Werken aan eenheid

van gereformeerde - 3FvE of WS - kerken en groepen in Nederland e.o.

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikelen Buitenlandse publicaties DGK over GKN, GKD en GKv (ver.) DGK over GKv in gesprek met dep FRCA (Australie)

DGK over GKv in gesprek met dep FRCA (Australie)

E-mailadres Afdrukken PDF
Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Bron: Final Version of Acts of Synod West Kelmscott 2006 Appendix 6 - Record of the Meeting of Delegates with the GKVc (v.a. pag. 316)

 

Appendix - Record of the Meeting of Delegates with the GKVc

Verslag van de vergadering van de Deputaten voor Betrekkingen met Buitenlandse zusterkerken van de Gereformeerde Kerken met de afgevaardigden van de Deputaten van de Free Reformed Church of Australia, gehouden op 01-06-2005 te Ede.

Aanwezig namens de Australische kerken ds. W. Huizinga en br. A. Breen; namens de Gereformeerde kerken: br. H. Bos, br. H. Griffioen, br Joh. W. van der Jagt en dr. S. de Marie (voorzitter). Br. W.J. Boot was met kennisgeving afwezig.

Na het lezen van Tim. 6: 2b – 21 gaat br. de Marie voor in gebed, we zingen Psalm 66: 3. De Australische afgevaardigden worden welkom geheten. Br. De Marie geeft hen de gelegenheid om vragen te stellen m.b.t. de brief verzonden op 4 Februari j.l., gericht aan de Free Reformed Churches of Australia.

Br. Breen neemt het woord. Hij zal fungeren als ‘hoofd’-woordvoerder i.v.m. het feit dat hij de Nederlandse taal beter beheerst dan ds. Huizinga. Ds. Huizinga neemt het gesprek digitaal op via een microfoon verbonden aan zijn laptop. Br. Van der Jagt vraagt of dit op een CD-rom gebrand kan worden en of hij een exemplaar kan krijgen.

Br Breen geeft aan dat hij vragen zal stellen m.b.t. de 7 punten die in de brief dd. 4-2-05 genoemd worden op p. 2. Hij zal deze stellen in de informatieve sfeer zodat zij, als deputaten een rapport kunnen schrijven voor hun Synode.
De vragen zullen vergelijkenderwijs gesteld worden. Zij zijn, volgens br. Breen, niet blanco naar de vergadering gekomen, ze hebben zelf veel gelezen van beide kanten. De GKV enerzijds en de GK anderzijds. ‘Wij hebben alles bestudeerd en zorgpunten geformuleerd’.
Br. Breen begint met een vraag over het 4e gebod. Wat opviel volgens br. Breen is de tegenstelling die tweemaal vet gedrukt is weergegeven in de brief.
Namelijk dat: “Either the Sunday as a day of rest is based on the fourth commandment from the Lord or it is a good human institution”. In verband hier mee stelt br. Breen de vraag hoe wij staan tegen over de 6 punten van de Synode van Dordrecht 1618/1619 en of wij die accepteren.

Br. De Marie antwoord hierop dat het in de 6 punten van Dordt gaat over het vierde gebod. In regel 2 wordt met het ceremoniële gedoeld op het rusten op de zevende dag (de nadruk valt op zevende) in het OT, in het NT is dat verschoven naar de eerste dag. De andere regels geven heel duidelijk aan dat werken op de rustdag NIET toegestaan is 23. Ds. Huizinga wijst in verband hiermee op het verschil tussen Voetsius en Gomarus in dezen.

Br. Breen leest een pagina voor uit het boek van G.P. van Itteren (1929) over Gomarus. Hieruit blijkt hoe Gomarus over het vierde gebod dacht. Hij zag de sabbat als instelling vanaf Mozes en niet vanaf de schepping; volgens hem was het vooral een gewoonte van de kerk om op de zondag samen te komen. Br. Breen vraagt hoe wij dit citaat zien in verhouding tot de 6 regels van Dordrecht (die met name samengesteld zijn vanwege een meningsverschil tussen Gomarus en afgevaardigden uit Zeeland en Engeland).

