Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Archief Broeder weg - Lourens Heres Ds. S. de Marie - De ware eenheid

Ds. S. de Marie - De ware eenheid

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

De ware eenheid (1)

 

Om dit alles des te beter te kunnen onderhouden, is het volgens Gods Woord de roeping van alle gelovigen zich af te scheiden van hen die niet bij de kerk horen, en zich bij deze vergadering te voegen op iedere plaats waas God haar gesteld heeft.(...) Daarom handelen allen die zich niet bij haar voegen, in strijd met Gods bevel (art. 28, NGB)



onderhouden door afscheiding


Nu de synode van Zwolle-Zuid van de GKv ten einde loopt komt het onderwerp de kerk vaker in het vizier. Verontruste leden vragen zich hardop af, hoe het nu verder moet. Dr. P. van Gurp schreef in de vorige twee hoofdartikelen over een publicatie van theologisch student L. Heres. Diens boekje betrof een taxatie van de ontwikkelingen binnen de GKv. Ook de eigen huidige kerkelijke positie van de schrijver kwam daarbij ter sprake. Met name de reden waarom hij zich niet heeft vrijgemaakt. Ds. Van Gurp heeft daar uitgebreid op gereageerd. Intussen zijn er meer geluiden gekomen die de ‘kerkgang’ betreffen. We denken aan de uitlatingen van br. D.J. Bolt op de website eeninwaarheid en het recente interview met hem in het ND van 28 febr. 2009. Ook op de site van de Vijfhoek is recent een nieuwe tekst komen te staan m.b.t. de visie op de kerk. Daar staat ook de publicatie van een lezing die dezelfde br. L. Heres onlangs hield op een avond belegd door deze initiatiefgroep, die inmiddels is samengesteld door leden van de GKv, DGK en de “Matrix-gemeente” van Bergentheim.
In dit artikel wil ik nader ingaan op een aantal zaken in deze publicaties die het kerklidmaatschap en het zicht op de kerk betreffen. Daarbij zal ik voor andere elementen de aandacht willen vragen dan die al door ds. Van Gurp zijn belicht. Het is goed om in deze tijd zo uitgebreid over deze materie te schrijven in het kerkblad. Ten eerste omdat wij een taak hebben richting de verontruste broeders en zusters. Ten tweede omdat ook onder ons het juiste zicht op de kerk levend gehouden moet worden. Ook in de confrontatie met wat anderen daarover tot en over ons zeggen en schrijven.

Balans tussen ambt en gemeente


Het is in br. L. Heres te prijzen dat hij in zijn lezing zijn mening durft te geven over De Gereformeerde Kerken. Hoelang is er ook onder verontrusten niet gezwegen over deze kerken? Het is ook goed om aan het einde van zijn betoog te lezen dat hij open staat voor correctie van zijn standpunten. Zijn inzet is de eenheid van Christus’ kerk. Op deze uitnodigende woorden wil ik graag ingaan met deze zelfde inzet.
De visie van Heres over DGK is wel opmerkelijk te noemen. Naar zijn mening zou aan de recente vrijmaking een verkeerde visie op de kerk ten grondslag liggen, die nu ook in DGK zou doorwerken. Heres vindt dat er teveel accent gelegd is op de ambtelijke vergadering van de kerk. Dit zou het juiste zicht op de kerk als vergadering van de gelovigen, in de weg staan.
In zijn betoog over de kerk had hij erop gewezen dat er niet een verkeerde balans mag bestaan: een te sterke benadrukking van de inbreng van de gemeente(leden) kan leiden tot independentisme. Te sterke benadrukking van het gezag van de ambtsdragers en kerkelijke vergaderingen kan leiden tot hiërarchie. Volgens Heres zou van het laatste sprake zijn in DGK: een te sterke vereenzelviging van de kerk met de ambtelijke vergaderingen. Hij erkent wel de noodzaak van de ambten in de kerk, maar de eigenlijke kerk mag niet worden ‘vereenzelvigd’ met de ambtelijke dienst en de ambtelijke vergaderingen. Want daardoor zouden “de leden van de kerk eigenlijk als losse gelovigen worden beschouwd die onder de ambtelijke dienst hangen”. Door destijds de kerkelijke weg te bewandelen met bezwaarschriften en revisieverzoeken tegen onschriftuurlijke leringen, heeft men ervaren dat deze leringen door meerdere synodes niet werden afgewezen. En toen zag men maar één uitweg, de weg tot afscheiding van het kerkverband. Heres komt dan tot de volgende gedachte:

Op het moment dat de kerkelijke vergaderingen een dwaling tolereren, lijkt de conclusie te zijn: hier is de kerk niet meer. Maar dan is mijn vraag: wordt de kerk dan niet vereenzelvigd met de ambtelijke vergaderingen? Zijn de zevenduizend die hun knieën niet voor Baäl gebogen hebben er dan niet meer? De mensen die zich niet hebben neergelegd bij onschriftuurlijke besluiten? Het voortzetten van de kerk wordt dan eigenlijk het voortzetten van de ambtelijke dienst.


