerken meer op elkaar lijken, zo formuleert Westert het prikkelend, maar wel juist. Verder hebben de scholen meestal te maken met krimp, en met een vergrote concurrentie. Er is echter ook te constateren dat de belangstelling en waardering vanuit orthodox christelijke kring ten opzichte van de gereformeerde scholen toegenomen.

Gereformeerde karakter verloren?
Moet het gereformeerd onderwijs specifiek vrijgemaakt blijven? Er is al langer ruimte voor personeelsleden van kerken waarmee wij een relatie hebben. Leden van CGK en ook van NGK kunnen als 'identiteitsdragers' benoemd worden. Wat dat betreft gaan we (gelukkig) meer de kant op van het oude Gereformeerde Schoolverband (1906, Bavinck). Ruim van hart in leerling-toelating, maar duidelijk wat het gereformeerde karakter betreft. Gereformeerd zijn hoeft niet typisch vrijgemaakt te zijn.[1] Geen probleem dus, wat mij betreft.
Betekent dit allemaal dat Westert het gereformeerd onderwijs op de schop neemt? Gaat het gereformeerde karakter verloren?
Na nauwkeurige analyse van zijn artikel kan het antwoord op de laatste vraag kort en goed zijn: nee, dat doet Westert niet. Hij zoekt juist in de sterk veranderende omstandigheden naar behoud van het gereformeerde karakter. Hij zet wel vraagtekens bij de juridisch afgebakende richtingskwestie: de directe verbinding aan het lidmaatschap van de GKv. Hij pleit voor loslating van die (juridisch vastgelegde) binding. Er wordt bij discussies over de juridische erkenning van de eigen richting vaak alleen gewezen naar het kerklidmaatschap. Maar de Raad van State (1960) noemt juist ook de leer der kerk als kenmerkend voor de gereformeerde school.[2]

Beginselverklaring
Westert stelt voor om in plaats daarvan te werken met een beginselverklaring, waarin in ieder geval de verwijzing naar het apostolicum een plaats krijgt. De herkenning dat anders-kerkelijke christenen ook staan voor gefundeerd christelijk onderwijs vraagt in zekere zin om honorering. Die fundering wordt niet bepaald door het kerkelijk gebonden benoemingscriterium, maar in het gezamenlijk belijden waar de christelijke school voor staat, de pedagogische opdracht van de school en manier waarop de identiteit in de cultuur van de school en het gedrag van medewerkers verankerd is. De apostolische geloofsbelijdenis kan daarin als breed gedragen basisdocument en kern van een beginselverklaring worden beschouwd. (notitie, blz. 10)
Ik denk dat juist de herhaalde verwijzing naar de Apostolische Geloofsbelijdenis de door Driest genoemde onrust heeft veroorzaakt. Die specifieke verwijzing is m.i. niet nodig geweest. Er is niets mis met die belijdenis, maar een verdere 'uitvouwing' is in de loop van de tijd nodig geweest. Westert wijst diverse keren nadrukkelijk op de noodzaak om het gereformeerde karakter te behouden:
De Apostolische geloofsbelijdenis wordt in de gereformeerde traditie nader uitgewerkt en beleden in verschillende belijdenissen. De Drie Formulieren van Eenheid vormen de norm voor het gereformeerd onderwijs. Deze belijdenis is echter niet “automatisch en vanzelfsprekend” gekoppeld aan kerklidmaatschap. (blz. 4, Westert)
Vormen van samenwerking moeten inderdaad worden gezocht. 'Alleen' redden we het niet in het post- christelijke Nederland.

Rekbaar
Westert tast af of de vastlegging van het karakter van de school in een beginselverklaring de oplossing is, in plaats van de oude juridische kaders. De vraag is echter of een beginselverklaring dezelfde richtinggevende kracht heeft als de traditionele omschrijving van gereformeerd onderwijs.
Naar mijn inzicht biedt een beginselverklaring, in plaats van een duidelijke gereformeerde basis, geen oplossing. Documenten als beginselverklaringen, visies e.d. hebben in de praktijk al gauw de rekbaarheid van elastiek. Met dit eerste ontwerp van een voorstel zoekt Westert ruimte voor de 'evangelische richting', niet alleen voor de (welkome) leerlingen, maar ook voor mogelijke benoemingen van personeelsleden.

God kiest ons
Westert meent dat de 'evangelische tak' van het protestantisme in 90% van de geloofsinhouden overeenkomt met het gereformeerd belijden. Blijft over dat wat je dogmatische verschillen kunt noemen. Zoals bijv. over de doop. Is dat een dogmatisch verschil zonder levensgevolgen? Hier raak je juist de kern van het gereformeerd zijn. Het gaat niet over een interpretatieverschil over het tijdstip van de doop of zo. Neen, de 'evangelische' opvatting is: jij kiest voor God. De kinderdoop echter is diep gefundeerd in het Bijbelse besef dat God ons uitkiest, gelukkig. De eerste opvatting heeft een remonstrantse trek en leidt makkelijk tot een nieuw soort werkheiligheid. In feite hebben we hier de kern van het bijbels- gereformeerd zijn. Wij kunnen geen zucht aan onze zaligheid toevoegen. Het is God, die zowel het willen als het werken werkt.

Ontoereikende formulering
Uit het voorstel voor een soort beginsel/benoemingsverklaring die dan ondertekend zou moeten worden ook door niet-gereformeerde personeelsleden staat dan: Wij lezen Gods Woord in verbondenheid met de klassiek-christelijke traditie van de kerk van alle eeuwen, in het bijzonder zoals die verwoord is in de Apostolische geloofsbelijdenis en in de gereformeerde traditie bij voortduring is nagesproken.
Ik vind dat een ontoereikende formulering. Vager dan de krachtiger klinkende zinnen van Westert zoals hierboven geciteerd. Ik ben bang dat de risico’s voor gereformeerd onderwijs om al of niet vertraagd 'van kleur te verschieten' hiermee te groot worden. Onze broeders en zusters in de brede range van de evangelische richtingen hebben inderdaad belangrijke Bijbelse fundamenten met ons gemeen. Velen staan gewoon met beide benen op Bijbelse grond. Maar behalve het diep insnijdende verschil over de Bijbelse verbondsgedachte zijn er charismatisch georiënteerde opvattingen binnen sommige evangelische richtingen die ik niet graag geïmporteerd zou zien in het gereformeerd onderwijs.

Charismatisch georiënteerde opvattingen
Het gaat dan om chiliastische tendensen, Israëlvisies die de huidige staat vrijwel gelijk stellen met Gods Volk, de gedachte van het 'occult belast' zijn (een ramp voor kinderen en volwassen die hiermee getekend worden). Of over het veelvuldig signaleren van occulte besmetting in speelgoed, blad en boek. Tot In de ban van de Ring toe. Verder moet gedacht worden aan opvattingen over de 'geestesdoop', het claimen dat je hier en nu zondeloosheid kunt bereiken, het gezag van 'directe ingevingen', de genezing op geloof e.d. Werkelijk geen kleine dingen! Hier moet veel meer duidelijkheid over komen.

Versterken
Ik hoop dat de schoolleiders, als de discussie wordt voortgezet, niet alleen vanuit de management-kant kijken, maar op de werkvloer de gereformeerde school gaan versterken, met tegelijk een ruim oog voor anderen. Het zou goed zijn om The Candlestand Statement (2005), het door vele internationale gereformeerden ontwikkelde document over de verhouding gereformeerd/ charismatisch nog eens op tafel er bij te leggen.
En laat men het artikel van prof Maris[3] er ook nog eens naast leggen. Diens conclusie klinkt scherp, maar ik ben het er wel mee eens: Wanneer een gereformeerde onderwijsorganisatie haar grondslag wil omschrijven op een manier die aan gereformeerden en evangelischen gelijkelijk ruimte biedt tot participatie aan de organisatie, kan over de betekenis van het verbond en van de doop aan kinderen, noch over de genade van God als beslissend voor het delen in het heil niet meer worden gesproken. Men kan zich dan de jure en de facto niet meer tot de gereformeerde richting in het onderwijs rekenen.
Overigens kan ik in de mij gegeven beperkte ruimte niet alle aspecten zelfs maar aanroeren. Eventuele vertekening zij mij vergeven.