Br. Van der Jagt merkt op dat hij het betreurt dat Gomarus bij de zondagsrust niet uit gaat van het vierde gebod en dat hij via een andere weg komt tot het rusten op de zondag. Het is teleurstellend dat hij de nieuw testamentische bijbelteksten die de verandering van de zaterdag naar de zondag aangeven niet voldoende acht. Br. De Marie merkt op dat belangrijk is wat de belijdenis zegt over de wekelijkse rustdag, de zondag; daar staat duidelijk dat de dag van samenkomst de sabbat (de rustdag) op basis van het 4e gebod is.

Ds. Huizinga verwijst naar het besluit van de Synode in 1905. Toen werd eenzogenaamde pacificatie formule vastgesteld.

Ter sprake komt zondag 38 van de Heidelbergse catechismus. Hierin wordt het rusten op de zondag gebaseerd het vierde gebod. Ds. Huizinga beaamt dit: ja, daar wordt gevraagd: wat gebiedt God in het vierde gebod. Het gaat om gebieden.

Br. Bos. Legt uit dat men dit in de GKV anders uitlegt. Er staat namelijk. ‘dat ik op de sabbat, dat is de rustdag …’ In de orginele Duitse test staat er voor het woord ‘rustdag’ het woord ‘feiertag’, en de GKV zegt dat dit woord in onze Catechismus eigenlijk niet goed vertaald is met ‘rustdag’. Feiertag zou veel meer ‘feestdag’ betekenen en niet ‘rustdag’. Een blik in het “dikke” Van Dale woordenboek leert echter dat Feiertag gewoon ‘vrije dag, rustdag’ betekent.

Br. Breen vraagt of het voor ons -de deputaten van de Gereformeerde Kerken - noodzakelijk is dat het rusten op de zondag gekoppeld is aan het 4e gebod.

Br. de Marie benadrukt dat het niet slechts om één passage in één preek gaat. Ds. J. Ophoff te Nieuwegein vertolkt in zijn preek de mening van vele anderen. Volgens hen is het rusten op de zondag niet persé gebaseerd op een goddelijk gebod. Wij willen echter graag de geboden van de Heere in vreugde onderhouden.

Br. Bos wijst er op dat het niet ‘slechts’ om een theoretisch verschil gaat. Het gaat er ook om dat dit leidt tothet ontheiligen van de zondag, doordat mensen
op die dag niet noodzakelijk werk doen. Hij wijst hier op de zaak die in Berkel gespeeld heeft. Waar een bakker om economische / financiële redenen zijn bedrijf openstelt en anderen voor zich laat werken. Dat hij zich zo niet houdt aan wat de Heere in het 4e gebod vraagt namelijk om te rusten en je dienstknechten etc. niet te laten werken op die dag. Dit alles wordt nog eens duidelijker wanneer je in acht neemt dat de betreffende directeur van het bakkersconcern in het ND stelt dat “hij er geen moment over heeft gepiekerd om zijn bedrijf op zondag niet open te stellen”. Br. de Marie wijst de Australische deputaten erop dat de classis Rotterdam in deze zaak mocht stellen dat de tekst van het 4e gebod slechts geldig was voor het Oude Testament; niet meer voor vandaag. De synode heeft bezwaren hiertegen afgewezen, en deze classisuitspraak dus niet afgekeurd.

Br. Griffioen haalt Genesis 2: 2 en 3 aan: “Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat hij gemaakt had, ruste Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht”. Die heiliging van de rustdag gebeurde niet pas bij de Sinaï maar vond al bij de schepping plaats. Genesis 2: 2 en 3 overstijgt zo het Oude en het Nieuwe Testament. Het vierde gebod grijpt ook rechtstreeks op die scheppingsorde terug.

Br. Breen gaat voort: ik hoop niet dat u het erg vindt als we nu standpunten in nemen? Ziet u de zondag als Nieuw Testamentische Sabbat of als de heilshistorische voortzetting van de Sabbat. Kun je, volgens u ook zeggen: de zondag is niet gebaseerd op het 4e gebod maar op de vervulling van het 4e gebod.