Tot zover de uitspraken van Heres.

We schreven dat dit een opmerkelijke visie is. Het lijkt een nieuwe blik op de materie van vrijmaking en noodzaak van vrijmaking te werpen. Toch is dit geen nieuwe visie, maar een visie die ook rond en in de tijd direct na de vrijmaking van 1944 al uitgebreid aan de orde geweest is. We hopen daar in een volgend artikel op terug te komen. Eerst willen we t.b.v. een zuivere beeldvorming over de recente vrijmaking het een en ander recht zetten.

Feitelijke toedracht?


Br. Heres vat in enkele zinnen samen wat volgens hem de kern is van de vrijmaking: Afwijzing van bezwaren door kerkelijke vergaderingen tegen onschriftuurlijke leringen deed leden besluiten zich van de GKv af te scheiden omdat deze in hun visie daarom geen kerk meer was gebleven. Zo wilden ze de kerk voortzetten, maar daarbij hadden ze geen oog voor het feit dat er nog kerkmensen zijn, “die zich niet hebben neergelegd bij onschriftuurlijke besluiten”. Door het zo te stellen komt deze broeder ertoe om te zeggen: dat heeft mij weerhouden. En hij voegt eraan toe:

deze redeneergang zou je in principe bij elke kleine afwijking van de Schrift kunnen toepassen.



We gaan hier niet heel uitgebreid onze vrijmaking van 2003 verdedigen. Maar van belang is wel om een juist beeld neer te zetten. Om de gronden voor en de weg van de vrijmaking eerlijk en toetsbaar weer te geven. En om ook duidelijk te maken hoe de houding rond de vrijmaking is geweest richting de nu nog achtergebleven broeders en zusters.
Eerst enkele opmerkingen over het laatste punt. Er kan door Heres onbedoeld de indruk gewekt worden dat de vrijmaking er zomaar was: twee synodes en ziedaar leden die hun bezwaren niet gehonoreerd zagen traden uit om de kerk voort te zetten. Maar zo is het niet gegaan. Er speelde ten eerste al veel en veel langer een deformatieproces in de GKv. Het begon vaag en klein. Andere visie op de kerk (prof. J. Douma), kerkelijke samenwerking (ND, GPV) en kerkelijke eenheid (CGK en NGK). En zo ook andere visie op het tolereren van dwalingen (Schriftgezag: prof. B.J. Oosterhoff, dr. B. Loonstra, dr. A.L.Th. de Bruijne, Emmaüscursus; Alphacursus, liedboekliederen). Secularisatie met aanpassing van Gods geboden (4e gebod, 7e gebod), andere visie op ambt (zegenende gemeenteleden), prediking, tucht (7e gebod, open avondmaal), sacramenten (open avondmaal), gebruik bijbelvertalingen, eredienst (liturgische vernieuwingen) en kerkorde (art. 65, 67). Het is allemaal te lezen in de brochure Laten wij ons bekeren; de gereformeerde kerken na “Zuidhorn”; een oproep tot reformatie, LWVKO, 2003 (te lezen of te downloaden via www.reformanda.nl door te klikken op de knop “Vrijmaking / Liberation” van de menubalk).

Het begon allemaal sluipend als een stille revolutie maar het was een algemeen en toenemend ontbindingsproces. Dit proces stond, en daar is steeds op gewezen, absoluut niet los van de geest binnen de praktijk van het geloofs- en gemeenteleven van de gemeenteleden. De secularisatie, evangelisering, de EO-isering, het postmodernisme, de individualisering en de uitholling van gezag, waren even zovele invloeden die hebben bijgedragen aan het denkklimaat, waarin de gewraakte synodebesluiten tot stand kwamen en de praktijk van het kerkelijk leven zich ontwikkelde. Jarenlang is daartegen voorlichting gegeven op openbare vergaderingen, in periodieken zoals Reformanda, en brochures. In 2003 was er een moment gekomen waarin dat hele proces uitliep op het afwijzen van revisieverzoeken.

Maar, en dat is het tweede punt waarop we met klem willen wijzen, ook toen werden de gemeenteléden aangesproken. Juist aan hen waren de oproepen, brochures, en brieven gericht. Zo werden zij heel bewust aangesproken op hun verantwoordelijkheid hierin. Opgeroepen om hun roeping in het ambt aller gelovigen te verstaan. Er is geen sprake van dat enkelingen hun kerkelijk weg gingen en daarin vastliepen. Waarbij ze hun oproep èn hun gang van vrijmaking vervolgens beperkten tot de ambtelijke vergaderingen en de ambtsdragers in de kerk. De ‘gewone’ gemeenteleden werd steeds gevraagd om net als de ambtsdragers, hun verantwoordelijkheid te kennen en te nemen. Ook voor hen allen gold en geldt art. 31 KO! Ook voor hen gold toen en geldt nog steeds dat ze zorgvuldig moeten nagaan of de kerk waarvan ze lid zijn nog voldoet aan de kenmerken van de ware kerk (art 29 NGB). Een geloofszaak, waar alle belijdende leden hun jawoord op hadden gegeven bij het afleggen van de belijdenis van hun geloof! We belijden daar toch het volgende

Wij geloven dat men nauwgezet en met grote zorgvuldigheid, vanuit Gods Woord, behoort te onderscheiden welke de ware kerk is (...) De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen zijn deze: (...). Hieraan kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden.