Jan van der Steeg


[1]             Het alleen maar gereformeerd zijn, ook van harte, is geen garantie om identiteitsdrager voor jeugdigen te kunnen zijn. Dat is wel duidelijk, maar in het verleden niet altijd gepraktiseerd.
[2]             Zie ook mijn boek Tussen droom en daad, 2012, blz. 48 e.v.
[3]             J.W.Maris. De gereformeerde belijdenis als identiteitsdocument in Motivatie en identiteit, Redactie J.W.Maris en J.van der Steeg .LVGS 2012, blz. 119

 


 

 

Achtergrondinfo historie (PAS OP: deze confrontatie kan heftige gevoelens oproepen):

Op 15 januari 1994 schreef J. Messelink in De Reformatie over "De identiteit van het gereformeerd onderwijs I". We citeren het volgende daaruit:

In de eerste helft van de twintigste eeuw was in de verzuilde Nederlandse samenleving de keuze van de school voor veel ouders een vanzelfsprekende zaak. Als je rooms was, stuurde je je kinderen uiteraard naar een roomse school en als je socialist was naar een openbare. Die vanzelfsprekendheid is door secularisatieprocessen en ontzuiling verdwenen. Naast levensbeschouwing zijn de onderwijskwaliteiten en de nabijheid van de school in onze tijd belangrijke keuzecriteria geworden.

Hier wordt gezegd dat de vanzelfsprekendheid is verdwenen juist door secularisatieprocessen en ontzuiling !

Historische continuïteit
Vooraf is het goed te bedenken, dat de geschiedenis van het gereformeerd onderwijs niet begint in 1944. Dit onderwijs heeft oudere papieren. Er zou een ononderbroken historische lijn te trekken zijn tussen de ideeën over opvoeding en onderwijs bij onze gereformeerde voorvaderen in de zestiende eeuw, en het gereformeerd onderwijs vandaag.
Belangrijke pedagogische documenten als de Heidelbergse Catechismus en het formulier voor de kinderdoop stammen uit de tijd van de Reformatie, maar functioneren ook thans nog volop. Dat inzicht schept een zekere rust bij het werken aan identiteit. Wat de funderende ideeën betreft, hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden.

Ja, ja: belangrijke pedagogische documenten als de Heidelbergse Catechismus en het formulier voor de kinderdoop !

Deze interkerkelijke situatie (eind 19e eeuw) had te maken met dominante leeropvattingen in de Gereformeerde Kerken voor de Vrijmaking.
Met name de visie van Kuyper op de kerk, speelde hierbij een belangrijke rol. Zijn onderscheid tussen kerkgenootschap en de Kerk als lichaam van Christus, leidde tot de acceptatie van het bestaan van verschillende kerken, die alle in meer of mindere mate uitdrukking waren van het ene Lichaam van Christus. In deze leer was de Kerk met hoofdletter pluriform: de leden van deze Kerk konden lid zijn van verschillende kerkgenootschappen. Deze theorie relativeerde het belang van de eenheid van de kerk 'op aarde'.
De belijdenis van de kerk was een kerkelijk document en niet een basis voor organisaties.
In lijn met deze opvatting hadden organisaties en dus ook schoolverenigingen, niet een kerkelijke, maar een christelijke kleur.
Dit had ook te maken met Kuypers theorie van de soevereiniteit in eigen kring. In de samenleving zijn er verschillende kringen - kerk, school, vakbeweging, politiek e.d. - te onderscheiden. Elke kring is soeverein op eigen gebied en het is niet toegestaan dat de ene kring de andere kring de wet voorschrijft.
De kerk heeft daarom niet te maken met de organisatie van een politieke partij of met schoolorganisaties. Slechts de leden van de kerk zijn als christenen bij deze activiteiten betrokken. De belijdenisgeschriften hebben vooral een kerkelijke functie. Het gaat niet aan ze te gebruiken als basis voor kerkelijk gebonden politieke, sociale of  onderwijsorganisaties.
Organisaties die alleen toegankelijk zijn voor leden van één kerkgenootschap, zijn in deze visie niet denkbaar. Organisaties hebben niet te maken met de kerkkeuze, maar slechts met Gods geboden. Daarom behoren ze christelijk te zijn.
En daarom is het ook mogelijk om in een organisatie samen te werken met christenen van andere kerken.
Deze theorieën verduidelijken de interkerkelijke situatie in het protestants-christelijke onderwijssysteem voor de Tweede Wereldoorlog. De interkerkelijke praktijk werd gerechtvaardigd met behulp van een samenhangende en breed gedragen theorie. Kennis van deze ideeën is onmisbaar om het ontstaan van het gereformeerd onderwijs te begrijpen. Want juist tegen deze theorieën rees verzet.

Tegen deze interkerkelijke, pluriforme ofwel onschriftuurlijke theorieën rees verzet, waardoor er gereformeerde organisaties ontstonden. Dezelfde soort theorieën worden nu aangehaald om weer afscheid te nemen van het gereformeerde onderwijs.

Bij de oprichting van het gereformeerd onderwijs speelden drie motieven een rol. Hieronder volgt het eerste motief.

Het eerste motief betreft de levensbeschouwelijke fundering van het gereformeerd onderwijs. Daarbij speelde een toenemend inzicht in de betekenis van de kerkkeuze en de confessie een belangrijke rol, tezamen met een verdiept inzicht in de betekenis van verbond en doop voor opvoeding en onderwijs.
Wat kerk en confessie betreft, kwam er met name door het werk van K. Schilder verzet tegen de hiervoor aangeduide Kuyperiaanse constructies. De pluriformiteitstheorie werd als in strijd met de Schrift en confessie afgewezen.
Er werd benadrukt, dat met name de artikelen 27-29 van de NGB serieus moesten worden genomen. Wat de confessie betreft, ging men inzien dat de betekenis niet beperkt diende te worden tot het terrein van de kerk, maar van belang was voor heel het leven van de gelovige.
Eén citaat als voorbeeld: 'De belijdenis (. . .) is door de kerk opgesteld. Maar al haar leden hebben ze aanvaard bij hun geloofsbelijdenis. Alleen voor kerkelijk gebruik? Welnee, ze was een aanvaarding van geloofsinhouden, dat wil zeggen van aangenomen openbaringsinhouden, die heel het leven raken (. . .). Wàt ik ook worden mag (en in welk ambt of beroep ik ooit zal arbeiden), hiervan zal ik in alles uitgaan. Van den vrijgestelde in den vakbond geldt hetzelfde. Van het dienstmeisje, van den politicus, de sociale werkster, kortom, van iedereen geldt het'.
Daaruit wordt de consequentie getrokken, dat de confessie ook een integraal onderdeel behoorde te zijn van de basis van gereformeerde organisaties. Men ging inzien, dat de organisaties niet soeverein in eigen kring waren, maar nauw verbonden met de kerk: het leven is één. En reformatie in de kerken heeft dus niet slechts gevolgen voor de kerken, maar voor het hele leven. Die reformatie is een doorgaande reformatie.
Toegespitst op opvoeding en onderwijs kwam daar nog een belangrijk aspect bij. Het hart van het conflict in 1944 betrof het verbond en de kinderdoop.
Na de Vrijmaking werd een rechtstreeks verband gelegd tussen de doopbelofte van de ouders om hun kind in alles conform Schrift en belijdenis te onderwijzen en te laten onderwijzen. Alleen op eigen, gereformeerde scholen hadden de ouders de garantie dat dit zou gebeuren, ook met betrekking tot de betekenis van verbond en doop, zoals dat in de kerk wordt geleerd. Niet alleen het leven is één, maar ook en vooral opvoeding en onderwijs in gezin, school en kerk zijn één. Het gaat om een onverbrekelijke driehoek. Die driehoek vraag om eigen scholen.
De bestaande Kuyperiaanse legitimatie van de pluriforme, interkerkelijke onderwijssituatie werd dus verworpen en er ontstond een nieuwe legitimatie voor confessionele scholen, hecht verbonden met de kerk.