Br. De Marie wijst op Hebreeën 4 waar het daar gaat over het meerdere van de zondag. Zo is er wel voortgang te zien in de Heilshistorie.
Br. van der Jagt zegt dat wij nu vanuit de rust mogen leven, we starten met een rustdag, dit in tegenstelling tot het Oude Testament, waar men de week beëindigde met een rustdag. Wij mogen nu, vanwege het offer van Christus vanuit de rust leven.

Br. Breen vraagt: is het ook mogelijk dat de zondagsrust niet gebaseerd wordt op het 4e gebod?
Ds. Huizinga gaat terug naar de Dordtse kwestie. Volgens hem geeft het commentaar van Ursinus op de HC een andere uitleg evenals Calvijn.
Daarnaast stond Datheen, die ideeën uit Engeland (de puriteinen) overbracht naar zondag. Deze twee lijnen kwamen samen op Dordt.

Br. Griffioen merkt op dat het zo frappant is dat als je Schilder leest dat hij de volwaardigheid van de Sabbat zo naar voren brengt.

Ds. Huizinga merkt op dat er altijd al twee lijnen geweest zijn.
Br. Breen haalt uit artikel 52, het materiaal bij het revisie verzoek aan. Er zijn verschillende manieren om die zin te lezen. Als jullie dat lezen waar leggen jullie dan de nadruk op?

Br. De Marie merkt op dat je de uitspraken van de Synode toetst, en niet zozeer het materiaal hoewel je dat ook meeneemt.
In reactie op de opmerking van de Australische deputaten dat er toch altijd ruimte geweest is voor de twee lijnen binnen de kerken, merkt br. De Marie op dat er geen sprake is geweest van ruimte binnen de kerken maar dat er juist altijd strijd geweest is rond dit punt. Dat is wat anders dan ruimte.

Er wordt gesproken over de Synode van Hoogeveen 1969 over Visee dat hij het gebod ziet als iets van de Sinaï en dat het niet rechtstreeks op de Schepping terug gaat. Br. Griffioen merkt op dat wij juist vanuit de Schrift zien, dat het vierde gebod terug gaat tot de scheppingsorde.

Br. Breen zegt: Stel je nu eens voor dat de GKV uitspreekt dat de Here nog beveelt om te rusten op de zondag; hoe staan jullie daar dan tegenover? Zou dat voor jullie reden zijn om weer samen te spreken met de GKV.

Br. De Marie spreekt uit dat het er van afhangt hoe daartoe besloten wordt. Als het een diplomatieke wijze is om de mensen vast te houden, is het heel wat anders dan wanneer het een hartelijk gehoorzamen naar de Schriften is. Br. Van der Jagt merkt op dat hij er weinig hoop op heeft dat dit werkelijk zal gebeuren omdat de vele schriftuurlijke bezwaren die ingediend zijn om aan te tonen dat het rusten op de zondag wel degelijk alleen gekoppeld is aan het 4e gebod van de Here, al deze bezwaren zijn tot nu toe zonder er op in te gaan van de tafel geveegd. Hierin heeft men niet naar de Schrift willen luisteren.
Daarnaast zou een zodanig besluit ook consequenties moeten hebben: de oude besluiten die in strijdt zijn met de Schrift, moeten dan herroepen worden.

De Australische deputaten merken op dat er toch juist een studiedeputaatschap is ingesteld om deze zaken te onderzoeken?

Br. De Marie antwoord dat door dit deputaatschap, geen onderzoek meer zal gedaan worden naar de grond voor de zondagsrust, maar zal uitgaan van beide meningen. Het principe zelf stond niet meer ter discussie. Br. Van der Jagt verhaalt dat hij het betreurt dat het voorstel van ds. P.L. Voorberg indertijd is afgewezen. Hij stelde voor om een studiedeputaatschap in te stellen die de fundering van de zondag nader zou bestuderen. Dit voorstel is nu juist afgewezen. Men heeft al besloten dat er twee meningen over de zondag naast elkaar kunnen bestaan in de kerken. Op deze basis – met overkoepeling van beide meningen - heeft men een deputaatschap ingesteld die moet komen met een praktische handreiking aangaande de zondag voor deze tijd.