In art. 29 beloven de gemeenteléden dus allen voor de Here en Zijn gemeente zó te handelen.
En zo geldt dat ook voor de gemeenteleden die allen in art. 28 NGB belijden:

... is het volgens Gods Woord de roeping van alle gelovigen zich af te scheiden van hen die niet bij de kerk horen en zich bij deze vergadering te voegen (...)


Daarop is steeds een appel gedaan op de genoemde bijeenkomsten, in de bladen en de brochures en de in gemeenten rondgezonden brieven. Ja, zelfs in een advertentie van het ND in februari 2003, oproep tot reformatie. Een advertentie gericht op àlle gemeenteleden van de GKv. En zo ook de brochure Laten we ons bekeren, waarvan de eerste woorden zijn: “Aan de leden van de Gereformeerde Kerken”.

Afscheiden van hen die niet tot de kerk behoren


Maar zo kan – in de lijn van br. Heres - tegengeworpen worden: u verwierp naar art. 31 KO de besluiten van kerkelijke vergaderingen en scheidde zich toen af van onbekeerlijke ambtsdragers, maar hoe stond dat met de ‘gewone’ gemeenteleden die trouw wilden blijven? Met hen die toch nog wel “bij de kerk horen”, om de terminologie van art. 28 NGB te gebruiken. Mocht u zich van hèn ook wel afscheiden?
Nu, dat werd nu juist níet gedaan! Dat moeten we uitleggen. Daarvoor is nodig stapsgewijs niet alleen een ‘gedachtegang’ maar ook de gang van zaken te volgen zoals die neergelegd is in de genoemde brochure en later in de acte van vrijmaking. En zoals er vervolgens is gehandeld. Die feitelijke gang is toetsbaar. Maar ze is wel ànders dan br. Heres als gedachtegang probeert te reconstrueren. We zien dan het volgende:
- Eerst werd vastgesteld dat de GKv niet meer voldeed aan de kenmerken van de ware kerk. Deze kerken hadden niet alleen vele onschriftuurlijke besluiten genomen en gehandhaafd. Maar er was een verbastering van de waarheid op vele fronten aanwijsbaar. En daarom kon niet meer gezegd worden dat men zich naar het kenmerk van de ware kerk, richt naar het zuivere Woord van God, en alles wat daarmee in strijd is verwerpt (art. 29 NGB).
- Vervolgens bleek jarenlang intensief appelleren aan Gods Woord geen enkel effect meer te hebben op de leer van de kerk.
- Daarom moest met verdriet worden vastgesteld dat de GKv als postgereformeerde (men liet de gereformeerde erfenis achter zich), pluralistische kerk (naast de waarheid kreeg de leugen een wettige plaats) en dus onwettige kerk (het fundament van het Woord van profeten en apostelen was verlaten), de kenmerken en de gestalte van de valse kerk begón te vertonen (waarmee toen nog niet gezegd werd dat ze ‘de valse kerk’ was)
- Vervolgens werd een wijde oproep gedaan aan alle leden van de kerken om hun kerkenraden te bewegen om te komen tot reformatie, zo mogelijk binnen het kerkverband van de GKv. Dit hield in dat aan de kerkenraden gevraagd zou worden de gewraakte synodebesluiten niet te ratificeren en ook dat zij zouden oproepen tot een terugkeer naar Gods Woord.
- Deze oproep had niet het beoogde effect. Toen, in september 2003, maar pas toèn, bleef geen mogelijkheid over dan gehoorzaam aan art 28 NGB zich af te scheiden. Zo wilde mens zich aan de waarheid, aan het fundament van de kerk. En zo het hoofd van de kerk, de Here Jezus Christus, vasthouden
- Maar, en dat is belangrijk!, dit was niet een afscheiding van de kerk, van de gemeente, maar een afscheiding van hen die niet van de kerk zijn. In diezelfde vrijmaking riep men daarom tegelijk de leden van de gemeente op om in dezelfde weg van geloofsgehoorzaamheid zich af te scheiden van hen die niet van de kerk zijn, zodat zij gezamenlijk de kerk van Jezus Christus mochten voortzetten, achter Christus aan. Men sprak uit “van harte bereid te zijn de kerkelijke eenheid te zoeken met allen, die op deze grondslag van Schrift, belijdenis en Dordtse kerkorde willen leven” (acte van vrijmaking).