Kijk, toen leefde de belijdenis nog bij de kerkleden. Toen werden zaken niet gescheiden die bij elkaar hoorden. Toen werd beleden dat het leven één was. Samenvattend: men begon toen bij de Schrift zoals die werd nagesproken in de belijdenis en men paste dit toe op het leven. Tegenwoordig lijkt het omgedraaid: het leven wordt als uitgangspunt genomen en organisaties en kerken en belijdenissen moeten zich daar maar bij aanpassen! Voelt u welke revolutie reeds jaren gaande is?

Identiteit als opdracht
Van de drie beschreven motieven voor de stichting van gereformeerde scholen, staan de eerste twee nog recht overeind. Alleen het ethisch conflict speelt een halve eeuw na de Vrijmaking geen rol meer. Het eerste principieel bepaalde motief, is in de loop der jaren uitgebouwd tot een samenhangend geheel aan opvattingen over de noodzaak van gereformeerd onderwijs.
Het tweede motief (dat veel protestants-christelijke scholen in snel tempo hun orthodox karakter verloren - Johan Trip) krijgt helaas nog steeds meer kracht, doordat openbare en protestants-christelijke scholen hoe langer hoe meer op elkaar gaan lijken.
Zowel principieel (het eerste motief), als praktisch (er is geen alternatief), is er dus geen reden om het bestaansrecht van gereformeerde scholen ter discussie te stellen, tenzij men bewust kiest voor geseculariseerd onderwijs.
Dit houdt in dat we de unieke mogelijkheid, die de Here ons heeft gegeven om kinderen in alles conform Schrift en belijdenis te onderwijzen, zorgvuldig dienen te bewaren en op actuele en verantwoorde wijze verder uit te werken. Werken aan de identiteit is een centrale opgave voor het gereformeerd onderwijs geworden. Daarover een volgende keer.

Ik herhaal nog maar even: "De unieke mogelijkheid, die de Here ons heeft gegeven om kinderen in alles conform Schrift en belijdenis te onderwijzen, zorgvuldig dienen te bewaren en op actuele en verantwoorde wijze verder uit te werken. Werken aan de identiteit is een centrale opgave voor het gereformeerd onderwijs geworden."

Op 29 januari 1994 schreef J. Messelink in De Reformatie het tweede deel "De identiteit van het gereformeerd onderwijs II". We citeren het volgende daaruit:

Met behulp van het hiervoor geschetste kader zullen we eens kijken wat er over die identiteit van het gereformeerd onderwijs te zeggen valt.
Eerst de vraag of er sprake is van een levensbeschouwelijke of van een pedagogisch-onderwijskundige identiteit.
Nu, de vraag stellen is haar beantwoorden. Gereformeerd onderwijs is eerst en vooral onderwijs, waarvan het recht van bestaan gefundeerd is in een specifieke levensovertuiging, gebaseerd op Gods Woord en de confessie en nauw verbonden met de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Ook hier herhaal ik: "Het recht van bestaan is gefundeerd in een specifieke levensovertuiging, gebaseerd op Gods Woord en de confessie en nauw verbonden met de Gereformeerde Kerken in Nederland." Het recht van bestaan is zo met de huidige voorstelling van zaken door LVGS opgeheven: men verbreekt de link met een drietal kerken en met de confessie. Men heeft heel andere uitgangspunten dan degenen die het gereformeerd onderwijs hebben opgericht, gestimuleerd en onderhouden. Hier wordt een onoverbrugbare diepe principiële kloof zichtbaar tussen de gereformeerden van toen en nu.

Op 5 februari 1994 schreef J. Messelink in De Reformatie het derde deel "De identiteit van het gereformeerd onderwijs III". We citeren het volgende daaruit:

Het ideële aspect
Bij het ideële aspect van de gereformeerde identiteit gaat het om de uitwerking van de betekenis van de bijbel en de belijdenis voor opvoeding en onderwijs in schoolverband.
In die uitwerking wordt het fundament gelegd voor het bestaansrecht van gereformeerde scholen. Op school vindt die uitwerking z'n neerslag in het algemene gedeelte van het schoolwerkplan. Ouders, bestuurs- en personeelsleden zijn wel eens geneigd om dit aspect zo maar en passant door te nemen. Dat weten we nu wel, daar is al zoveel over gezegd; de uitwerking, zo concreet mogelijk, daar gaat het om, zo is dan de redenering. Maar weten we nu inderdaad wel wat de betekenis is van de grondslag?
Bij het ontstaan van de gereformeerde richting in de vijftiger jaren, lag het voor de hand dat de betekenis van de grondslag werd benadrukt. Ouders die toen voor een gereformeerde school kozen, stonden nog niet in een bepaalde traditie, deden dat niet uit gewoonte. Ze moesten heel bewust kiezen. Thans bezoekt een generatie de gereformeerde school, waarvan de ouders zelf voor een belangrijk deel gereformeerd onderwijs hebben genoten. De keuze voor de gereformeerde school is vanzelfsprekend geworden.
Aan die vanzelfsprekendheid zitten goede kanten. De keuze voor niet-gereformeerde scholen is dan kennelijk voor het overgrote deel van gereformeerde ouders geen serieus alternatief. Vanzelfsprekendheid kan echter ook gemakkelijk leiden tot oppervlakkigheid, waarbij de grondslag van de school niet langer een doorleefde zaak is, maar verworden tot een met de mond beleden formule.
Het vuur van de overtuiging en kennis van een gereformeerde visie op onderwijs ontbreken dan.

(...)

Bezieling gevraagd
Tenslotte. Het eigen karakter van de gereformeerde school hangt uiteindelijk niet af van een uitgewerkte visie op onderwijs en van geconcretiseerde vorm- en handelingsaspecten.
Beslissend is, dat alle betrokkenen de school dragen vanuit de doorleefde overtuiging dat de Here dit instrument gegeven heeft om Zijn kinderen mede toe te rusten voor de dienst aan Hem en de naaste. Als dat besef verkwijnt en dat vuur niet blijft branden, komt de identiteit in de lucht te hangen.
Werken aan identiteit betekent daarom ook en vooral werken aan de verdieping van het eigen geloof en geloofsleven.

Ik denk dat hier een zeer teer en pijnlijk punt aan de orde wordt gesteld: doorleefde overtuiging, het vuur dat moet blijven branden, vooral werken aan de verdieping van het eigen geloof en geloofsleven. Dat is beslissend voor het voortbestaan van gereformeerd onderwijs.

Op 3 juni 1995 schreef A. de Snoo in De Reformatie 'Dan zijn wij niet meer onmondig...'. Ik citeer:

Gewoontegetrouw sturen velen hun kinderen naar de gereformeerde basis-school. Deze school vindt zich in menig geval niet ver van huis en is dat wel het geval, dan kent de school vaak een niet eens zo gekke vervoersregeling.
Over de schoolkeus hoeft dan ook niet lang te worden nagedacht.
Van de school uit hoeft in veel gevallen geen enkele actie te worden ondernomen om ouders ertoe te bewegen hun kind naar déze school te sturen.
En als kerkraad zou je soms bijna vergeten, dat in je takenpakket ook deze afspraak voorkomt: 'De kerkeraden zullen erop toezien dat de ouders, zoveel zij kunnen, hun kinderen onderwijs laten volgen dat in overeenstemming is met de leer van de kerk, zoals zij dit bij de doop beloofd hebben' (artikel 57 van de Kerkorde).