Br. Breen stelt een vraag m.b.t. de drie punten die onderaan op pagina 6 van onze brief staan. Kunnen jullie daar bewijzen van geven?

Br. Van der Jagt antwoordt dat de GKV de historische feiten verdraait en zegt dat er altijd ruimte geweest is binnen de kerken voor twee meningen. Dit is echter niet waar.
Vande belijdenis verandert men de uitleg van zondag 38 HC door te zeggen, dat daar niet gesproken wordt over de zondag als rustdag.
Van de Schrift verandert men de teksten die wijzen op het gebod van de Here om te rusten op de zondag, men negeert de doorgaande lijn in de Schriften.

Vervolgens komt het tweede punt uit de brief aan de orde nl. De kerkelijke eenheid met de Christelijk Gereformeerden en schriftkritiek.
Br. Breen vraagt: maakt u de volgende (simplistische)gevolg trekking: De CGK pakt Loonstra niet aan à de GKV werkt naar eenheid met de CGK dus… de GKV is ook schuldig aan schriftkritiek?

Br. de Marie antwoordt: Loonstra heeft inderdaad wat bijgesteld, maar daarbij de essentie van zijn Schriftkritische leer niet weggenomen. Hoe kan men nu stellen dat er in de CGK geen schriftkritiek te vinden is?

Br. Breen vraagt: De CGK zegt Loonstra te hebben aangepakt. Zij doen dat misschien op een andere mannier als wij gewend zijn. Maar is het samengaan met de CGK ook persé een aannemen van Loonstra? Br. Breen noemt hier grond 1 van besluit 131.

Br. Van der Jagt merkt op: ik vindt het heel vreemd dat men dat nu kan zeggen.
De essentie van Loonstra’s dwaalleer is niet weggenomen. We hebben ook de uitspraak van Arnhem 1981 die de CGK opriep om de Schriftkritiek te verwerpen.

Br. De Marie voegt hier aan toe: Het betreft niet alleen Loonstra het gaat ook om andere christelijk gereformeerde voorgangers zoals dr. S. Paas, en prof. dr. Oosterhof. Bovendien, en dat mnaakt de zaak nog ernstiger, heeft de GKV in samenwerking met de CGK de evangelisatiecursus “Emmaüs”bewerkt en uitgegeven. Deze interkerkelijke Emmaüscursus wordt inmiddels ook binnen de GKV gebruikt. Hierin wordt keihard beweerd dat Genesis 1-11 oergeschiedenis is en géén historische betrouwbare geschiedenis. Wij moeten dit alles in een breder verband zien, waarbij ook het boek uit Kampen dat onder redactie van prof. Trimp is uitgekomen ‘Woord op Schrift’ moet worden betrokken. Hierin komt ook Schriftkritiek naar buiten. Met name in de hoofdstukken van drs. De Bruine.
Br. Bos noemt in dit verband ook de praktische consequenties van deze Schriftkritiek. Hij wijst op de werkgroep Contrario binnen de GKV. Waar homoseksuelen elkaar ontmoeten.
(www.contrario.nl/docs/navolgingvanchristus.doc) Homoseksueel samenleven wordt niet langer veroordeeld, zo blijkt uit deze site.

Br. Breen zegt dat hij en ds. Huizinga de uitgebreide discussies erg goed gevolgd hebben m.b.t. de stukken van De Bruine (zoals o.a.in het blad Ministerio gepunliceerd). De Bruine vindt dat hij veelal verkeerd begrepen is en dat hij niet bewust Schriftkritisch bezig is geweest. Br. Breen stelt daarom de vraag: vindt u niet dat hij dingen heeft terug genomen?