Men scheidde zich dus niet af van de ware gelovigen die nog in de GKv aanwezig waren, maar riep en roept hen nu juist weg van onwettige ambtsdragers en vergaderingen om de eenheid te bewaren en te onderhouden naar art. 28 NGB!
De afscheiding had zo het doel om de eenheid als eenheid in de waarheid te onderhouden. Die eenheid was er niet meer in de GKv waar het fundament van de kerk was aangetast doordat Gods Woord niet langer bewaard werd. Dat was zo in 2003. Maar hoe is dan nu de taxatie daarvan bij “de mensen die zich niet hebben neergelegd bij onschriftuurlijke besluiten” in 2009, nu het deformatieproces in deze kerken zich in hoog tempo alleen maar verder heeft voortgezet?

Christus volgen


De hierboven geschetste gang van zaken m.b.t. de recente vrijmaking is naar mijn vaste overtuiging, de weg die de Here ons wijst en die onze geloofsbelijdenis als geloofszaak naspreekt. Zij is in eenvoudige taal ook zo aangegeven in het Amen der Kerk, het bekende leerboekje van de ds. J. van Bruggen (vader van prof. dr. J. van Bruggen). En ook door ds. C.G. Bos in zijn Geloven en belijden, waar hij ook de art. 27-29 van de NGB behandelt. Er bestaat daarbij geen overmátig accent op ambtsdienst ten koste van de eenheid met de gemeenteleden. Maar Christus wordt zo als enig Hoofd erkend, Die werkt d.m.v. de ambten. Wanneer het bijzondere ambt afvalt van Christus, moeten de kerkleden in de weg van het algemene ambt aller gelovigen Christus blijven volgen. Door Gods genadige leiding mocht zo de recente vrijmaking uitmonden in het institueren van kerken die als voortzetting van de Gereformeerde Kerken trouw mochten blijven. Zo heeft de Here Zijn kerk in Nederland tot nu toe bewaard.
Nog steeds gaat er naar alle gelovigen een blijvende oproep uit om zich te voegen bij de kerk van Jezus Christus, die voldoet aan de kenmerken van de ware kerk overeenkomstig de belijdenis van de kerk en Gods Woord. Maar ook: nog steeds moet er in de kerk gebeden worden voor de eenheid met alle ware gelovigen en nog steeds moet er, waar mogelijk, aan gewerkt worden naar de opdracht van Christus (Joh. 17). De schrijver van dit hoofdartikel geeft wil met het oog daarop verwijzen naar een in dit nummer gepubliceerde open brief aan verontruste broeders en zusters binnen de GKv.
De kenmerken van de kerk betreffen inderdaad, zoals ook br. Heres aangeeft, de ambtelijke bediening zoals de Here Jezus Christus die aan zijn kerk heeft geschonken (Ef. 4). Maar niet los van zijn gemeente, net zo min als Christus zelf los is van zijn gemeente. Zó, d.m.v. zwakke mensen, regeert Hij, het Hoofd. Door Zijn Woord en Geest. Door de zuivere verkondiging van Zijn Woord, de zuivere bediening van de sacramenten en de rechte beoefening van de tucht. Door die kènmerken, geeft Hij ons te kennen waar Hij Zijn kerk vergadert. Als de ambtsdragers ontrouw worden, de ambtsdienst corrupt, het kerkverband afvallig, dan moet de gemeente niet onder deze ambtsdienst, maar ook niet in dit kerkverband blijven. Want dan is het fundament aangetast, het gebouw ineengestort, hoeveel goede restanten er nog overgebleven zijn. Dan moeten we Christus volgen, maar wel in gehoorzaamheid aan Zijn Woord, zoals dat ook is nagesproken in art. 28 en 29 NGB.
(wordt vervolgd)

De ware eenheid (2)

 

28 Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; 29 neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht (Matt. 11:28-30).



onder het juk van Christus


In ons vorige hoofdartikel schreven wij over de wijze waarop in de weg van de recente vrijmaking de ware eenheid mocht en mag worden onderhouden. Zo’n weg was en is wel een weg van verdriet en verootmoediging, maar ook een weg waarvoor de Here trouw en geloofsmoed heeft willen schenken. Maar vooral een weg die de Here Zelf van ons vroeg en vraagt. Daarom mogen we de recente vrijmaking zien als het werk van de Here, waarvoor we Hem intens dankbaar zijn. Die dankbaarheid aan de Here is alleen maar versterkt nu we de rijkdom van de ware eenheid hebben hervonden in De Gereformeerde Kerken (hersteld). Naast die dankbaarheid is er de zorg om de achtergebleven verontruste broeders en zusters. Hoe kunnen we hen helpen de juiste weg te gaan? Zodat we gezamenlijk in de ware eenheid de Here mogen dienen op een Hem welbehaaglijke wijze. Met die intentie schrijven we ook dit hoofdartikel, als een voortgezette reactie op wat verontruste schrijvers onlangs schreven over de kerk.