Hebben de kerken dit artikel nog - en niet alleen formeel-juridisch? Als dat zo is en men handelt er ook naar met een hartelijke overtuiging, dan zou er een beweging op gang kunnen komen die zich weer gaat richten op authentiek gereformeerd onderwijs - naast de door LVGS gepromote orthodox christelijk evangelische scholen. Maar veel hoop heb ik, eerlijk gezegd, niet. Ik vraag me wel af waar het vuur gebleven is.

Wanneer de grondslag niet helder in beeld is, kunnen zomaar andere factoren een rol gaan spelen. Niet de wens van ouders hun kinderen onderwijs te laten volgen, dat overeenstemt met de afgelegde doopbelofte, maar meer algemeen 'onvrede' over al te vrijblijvend onderwijs op alleen-in-naam nog christelijke scholen. Op deze wijze gaat de deur al gauw open voor kinderen uit allerlei kerken en groeperingen. Terecht vraagt drs. Messelink in zijn artikel om verdere bezinning op de positie van bijvoorbeeld christelijk gerefomeerde ouders. Met hen kun je, als het goed is, dan ook over de grondslag doorspreken! Bij kinderen uit 'evangelische' gezinnen ligt dat anders.
Moet je die dan allemaal weren?
Het zal per geval in alle wijsheid moeten worden afgewogen. Maar laat er in ieder geval duidelijkheid over bestaan. Voor de ouders van klasgenoten, zodat ze weten met wie hun kinderen omgaan en bij wie ze ook wel thuis komen.
Voor het personeel: de ouders van dit kind weten van de grondslag, zodat ik onbelemmerd van daaruit onderwijs kan geven, zonder gedurig me te hoeven afvragen hoe ze bij dit kind thuis ertegen aankijken.
Wanneer meerdere kinderen in je klas niet gedoopt zijn of de zondag anders doorbrengen dan wij als gereformeerden gewend zijn, is het gevaar van een zekere 'aanpassing' niet denkbeeldig. Natuurlijk moet je ermee rekenen, maar zonder iets af te doen van wat je de kinderen als norm van de Schrift mag laten zien.
Messelink citeert een wijs woord van A. Janse uit 1936 over 'De kerk bij het onderwijs'. Het artikel is een pleidooi om het kerkelijk leven, de kerkgang en de zondag op school niet te negeren. Janse realiseert zich dat dit op een gemengde school wel eens moeilijkheden kan geven van weerskanten. Hij pleit ervoor om deze moeilijkheden niet te omzeilen en bijvoorbeeld in de kerkgeschiedenis er naar waarheid en verstand mee om te gaan: 'Het is op alle gebied, dat eerlijke voorzichtige belijdenis van tegengestelde meningen nader tot elkaar brengt, dan het stiekem verzwijgen van verschillen uit vrees of uit tactiek.
(. . .) Maar dan zullen we ook de norm voor het kerkelijk leven vertellen aan de kinderen, die nu ieder met hun eigen vader naar hun eigen kerk mee moeten op Gods bevel. We zullen daarvan open en vrij vertellen. En we zullen het kerkelijk leven in hun kerk waarderen zover dat mag. En we zullen geen kritiek op hun kerk geven, dat is niet des kinds. Dat zou het kind zetten tot rechter in een zaak waar het nog geen beoordelaar mag zijn.'

Het ademt een heel andere sfeer dan het voorstel van LVGS. Maar het wordt nog erger. Ik citeer verder:

Verantwoord opvoeden
De extra inspanning van onderling overleg is niet alleen goed voor een bewuste schoolkeus. Het leven stelt je dagelijks voor keuzen.
Zeker wanneer je niet met de rug naar de wereld gaat staan.
Op hetzelfde symposium waar drs. Messelink ons tot extra inspanning m.b.t. het onderwijs heeft geroepen, heeft de socioloog dr. G. Dekker ons een belangrijke waarschuwing meegegeven. Gereformeerde mensen staan (terecht) open in deze wereld. Ze weten zich door God geroepen verantwoordelijkheid voor de wereld te dragen. Het doet velen op allerlei plaatsen in de samenleving actief bezig zijn. Het geeft een positieve kijk op bijvoorbeeld allerlei technische mogelijkheden.
Maar tegelijk, zo betoogde Dekker, maakt het je bijzonder kwetsbaar. Het gebruik maken van de vele mogelijkheden die de wereld biedt, biedt - onbedoeld - de wereld vaak ongekende mogelijkheden om ons leven binnen te dringen. En zomaar is daar een stuk 'verwereldlijking' of anders gezegd 'secularisatie'.
Wat kun je er nu aan doen om niet in deze strik te vallen?
Dekker wijst er op, dat het niet automatisch zo hoeft te zijn, dat wij op dit punt de synodale kerken achterna gaan. Een automatisme krijgt kans als er niet meer bewust wordt gekozen, elke dag. Bewust, of zoals Messelink het opmerkte 'doorleefd'.

In de LVGS notitie staat:

De Drie Formulieren van Eenheid  vormen de norm voor het gereformeerd onderwijs.  Deze belijdenis is echter niet ‘automatisch en vanzelfsprekend’ gekoppeld aan kerklidmaatschap. Ten tijde van het ontstaan van de GKv  is die kerkgebonden lijn nadrukkelijker geaccentueerd en in ook in statuten van organisaties opgenomen.  In de post-christelijke context  van de  21e eeuw kan worden vastgesteld, dat de  directe koppeling  anders wordt ervaren; aan de formele binding wordt minder waarde toegekend. Er is een bredere herkenning van christenen over kerkgrenzen heen.

Deze ontwikkelingen raken het gereformeerd onderwijs.  Binnen het gereformeerd onderwijs is er vanuit het onopgeefbare de behoefte om deze ontwikkeling te verdisconteren in het schoolbeleid  en ‘ het zijn van christelijke school in de 21e eeuw’ opnieuw te bepalen.  Het gereformeerd onderwijs wil voluit als christelijke school bekend staan met inachtneming van deze ontwikkelingen.

Hier wordt niet meer vanuit de norm geredeneerd, maar vanuit de praktijk, vanuit de ervaring, vanuit de wereld. In die strik is men gevallen. Omdat er niet meer elke dag bewust is gekozen voor het gereformeerd onderwijs, omdat de Drie Formulieren van Enigheid niet meer doorleefd zijn - het is iets van vroeger geworden (traditie). Er worden geen bewuste keuzes meer gemaakt op grond van Schrift en Belijdenis, maar er wordt gehandeld op basis van huidige ontwikkelingen en de zogenaamde noodzaak van groei. Vroeger noemde men dat: verwereldlijking of secularisatie.

Op 18 mei 2002 schreef G.J. van Middelkoop in De Reformatie "Gereformeerd onderwijs: beperkte verbreding". Het gaat in dat artikel over het besluit dat ook christelijk gereformeerden lid en benoemd kunnen worden aan gereformeerde scholen. Ik citeer daaruit:

Kort samengevat: met gereformeerd onderwijs wilden we altijd onderwijs dal zich laat bepalen door wat de HERE in zijn Woord openbaart, zoals wij dat in de weergave van de gereformeerde belijdenissen verstaan.
De prediking van de voluit gereformeerde leer in een gereformeerde kerk achten wij van levensbelang. Voor de voeding en het scherphouden van ons geloven en een gereformeerde kijk op de dingen. Zeker ook voor de opvoeding thuis en het onderwijs op school. Dat was de reden om de gereformeerde school nauw te binden aan een gereformeerde kerk. Het ging erom. dat op een gereformeerde school allen zich in hun werk voortdurend metterdaad binden aan de Bijbel. En er ernst mee maken, dat steeds meer tot zijn recht te laten komen, zowel in het onderwijs als in de omgang met de jongeren. Het wezenlijke van gereformeerd onderwijs ligt in zijn inhoudelijke bepaaldheid.