Br. De Marie vertelt dat hij met drs. De Bruine om tafel gezeten heeft om de zaken door te spreken. In dat gesprek is wel het een en ander duidelijker geworden, maar er werd niet teruggenomen van de verkeerde ideeën.. Deze betreffen m.n. de Inspiratie van de Heilige Schrift. In zijn geschriften gebruikt hij veel van prof. Hays, een mennonitisch gevormd theoloog, die de Christus van de Schriften niet kent. Hoe kan De Bruine de ethiek van zo iemand overnemen?

Ds. Huizinga merkt op dat bij zijn eerste lezing van “Woord op schrift” hij ook zijn wenkbrauwen gefronst heeft. Maar dat bij tweede lezing de dingen toch niet zo erg waren als ze misschien wel leken. De Bruine probeert bijvoorbeeld niet de geboden opzij te zetten, maar hij wil het breder zien: je kunt voor de praktijk ook veel halen uit en leren van de verhalen van de bijbel.

Br. de Marie merkt op dat zo het gevaar bestaat dat het verhaal het gebod fundeert. En dat De Bruine de historische context teveel bepalend laat zijn bij de uitleg van de Schrift.

Br. Breen zegt: Er is meer in de Bijbel als verbod en gebod, in de lijn van Douma zie ik het als volgt: In het verhaal komt naar je toe wat de Heere van jou in je leven wil. De context hoeft niet rigide te zijn.

Br. De Marie zegt: Het gevaar bestaat dat je dan overgaat tot het metaforisch lezen van de geboden. De Australische deputaten vragen of wij ook bewijs kunnen leveren voor het gedeelte op pagina 9 van de brief waar wij zeggen dat de Bruine ‘alters de function of the commandments of the Lord into guidelines and example rather than regarding them as litteral norms.’ Br. De Marie pakt het boek er bij en gaat op zoek naar voorbeelden. Vanwege het doorgaande gesprek kan hij die voorbeelden niet zo even opzoeken, maar is bereid daar later op terug te komen.*)

Ds. Huizinga geeft aan dat hij ook moeite heeft met Genesis 6. Hij zegt: ‘Genesis 6 you hid your head on’.

Vervolgens wordt gesproken over de Liedboekliederen.
Br. Breen vraagt: Hebben jullie je wel gerealiseerd dat K. Deddens bij zijn kritiek op het Liedboek ervan uitging dat het niet mogelijk was om een selectie over te nemen maar dat het liedboek als geheel moest worden genomen?

Br. De Marie geeft aan dat de volgorde in de huidige beoordeling van deze liederen anders is geweest. Eerst hebben we de liederen getoetst. Omdat ze al direct vrijgegeven waren moest dit veelal door “leken” gebeuren. Dit bracht ook vervelende praktische consequenties. Ineens werd je geconfronteerd tijdens een kerkdienst met liederen die je moest zingen maar die je niet kon zingen vanwege de inhoud, met als gevolg: de één zong wel de ander niet. Daar komt bij dat de samenstelling en inhoud van het Liedboek is afgestemd op 7 verschillende kerkgenootschappen. Dit is duidelijk te zien in de inhoud van de liederen. Vanuit de GKV werd wel gezegd dat je ze toch wel op een gereformeerde manier kon zingen. Maar veel liederen geven een goed gevoel, maar laten Gods eis en oordeel eruit weg. De Liederen zijn onder andere beïnvloed door de leer van Karl Barth, het pacifisme en de bevrijdingstheologie.
Het is het resultaat van Hervormde, Lutherse en andere vrijzinnige dichters.

Br. Breen vraagt: Als het alleen om het Liedboek zou zijn geweest, zou u zich dan hebben Vrijgemaakt?