Zevenduizend


We komen nog een keer terug op de verhouding tussen de ambtelijke dienst en de gemeenteleden zoals die door br. L. Heres in zijn lezing over de Kerk wordt aangegeven m.b.t. het “eigenlijke” van de kerk. Er zou in de recente vrijmaking veel te veel nadruk zijn geweest op die ambtelijke dienst terwijl er geen of te weinig oog is geweest voor de “zevenduizend die hun knieën niet voor Baäl hebben gebogen”. In deze zevenduizend is de kerk toch bewaard gebleven? Voor hem is dat kennelijk een reden de wettigheid van deze vrijmaking te betwijfelen. De vraag die hij stelt is dus of de aanwezigheid van gelovigen mede bepaalt of je tot reformatie en vrijmaking over moet gaan. Zijn ze er nog dan mag je kennelijk het juk van de verkeerde ambtsdienst niet afwerpen.
Maar, zo is onze reactie, mag je zo deze woorden uit de Schrift die in art. 27NGB worden aangehaald, wel in stelling brengen tegen de oproep tot afscheiding in art. 28 NGB?
De aanhaling van de zeven duizend van 1 Kon. 19:18 en Rom. 11:4 in art. 27 NGB geeft aan hoe genadig de Here geweest is dat Hij toch een overblijfsel van de kerk heeft gelaten naar de verkiezing der genade (Rom. 11:5). Dáár gaat het hier om. Om de genade van de Here die Zijn kerk bewaart, ook al lijkt zij ten onder gegaan te zijn. Paulus zegt: dat was in de dagen van Elia zo, dat is ook nu zo. De Here blijft ook nu trouw in de bewaring van Zijn volk, ook is het maar een kleine rest. Deze kleine rest betreft volgens Paulus, de in Christus tot geloof gekomen of komende Joden. De Joden zullen “wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten” (Rom. 11:23). De situatie is dat de zevenduizend uit het OT zich niet van Israel afgescheiden hebben maar wel van de valse eredienst. En voor de Joden gold op de Pinksterdag: laat u behouden uit dit verkeerde geslacht (Hand. 2:40). De aanwezigheid van gelovigen mag dus niet in mindering komen op de oproep om Christus te volgen, door metterdaad te gaan naar de ware kerk, die wettig is geïnstitueerd. Dat was en is geen revolutie, maar ware reformatie. Geen breuk, maar voortzetting. Diezelfde oproep heeft steeds geklonken bij alle ware reformaties, waarin om Christus’ wil afscheid genomen moest worden van ontrouwe ambtsdienst en daarom van een onwettig kerkverband (zie b.v. E. van den Born: Pinksterkerk en Pinkstergeest in: De verborgenheid der Godzaligheid, deel V Pinksteren, Kok-Kampen 1957, pag. 58-71). Daarbij moet niet worden gezien op de vrome mens, maar op Christus, die ons beveelt de meerderheid in het kwade niet te volgen (Ex. 23:2; Hand. 13:46, 19:9; Rom. 16: 17-19, Ef. 5:7; 2 Tess 3:6; 1 Joh. 2:19). Als men op de mensen was blijven zien, had er ook geen grote Reformatie in de 16e eeuw, geen Afscheiding in 1834 en geen Vrijmaking in 1944 plaatsgehad. Ook toen waren er duizenden gelovigen achter gebleven. In dit verband citeert W.G. de Vries in zijn De kerk, pijler of puinhoop? (Ermelo 1989), Calvijn en prof. dr. K. Schilder, wanneer hij op pag. 31-35 schrijft over de moeite die de hervormde ir. J. de Graaf heeft m.b.t. afscheiding van de kerk.

Alle menselijke bedenksels verwerpen


Bij het volgen van Christus zullen de leden ook ter wille van de eenheid in de waarheid het juk van Christus willen dragen. We willen hier benadrukken hoe ook daarbij door Christus de ambtelijke dienst in de kerk ingeschakeld wordt.
Art. 28 NGB zegt daarvan:

Zo wordt de eenheid van de kerk bewaard; men onderwerpt zich aan haar onderwijzing en tucht, buigt de hals onder het juk van Christus en dient de opbouw van de broeders overeenkomstig de gaven die God aan allen verleend heeft, als leden van eenzelfde lichaam


Wat houdt dat “buigen onder het juk van Christus” in?
Het betekent eerst in negatieve zin: het verwerpen van het juk dat ontrouwe herders die de leugen accepteren, verdoezelen of tolereren, aan de gelovigen willen opleggen. Het verwerpen van alle juk dat niet van Christus is, waarmee de gewetens worden gebonden. Dat is ook heel treffend verwoord in art. 32 NGB:

Daarom verwerpen wij alle menselijke bedenksels en alle wetten die men zou willen invoeren om God te dienen en daardoor het geweten te binden en te dwingen, op welke wijze dan ook