Dus nog in 2002 onafhankelijk van een formeel-juridische invulling werd gesteld: "De prediking van de voluit gereformeerde leer in een gereformeerde kerk achten wij van levensbelang." en "Het wezenlijke van gereformeerd onderwijs ligt in zijn inhoudelijke bepaaldheid." De binding aan de bijbel achtte de schrijver nauw verbonden aan de voluit gereformeerde leer in een gereformeerde kerk!

In de eerste nota Samengaan voor identiteit kwam het LVGS nog niet met een concreet voorstel. .Maar wel gaf het aan, dat het wilde koersen in de richting van een verbreding met de Christelijke Gereformeerden. Het argument daarvoor was, dat door de GKV en de CGK formeel is vastgesteld. dat zij één zijn in de gereformeerde leer en dat zij daarom ook willen werken naar kerkelijke eenheid. Dat maakt het mogelijk ook samen te werken aan echt gereformeerd onderwijs. Inhoudelijk zou zo'n verbreding dan ook kunnen.

Dus: omdat zij één zijn in de gereformeerde leer en dat zij daarom ook willen werken naar kerkelijke eenheid. Dat maakt het mogelijk ook samen te werken aan echt gereformeerd onderwijs. Dat betekent dus ook dat als je niet één bent in de gereformeerde leer, het ook niet mogelijk is om samen te werken aan gereformeerd onderwijs. In 2002 in elk geval nog niet.

Wanneer de stromingen in het vaargebied veranderen, kan het goed zijn dat we de bakens verzetten, als het maar geen wezenlijke verandering van koers betekent.

Zo werd het tien jaar geleden nog geschreven in De Reformatie. Als het maar geen wezenlijke verandering van koers betekent, zouden de bakens kunnen worden verzet. In 2012 komt het LVGS met een voorstel dat een fundamenteel wezenlijke verandering van koers betekent: de binding met de op dat moment drie kerken verbreken en de Drie Formulieren van Eenheid als binding vervangen door de Apostolische Geloofsbelijdenis.

 

In 2003 verscheen een brochure "Laten wij ons bekeren – een oproep tot reformatie – LWVKO – 2003". Daarin stond het volgende geschreven over de identiteit van het gereformeerd onderwijs:

Recent werd ook de gereformeerde identiteit van het onderwijs prijsgegeven door een landelijk besluit tot openstelling van gereformeerde schoolverenigingen voor niet-kerkleden. Dit alles vloeit voort uit een visie op de kerk die afwijkt van wat we in NGB artikel 27-29 belijden. Zo ontstaat er toenemende ruimte voor de invloed van dwaling in denken en leven van kerkleden. ‘Het leven is één’ wordt maar al te waar, nu het gedachtengoed via krant en gereformeerde organisaties de kerk is binnengebracht.

In april 2003 werd hiernaar verwezen in Nader Bekeken in "Gereformeerd onderwijs Hoe blijft het bijzonder?" door H. van Leeuwen. Het gaat over het openstellen van gereformeerde schoolverenigingen voor christelijk gereformeerden, waar H. van Leeuwen voor pleit. Ik citeer:

Gereformeerd onderwijs: het is een van de richtingen die we in Nederland kennen. Je kunt het karakteriseren als een behoudende richting, die verwant lijkt aan het PC-onderwijs. Maar toch zijn gereformeerde scholen anders. En ze blíjven anders ook, ondanks de recent genomen besluiten. Tenminste, de eigen identiteit kan heel goed behouden blijven, ook als er wat verandert. Daar wil ik graag meer over zeggen.

Zoals u in het bovengenoemde voorstel ziet van lvgs zijn de gereformeerde scholen niet anders gebleven dan het PC-onderwijs. In het voorstel worden ze in principe gelijkgeschakeld zij het dat de voormalig gereformeerde scholen dan zoiets als orthodox protestans & evangelisch christelijk zouden moeten worden.

Verbond en opvoeding
Een typering van gereformeerd onderwijs begint bij het fundament van ons leven als gereformeerde christenen. Centraal staat de relatie die God met ons is aangegaan: het verbond dat Hij sluit met de gelovigen en hun kinderen. Met die verbondsvisie onderscheiden de ‘vrijgemaakten’ zich van anderen. In de Vrijmaking van 1944 speelde de visie op verbond en doop een belangrijke rol. Daarbij gaat het om vragen als:
- Welke plek geeft God aan het kind van gelovige ouders?
- Wat betekent het wanneer dat kind het teken en zegel van de doop ontvangt?
- Welke consequenties heeft dat voor de opvoeding, voor het kader waarbinnen je je kind wilt opvoeden?
Deze visie is niet pas ontwikkeld in die woelige jaren halverwege de twintigste eeuw. Deze leer is de leer van de christelijke kerk door de eeuwen heen. Het werd al vastgelegd in kerkelijke papieren die inmiddels honderden jaren oud zijn. In de Drie formulieren van eenheid beleden en belijden de kerken van de Reformatie hun geloof in God, als samenvatting en verwoording van wat God zelf in zijn Woord ons leert.

Het verbond dat God sluit met de gelovigen en hun kinderen heeft het gereformeerd onderwijs zich vroeger onderscheiden van andere onderwijsrichtingen. Het wordt hier zelfs genoemd de leer van de christelijke kerk door de eeuwen heen! Wat een contrast met het voorstel van lvgs die voorstelt om deze leer te laten vervallen.

Verbondenheid
De eenheid in het geloof wordt niet beleden door individuele christenen, maar door mensen die zich door dat geloof ook met elkáár verbonden weten. Die verbondenheid is zichtbaar in de kerk.

Ook dit staat in schril contrast met het lvgs voorstel, want er is bij hen geen sprake meer van zichtbare verbondenheid in de kerk.

De loop van de geschiedenis in de twintigste eeuw heeft ons gebracht van de School-met-den-Bijbel naar de gereformeerde school. Die school was en is sterk verbonden met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), omdat daar de visie op verbond, opvoeding en onderwijs opnieuw werd scherp gesteld op wat God zelf in de Bijbel daarover leert.

Het spreekt denk ik al wel voor zich: lvgs wil terug van de gereformeerde school naar de School-met-den-Bijbel. De volgende alinea's spreken voor zich.

Binnen het gereformeerd onderwijs wordt veel gesproken over de consequenties voor het benoemingsbeleid van de gereformeerde school. Eenheid in de leer van de kerk kan (moet?) leiden tot eenheid rond de school. Het bereiken van die kerkelijke eenheid kost tijd en mag nooit gaan ten koste van het fundament van de gereformeerde school: de leer van de kerk, met name als het gaat om de Bijbel als Woord van God, de kerk als vergadering van gelovigen en de belijdenis als samenvatting van de leer van die kerken.

en

Vaste grondslag
Wat we nodig hebben, is continuïteit. We willen daarom de grondslag van de gereformeerde school houden zoals die inhoudelijk bij de start was. Maar continuïteit moet geen belemmering worden waardoor geen recht gedaan kan worden aan kerkelijke ontwikkelingen.

en

Overeind moet blijven de verbinding van de school met ‘de leer van de Gereformeerde Kerken’. Blijkens uitspraken van de beide generale synodes is de leer zoals die geldt binnen de vrijgemaakte kerken, ook veilig binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken. Op die manier kan de kring uitgebreid worden, terwijl tegelijk de binding aan de gereformeerde leer gehandhaafd blijft.

en

De koers is uitgezet. De vaart zit erin. Maar het doel is nog niet bereikt. En we moeten niet omwille van dat doel onze grondslag dan maar prijsgeven. Zorgvuldigheid is dus geboden. Het gaat tenslotte om het onderwijs voor onze kinderen, de kinderen van het verbond: een kostbaar bezit.