Br. De Marie antwoord: U moet het zien in het verband met de geest die er heerst binnen de GKV. Br. Breen merkt op dat dat inderdaad moeilijk te pijlen is voor hun als “buitenstaanders”. Br. De Marie vindt dat de geest die er binnen de GKV heerst, toch ook op te merken moet zijn door buitenstaanders. Hij noemt enkele voorbeelden: het verdwijnen of openstellen van G-organisaties en scholen, het veranderen van het ND van een gereformeerde naar Algemeen Christelijke krant, de eenheid die gezocht wordt met andere kerkverbanden, waaronder ook de NGK: In alles zie je een lijn terug. Het is allemaal aan elkaar verbonden.

We gaan over op het onderwerp huwelijk en echtscheiding.
Br. Breen merkt op: Het rapport over huwelijk en echtscheiding is toch niet ongewijzigd geaccepteerd door de Synode? Ook de Australische bezwaren wil men meenemen.

Br. De Marie antwoordt: Toch is de populaire versie de gemeenten ingegaan en heeft daar zijn uitwerking. Men heeft dit nooit terug getrokken, maar juist aanbevolen, het is niet herroepen.
Men heeft het over de ‘stijl van het Koninkrijk’, dat is een diffuus geheel. Men heeft het over de gebrokenheid van de wereld, in plaats van in zo’n situatie vergeving en steun bij de Here te zoeken.

We gaan over op het onderwerp Huwelijks formulier. Br Breen vraagt hoe het zit dat met de vertaling van ‘Je vrouw voorgaan en haar leiden’. Volgends de Nederlandse deputaten zit er wel verschil tussen je vrouw leiden en haar voorgaan. Br. Van der Jagt die deze termen heeft vertaald in ‘preceeding and leading’ geeft toe dat hij het moeilijk vond om dit ook zo in de engelse taal over te brengen. Toch is het wel jammer dat het afgezwakt is uit de bestaande tekst.

Br. Breen geeft aan dat het Griekse woord als het gaat om de vrouw gebruikt in Efeziërs niet is ‘gehoorzamen’.
Ds. Huizinga zegt dat hij zich niet kan vinden in wat in de brief staat m.b.t. de ruimte voor ‘secular vieuw about having children’ Het formulier verwijst hier juist naar 1 Tim. 2: 15. Wij stemmen graag toe dat vanuit dit Schriftgedeelte gelezen hert genoemde bezwaar weggenomen wordt. Toch zou een explicietere omschrijving beter geweest zijn met het oog op de praktijk van veel ‘secular vieuws’ m.b.t. het krijgen van kinderen. Br. Breen kan zich dat goed voorstellen.

Het onderwerp PCEA.
Br Breen vraagt en citeert uit de Acta van de Australische kerken: dat de FRCA “to re-engage …. With the PCEA”. Hoe kan het dan dat er in de brief gesteld wordt: “that this brings the GKV in conflict with the three marks of the true church, outlined in article 29 of the Belgic confession”?

Br. van der Jagt merkt op dat als de GKV de PCEA erkennen dat zij daarmee aangeven dat zij geen moeite hebben met een open avondmaalstafel en een open kansel. In de GKV is een open avondmaalstafel overigens ook al praktijk in bijvoorbeeld de GKV te Franeker en in de avondmaalsbediening in crisisgebieden.

Br. Breen vraagt: wat verstaat u dan onder een open avondmaalstafel;?

Br de Marie antwoordt: Het aangaan zonder opzicht en tucht van een kerkenraad of van een zusterkerk, door personen die geen lid van deze kerk of zusterkerk zijn.

Ds. Huizinga stelt dat het in crisisgebied toch niet anders is dan op het zendingsveld waar er ook geen kerkenraad toeziet?

Br. Van der Jagt merkt op dat dit wezenlijk anders is omdat op het zendingsveld gaat om leden van één kerk – het avondmaal is toch van de Here en Zijn gemeente?!- en dat er in oorlogsgebied mensen aangaan uit verschillende kerken.

Br. Breen haalt aan wat er gezegd wordt in de 6 punten die de synode van de GKV heeft opgesteld om de zuiverheid van het avondmaal in oorlogsgebieden te waarborgen.