Maar is er in de GKv dan wel sprake van een ‘dwingend’ juk door ambtsdragers en kerkelijke vergaderingen? Jazeker, men wordt in de GKv gedwongen te tolereren wat God niet wil tolereren. Waarvan alle gelovigen toch beleden hebben het niet te zullen tolereren. Men wordt tegen zijn geweten in gedwongen om de leugen te accepteren naast de waarheid. En om de tuchteloosheid te accepteren. Men wordt tegen zijn geweten in gedwongen om te aanvaarden dat in de opleiding te Kampen de docenten afwijken van Gods Woord door steeds verder om zich heen grijpende Schriftkritiek. Daarom behoort de vraag gesteld te worden of men door daar te blijven zichzelf, zijn kinderen, zijn broeders en zusters bloot doet stellen aan een leer die van de Here afvoert. Of men zo wel als kerk komt tot de dienst aan de Here, die de Here welbehaaglijk is. Men aanvaardt zo toch steeds het juk van ontrouwe ambtsdienst? Maar dan accepteert men in feite dat juk zelf, door het niet af te werpen. Men weigert dan zelf het juk van Christus op zich te nemen door zich af te scheiden. Zo schreef prof. dr. K. Schilder dit in zijn artikel Gods kinderen “onder het juk” opgenomen in “De Kerk, deel III, Oosterbaan & Lecointre 1965, pag. 365-370. Ook hij sprak in dat verband over de zevenduizend (pag. 367, 268, a.w.), maar zag juist de trouw van die zevenduizend in het verwerpen van het juk van de dienst aan Baäl.

De hals buigen onder het juk van Christus


Wat is nu de hals buigen onder het juk van Christus in positieve zin?
NGB art. 28: “men onderwerpt zich aan de onderwijzing en tucht van de kerk”.
Dat vraagt om zich in het ambt aller gelovigen te onderwerpen aan de trouwe ambtsdienst van trouwe ambtsdragers in een trouw kerkverband. Waar Christus regeert als het ene Hoofd (art. 29 NGB). Calvijns preken over Ef. 4 wijzen erop hoe de Here in het opleggen van het juk van Christus de dienst van mensen inschakelt. Calvijn spreekt van de orde van Christus en het juk van Christus m.b.t. de dienst van ambtsdragers die namens Christus Gods Woord hebben te brengen. Zó hebben zij gezag van Christus ontvangen, dat door de gemeenteleden gehoorzaam aanvaard dient te worden. Zo komt de eenheid tot stand als eenheid in de waarheid. Maar dat heeft de keerzijde dat allen die zich niet aan het ambt willen onderwerpen, verstrooien.

Daarop nu doelde de heilige Paulus, toen hij zeide, dat het evangelie moet gepredikt worden en opzettelijk mannen moesten aangesteld worden. Dat was, opdat wij allen eén zouden zijn en er geen verdeeldheid onder ons zou heerschen. En daarentegen verklaart de heilige Paulus ook, dat al die geestdrijvers, die de gewone orde verwerpen en zoo geestelijk willen zijn, dat zij als boven de wolken zich ontheven weten, zich van het lichaam der Kerk hebben afgescheiden en tegelijkertijd God verloochenen en dat men hen zelfs voor verachtelijk moet houden, dat men ze moeten mijden als doodelijke pestilenties, daar zij de Kerk tot ontbinding brengen (Het gepredikte Woord, preeken van Johannes Calvijn, deel V, Wever 1941, pag, 154)


In de trouwe kerk van Christus zal ook naar art. 32 NGB, het juk van Christus door regeerders van de kerk (ambtsdragers) opgelegd worden door “onderling een vaste orde in te stellen en te handhaven om het lichaam van de kerk in stand te houden.” Maar wel zó dat “zij er zich voor moeten wachten af te wijken van wat Christus, onze enige Meester ons geboden heeft”.
Het juk van Christus houdt dus in onderwerping aan Gods Woord zoals dat bediend wordt door trouwe dienstknechten van Christus. Maar het geldt ook voor het samenleven in één kerkverband onder hetzelfde juk van orde en kerkregering naar datzelfde Woord (zie hierover dr. W. van ’t Spijker in: Bezield verband, opstellen aangeboden aan prof. J. Kamphuis, Kok, Kampen 1984, pag. 206-219).