Samengevat
* Kenmerkend voor gereformeerd onderwijs is de verbinding met de leer van de Gereformeerde Kerken.
(...)
* Daarbij blijft de eigen identiteit: het karakter en de grondslag van die scholen onveranderd.

Het oordeel "einde gereformeerd onderwijs" als men de binding aan de gereformeerde leer, zoals die geleerd wordt in de (niet-formalistische) gereformeerde kerk, loslaat werd dus ook al in 2003 door H. van Leeuwen in Nader Bekeken bevestigd.

En dan als voorlopig dieptepunt in 2003 een artikel op kerknieuws.nl d.d. 25 november 2003 over gereformeerde leraren die werden ontslagen omdat zij zich hadden vrijgemaakt van de GKv omdat de GKv niet meer op het fundament stond van Schrift en Belijdenis - GMV wil af van kerkeis voor leraren:

Het GMV spreekt van een treurige situatie. "Het is jammer dat goed functionerende christelijke werknemers hun school moeten verlaten.'' Gereformeerde scholen moeten zich daarom beraden op hun positie. Als leerkrachten niet langer op kerklidmaatschap getoetst worden, maar op basis van een beroepscode, zijn deze problemen te ondervangen, aldus GMV-woordvoerder Johan Bakker. "Het GMV vindt het een goede optie om meer te kijken naar de beroepscode en te herijken wat er in de statuten staat.''

Directeur Harry Lamberink van de gereformeerde scholenkoepel Concent liet gisteravond weten vast te willen houden aan het kerkvolgend beleid. "Die koers is ingeslagen en daar gaan we in verder.'' Lamberink benadrukt dat het van groot belang is dat het gereformeerd onderwijs gewaarborgd blijft en dat het benoemingsbeleid van leraren juridisch toetsbaar moet blijven. "Het is niet zo simpel als het GMV voorstelt.''

Nog geen tien jaar geleden werd er gezegd: vasthouden aan het kerkvolgend beleid: het is van groot belang voor de waarborging van gereformeerd onderwijs !
Zullen degenen die toen volledig achter het ontslag stonden van oprecht gereformeerde leraren en daaraan hebben meegewerkt - juist die leraren stonden voor 100% achter de Drie Formulieren van Eenheid - zich nu achteraf diep schamen en voor vergeving, herstel en genoegdoening zorgen voor de gevolgen van hun daden? Of was het ontslagbesluit alleen op grond van het formele punt dat de overheid die eis stelde? Als de wil er was geweest, had men ook deze kerken op kunnen nemen naast de CGK en de GKv. De indruk ontstaat anders dat niet zozeer de gereformeerde scholen zelf, maar juist de overheid het gereformeerd onderwijs wilde waarborgen omdat het toch als typisch gereformeerd onderwijs gekenmerkt moest worden.
(Concent nam in 2006 de oude naam LVGS weer aan.)

Op 28-11-2008 verscheen op refdag.nl een artikel 'Zuil met open deuren', een artikel waarin opgenomen dat de gereformeerde scholen zich bezonnen op verruiming van leden- en benoemingsbeleid, waarin werd herinnerd aan 2003:

Gereformeerd vrijgemaakte scholen zullen personeelsleden die met de Nieuwe Vrijmaking -waardoor de Gereformeerde Kerken hersteld (GKH) ontstonden- meegaan, moeten ontslaan, stelde Concent eind 2003 vast. „Als de scholen de hand lichten met de afgesproken vertegenwoordiging van kerken, brengt dat de rechtvaardiging van ons bestaan als zelfstandige schoolrichting in gevaar”, concludeerde directeur drs. H. Lamberink. „De rechten van een richting kun je alleen in stand houden door vast beleid; niet door te gaan zwalken.” Als een leerkracht die met de Nieuwe Vrijmaking meegaat getolereerd wordt, kan de school anderen die zich aan de vrijgemaakte kerken onttrekken ook niet meer ontslaan, stelde Concent.

Daarmee werd in elk geval uitgedrukt dat het niet allereerst ging om de grondslag "Drie Formulieren van Eenheid", want men wist maar al te goed dat deze ontslagen leraren zich daaraan volledig gebonden wisten en ook lid zijn geworden van gereformeerde kerken die in woord en daad op datzelfde fundament stonden. Dit terwijl al vanaf 2002 Christelijk gereformeerde leraren konden worden toegelaten op deze scholen (toen nog geen Nederlands gereformeerde leraren).

Zelfs nog in 2009 heette het bij lvgs - in een artikel op lvgs.nl "Waarom Gereformeerd Onderwijs anno 2010?"

Gereformeerden weten zich verbonden met de kerk van alle tijden en plaatsen. Gereformeerden zijn herkenbaar aan de manier waarop zij Gods woord verstaan. Een samenvatting daarvan is te vinden in de drie formulieren van eenheid: de Nederlandse geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en Dordtse Leerregels.

In 2010 schreef Harry Lamberink "Grondslag van de school" op de website van lvgs.nl het volgende

Maar wat betekent die grondslag dan voor de school? Het woord alleen al klinkt nogal onwrikbaar, star, zuilair, exclusief en noem maar op. En ja, inderdaad heeft de grondslag van een school of organisatie de bedoeling om die school ergens aan te laten vasthouden. Als het een bijzondere school is, dan hecht zo'n school bijvoorbeeld aan de pedagogische opvattingen van Maria Montessori. Deze school wil daar vorm aan geven en formuleert dat in haar documenten. Vervolgens zoekt de school leerkrachten die uitvoering kunnen geven aan specifiek dat soort onderwijs.

In het christelijk onderwijs ligt dat allemaal niet zo duidelijk. Christelijke scholen verschillen van elkaar. Sommige christelijke scholen verontschuldigen zich zelfs voor hun predicaat en zeggen dat je 'er gelukkig niet zoveel van zult merken'. Anderen maken serieus werk van hun christelijke identiteit. Bij die scholen vormt de grondslag van de school een baken dat de koers bepaalt.
Als grondslag worden doorgaans: de Bijbel, de Bijbel en de Drie formulieren van eenheid, of een variant daarop vermeld.

Gereformeerde scholen beroepen zich vaak op de Bijbel en de Drie formulieren van eenheid. Die formulieren zijn als het ware een samenvatting en interpretatie van de Bijbel. Deze scholen maken op die manier duidelijk wat hen beweegt en waarop ze zich oriënteren bij de invulling van het onderwijs.

(...)

In gereformeerde scholen is het geloof in God als Schepper van hemel en aarde kenmerkend. Dit geloof bepaalt de plaats van de mens, groot en klein: een schepsel dat leeft in afhankelijkheid van zijn God. De kern van het geloof is dan dat de mens kan en mag leven omdat Jezus Christus gestorven is voor de zonde van mensen. Dat geloof geeft het leven van een christen glans en ruimte. Om kinderen daarmee te laten kennismaken zijn leerkrachten nodig die daarover van binnenuit kunnen getuigen.

En dat heeft alles te maken met de grondslag van de school. Niet zonder meer. Een grondslag kan ook gestolde historie zijn zonder werkingskracht. Maar als de grondslag een levende voedingsbodem is voor beleefd geloof, dan is de betekenis groot.