Br. van der Jagt merkt op dat deze punten geen duidelijke waarborg geven dat alleen leden aangaan die daartoe gerechtigd zijn. Het gevaar is dat er mensen aankunnen gaan als ze Jezus maar lief hebben. Ook is er het gevaar dat men het avondmaal in crisisgebied gebruikt als een magische kracht, waar je niet zonder kunt.

We gaan over tot het laatste punt: de zegen door een niet-ouderlingr. Br Breen vraagt hoe wij het verband zien tussen de Prediking en de zegen.

Br. De Marie legt uit dat de zegen gekoppeld is aan de bediening van de verzoening.

Br. Breen wil nog twee algemene vragen stellen.
Br. Breen vraagt over de boodschap van Genesis 3: 15: Ziet u het niet meer spreken over de antithese als de alles samenvattende oorzaak voor het verval binnen de GKV?

Br. Griffioen antwoordt dat het verval vooral ontstaan is doordat het kerkbegrip is verdwenen.. Br. De Marie vult aan dat het ook te maken heeft met het verzwijgen van het verbond. En dat alles hangt daarom ook weer samen met de antithese.

Br. Breen vraagt: Stel dat de Australische kerken het model van de GKV mbt de Schotse kerken hanteert tav de GKV en de GK, waarbij voorlopig beide kerken als zusterkerk worden erkend. Hoe kijken jullie daar tegenaan.

Br. De Marie zegt dat de Schotse kerken beide hebben uitgesproken dat zij spoedig weer één hopen te worden.
Br. Van der Jagt merkt op dat hij zich kan voorstellen dat de Australische kerken voor dit model als een tijdelijke oplossing zouden kiezen, terwijl zij de zaken nog aan het bestuderen zijn. Dan zou hij daar geen moeite mee hebben.

Br. De Marie voegt daar aan toe dat dit kan als de Australische kerken tegelijkertijd de GKV ernstig waarschuwen – ze hebben toch een bepaalde verantwoordelijkheid tegenover hen.

Br. Breen spreekt de bede uit dat de broeders er alles aan zullen doen om elkaar weer te vinden op de basis van de waarheid.

Ds. Huizinga heeft nog een laatste vraag: Voor hem is het vier [OF DRIE??]voudigsnoer uit Prediker 4: 12 erg belangrijk. Hoe kijken jullie aan tegen de verhouding: kerk gezin en school?

Br. Bos geeft aan dat er initiatieven worden ondernomen om tot eigen Gereformeerd onderwijs te komen.

Br. Griffioen gaat voor in gebed, waarna de voorzitter de vergadering sluit.

Laatst aangepast op donderdag 06 maart 2014 19:38  

Nieuws

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Boekaankondiging Gelukkig geen mythe - ds. Rob Visser

Als alles goed is zal half september het boek over Genesis 1-11 beschikbaar zijn. De titel is; Gelukkig geen mythe. In dit boek wordt Genesis 1-11 vers voor vers besproken. Deze hoofdstukken zijn... [More...]

Ds. E. Heres - Lucy of Adam

Een andere 'hermeneutische lens' De aanvallen op het scheppingsgeloof dat gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God worden steeds heftiger.  Het boek dat in deze maanden veel aandacht krijgt... [More...]

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC schorst de GKv als lid

De ICRC (International Conference of Reformed Churches) te Jordan (Ontaria, Canada) heeft vandaag, 17 juli 2017, besloten om de GKv (Gereformeerde kerken vrijgemaakt) als lid te schorsen... [More...]

Di. Alko Driest, Jan Haveman, Pieter Schelling en Aryjan Hendriks...

UPDATE 20-07-2017 Emeritus ds. Alko Driest en ds. Jan Haveman mailden op 13 juli een brief naar alle kerkenraden in Noord-Nederland met de vraag om in ieder geval tot de eerstkomende Generale... [More...]

Referaat ds. H.G. Gunnink d.d. 12 juli 2017

Voorlichting, bijeenkomst Bedum (Maranathakerk, Grotestraat) De bijgevoegde presentatie is zakelijk van opzet. Daarom is het belangrijk om geen moment te vergeten, dat het gaat over voluit... [More...]