Kerkverband


Zo moeten we ook de verhouding van plaatselijke kerk en kerkverband zien. Ook het kerkverband is door Christus geschonken om de eenheid in de waarheid te bewaren en te bevorderen. Ook daarvoor gaf Christus Zijn bloed (K. Schilder:Hulpbehoevende kerken, De Reformatie, Jg 27, 9 februari 1952, pag. 152v.). Het gaat daarbij om de ene katholieke kerk van Jezus Christus, waarvan de plaatselijke kerk een complete gestalte is. Maar wel in eenheid met de andere kerken. Die eenheid is er in Christus, het Hoofd van Zijn lichaam. Het hoofd dat tussen de zeven gouden kandelaren wandelt (Openb. 2:1). Daarom ben je mede verantwoordelijk voor wat er in het kerkverband gebeurt, en daarom zul je daar ook de gevolgen van ondervinden. Dat is dus medebepalend voor het vaststellen welk van de kerkgenootschappen de ware kerk is.
Het kerkverband is ook onderdeel van het lichte juk van Christus, dat de gelovigen door de genadige werking van de Heilige Geest, graag op zich willen nemen. Met de aantekening dat het niet naar de mens is dat te doen. Alleen zien op Christus maakt dit mogelijk. Calvijn:

Want inderdaad, als het opperst gezag van den Zoon van God hier niet op den voorgrond gesteld werd, zouden velen zich van zoo'n juk willen ontdoen. Want de menschen zijn nu eenmaal hoogmoedig.(Het gepredikte Woord, deel V, pag. 142)


Ik heb die notie sterk gemist in de adviezen die br. Heres heeft gegeven op de vraag hoe de verhouding is tussen plaatselijke kerk en kerkverband, en om ‘in concreto’ d.m.v. de kerkgang de eenheid van het geloof te bewaren. Hij zegt in zijn lezing ‘een voorzet’ te willen geven voor een gesprek. Ik hoop dat hij wil aanvaarden dat deze artikelen ook daaraan willen bijdragen, ook als deze aandringen op correctie van zijn standpunten.

Het loskoppelen van plaatselijke kerk en kerkverband werd ook na de vrijmaking van 1944 verdedigd. We lezen daarover in het bovengenoemde boek De Kerk III, waarin opgenomen is een antwoord van prof. K. Schilder op het schrijven ds. B.A. Bos, pag. 231-238. Ds. Bos bepleitte in 1948 om te spreken van een overgangstijd. Er zouden volgens hem ook na de vrijmaking van 1944 ware plaatselijke kerken kunnen bestaan in een vals kerkverband. Maar daar tegenin brengt prof Schilder in stelling de afspraak van art. 31 K.O. Door voor vast en bondig te houden wat tegen Gods Woord indruist, heeft een plaatselijke kerk in een onwettig kerkverband, de kenmerken van de ware kerk niet bewaard. Dat wil niet zeggen dat daar geen gelovigen zijn. En dat wij niet hartelijk moeten bidden of de Here hen met ons wil verenigen. We zullen ook niet mogen zeggen dat de Here niet met hen bezig is om hen bij Zijn ene kudde te brengen. Christus’ vergaderwerk is nooit statisch: Hij is niet gebonden aan één bepaald kerkinstituut. Niet aan de Gereformeerde Kerken van vóór 1944, niet aan de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), maar ook niet aan De Gereformeerde Kerken (hersteld). Dat moet ons blijven aansporen om nu steeds goed te blijven luisteren naar Zijn stem, en Hem metterdaad te volgen waar Hij ook gaat. Dat heeft de recente vrijmaking ons weer geleerd. Onze bede moet zijn of zij die van de kerk zijn, maar nog achtergebleven zijn, dit ook mogen aanvaarden.

Kerkmensen


Het luisteren naar de stem van de goede Herder zal gepaard moeten gaan met de bereidheid om het juk van Christus op zich te nemen. Alleen zó op Hem ziende en aanvaardend de door Hem aangestelde ambtsdragers en aangebrachte orde in de kerken, kan de eenheid in de waarheid gediend en genoten worden. Maar wat als dat maar een kleine kerk betreft, een kerk waar ook zondige mensen zijn? Een kerk waar ook moeiten en strijd voorkomen? Heeft Christus dan afgedaan? Zorgt Hij dan niet meer voor Zijn kerk? Is Zijn juk dan te zwaar geworden? Nee, dan zullen we weer moeten zien of het juk van Christus daar te vinden is. Die komen we tegen in de kenmerken van de kerk. Waar alles draait om het bewaren van Zijn Woord. Als we op de kerkmensen letten, dan raken we het spoor bijster. We moeten letten op de stem van de Herder. Zien hoe Hij Zijn kerk nog bewaart, ook al is ze nog zo klein geworden (de rest van zevenduizend!). In dat verband is het ook ronduit teleurstellend wat de Vijfhoek op haar site heeft gesteld in haar visie over kerk en kerkgang. Op de constatering

De situatie van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) analyserend, kwam de Vijfhoek tot de overtuiging dat de gereformeerde identiteit van de vrijgemaakte kerken verloren is gegaan


volgt daar direct:

In 2003 is er een nieuwe vrijmaking geweest die heeft geleid tot het ontstaan van de Gereformeerde kerk (hersteld) in 2003. Het is wel de vraag of deze vrijmaking in alle opzichten gebracht heeft waarop was gehoopt en waarvoor was gebeden. Er doen zich in deze kerken veel moeiten voor en inmiddels zijn verschillende (groepen) broeders en zusters buiten het verband komen te staan of hebben zich er weer aan onttrokken.