Wie scholen verbiedt om leerkrachten te werven in overeenstemming met de grondslag van de school en hen vervolgens verplicht zich aan de grondslag te houden, maakt het scholen onmogelijk om identiteit vorm te geven in het onderwijs van alledag.

Het voorstel van vijf politieke partijen om schoolbesturen de ruimte te ontnemen om gericht personeelsbeleid te voeren, gekoppeld aan de identiteit van de school is daarom misschien wel de meest wezenlijke aanslag op de vrijheid van onderwijs die mogelijk is.

In 2010 werd dus nog geschreven dat het voorstel van vijf politieke partijen om de binding van de werknemers (nu even specifiek:) aan de grondslag 'de Bijbel en de Drie Formulieren van Eenheid' te ontbinden misschien wel de meest wezenlijke aanslag is op de vrijheid van onderwijs. In 2012 stelt het lvgs uit zichzelf voor om deze binding vrijwillig op te geven en een versmalde versie voor te stellen van 'de Bijbel en de Apostolische Geloofsbelijdenis'.

Ook nog in 2010 in "Doelgroep LVGS en doelgroepen gereformeerde scholen":

Formeel gezien hebben gereformeerde scholen een nauwe binding met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.
De achtergrond daarvoor is dat de richting gereformeerd onderwijs bij Koninklijk Besluit van 1960 formeel werd verbonden met (de leer van) de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Dat gegeven werd door de rechter benoemd als het onderscheidend criterium voor gereformeerde scholen.

Schoolbesturen moeten in hun beleid rekening houden met dit Koninklijk Besluit. Zij worden geacht in hun ledenbeleid consistent te zijn met deze definitie. Daarom hebben alle schoolverenigingen dat zo in hun statuten opgenomen. Omdat de GKv en de CGK hebben uitgesproken dat hun leer overeenkomt, kunnen de leden van beide kerken lid worden van de schoolvereniging.
Eind 2009 hebben de gereformeerde scholen uitgesproken dat dit in de toekomst ook zal gelden voor leden van de NGK, de Nederlandse Gereformeerde Kerken. Leden uit deze drie kerken zullen dan benoembaar zijn als medewerker in deze scholen. Schoolbesturen hebben - de een wat meer en de ander minder -  wel tijd nodig om dit op een goede manier in de eigen vereniging te regelen.

11 januari 2012 verscheen op lvgs.nl het artikel van J. Westert 'Start als voorzitter LVGS' - Citaat:

Een van de centrale thema's voor het LVGS zal zijn de koers en de toekomstagenda voor het gereformeerd onderwijs. Wat is de koers en organiseren we een gezamenlijke plaatsbepaling als het gaat om de identiteit van deze scholen. Het is duidelijk dat er veel pluriformer gedacht wordt over gereformeerd onderwijs dan de scholen jarenlang gewend zijn. Ook de omgeving waarin het gereformeerd onderwijs opereert is duidelijk anders. Dat zijn vragen die over alle scholen heengaan en waar we met elkaar beleid op moeten maken. We zijn bezig met het voorbereiden van een gezamenlijke oriëntatie met de leden op deze koers.

Daarnaast zijn er allerlei ontwikkelingen in het veld. Scholen hebben te maken met krimp. In het noorden heeft dat geleid tot besluiten om met ingang van 1 augustus 2012 drie kleine basisscholen te Enumatil, Mussel en Aduard te sluiten. Het vraagstuk van krimp in het onderwijs zal de komende jaren toenemen.

Op 11 april 2012 verscheen vervolgens het lvgs artikel "Rapport onderwijsraad" waarin vermeld staat:

Merkbelofte
De Onderwijsraad vindt dat het begrip richting een minder dominante rol moet spelen in de wetgeving. Een meer open richtingbegrip roept meer discussie op over de grondslag van de school. Dat is niet erg, aldus het LVGS. ‘Een gestold richtingbegrip is uiteindelijk de dood in de pot van een school’. De aanbeveling van de Onderwijsraad om daarover periodiek met ouders te spreken en te toetsen of ouders zich nog kunnen vinden in de waarden van de school vraagt om een sterke ouderbetrokkenheid en houdt de school bij de les als het gaat om identiteits- en waarden ontwikkeling. Voor gereformeerde scholen is dat eerder een uitdaging, omdat ook daar de vragen over grondslag en waarden telkens opnieuw geijkt dienen te worden. Het zou goed zijn om regelmatig de merkbelofte van de scholen te toetsen aan de opvattingen van ouders, leerlingen en medewerkers. Een te rigide richtingbegrip kan bestaande richtingen zelfs klem zetten bij veranderende maatschappelijke opvattingen.

Het is wel opvallend dat hier wordt gezegd dat de vragen over grondslag en waarden opnieuw dienen te worden geijkt. De grondslag wordt hier al ter discussie gesteld en vloeit niet meer voort uit de Bijbel, maar uit de opvattingen van ouders, leerlingen en medewerkers. En als in die doelgroep de Drie Formulieren van Eenheid tot gestolde historie is verworden, heeft het zijn werkingskracht verloren. Dan dient het ook niet meer als een levende voedingsbodem voor beleefd geloof, dan is de betekenis daarvan heel, heel klein geworden.

Al op 24 april 2012 verscheen op onderwijstalenten.nl het artikel Naar een 'Netwerk van Scholen met de Bijbel' - Citaat:

Jan Westert, voorzitter LVGS:  'Onlangs liep ik langs zo´n oude School met den Bijbel. Dat stond nadrukkelijk op de gevel van een vroegere school, die inmiddels is omgevormd tot een atelier.  Zo her en der in het land heb je nog daadwerkelijk christelijke scholen, die zijn te karakteriseren als oude Scholen met den Bijbel. Het is geen aparte richting, maar zij worden wel gekleurd door een duidelijke identiteit. Daarnaast bestaan er scholen die zichzelf typeren als evangelisch of bijbelgetrouw.  Het LVGS vertegenwoordigt de gereformeerde scholen, gekoppeld aan een eigen richting.  Het reformatorisch onderwijs wordt ook gekenmerkt door een eigen richting. Maar ook binnen het pc-onderwijs ontmoet ik schoolleiders die staan voor een confessioneel christelijke school.
Het rapport van de Onderwijsraad  Grondwet in maatschappelijk perspectief vraagt om doordenking van het begrip 'richting' in de actuele context. Dat is de uitdaging, waarvoor het orthodox christelijk onderwijs staat. Daarom pleit Jan Westert voor meer samenwerking.

'Als scholen, die kleine richtingen vertegenwoordigen, hebben we elkaar meer op te zoeken en te dienen.  Het is van belang lijnen naar de toekomst te trekken en  minder gefragmenteerd naar de toekomst te kijken. Daarom zou ik vanuit het LVGS graag werken aan een verband van 'Scholen met de Bijbel'  aldus Jan Westert.

Op 14 november 2012 verscheen op onderwijstalenten.nl het artikel Samen Scholen met de Bijbel - Citaat:

Het benoemingsbeleid van personeel is volgens eerder gemaakte landelijke afspraken gekoppeld aan het lidmaatschap van kerken. Deze werkwijze, waar de verantwoordelijkheid van bovenaf wordt neergelegd in de scholen, voldoet niet meer. Daartoe is de pluriformiteit onder de belangrijkste dragers van dat onderwijs, de docenten en leerkrachten, te groot geworden.