Boekbespreking 'HIJ en wij' - van ds. E. Hoogendoorn

In Weerklank - een gereformeerd maandblad uit de GKN - jaargang 5 nr. 3 schreef ds. E. Hoogendoorn onderstaande boekbespreking van 'HIJ en wij' met de ondertitel ‘Oriëntatie in de actuele situatie... [More...]

Onze ervaring tot hermeneutische sleutels geworden - boekbesprekingen...

Update 14/12: Dr. Hans Burger mailde mij dat in onderstaand artikel de weergave van zijn positie zoals hij die in Cruciaal verwoordt, onjuist is. Ik kom daar nog op terug. CGK Prof.dr. H.J.... [More...]

Enquete

Predikanten, ouderlingen en diakenen zijn in belijdende gereformeerde kerken gebonden aan
 

Nieuwsbrief

Naam:

E-mail:

Gereformeerd?

Grondlijnen in de liturgie (Ds.dr. R.D. Anderson)

Op zijn weblog anderson.modelcrafts.eu vonden we een artikel (laatste wijziging 12 september 2012) van ds. Andersen (FRCA) over de grondlijnen van de liturgie. Enkele citaten: Als inleiding wil ik... [More...]

De GKN zetten het gesprek voort met DGK over functioneren fundament...

De GKN hebben op de Generale Synode d.d. 18 maart 2017 besloten om het oriënterende gesprek met DGK voort te zetten. Nu samen met afgevaardigden van DGK op 17 februari jl. is vastgesteld dat alleen... [More...]

Blijdschap over positief gesprek DGK en GKN 17 februari

Positief gesprek geeft openingen!Op 17 februari 2017 hebben afgevaardigden van DGK (De Gereformeerde Kerken) en GKN (Gereformeerde Kerken Nederland) de tot nu toe gevoerde briefwisseling besproken en... [More...]

Betekenis van het besluit van de GKN over het spreken met de DGK -...

Ik wil graag reageren op wat broeder Trip over dit besluit heeft geschreven. Om zo onnodige obstakels en misverstanden die een eigen leven gaan leiden weg te nemen.   Ook om te laten zien dat de... [More...]

GKN willen uitgestoken hand DGK opnieuw onderzoeken

Een zeer teleurstellend bericht bereikte ons zaterdagavond via de nieuwsbrief van eeninwaarheid.info. De Synode van de GKN heeft besloten om de brief van de GKN aan DGK d.d. 12 maart 2016 toe te... [More...]

De zekerheid van het geloof vs Westminster studie deputaten BBK DGK

In 2014 hebben deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) opdracht gekregen van De Gereformeerde Kerken (DGK) i.c. van de Generale Synode Hasselt 2010-2011 om grondig studie te verrichten... [More...]

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus Westminster meerderheidsrapport BBK DGK

Presbyterianisme en de toegang tot het Heilig Avondmaal versus...

. Ds. Bredenhof - sinds maanden een pastor van de FRCA, Tasmania, Australia - is nog steeds bezig om zich in te werken in de Australische context. Onlangs las hij een autobiografie van J. Graham... [More...]

Ketter!

Ketter!

Dr. Wes Bredenhof, predikant van de Australische Gereformeerde Kerken (Launceston, Tasmania), is meer dan eens voor ketter uitgemaakt! Nee, niet door Rooms Katholieken of Moslims, maar... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 2 (1944-1990)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Versie -16/11: Toegevoegd: deputatenrapport 1967 beoordeling Westminster Confessie door ds. P. van Gurp en ds. C. Stam. PS: Ik heb wel alle Reformatie jaargangen, maar niet het blad Dienst 1957 nr.... [More...]

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel 1 (1834-1944)

De Westminster is een voluit gereformeerd belijdenisgeschrift - deel...

Professor P. Biesterveld die al op 31 jarige leeftijd hoogleraar werd aan de Theologische School in Kampen (1894) en vanaf 1902 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft uitvoerig de... [More...]