Onze vraag is: wordt hier de weg naar Christus en Zijn kerk gewezen of wordt hier op mensen gezien? Kennelijk speelt hier de gedachte: kan ik me daar in De Gereformeerde Kerken (hersteld) dan wel thuis voelen? Ervaar ik daar wel de rust die ik zoek? Deze verlangens, hoe invoelbaar ze ook zijn vanuit menselijk perspectief, staan toch ver af van de roeping die de Here op alle gelovigen uit doet gaan.

Geschonken heil


Gevolg geven aan deze roeping zal bij alle rust en toerusting van Godswege ook strijd en moeite met zich meebrengen. Onderwerping aan Christus vraagt immers zelfverloochening. Vasthouden aan de waarheid kost toch doorgaande strijd. Ook het bewaren van de eenheid kan soms zelfopoffering vergen. Al die strijd en die moeiten bezorgen inderdaad verdriet en pijn. Maar ze verhinderen niet voor de gelovigen om de stem van de goede Herder te blijven horen. En zo de schatten van Gods heil uitgestald te krijgen zondag aan zondag. En ze verhinderen niet om het juk van Christus te blijven aandoen. Het juk van de ambtelijke bediening van Gods Woord en van de orde van het kerkverband, door Christus geschonken. Juist omdat men op Christus mag blijven zien en hopen, en niet op mensen ziet. Hij is het Die er ook voor zorgt dat Zijn last niet te zwaar is. Daarom mag het niet zo zijn, dat we bij alle genade en krachten die Hij in de kerken gaf zouden zeggen: “het is de vraag of deze vrijmaking in alle opzichten gebracht heeft waarop was gehoopt en waarvoor was gebeden”. Dan miskennen we daarmee al die genadegaven en die krachten die Christus aan Zijn kerk heeft geschonken door en na de recente vrijmaking. Want het belangrijkste waarop moet worden gehoopt en gebeden is dat de Here in Zijn genade ook in Nederland nog een rest zal laten. Dat Hij de kandelaar niet wegneemt. En dat Hij en God de Vader zo door Zijn bewaring en bescherming door de Zijnen kan worden gediend en geëerd naar Zijn Woord.
En dan mag dankbaar door ons ook worden vastgesteld: Here, u hèbt ons het geloof doen behouden. U hèbt ons de gemeenschap der heiligen nog geschonken. En dan bidden we voor genade en krachten om zo onder de leiding van Christus en onder zijn verzorging verder te kunnen in de eenheid van het ware geloof. Biddend of de Here daaraan nog velen zal willen toevoegen. Ja, er is ook veel gebeden en nog wordt daarvoor gebeden of de Here hen die afdwalen en zich afwenden, terugbrengen wil. Maar dat is niet het bepálende als het erom gaat: Here waar roept u mij. Waar wilt u dat ik Uw juk mag dragen. We zouden in dit verband kunnen wijzen op de vele moeiten en verdrietigheden waar Calvijn tegen aangelopen is, en waar men na de Afscheiding van 1834 en na de Vrijmaking van 194 mee te kampen heeft gehad. Maar ook toen mocht steeds worden geconstateerd: de Here heeft Zijn kerk bewaard ondanks allerlei menselijke weerstand in.

De stem van de Herder


Br. D.J. Bolt gaf op 21 februari j.l. op de website eeninwaarheid onder de titel “Waarom eigenlijk nog vrijgemaakt? - Hoe verder ...?” een treffende aanhaling uit Ez. 34 en Joh. 10. Hij eindigde met:

Zeker, deze profetie heeft in de eerste plaats betrekking op het Oud-Testamentische Israël. En het heeft zijn volkomen vervulling ontvangen met de komst en het werk van de Here Jezus Christus. Maar juist uit Johannes 10 wordt zo duidelijk dat de Herder Dezelfde is gebleven. Ook in onze tijd zal Hij ons weiden als de goede Herder en verzamelen van de bergen moeiten: "Wanneer hij Zijn eigen schapen alle naar buiten gebracht heeft, gaat hij voor ze uit en de schapen volgen hem, omdat zij Zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen"(Joh. 10:4,5). Zij volgen Hem, want ze kennen Zijn stem. En die vreemde? Ze zullen van hem weglopen ...


Nu mag dit niet alleen een constatering zijn, het is ook een levensopdracht voor deze schapen. Daarom is ons antwoord op zijn vraag “hoe verder?” ter aanmoediging van hem en alle verontrusten: als u dan Christus’ stem wil horen, neem dan ook het juk van Hem op om de ware eenheid te bewaren. Dàt is Hem volgen. Schrik daar niet van terug, maar voeg u daartoe bij de kerk van Jezus Christus die u herkent aan de kenmerken. Want weet, dat de Here Jezus daarvan zei: gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.

Laatst aangepast op woensdag 07 april 2010 22:14  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]