Tenslotte nog een artikel "De vanzelfsprekendheid voorbij" in De Reformatie van 7 september 2012 geschreven door Jan Westert, voorzitter van het Landelijk Verband Gereformeerde Schoolverenigingen en redacteur van De Reformatie waaruit we het volgende citeren:

Open vensters
De infrastructuur van het gereformeerd onderwijs is formeel nog aanwezig, maar de tijd van de oude vanzelfsprekendheden is voorbij. Gereformeerden zijn anders gaan denken over de herkenning van christenen over kerkmuren heen. Ouders zijn kritischer geworden op de gereformeerde school en kiezen daar niet meer vanzelfsprekend voor. Zij willen allereerst dat de school waar ze hun kinderen heen sturen, een goede school is, een goede leer- en waardengemeenschap. De kwaliteit van het onderwijs komt terecht op de eerste plaats.
Het gaat ouders niet primair om de geloofsleer van de kerk, wel om een gereformeerde school die vooral positief–christelijk is en waar een goed pedagogisch klimaat heerst. Godsdienstonderwijs en kerkgeschiedenis dienen daar een serieus onderdeel van te zijn, maar toch anders en minder vanuit die ene kerkvisie. Het kerklidmaatschap wordt niet meer beschouwd als het kenmerk van ‘christen-zijn’. De vensters zijn open gezet. En bepaald niet alleen jongeren hebben afstand genomen van een gesloten en kerkelijk gedomineerde cultuur met zijn formele identiteit. Ook ouders kiezen voor opener netwerken en hebben behoefte aan contacten met andere christenen. Ze zoeken aansluiting bij de dagelijkse leefwereld van werk, relatie en gezin. De nadruk ligt op persoonlijke ontwikkeling. Voor de massieve en collectieve eenheid binnen de gereformeerde zuil is minder interesse. Organisaties in politiek, media en samenleving hebben die ontwikkeling inmiddels ook verdisconteerd in hun visie. Die invloeden werken door in de opvattingen over onderwijs.

Nieuwe oriëntatie
Niet alleen kiezen de ouders anders, de scholen zelf zijn ook veranderd. De oude schoolverenigingen zijn door onderwijsveranderingen grootschalige instituten geworden met professionele bestuurders. Medewerkers moeten nog wel voldoen aan de kerkelijke benoemingseisen, maar de pluriformiteit van die medewerkers in het denken over kerk en geloof is veel groter geworden. De kerkelijke benoemingseis is geen waarborg meer om de identiteit van een gereformeerde school te behouden. De betrokkenheid van ouders is gericht op het eigen kind en niet meer op het collectief van de school.
Gereformeerde scholen hebben daarnaast met andere ontwikkelingen te maken, waaronder met krimp. Wil je als gereformeerde school overeind blijven, dan is een breder aanmeldingsbeleid van leerlingen noodzaak.

De grondslag en de identiteit zijn niet meer de onafhankelijke vaste basis - zoals in het verleden - maar zweven (zwalken) mee met de ouders en de jongeren  die mee (op) zijn gegaan met (in) de samenleving. Al een flink aantal jaren geleden werd er nog gewaarschuwd om niet met de wereld mee te gaan maar in de wereld staande te blijven als gereformeerde (niet van, maar in de wereld). Dat antithetisch standpunt lijkt nu als sneeuw voor de zon gesmolten. Van gereformeerde scholen gaan ze weer terug waar ze vandaan zijn gekomen: naar de vroegere Scholen met den Bijbel, waarbij vooral vandaag ieder individueel bepaalt hoe hij of zij die bijbel interpreteert - alleen nog maar binnen de Apostolische geloofsbelijdenis. Die ontwikkeling is snel gegaan, heel snel.

Naar aanleiding van het artikel in De Reformatie stond op gkv.nl Geloofsonderwijs aan de kinderen van de kerk - Citaat:

Redacteur Jan Westert, voorzitter van het Landelijk Verband Gereformeerde Schoolverenigingen, opent met een artikel over de rol van de school in geloofsopvoeding. Waar voorheen bij het ‘laten onderwijzen’ dat de ouders beloofden bij de doop van hun kind als vanzelf naar het gereformeerd onderwijs werd gekeken, is die vanzelfsprekendheid anno 2012 verdwenen. De verbinding gezin-kerk-school – de klassieke triangelgedachte – is veranderd; over de verhouding tussen die drie opvoedingsterreinen moet daarom opnieuw nagedacht worden.

Die veranderde verhouding heeft een aantal oorzaken. Eén daarvan is dat ouders om onderwijskundige redenen een keuze maken voor een school en niet allereerst om principiële redenen. Terecht, volgens Westert, want de school is geen verlengstuk van de kerk. Maar ook de scholen zelf zijn veranderd. Nog afgezien van organisatorische ontwikkelingen die vanuit de overheid en de samenleving hun invloed hebben op de scholen wordt er in het veranderde kerkelijke klimaat ook met de koppeling van kerklidmaatschap en aannamebeleid anders omgegaan dan vroeger.

Is het u ook opgevallen: voorheen beloofden (verleden tijd!) de ouders bij het 'laten onderwijzen' iets dat vanzelf naar het gereformeerd onderwijs deed kijken. Tegenwoordig komt het geloof op de tweede plaats, want er wordt geschreven dat ouders niet allereerst om principiële redenen voor een school kiezen! En volgens Westert is dat terecht! De triangel is gebroken.
Vroeger zagen de kerkeraden er in gereformeerde (in leer en leven) kerken nog op toe dat de kinderen onderwijs kregen dat in het verlengde lag met de leer van de kerk (Kerkorde art 57), zoals die ouders dat bij de doop hadden beloofd (doopformulier)! Blijkbaar is dit helemaal achterhaald en zijn de ouders er tegenwoordig helemaal vrij in om ook onderwijs te laten geven dat lijnrecht tegen de Schrift in gaat. En zijn de kerkeraden er helemaal vrij in om niet meer om te zien naar het eeuwig behoud van de kinderen. Ik kan het niet anders zien dan dat op deze wijze zogenaamde gereformeerde kerkeraden en ouders zo samen de secularisatie bevorderen.

Een artikel van Roel Wimmenhove (directeur GBS Veerkracht) die stelt in "Benoemingsbeleid op gereformeerde scholen" dat het voorstel eigenlijk veel te laat is. Jammer genoeg beantwoordt hij niet de door hem gestelde vraag. Ik citeer:

In Amsterdam is denk ik, nog maar 25% gereformeerd. Op veel meer scholen in het westen is het percentage niet gereformeerden de laatste jaren fors toegenomen. Op zich is dit nog niet zo’n probleem natuurlijk. Iedereen past zich aan. Ouders leggen zich er bij neer, want in ruil voor dit beleid (geen inspraak op bestuursniveau) krijgt men goed christelijk onderwijs. En vaak zelfs wordt vanuit de hoek van de niet-vrijgemaakte ouders gepleit om het zo te houden. Want openstelling van het benoemingsbeleid is begin van de ellende natuurlijk. Zo is het ook op andere christelijke scholen gegaan. Dat laatste is de vraag natuurlijk. Want is daar echt de teloorgang begonnen van veel christelijke scholen? Christelijke scholen die vaak die naam niet meer verdienen.

Vaak wordt uit de hoek van niet-vrijgemaakte ouders er voor gepleit om  het benoemingsbeleid gesloten te houden, want anders begint de ellende! Roel Wimmenhove vraagt zich dan af of daar echt de teloorgang begonnen is van veel christelijke scholen. Het werkelijke probleem is natuurlijk dat men niet meer gebonden wil zijn aan Gods Woord in leer en leven. Dat Gods Woord niet meer het gezag heeft wat het zou moeten hebben. En dat onthechtingsproces begint bij de kerk die op het randje zit van kerk en secte. Als die kerk niet meer trouw wil zijn en als afval en verwereldlijking zich dan gaan mengen, is dat de doodsteek voor het gereformeerd onderwijs. En dan verwordt dat gereformeerd onderwijs tot christelijk onderwijs dat zelfs die naam niet eens meer verdient.

Klik hier voor de nieuwsbrief van LVGS december 2012 over de vervanging van de grondslag en benoemingsbeleid

Laatst aangepast op maandag 25 mei 2015 10:57  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]